/** * */

Slag bij het Narotsjmeer

Situatiekaart (naar Putzger, Hist. Schul-Atlas, ed. 1934)
Enlarge
Situatiekaart (naar Putzger, Hist. Schul-Atlas, ed. 1934)
Bij de Slag bij het Narotsjmeer viel de Russische legergroep Ragosa (368 bataljons) van 18 maart tot 30 april 1916 de groep Hutier (66 bataljons) van het Duitse 10de leger aan twee zijden van het Narotsjmeer zonder succes aan om de Fransen bij Verdun te ontlasten.

Om onder de Duitse druk op Verdun, begin 1916, uit te komen, drong de Franse opperbevelhebber, Joseph Joffre, er bij zijn bondgenoten op aan, op verschillende fronten offensieven te ontplooien in de hoop dat de Duitsers troepen aan hun offensief bij Verdun zouden ontrekken om deze elders in te zetten, een tactiek, waarover tijdens de conferentie te Chantilly in december 1915 een akkoord was bereikt.

De Britten reageerden – rijkelijk laat – met de Slag aan de Somme; de Italianen met een volgende slag aan de Isonzo. Rusland, onder chef-staf Alexejew, antwoordde met een offensief in de regio Wilna-Narotsj in Litouwen.

Met 1,5 miljoen Russische troepen tegenover een gecombineerde Duits-Oostenrijkse strijdmacht van 1 miljoen man leken de Russische vooruitzichten niet ongunstig. Alexejew koos vervolgens voor een offensief in het noorden waar de numerieke meerderheid het grootst was.

Daarom gaf hij de noordelijke Russische legergroep onder generaal Koeropatkin instructies om Wilna uit het noordoosten aan te vallen, maar de zwaarste aanval moest uit oostelijke richting komen en worden uitgevoerd door het 2de Russische leger onder generaal Smirnow, onderdeel van de westelijke Russische legergroep van generaal Ewert met 350.000 man en 1000 stukken geschut. Er stonden slechts 75.000 man met 400 stukken geschut van het 10de Duitse leger van generaal Eichhorn tegenover opgesteld.

Voorafgegaan door een woest en onnauwkeurig tweedaags bombardement – het zwaarste tot dan toe aan het oostelijke front – barstte op 18 maart 1916 de Slag bij het Narotsjmeer los.

De Russen maakten gebruik van een achterhaalde tactiek om een doorbraak te bewerkstelligen. Het voorjaar was aangebroken en de dooi had ingezet; de stormloop van de infanterie die volgde op het artilleriebombardement bleef al snel in de modder steken. Door de slechte voorbereiding en het ontbreken van een doelmatig systeem voor de aanvoer van voorraden en reserves liep de aanval op een complete mislukking uit. In gesloten formaties oprukkend vormden de Russische troepen een gemakkelijk doelwit voor het vuur van de Duitse mitrailleurs.

De Duitsers verloren 20.000 man aan doden en gewonden gedurende de slag, maar de Russische verliezen waren aanmerkelijk hoger, zeker 70.000 bij het Narotsjmeer en 30.000 verder naar het noorden. Op 19 en 21 maart volgde nog een offensief maar dat leidde evenmin tot succes.

Ondertussen werd de strijdmacht van Koeropatkin uit Riga, die op 21 maart aan een opmars begonnen was, binnen een dag teruggeworpen en verloor 10.000 man. Een succesje werd toch nog geboekt door het 2de Russische leger onder generaal Baloejew, dat onder dekking van mist een paar kilometer langs de oevers van het Narotsjmeer wist op te rukken.

De artillerieaanvallen gingen door tot april maar de Duitsers slaagden er al gauw in de geringe terreinwinst van de Russen ongedaan te maken. De aanval had er niet toe geleid dat de Duitsers troepen aan Verdun onttrokken; alleen al daarom had het Russische offensief volledig gefaald.

Kort na het debacle bij het Narotsjmeer bereikte de Russen opnieuw een noodkreet, nu van de Italianen. De Russische reactie was in dit geval echter aanzienlijk effectiever: het Broessilow-offensief.

Bron: Meyers Lexikon, 1928; FirstWorldWar.com.

Lit.: Flex, W.: Die russische Frühjahrsoffensive 1916 [Der grosse Krieg in Einzeldarstellungen], 1919.

Afkomstig van WO1Wiki NL, de Vrije Encyclopedie. "http://forumeerstewereldoorlog.nl/wiki/index.php/Slag_bij_het_Narotsjmeer"
Personal tools