/** * */

Organisatie Duitse Leger (Divisie)

Dit artikel beschrijft de indeling van een Duitse divisie.


Inhoud


Algemeen

De divisie was een van de belangrijkste militaire organisaties. Door de samenstelling vormde de divisie in operationele zin een onafhankelijk geheel. In vredestijd en tijdens het eerste oorlogsjaar omvatte een divisie twee brigades infanterie met elk twee regimenten, een brigade artillerie, ook met twee regimenten, en een brigade cavalerie. Aan het geheel werden nog verschillende ondersteuningseenheden toegevoegd.

Geleidelijk werden de divisies teruggebracht tot een brigade met drie infanterieregimenten en een artillerieregiment met drie "Abteilungen" met elk vier stukken geschut. Abteilung III werd uitgerust met houwitsers.

Ook de taak van de cavalerie was tijdens de bewegingsoorlog van vitaal belang. Ze zorgde immers voor verkenning, beschermde de flanken van de oprukkende regimenten en kon dankzij opleiding en uitrusting bruggen herstellen of desnoods bouwen. Maar als legers genoodzaakt waren om elkaar vanuit de loopgraven te bestrijden werd de "bereden" cavalerie al vlug onbruikbaar. Haar diensten beperkten zich dan tot het escorteren van krijgsgevangenen, transporten en dies meer. Soms werden cavaleristen ingezet als "gewone" frontsoldaten terwijl hun paarden bij de immer met tekort kampende artillerie terecht kwamen. Andere eenheden kwamen aan het oostfront terecht waar nog wel eens behoefte was aan cavaleriecharges.

Op vredesvoet waren de Duitse legers 50 infanterie-divisies sterk.

  • Op 2 augustus 1914 waren er 51 Infanterie-, 31 Reserve-, 4 Landwehr-, 6 Ersatz-divisies 1
  • Op 1 januari 1915 waren er 51 Infanterie-, 54 Reserve-, 5 Landwehr-, 6 Ersatz-, 2 Marine-divisies en 10 in oprichting.
  • Op 1 januari 1916 waren er 78 Infanterie-, 54 Reserve-, 20 Landwehr-, 6 Ersatz-, 2 Marine-, 1 Jäger-divisie en 1 in oprichting.
  • Op 1 januari 1917 waren er 115 Infanterie-, 55 Reserve-, 25 Landwehr-, 7 Ersatz-, 2 Marine-, 2 Jäger-divisies en 1 in oprichting.
  • Op 1 januari 1918 waren er 140 Infanterie-, 55 Reserve-, 34 Landwehr-, 6 Ersatz-, 3 Marine-, 3 Jäger-divisies.


De divisie te velde (voorbeeld met Verdun, 1916)

De twee Duitse divisies die voor ons belangrijk zijn (Bois des Caures, Verdun, februari 1916) waren de 21ste en 25ste Divisie.


Indeling


21. Division, XVIII Armeekorps uit Frankfurt-Main
Brigade Infanterie
42 . Inf. Füs. Reg. "Von Gersdorff" Nr.80 Garnizoen

Wiesbaden en Homburg vor der Höhe

Inf. Reg. "Landgraf Friedrich I von Hessen-Cassel’ Nr.81

Garnizoen : Frankfurt a.M.

Nassauisches Inf. Reg. Nr.87

Garnizoen : Mainz

Artillerie
21 F.A. 1.Nass. F.A.R. Nr.27 "von Oranien"

Garnizoen : Mainz, Wiesbaden

2.Nass. F.A.R. Nr.63 "Frankfurt"

Garnizoen : Frankfurt, Mainz

Cavalerie
2.Nass. F.A.R. Nr.63 "Frankfurt"

Garnizoen : Frankfurt, Mainz

Diversen
Minenwerfer Komp. Nr.21
Telegraphen Komp. Nr.21
Pioniere Bat. Nr.21, 1ste en 5de Komp.

Garnizoen : Mainz-Kassel

Divisions-Brücken-Train Nr.21


25. Division XVIII Armeekorps uit Groothertogdom Hessen
Brigade Infanterie
49. Inf. Leibgarde-Inf. Reg. Nr. 115 Garnizoen : Darmstadt
Inf. Reg. "Kaiser Wilhelm" Nr.116

Garnizoen : Giessen

Leib-Reg. Grossherzogin Nr. 117

Garnizoen : Mainz

25 Artillerie
21 F.A. 1. Grossh. Hessen F.A.R. Nr.25

Garnizoen : Darmstadt

Nass.F.A.R. "Frankfurt" Nr.61

Garnizoen : Frankfurt, Mainz

Cavalerie
6de Dragonders Magdeburg

Garnizoen : Mainz

Diversen
Minenwerfer Komp. Nr.25
Telegraphen Komp. Nr.25
Pion. Bat. Nr.21, 2de Komp.

