/** * */

Rudolph Berthold

Rudolph Berthold

Berthold met hond, op een ansichtkaart uit 1917
Namen voluit
Rudolph
Geboortejaar/datum
Ditterswind 24 maart 1891
Sterfjaar/datum
Hamburg 15 maart 1919
Eenheden (* = bevelhebber)
3e Brandenburger Inf.reg, FFA 223, KeK Vaux, *Jasta 4, Jasta 14, *Jasta 18, *Jasta 2,
Korte omschrijving
Duitse luchtaas met 44 overwinningen

Inhoud

Inleiding

Rudolph Berthold werd op 24 maart 1891 geboren in Ditterswind in Beieren als zoon van een houtvester. Zijn militaire carriëre begon in 1910 bij het 3e Brandenburger Infanterieregiment. Omdat het leven bij de landmacht hem niet beviel nam hij in 1913 op eigen kosten vlieglessen. Nadat hij in september van dat jaar zijn vliegbrevet No. 538 had gekregen werd hij bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog overgeplaatst naar de Luftstreitkräfte. Het eerste jaar vloog hij als verkenner bij FFA 23 in Halberstadt CL.II en DFW B.I verkenners. Bij dit werk kreeg hij het IJzeren Kruis, eerst 2e en daarna 1e klasse.

Vlieger

In september 1915 kwam hij bij de FFA 223, waar hij Hans-Joachim Buddecke ontmoette en vriendschap met hem sloot. Ze spraken af dat Buddecke zou gaan vliegen met de nieuwe Fokker Eindecker, terwijl Berthold zelf met de AEG G.II zou vliegen, een bommenwerper met twee schutters. Zo kwam Buddecke bij de eerste lichting Duitse luchtazen, waaronder Max Immelmann, Kurt Wintgens en Oswald Boelcke terecht. Op 2 oktober kwam Berthold terecht in een luchtgevecht met een Brits vliegtuig met duwpropeller, waarbij allebei zijn schutters het leven lieten, terwijl de Brit kon ontsnappen. Pas toen Buddecke werd overgeplaatst naar het Osmaanse Rijk kreeg Berthold zijn eigen Fokker Eindecker.

Aas

Toen hij in 1916 ingedeeld was bij het Kampfeinsitzer-Kommando Vaux raakte hij voor het eerst gewond toen hij crashte met zijn Pfalz E.IV. Hij was toen net aas met 5 overwinningen. Na zijn herstel boekte hij op 24 augustus zijn zesde overwinning, wat hem de Royal House Order of Hohenzollern opleverde. De volgende dag werd KEK Vaux omgedoopt tot Jasta 4, waarover Berthold het commando kreeg. De nieuwgevormde afdeling begon met een sterrenformatie: Hans-Joachim Buddecke, Wilhelm Frankl, Walter Höhndorf en Ernst von Althaus, allemaal toekomstige Azen. Berthold droeg het commando over aan Buddecke en vloog met het eskader tot hij op 16 oktober werd overgeplaatst naar Jasta 14. Toen zijn trein vertrok cirkelde zijn vriend Buddecke een ererondje.
Berthold bleef bij Jasta 14 tot mei 1917, toen hij gewond raakte bij een gevecht met een Britse verkenner. Hij liep een schedelbreuk, een bekkenbreuk, dijbeenbreuk en gebroken neus op! Hij voelde zich in augustus weer genoeg hersteld en kreeg op 12 augustus het commando over Jasta 18. De SPAD S.VII die hij op 21 augustus neerhaalde werd zijn 13e overwinning. Eind september kwam zijn aantal op 27, waaronder de Airco DH.5 van Captain Alwayne Loyd, die de crash niet overleefde. Op 2 oktober boekte hij zijn 28e overwinning, de laatste van 1917. Ondertussen was hij bij een luchtgevecht op 10 oktober ernstig gewond aan zijn rechter arm. Dit hield hem bijna een half jaar uit de pilotenstoel. Wel kreeg hij op 18 oktober de Pour le Mérite en werd bevorderd tot Kapitein. Hij kreeg morfine voor de pijn, maar hij weigerde een operatie omdat hij bang was dan afgekeurd te worden.

Berthold bij zijn Fokker D.VII in 1918
Enlarge
Berthold bij zijn Fokker D.VII in 1918

In maart 1918 kwam hij terug in actieve dienst en kreeg het commando over het Jasta 2. Alle andere piloten van Jasta 18 gingen over naar Jasta 15. Hij prefereerde de Pfalz D.III boven de Albatros D.V, waarmee de meeste anderen vlogen. Hij bleef vliegen, ondanks de pijn van zijn nog niet genezen verwondingen. Hij had zelfs nog een kogel in zijn rechter arm! Wel had hij steeds meer morfine nodig.
In mei 1918 arriveerden de nieuwe Fokker D.VII-vliegtuigen. Ze kregen allemaal een blauwe romp en rode neus, en Berthold liet er ook zijn persoonlijke wapen, een gevleugeld zwaard, op schilderen. . Met dit toestel behaalde hij op 10 augustus zijn laatste overwinningen door twee DH.4 bommenwerpers neer te schieten. Helaas kwam zijn toestel in botsing met het laatste slachoffer en stortte neer op een woning. Tot na de oorlog verbleef hij in een ziekenhuis.

Na de oorlog

Na de oorlog ontpopte Berthold zich tot een fanatiek nationalist. Hij sloot zich aan bij de anticommunistische Freikorpsen. Hij was begin 1919 de oprichter van het Fränkische Bauern-Detachement Eiserne Schar Berthold, dat 1200 man sterk was. In die rol nam hij deel aan demonstraties en gevechten met de communistische Radenkorpsen. Nadat hij had deelgenomen aan de, overigens mislukte, Kapp-Putsch in Hamburg werd hij daar tijdens rellen op 15 maart 1919 door communisten gedood. Over hoe dat gebeurde gaan tegenstrijdige verhalen om. Sommigen beweren dat zijn keel werd afgesnoerd door het lint van zijn Pour le Mérite. Zijn eerste grafsteen werd vernield; het opschrift zou geweest zijn: “geëerd door zijn vijanden, gedood door zijn broeders.”

Afkomstig van WO1Wiki NL, de Vrije Encyclopedie. "http://forumeerstewereldoorlog.nl/wiki/index.php/Rudolph_Berthold"
Personal tools