/** * */

Slag om Mount Sorrel

Mount Sorrel is een 60 meter hoge heuvel en ligt enkele honderden meters zuidwaarts van Hill 62.

Inhoud

Hoe het begon

De heuvel was een van de weinige plaatsen waar de geallieerden een "hoogtedominantie" hadden over de Duitsers. De geallieerden gaven alle aandacht aan de voorbereiding van het Somme offensief waarvan zij heel veel verwachtten maar de Duitsers zaten niet stil. Zij waren met nieuwe wapens gekomen, gas en de vlammenwerper, hadden een geweldig offensief voor Verdun ontketend en een zeer goed figuur geslagen in de Slag bij Jutland waar de schier onaantastbare Royal Navy 14 schepen verloor en 6.000 schepelingen. De grote mijnenslag moest op dat moment nog komen, maar tot dusverre slaagden ook de Duitsers erin te verrassen met ondergrondse acties. In 1915 hadden de Britten bovendien welbeschouwd alleen teleurstellingen te verwerken gekregen, zuidelijk van Ieper met name Armentières, Neuve Chapelle, Festubert, Aubers Ridge,Givenchy en Loos. Daar komt nog bij dat na alle bittere gevechten in het vorige jaar om Hooghe en Hill 60, met vlammenwerpers, ondergrondse mijnontploffingen en infanterieaanvallen door de Britten maar weinig resultaat werd geboekt. Wanneer beide partijen tijdens het graven van tunnels elkaar ontmoeten, breekt de hel ondergronds soms los. Zoals steeds ook hier in deze sector, bleven de Duitsers actief zoeken naar versterking van hun positie, maw. naar de beste springplank naar Ieper te zijner tijd.

Een positieverbetering op de hoogten ten zuidoosten van Ieper was zo’n tussendoel. Daartoe ontketende het Duitse Vierde leger hier in de sector van Zillebeke een geweldige, vernietigende explosieve kracht van zowel de artillerie als ondergrondse mijnen in de frontsector tussen Hill 62 en Mount Sorrel. De Duitse 26.I.D. en de 27.I.D. vielen de Canadezen aan. Zij slaagden erin om de Observation Ridge te bezetten maar werden in de tegenaanval dadelijk gedwongen die posities weer op te geven. Alle betrokken Duitse regimenten leden zware verliezen maar dat gold ook voor de Canadezen. De 3nd Canadian Division was nog maar juist aangekomen. De Divisie miste ervaring, onvoorbereid en niet ingewerkt. De Divisie kreeg het zwaartepunt van de aanval over zich heen. Zij stond onder bevel van de major-general Malcolm Mercer, een Canadees en beroepsofficier van het staande Canadese leger. De Brit Julian Byng was juist aangesteld als nieuwe bevelhebber over de Canadese troepen. Dit nooit weer, dacht Byng hardop. Voor de Canadezen werd ‘Mount Sorrel’ het keerpunt:

"het begin van een constante kwaliteitsverbetering die erin zou resulteren dat het Canadese Corps van een groep ongedisciplineerde ‘colonials’ het vanwege zijn aanvalskracht meest geduchte corps werd."

Maple Copse met op achtergond Squar Wood en Hill 60.
Enlarge
Maple Copse met op achtergond Squar Wood en Hill 60.

De benoeming van Byng wordt door de Canadezen nu nog beschouwd als een godsgeschenk. Byng brengt het na de oorlog van 1921 tot 1926 zelfs nog tot gouverneur-generaal. De glorie van de Canadezen is verbonden met Vimy, Passchendaele en Amiens maar in het collectieve geheugen van de Canadezen neemt ‘Mount Sorrel’ toch een grote plaats in. Tienduizend Canadezen stierven, raakten gewond of werden krijgsgevangen gemaakt tijdens deze slag.