Garnizoen : Mainz-Kastel

Res. Pion. Komp. Nr.89
Pion. Komp. Nr.25
Divisions-Brücken-Train Nr.25


De twee divisies werden beschouwd als volwaardige tegenstanders met een energieke aanvalskracht en een verbeten standvastigheid in het defensief. Vanaf hun optreden tijdens de eerste Marneslag in 1914 tot aan het einde van de oorlog in 1918 zouden ze het etiket "eerste klas" blijven behouden.

Eén Duitse divisie omvatte in 1916 drie infanterieregimenten, twee artillerieregimenten, een cavalerieregiment bestaande uit drie eskadrons i.p.v. vier, enkele compagnieën loopgraafartillerie, Pioniere en Pontoniere, en verbindingstroepen.

In getallen betekent dit ongeveer 18.000 à 20.000 personen! Van deze massa waren er telkens een 2.000 man in de loopgraven aanwezig. Wanneer een offensief gepland werd of bezig was, was de volledige divisie in staat van alarm. In de rustige periodes werd de frontlijn minimaal bemand, gesteund door een evenredig aantal mitrailleurs. Het gros van het dienstdoende bataljon hield zich op in de ondersteuningslijn.

Opstelling

In aanvalsopstelling had een divisie vier bataljons in eerste lijn staan, wat inhoudt ongeveer 4.000 man op een front van 1700 tot 2500 meter. Een compagnie (circa 250 man) nam ongeveer 500 meter voor zijn rekening. In tweede lijn bevonden zich twee bataljons en in derde lijn nogmaals drie. Eén regiment (of vier compagnieën) werd in reserve gehouden. De artillerie stond opgesteld op een afstand die gelijk was aan een kwart van zijn schootsbereik. De diepte van het actieve gebied was bij benadering 10 kilometer.

Artillerie

In de eerste oorlogsmaanden van 1914 ondersteunde de artillerie het aanvallende voetvolk waar het nodig was. De Feld-Artillerie volgde de infanterie op de voet, de Fuss-Artilerie was hiervan vrijgesteld omdat ze vanuit een vaste positie rechtstreeks het vuur opende op het aanvalspunt. De doctrine van het Duitse leger voorzag geen tactische artillerie-reserve, omdat een niet gebruikt wapen een verloren wapen was. Bij de Slag bij Verdun hadden de Duitsers het systeem "de artillerie vernietigt en de infanterie bezet" uitgewerkt. Op 21 februari 1916, de eerste dag van het Verdun-offensief bestookten een 1.000-tal vuurmonden gedurende 8 uur het 12 km brede front. De stukken van 150 mm (of minder) en de Minenwerfer namen de loopgraven voor hun rekening; de kalibers 210 en 305 waren krachtig genoeg om de beschutting van de hoogstammige bossen tot nul te herleiden. De zware "jongens" zoals de 380 en 420 mm hadden tot taak de betonnen versterkingen, forten en aanvoerroutes voor de Franse reserve te bestoken. De vijandelijke batterijen kregen gasgranaten te verwerken, wat de overlevenden verplichtte om met het gasmasker op zwaar werk te verrichten, wat uiterst onaangenaam was. Naast vooruitgeschoven waarnemers werd het vuur ook geleid vanuit zes "Drachen".

Enkele cijfers: voor de veldkanonnen was het "dagrantsoen" ongeveer 300 granaten per dag, voor de houwitsers 400 stuks en voor de zwaardere kalibers 50 à 200 schoten. ( 1 dag = 24 uur = 1440 minuten). De Mörser-Minenwerfer beschikte in totaal over 107.000. Voor het transporteren van de dagelijkse hoeveelheid waren 213 wagens nodig met een laadvermogen van ongeveer 1 ton. Van Duitse kant werd berekend dat op het 260 vierkante kilometer grote slagveld van Verdun er per hectare 50 ton (50.000 kg ! ! !) staal werd uitgestrooid.

Het was een algemeen principe om tijdens een artilleriebarrage (barrage = spervuur) het vuur te staken. Dit moest de vijandelijke troepen doen geloven dat er een infanterieaanval op komst was. Wanneer de mannen daarna hun schuilplaatsen hadden verlaten werd met verdubbelde kracht opnieuw begonnen. Deze al te doorzichtige truc werd omzeild door steeds iemand op de uitkijk te plaatsen die alarm sloeg op het moment dat de stormloop begon. Een taak die pas tot een goed einde kon worden gebracht als de personen in kwestie over stalen zenuwen beschikten en ongelooflijk veel geluk hadden. Als de infanterie in actie kwam, werd het vuur verlegd naar de vijandelijke achterhoede.

