/** * */

Louis Franchet d'Espérey

Generaal Louis Felix Marie François Franchet d'Espérey (1856-1942) was tijdens de Eerste Wereldoorlog in actieve dienst van het Franse leger aan het westelijke en aan het Balkanfront.

Hij was een man van tomeloze energie maar die zich intimiderend gedroeg. Zijn onterechte bijnaam luidde "wanhopige Frankie". Van advies van zijn ondergeschikten trok hij zich niets aan. Zijn carrière kende hoogte- en dieptepunten, en leek in zeker opzicht op die van de Britse generaal Sir Edmund Allenby.

De oorlog begon voor hem bij het 1ste legerkorps dat deel uitmaakte van het 5de leger van generaal Charles Lanrezac bij Charleroi. Hij speelde een rol bij de succesvolle verdediging van de rechtervleugel van dit leger (waardoor hij bijdroeg aan de ontregeling van het Duitse Schlieffenplan) en kreeg zelf het bevel over het 5de leger toen Lanrezac als commandant werd ontslagen wegens gebrek aan offensieve daadkracht.

Zodoende was d'Espérey belast met de leiding van het 5de leger bij de beslissende eerste Slag aan de Marne in september 1914. De Franse overwinning daar was aanleiding voor zijn promotie tot bevelhebber van de oostelijke legergroep aan het westfront.

Bij Joseph Joffres zorgvuldig geregisseerde ontslag als opperbevelhebber in december 1916, toen de beroemde en geliefde commandant werd weggepromoveerd en tot maarschalk werd bevorderd, werd d'Espérey onmiddellijk genoemd als zijn vervanger. Maar d'Espérey was in de ogen van bepaalde, antiklerikale kringen in het leger te katholiek en de post ging naar Robert Nivelle, wat op een ramp zou uitlopen.

Benoemd tot commandant van de legergroep in Champagne toonde d'Espérey zich in de loop van 1917 even aanvalslustig als Joffre vóór hem. Dit bracht hem ertoe om orders voor een zogeheten "diepe elastische verdediging" tijdens het grote Duitse voorjaarsoffensief van 1918 te trotseren. Dientengevolge slaagden de Duitsers erin om in mei 1918 bij de Derde Slag aan de Aisne grote terreinwinst te boeken, waarvoor d'Espérey in belangrijke mate verantwoordelijk kan worden gesteld.

Het volgende bevel tot bloedvergieten na het fiasco bij de Aisne betrof d'Espéreys overplaatsing naar de slangenkuil die het oorlogstoneel van Saloniki was. Zoals Allenby voor hem (toen deze werd overgeplaatst van het westelijke front naar Palestina) veranderde d'Espérey de rampzalige situatie daar in een groot succes, zowel persoonlijk als in militair opzicht.

Hoe het ook zij, d'Espérey, die al vroeg een voorstander was van de geallieerde samenwerking aan het Balkanfront en die goed was ingevoerd in de plaatselijke politiek, zette al zijn energie en geestdrift in om de geallieerde operaties in het gebied vlot te trekken, en voerde vastberaden en met succes de strategie uit die door zijn voorganger, Adolphe Guillaumat, was voorbereid.

Dit resulteerde in het overweldigende geallieerde succes bij de Wardar in september 1918, dat Bulgarije tot een wapenstilstand dwong aan het eind van die maand.

Toen de oorlog was geëindigd bleef d'Espérey geallieerd commandant op de Balkan tot 1920. In 1922 werd hij bevorderd tot maarschalk van Frankrijk, en bleef in actieve dienst tot in de Jaren Dertig. In 1934 werd hij gekozen tot lid van de Académie française.

Hij overleed in 1942.

(Vertaling van: http://www.firstworldwar.com/bio/franchet.htm)

Personal tools