Eind maart kreeg Mercer bevel om zijn 3rd Canadian Division te verplaatsen naar de meest lethale sector van het front in de Ypres Saliënt van Hooghe tot Mount Sorrel. Begin april werd de 1st Canadian Division overgebracht naar de Hill 60 sector. De Hill 60 werd in februari door de Duitsers veroverd en ze keken nu vandaar gemakkelijk op Ieper. De Canadezen bezetten begin juni het front van St-Elooi tot aan d'Hooghe. De 3rd Division zat aan de gevaarlijkse kant binnen het directe bereik van Duits geweervuur met name de noordzijde. De verdedigingslijn bestond uit acht outposts die je bij daglicht eigenlijk niet kon bereiken. De ruimte daartussen bood geen beschutting en je stond er tot aan je middel in water en slijk. De voorste linie bestond uit een ondergelopen loopgraaf waarvan de parapet geen enkele stevigheid bood. De linie
was bereikbaar via een lange, vervallen, beschadigde en onbeschutte verbindingsloopgraaf. De lijken konden hier niet geborgen worden vanwege het constante gevaar van sluipschutters, machinegeweernesten en granaatinslagen. De support linie liep hier 500 meter achter de voorste linie. Dan was er nog ‘the gap’ van 350 meter net ten zuiden van de weg. Dan komt het 900 meter lange stuk van de Patricia’s door het Sanctuary Wood, het meest vooruitspringende deel gevolgd door de linie over de "Tor Top gehouden door twee afgestegen cavalry regiments, het 1st en het 4th. De reserves bestonden uit de Black Watch of Montreal (het 42nd) en de 5th CMRdie paraat gehouden werden 400 m. tot nog geen 2 km achter de eerste linie. De 1st Canadian Division neemt het front van daar over en bezet de Hill 60. De verantwoordelijkheid ligt hier bij het 5th Saskatwechan, 90th Battalion Rifles of Winnipeg en het 7th ritish Columbia. Vanaf de Railway Cutting is de 2nd Canadian Division in actief tot aan "The Bluff". Vanaf The Bluff tot aan St-Elooi tenslotte zijn het de 25th Nova Scotia’s en de 25th New Brunswicks die frontdienst verichten.

Duitse aanval

Op 2 juni 1916 om 8:00 uur opende de Duitse artillerie het vuur dat oplaaide tot een hevig bombardement. De toch al wankele infrastructuur van de frontlijn werd vernietigd en er vielen zeer vele slachtoffers. De communicatie met de eenheden in de voorste linie werd afgesneden. Om 13:00 uur lieten de Duitsers mijnen onder de Canadese stellingen van de 4th CMR tot ontploffing brengen met kort daarop een Duitse aanval. Ter weerszijden van dit epicentrum slaagden de Patricia’s erin om veel aanvallers te doden en de aanval af te remmen. Dat lukte het 5th Battalion op Hill 60 ook. De 5th Battery of the Canadian Field Artillery offerde zich op achter hun ‘suicide guns’. Vanaf onbeschermde standplaatsen vuurden zij over het open veld op de aanvallers. Dat ging niet erg lang goed.

Toch gaf hun actie voldoende respijt voor de snelle opmars van de reserves. Vooral de 5th CMR hield vanuit de Maple Copse de boel dicht. Het voorlopige resultaat was dat de Duitsers over een lengte van 1200 meter een gat hadden geslagen, van Mount Sorrel tot het Sanctuary Wood, over de Tor Top en de Obervatory Ridge. De Patricia’s in de Sanctuary Wood moesten ook terug maar deden dat koelbloedig en effectief, ’trench-block-by-trench-block’. Intussen was men zich in het hoofdkwartier niet bewust van de ernst van de situatie. Mercer en Williams werden vermist en het zou nog tot laat duren voor hun lot bekend werd.

Luchtfoto van de omgeving, 2009. 1: Bellewaerde Lake2: Hooge3: Meenseweg (Menin Road)4: Zouave Wood5: Drieblotenbos (Sanctuary Wood)6: Hill 62 museum + Sanctuary Wood Cemetery7: Hill 628: Hill 619: Maple Copse + Maple Copse Cemetery10: Observatory Ridge + Road11: Armagh Wood12: Square Wood13: Mount Sorrel14: Hill 6015: Caterpilar.
Enlarge
Luchtfoto van de omgeving, 2009.
1: Bellewaerde Lake
2: Hooge
3: Meenseweg (Menin Road)
4: Zouave Wood
5: Drieblotenbos (Sanctuary Wood)
6: Hill 62 museum + Sanctuary Wood Cemetery
7: Hill 62
8: Hill 61
9: Maple Copse + Maple Copse Cemetery
10: Observatory Ridge + Road
11: Armagh Wood
12: Square Wood
13: Mount Sorrel
14: Hill 60
15: Caterpilar.