Ten aanval

Bij het afgesproken signaal verliet het voetvolk de loopgraven om de vijandelijke stellingen te bezetten, althans in theorie. In de praktijk kwam het er op neer dat men in drie golven de in puin geschoten overkant benaderde. Tijdens een aanval had iedere eenheid (divisie, bataljon, sectie) een eigen taak. Eerst werd het vijandelijk garnizoen overrompeld en uitgeschakeld, schuilplaatsen werden opgeruimd en geschutsopstellingen (mitrailleurs, loopgraafgeschut) vernietigd. Een tweede taak was weggelegd voor ploegen, meestal bewapend met extra handgranaten, om haarden van verzet op te ruimen. De laatste en zeker niet onbelangrijkste taak was het veroverde terrein gereed te maken voor de verdediging, zodat een tegenaanval kon worden opgevangen. Iedere eenheid op zich was belast met het beschermen van zijn flanken. Een onbeschermde flank laat de vijand toe om in de achterhoede te infiltreren en zo de groep af te snijden van de hoofdmacht, met meestal een catastrofale gevolgen.


Bronnen

  • De organisatie van de Duitse legers, circa 1916. De ontplooiing van een divisie en inrichting van het terrein - Patrick De Wolf, 2002


Literatuur

  1. A Military Atlas of the First World War, Arthur Banks
  2. Casques a Pointe 1842-1918, Jean-Louis Larcade, Tome 1 & 2
  3. De complete geschiedenis van de 19e eeuw, Rebo Productions
  4. De complete geschiedenis van de 20e eeuw, Rebo Productions
  5. Death’s Men, Denis Winter
  6. Enseigment donné au C.I.S.L.A.A., Armée Belge, 1917
  7. Guide pour l’exécution des travaux de campagne par des troupes de toutes armes, C. I.S.L.A.G., Paris 1917. (Frans-Belgisch opleidingsboek)
  8. Handboek van den Onderofficier te Velde, Rouen FR, Belgisch Leger, circa 1917
  9. Handbook of the French Army 1914, Imperial War Museum London 1995
  10. Histories of 251 Divisions of the German Army which participated in the War 1914-1918
  11. Imperial German Army Handbook 1914-1918, D.B. Nash
  12. Instruction sur l’Organisation du Terrain à l’usage des troupes de toutes armes, première partie, Paris 1917
  13. L’instruction du Tir de l’Infanterie, Paris 1916
  14. Manuel a l’usage des Officiers de Compagnie d’Infanterie, Armée Belge, 1917
  15. Mauser Military Rifles of the World, Robert W.D. Ball
  16. Notes for Infantry Officers on Trench Warfare, London 1916
  17. Procédés pour l’Instruction du Tirailleur et des petits groupes de tirailleur, Paris 1916
  18. The Machine Gun, Purnell’s History of the World Wars
  19. The Price of Glory, Verdun 1916, Alistar Horne
  20. The Ypres Salient, Michael Scott
  21. Totale oorlog & Revolurionaire oorlog, Prof. Henri Bernard
  22. Trench Fortifications, a reference manual, Imperial War Museum London 1998
  23. Uniforms & Organisation of the Imperial German Army 1900-1918, F.J. Stephens & Graham J. Maddocks
  24. Verdun 1914-1918, Alain Denizot
  25. Verdun 1916, Jacques Péricard
  26. Verdun, Jacques-Henri Lefebvre
  27. Vuurwapens van1840 tot heden, J. Lenselink


Internet

  1. Das Deutsche Reich und sein Heer von 1914. http://home.t-online.de/home/deutschland14-18/drheer14.htm
  2. The Battle of Verdun – The Greatest Battle Ever, http://war1418.com/battleverdun/index.htm
  3. The French Army, 1914, by Mark Conrad, http://www.monmouth.com/user_pages/juneblum/FR1914.html
  4. German Army Ranks & Insignia, http://www.vidavision.com/hobbies/jviser/ranks.htm
  5. 14-18, La Der des Ders, http://www.1914-18.org/
  6. Histoire.Org, La Grande Geure, http://www.histoire.org/1gm/Articles/Index.htm
  7. Histoire.Org, La Grande Geure, Colonel Nicolas Lebel, http://www.histoire.org/1gm/Biographies/Lebel.htm
  8. La doctrine militaire française de 1871 à 1914 : considérations théoriques et matérielles par Carl Pépin, http://perso.club-internet.fr/gustave/doctrine_militaire.htm
  9. Le Canon de 75, http://www.chez.com/percuteur/index.htm
  10. La Grande Geurre, http://home.nordnet.fr/~hloridant/
Personal tools