/** * */

Organisatie Duitse Infanterie

Het grootste deel van het Duitse landleger werd gevormd door de Infanterie, de koningin van de slagvelden en begraafplaatsen.

De mannen werden ingedeeld in regimenten die in 1914 ongeveer 3.300 eenheden telden. Ieder regiment werd onderverdeeld in drie bataljons, genummerd I, II en III naast een regimentsstaf.

De regimentsstaf bestond uit vier officieren, 37 muzikanten en 12 soldaten verantwoordelijk voor een wagen en 16 paarden.

De bataljons werden gecommandeerd door een majoor, die vier kapiteins onder zich had (een per compagnie), 18 luitenants, een medisch officier met assistent, een betaalmeester en 1.054 onderofficieren en soldaten.

Aan elk bataljon werd een trein toegevoegd, bestaande uit 30 man, 58 paarden, vier munitiewagens, vier veldkeukens, vijf grote en vijf kleine bagagewagens en een medische wagen. Elk bataljon was nogmaals onderverdeeld in vier compagnieën, wat in totaal op twaalf per regiment neerkwam, genummerd van 1 tot 12. (Bijv. het 7/II 117 I.R. = 7de compagnie van het 2de bataljon van het 117 Infanterie Regiment). Eén compagnie bestond uit vijf officieren, 259 man, 10 paarden en vier voertuigen. De compagnie werd verdeeld in drie pelotons (Zug) bestaande uit vier secties (Korporalschaften) die op hun beurt waren onderverdeeld in twee groepen (Gruppe) van acht man onder bevel van een Gefreiter. Het standaard infanteriewapen van de Duitse soldaat was het Mauser-geweer model ‘98. Gewicht 4 kg, geladen met vijf patronen 7.92 x 57 mm en richtmiddelen tot 2.000 meter. Een geoefend schutter zal op 400 meter doeltreffend kunnen vuren, alle instructieboekjes vinden het schieten op grotere afstand onverantwoord.

De mitrailleurcompagnie

Ieder regiment had nog een 13de compagnie, die met het verstrijken van de oorlog steeds belangrijker zou worden, nl. de mitrailleurcompagnie. In 1914 bestond deze uit 4 officieren, 95 man troep, zes mitrailleurs, 87 paarden en 15 wagens. In augustus 1916 werd het aantal "Maschinen-Gewehre" in deze compagnie opgedreven tot 15. Later werden drie van deze compagnieën opgericht per regiment, dus een per bataljon met elk 6 wapens.

De belangrijkste Duitse mitrailleur was ongetwijfeld de Maxim 08 & 08/15. De versie 08 bestond uit het watergekoelde wapen, gewicht 15 kg gemonteerd op een affuit van 31 kg en een vuursnelheid van 600 p/m. Het model 08/15 was in feite een aangepaste versie van het voorgaande waarbij de voornaamste wijzigingen bestonden uit het plaatsen van kolf en trekkermechanisme en het vervangen van de zware affuit door een tweepoot. Het totale gewicht werd gereduceerd tot 11,5 kg en het vuurde evenals zijn grote broer met patroongordels van 250 x 7,92 mm. De vuursnelheid bleef ongewijzigd, alleen werd het wapen praktischer in gebruik en kon het met veel minder moeite tijdens een aanval verplaatst en gebruikt worden.

Nog later in de oorlog, begin 1917, werden de regimenten nog versterkt met loopgraafartillerie wat hun vuurkracht nog meer ten goede kwam.

Bronnen

  • De organisatie van de Duitse legers, circa 1916. De ontplooiing van een divisie & Inrichting van het terrein - Patrick De Wolf, 2002
Afkomstig van WO1Wiki NL, de Vrije Encyclopedie. "http://forumeerstewereldoorlog.nl/wiki/index.php/Organisatie_Duitse_Infanterie"
Personal tools