/** * */

William Graves

Amerikaanse en Japanse officieren van de Siberische interventiemacht. Generaal Graves, voorste rij, 3de van links naast zijn Japanse collega generaal Otani, 4de van links.
Enlarge
Amerikaanse en Japanse officieren van de Siberische interventiemacht. Generaal Graves, voorste rij, 3de van links naast zijn Japanse collega generaal Otani, 4de van links.
William Sidney Graves was een Amerikaanse generaal uit de Eerste Wereldoorlog en aanvoerder van het Amerikaanse expeditieleger in Siberië aan het eind van de oorlog en nog enige tijd nadien, 1918/20.

Graves, geboren in 1865 in Mount Calm, Texas, sloot zijn studie aan de militaire academie van West Point af in 1889. Tijdens de Spaans-Amerikaanse Oorlog (1898) diende hij op de Philippijnen, waar hij zich onderscheidde bij Kalookan (febr. /mrt. 1898).

In 1918 kreeg Graves het bevel over 8.000 man deel uitmakend van de 8ste divisie infanterie die in aug. 1918, samen met twee regimenten uit de Philippijnen, naar Siberië werden gezonden in het kader van een geallieerde interventiemacht, die, gedreven door verschillende, vaak tegenstrijdige belangen, wilde ingrijpen in de Russische burgeroorlog.

President Wilson evenwel beschouwde de Russische broederstrijd als een interne aangelegenheid van de Russen waarvan de Amerikanen zich verre dienden te houden. Daarom was de Amerikaanse bijdrage er in eerste instantie op gericht om ervoor te zorgen dat de Transsiberische spoorweg intact bleef. Verder waren de Amerikanen behulpzaam bij het evacueren van het zogenoemde Tsjechische Legioen uit Wladiwostok.

Bezorgd waren de Amerikanen over de Japanse intenties. De Japanners leverden veruit het grootste detachement. Zo meende de Japanse generaal Otani, de geallieerde commandant met de meeste dienstjaren, de Amerikanen te moeten opdragen om plaatselijke strijdgroepen aan te pakken.

Maar toen Graves daarvan hoorde trok hij die order onmiddellijk in en gaf de Japanner te verstaan dat de Amerikaanse troepen onder zijn bevel, en niet onder dat van Otani stonden. Zijn opdracht was immers zich niet te mengen in interne Russische aangelegenheden. Bovendien verdachten de Amerikanen de Japanners ervan, dat zij het oog hadden laten vallen op Oost-Siberië. Niet dat ze door het resolute optreden van Graves onmiddellijk hun plannen lieten varen, maar Graves had wel duidelijk gemaakt, hoe de verhoudingen lagen (en ook dat hij hen voor geen cent vertrouwde).

Door de directieven van Wilson had Graves het niet gemakkelijk. Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken en dat van Oorlog leken langs elkaar heen te werken. Zo had de Amerikaanse consul-generaal in Wladiwostok de Siberische bevolking beloofd - in strijd met Graves' opdracht - dat de Amerikaanse troepen tussenbeide zouden komen indien de burgertwisten uit de hand zouden lopen.

De geallieerden, vooral de Britten en Fransen, probeerden Graves bij verschillende gelegenheden ervan te overtuigen dat het noodzakelijk was in te grijpen in de Russische stammenstrijd. Maar Graves hield voet bij stuk. President Wilson kreeg tijdens de Parijse Vredesconferentie (1919/20) van zijn minister van Oorlog, Baker, te horen dat Britse en Franse gedelegeerden hadden geklaagd dat Graves een koppige, moeilijke commandant was vanwege zijn onbuigzaamheid.

Wilson lachte en antwoordde: "Dat is weer het oude liedje, Baker. Mensen die het bij het rechte eind hebben noemen ze koppig."

Zelfs de Britse premier Lloyd George kwam bij Wilson klagen dat alle problemen tussen Amerikaanse en Russische troepen op Graves terug te voeren waren en dat Graves moest worden ontslagen. Wilson hield Lloyd George echter voor dat Graves daar niet de oorzaak van kon zijn omdat deze immers "nooit iemand uitdaagde."

Een ernstig conflict tussen Graves en het ministerie van Buitenlandse Zaken ontstond over de Amerikaanse erkenning van het door de Russische admiraal Koltsjak (later ten val gebracht en in 1920 door de bolsjewieken geliquideerd) in Siberië gevestigde anti-bolsjewistische bestuur, dat er door Graves van werd beschuldigd de bevolking te mishandelen.

Graves blokkeerde wapenleveranties aan Koltsjak omdat hij meende dat die wapens tegen zijn eigen troepen zouden kunnen worden ingezet, wat hem op nog een klacht van de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken, Polk, kwam te staan.

Maar Graves werd door enige van de meest invloedrijke mannen van zijn tijd gesteund en die lieten dat ook blijken, zoals chef-staf generaal March, minister van Oorlog Baker en president Wilson zelf. Generaal March was lyrisch over de prestaties van Graves in Siberië. En ook de president wankelde niet als Graves door critici en agitatoren werd aangevallen. Al met al volgde Graves nauwgezet de door Wilson uitgestippelde politieke koers om Amerikaanse strijdkrachten elders in de wereld in te zetten voor politieke en diplomatieke doeleinden, niet om een militaire overwinning te behalen.

Wat betreft de controle over de Transsiberische spoorweg draaiden de elkaar wantrouwende Japanners en Amerikanen omzichtig om elkaar heen en dit heeft waarschijnlijk de Japanse plannen voor een inval, verder in Siberië en het aanpalende Mantsjoerije en China vertraagd. Toen de Amerikanen Siberië verlieten in febr. 1920, kreeg het Japanse leger te maken met een opstand in de Chinese gebieden die het bezet hield.

Daarom was het Siberische avontuur van Graves nog op een andere manier de moeite waard geweest: het vertraagde en verzwakte de Japanse voornemens om het Verre Oosten te domineren.

Generaal Graves won het respect van de Russische bevolking voor de onpartijdige manier waarop hij deze benaderde, en vooral omdat hij geallieerde commandanten ervan weerhield om Rusland op te delen.

Hoewel de bolsjewieken uiteindelijk in Siberië aan de macht kwamen en de Japanners ten slotte Mantsjoerije bezetten, hadden Graves en zijn soldaten hun opdracht met grote moed, waardigheid en mededogen uitgevoerd. Zestien (onder wie Graves zelf) werden onderscheiden met het Distinguished Service Cross, de op een na hoogste onderscheiding van het land. 30 kwamen om tijdens gevechten en 60 man raakten gewond.

Op 1 apr. 1920 verlieten de laatste Amerikaanse troepen Siberië. Toen gebeurde er iets bijzonders waarop Graves niet had gerekend. Op het moment dat zijn schip, de Great Northern, de haven van Wladiwostok verliet om naar Manilla te vertrekken, zette de militaire kapel van de Japanse generaal Oi de Amerikaanse song "Hard Times Come Again No More" in – een humoristische en geslaagde manier om afscheid te nemen.

De laatste post die Graves bekleedde was die van gouverneur van de Panamazone. In 1928 trad hij uit dienst. Hij overleed in 1940, 75 jaar oud.

Zie ook: Geallieerde interventie in Siberië

Naar gegevens van: http://archive.newsmax.com/archives/articles/2002/5/25/164953.shtml

Afkomstig van WO1Wiki NL, de Vrije Encyclopedie. "http://forumeerstewereldoorlog.nl/wiki/index.php/William_Graves"
Personal tools