/** * */

Fokker E.I

Fokker Eindecker
Enlarge
Fokker Eindecker
Fokker E.II (Eindecker)
Omschrijving: eendekker
Gebouwd door: Fokker Aeroplanbau
Bouwjaar: 1915
Functie: jager
Max. snelheid: 140 km/u
Motor (type / vermogen): 1× Oberursel U I 9-cilinder rotatiemotor/100 pk (75Kw)
Plafond: 3.500 m
Actieradius: 1u 30min
Afmetingen (spanwijdte / lengte / hoogte) en

vleugeloppervlak:

9,5 m / 7,2 m / 2,8 m; 16 m²
Gewicht: 400 kg (leeg), 610 kg (max.)
Bemanning: 1
Wapensystemen: 1x (of 2x) LMG 08 7,92-mm machinegeweer
Aantal gebouwd: 416 (Alle versie's)
Gebruik: Luftstreitkräfte
Bijzonderheden:


De Fokker E (Eindecker = eendekker) van Anthony Fokker combineerde wendbaarheid met een gesynchroniseerd machinegeweer dat redelijk betrouwbaar was. Het originele Fokker M.5 prototype was eigenlijk een ruwe kopie van het vooroorlogse Franse Morane Saulnier Type H eendekker en werd voor het eerst gevlogen in 1914. Begin 1915 werd het toestel in productie genomen als de E.I. Fokker integreerde het LMG 08/15 7,92-mm machinegeweer met een mechanisch onderbrekingssysteem dat ontworpen was door de ingenieurs Luebbe, Heber en Lemberger. Fokker zelf maakte een paar demonstratievluchten bij operationele eenheden in mei 1915 en medio juli vlogen ongeveer elf piloten van Feldfliegrabteilung (FFA) 62 in Douai met de E.II, waaronder Leutnant Oswald Boelcke. Een andere piloot die spoedig daarna met het toestel leerde vliegen was Max Immelmann.

De E.I was een overgangstype dat met grote haast in productie was genomen. Het had een 60-k (80-pk) Oberursel rotatiemotor. Kort erop verscheen de E.II, die kleinere vleugels had om de snelheid te verhogen. Dit resulteerde er echter in dat het toestel moeilijker te besturen en minder populair was.

De belangrijkste versie was de Fokker E.III, waarvan de eerste exemplaren in augustus bij het in een Eindecker westfront aankwamen. Deze hadden een 75-kW (100-pk) Oberursel U I en het was achter de stuurknuppel van dit type dat piloten als Boelcke, Immelmann, Ernst von Althaus, Hans-Joachim Buddecke, Otto Parschau en Kurt Wintgens de legende creëerden over de onoverwinnelijkheid van de eendekkers.

E.IV versie

Een van de meest bekende foto's. Max Immelmann in zijn Fokker E.III
Enlarge
Een van de meest bekende foto's. Max Immelmann in zijn Fokker E.III

Er werd inderdaad een snel stijgend aantal overwinningen geboekt door de gevechtspiloten waardoor de mening over de Fokker - waar een aantal fatale crashes mee was gebeurd - moest worden bijgesteld. Een andere versie, de E.IV, werd in kleine aantallen geproduceerd. Dit type was voorzien van een 119-kW (160-pk) Oberursel rotatiemotor. Speciaal voor Immelmann werd een toestel geprepareerd met drie gesynchroniseerde machinegeweren.

Er wordt wel gezegd dat alleen doordat op 8 april 1916 een Fokker E.III intact in Britse handen viel, er een tegenhanger ontwikkeld kon worden om de 'Gesel van Fokker' te weerleggen. Dit was niet helemaal waar; de hegonomie van de Fokker was al in januari van dat jaar gebroken door de komst van de excellente Nieuport 11 en door de verschijning van de eerste D.H.2-eenheid van het RFC, No. 24 Squadron onder leiding van Lanoe Hawker.

Bovendien was de bewapening van de Fokker verre van betrouwbaar. De munitie was niet ideaal voor vliegtuiggebruik en het wapen zelf was gevoelig voor kou. Hoe het ook zij, de Eindecker was goed genoeg om bijna een jaar lang te heersen over Frankrijk, waarbij hij geducht huishield onder de B.E.2c eenheden van de RFC van het najaar van 1915 tot aan het voorjaar van 1916.

Afkomstig van WO1Wiki NL, de Vrije Encyclopedie. "http://forumeerstewereldoorlog.nl/wiki/index.php/Fokker_E.I"
Personal tools