De mislukte tegenaanval

Byng gaf het bevel voor een tegenaanval op 3 juni 1916. De 1st Canadian Division moet de Duitsers van de Obervatory Ridge verdrijven. De 3rd Canadian Division krijgt de opdracht om het Sanctuary Wood te heroveren. Vier bataljons werden er door de 1ste divisie ingezet. De 7de British Columbia en het 10de Alberta om de Mount Sorrel aan te grijpen. Het 15de Highlanders of Toronto en het 14de Royal Montreal Regiment moesten van twee kanten de Obervatory Ridge benaderen. De eerste aanvalsgolf moet uitgesteld worden omdat de communicatiemiddelen er niet zijn en als de aanval om 7.00 van start gaat, wordt die eerste golf genadeloos neergemaaid. Ternauwernood slagen zij erin om de verbinding te leggen tussen de Canadese linie bij Maple Copse en die achter Mount Sorrel bij Square Wood maar dat was vooral van belang uit defensief oogpunt en niet de bedoelde aanvallende actie. De onervarenheid van de 3de Divisie bleek opnieuw. Alleen de Alberta’s van het 49ste lukte het om 300 meter op te rukken door het Sanctuary Wood en ze slaagden er bijna in de oorspronkelijke posities opnieuw in te nemen. De tegenaanval op 3 juni was een mislukking. Te gehaast, geen artillerie support en nog veel meer.

De volgende dagen werd de 3rd Canadian Division afgelost door de 2nd Canadian Division, terwijl de 1ste Canadian Division belast werd met de frontlijn van de Sanctuary Wood tot Hill 60. De P.P.C.L.I. had niet alleen haar commanding officer Buller verloren maar ook 407 gedode, gewonde en krijgsgevangen gemaakte manschappen. De 4th CMR betreurde de verbijsterende verliezen van 626 casulaties waaronder haar commanding officer Ussher die krijgsgevangen was gemaakt. Shaw, de CO van de 1st CMR, sneuvelde op de Tor Top, evenals de CO’s Baker van het 5th CMR en Hay van het 52nd Battalion. In het noorden was het nauwelijks beter vergaan. De RCR in de lijn bij Hooghe telde 158 slachtoffers. Mercer bleek gesneuveld door granaatvuur en Williams was gewond geraakt en krijgsgevangen gemaakt. De 7th Brigade met het 42nd en het 49nd Battalion moest voor het eerste 283 en voor het tweede 366 verliezen noteren.

De geslaagde tegenaanval

Op 12 juni was Byng klaar met de voorbereiding van de tegenaanval. Tussen 9 en 12 juni hadden 200 stuks geschut zich ingeschoten op de Duitse posities. Byng had een stoutmoedig plan gemaakt: het zou een nachtelijk aanval moeten zijn die om 2:00 uur van start ging. De 1st Canadian Division moest de grootste last van de aanval dragen. Aan het Toronto regiment (3rd Battalion) de eer om Mount Sorrel in te nemen na een aanloop van maar liefst 500 meter. De Black Watch of Montreal en de Western Canadian Scottish werden belast met de aanval van twee kanten op de Obervatory Ridge. En de naastliggende Hill 62 waarvoor een afstand van zelfs 700 meter overbrugd moest worden. De central Ontario’s van de geteisterde 3rd Canadian Division kregen als het ware de kans op rehabilitatie. Zij moesten de frontlijn van de rand van het Sanctuary Wood 300 meter afleggen en de oorspronkelijk Canadese frontlijn heroveren.

De artillerie had de aanval goed voorbereid. De tijdschema’s klopten. De communicatie verliep vlot en was duidelijk. En het succes was ernaar. In de dagen die volgden leken de Duitsers zich voorlopig bij de stand van zaken neer te leggen en herstelden zij hun oude frontposities op de bekende Duitse grondige manier.

De verliezen

De Canadezen verloren 8.000 man die gesneuveld, gewond of krijgsgevangen waren. Daaronder twee generaals en zes bataljons-commandanten: de helft van de totale verliezen die zij in de hele oorlog leden op Vlaamse bodem om de Duitse aanval tot staan te brengen en het verloren terrein terug te winnen. Per saldo was er niets veranderd. Aan de andere kant was het verheugend dat de nieuwe professionaliteit waarmee een zware nederlaag weggepoetst was het zelfvertrouwen versterkte.

Afkomstig van WO1Wiki NL, de Vrije Encyclopedie. "http://forumeerstewereldoorlog.nl/wiki/index.php/Slag_om_Mount_Sorrel"
Personal tools