/** * */

Het Système de Bange

Tijdens de Frans-Pruissische oorlog (ook wel Frans Duitse oorlog genoemd) in 1870-1871. Werd de Franse artillerie danig overklast door de Duitse artillerie, één van de oorzaken dat Frankrijk de oorlog verloor.

De Franse kanons waren vooral het systeem "La Hitte" kanons wat een heel systeem van voorladers met getrokken loop omvatte. De kanons waren voorladers wat hun vuursnelheid duidelijk lager maakte dan de Duitse Krupp kanons met getrokken loop en achterladers. (overigens gebruikte Servië enkele kanonnen van dit systeem nog in de eerste wereldoorlog)

Na de oorlog werd dan ook besloten de Franse artillerie te voorzien van achterlader kanons. Eerst werd het Reffye systeem geadopteerd (1873, bronzen kanons van 138mm, 85mm en 75 mm, in de eerste wereldoorlog waren er nog hier en daar in forten te vinden, doch voor zover ik weet werd het niet in de strijd gebruikt) Maar dit werd al snel opgevolgd door het veel geavanceerdere "Système de Bange"

Colonel "de Bange" voerde vele verbeteringen door. Het belangrijkste was de invoering van het "De Bange obturatie pad" Dit is een systeem ingebouwd in het sluitstuk van de kulas dat een véél betere sluiting dan enig ander systeem bij het vuren bereikt. Lekken van de kulas waren immers het grootste probleem voor achterladers: Ze beperkten de hoeveelheid poeder in de verbrandingskamer en de resulterende steekvlammen uit het kulas waren een gevaar voor de geschutsbemanning. Het zogenaamde "de Bange" obturatie pad is nog steeds wereldwijd in gebruik.

De Duitsers die dit niet gebruikten, waren steeds verplicht een (korte) koperen huls te gebruiken om de goede sluiting van het kulas te verzekeren ook als de eigenlijke lading in zakken zat en niet in een obus. Het belang van deze goede obturatie kan gezien worden in het voorbeeld van de Royal Navy die reeds in 1860 achterladers in dienst nam (Armstrong 110 pdr) doch deze terug uit dienst moest nemen wegens onvoldoende sluiting van het kulas. Pas begin jaren 1880 toen de Royal Navy de "de Bange" pad invoerde stapte men eindelijk over op achterladers voor de scheepsartillerie. Alle scheepsartillerie met een Kaliber groter dan 155mm (behalve het Duitse) gebruikte het "de Bange" obturator pad tot het einde van het gebruik van zware scheepsartillerie.

Verder waren de lopen in staal uitgevoerd (Frankrijk was een pionier in de ontwikkeling van modern staal, deze technologische achterstand zou pas omstreeks 1895 door Krupp en Vickers worden ingehaald), wat zwaardere ladingen toeliet. Ook hadden de lopen een reputatie zéér nauwkeurig te zijn. Alle kanons "Système de Bange" waren stukken met vast affuit dwz zonder terugslagmechanisme. Dat betekende dat ze bij het vuren enkele meters achteruit sprongen en voor het volgende schot terug in positie moesten gerold worden en terug gericht op het doel (dit was niet zo'n nadeel want toen ze werden ingevoerd hadden alle land kanons dat, behalve kustverdedigingskanons en sommige kanons in forten).

Canon 155mm mle 1877 met terugloopwiggen en Cignoli (Bron: Les canons de la victoire 1914-1918 tome 1 1914-1918)
Enlarge
Canon 155mm mle 1877 met terugloopwiggen en Cignoli (Bron: Les canons de la victoire 1914-1918 tome 1 1914-1918)

Om de terugslag te verminderen werden drie hulpsmiddelen bedacht:

  • Ten eerste legde men achter de wielen van het geschut grote houten wiggen waar het geschut bij terugslag op liep en dan terug naar zijn positie rolde. Dit vermeed echter niet het herrichten van het kanon.
  • Ten tweede waren er de zogenaamde "Cignoli" of "pantoffels" (uitvinding van de Italiaan Bonagente). Dit waren rupsbandachtige addities die rondom de wielen werden gelegd om de terugslag te verminderen door de wrijving. Bovendien verzekerden ze door hun breedte dat het stuk beweeglijker was in moeilijk (vooral modderig) terrein. Ten derde waren de stukken in hun originele staat voorzien van houten platformen om op geplaatst te worden van 5 ton. Door gebruik van de Cignoli waren deze niet meer nodig en werd het stuk mobieler.
  • Ten derde waren er de wielen Delamare-Maze waarin veel rubber was verwerkt om de terugslag mede op te vangen. Ze waren ook bedoeld om hogere snelheden toe te laten voor gemotoriseerd transport. Deze wielen waren slechts een beperkt succes. Ze waren zeer zwaar en slechts matig effectief. Bovendien was er veel (duur) rubber nodig in hun constructie. Dit alles leidde ertoe dat deze wielen slechts beperkt zijn ingezet.

Een andere verbetering was de munitie. Door granaten met spitsere snuiten te maken en dus minder luchtweerstand kon de reikweidte verbeterd worden bv. 2800m voor het 90mm stuk en 2900m voor de 155mm L en 3200m voor het 120mm L kanon.

Doordat de Fransen zich vanaf 1897 op hun 75 mm kanon toelegden (Canon de 75 modèle 1897) en amper zware artillerie ontwikkelden, werden de "de Bange" stukken (waarvan er meer dan 10.000 in depots of forten stonden opgesteld) uit de reserve gehaald en terug in dienst geplaatst. Het feit dat de meeste typen "de Bange" stukken eigenlijk waren ontwikkeld als semi-statische fortificatie of belegeringsgeschut(behalve de 80mm en 90mm veld stukken) maakte niet zoveel uit gezien het statische character van het front na enkele maanden. Voor nog zwaardere kalibers vlakbaangeschut (boven 155mm) greep men terug op kustverdedigingsgeschut en scheepsgeschut dat men meestal op spoorwegaffuit plaatste)

De kanonnen Canon de 120 C modèle 1890 Baquet en Canon de 155 C modèle 1890 Baquet gebruiken identieke sluitstukken en ingekorte lopen van "de Bange" stukken en dezelfde munitie.

Het kwam zelfs zo ver dat men lopen van 155 mle 1877 de Bange in modernere affuiten inlegde wegens de goede ballistische kwaliteiten van de lopen (en om ontwikkelingstijd en kost te besparen natuurlijk)(Canon de 155 L modèle 1877/1914 de Bange sur affut Schneider). Ook andere stukken werden voorzien van verbeteringen voor de vuursnelheid en/of bewegelijkheid, doch deze zullen beschreven worden in de artikels over de stukken zelf. Ook werden nieuwe lopen voor deze kanonnen tijdens de eerste wereldoorlog gemaakt om uitgeschoten stukken te vervangen.Deze nieuwe lopen werden echter volgens een vereenvoudigde procedure gebouwd,en het is niet duidelijk of deze even goed waren als de originelen.

Op het einde van de eerste wereldoorlog was het 155mm kanon "de Bange" nog steeds het numeriekst sterkst vertegenwoordigde geschut in dit kaliber.

Het kwam zelfs zo ver dat stukken "de Bange" in de tweede wereldoorlog werden ingezet !

De Bange ontwikkelde een zogenaamd "systeem" van artillerie, met vele verschillende stukken , met ieder zijn specifieke rol. Deze waren:

De Mortier de 90 mle 1880 De Bange werd niet in productie genomen, wat spijtig was, omdat het perfect was om in de eerste wereldoorlog als loopgraafmortier te gebruiken (het ontwerp was ongeveer dat van het veel latere Matériel de 75 mm de tranchée modele 1915 type A Schneider (doch zonder traverse: eigenlijk kwam het overeen met het affuit zonder platform maar met een gewicht van slechts 155kg) en de vele improvisaties in het begin van de oorlog hadden kunnen vermeden worden.

Nog te vermelden is dat het Franse leger naast het gamma "de Bange" stukken ook nog één kanon van een andere ontwerper in productie nam: het Canon de 95 modèle 1888 de Lahitolle Lahitolle had een concurrerend systeem van artillerie ontwikkeld, doch het leger verkoos het "de Bange" systeem met uitzondering van de 95mm Lahitolle.

Afkomstig van WO1Wiki NL, de Vrije Encyclopedie. "http://forumeerstewereldoorlog.nl/wiki/index.php/Het_Syst%C3%A8me_de_Bange"
Personal tools