/** * */

Eerste aanval vanaf een vliegdekschip

Sopwith Pup met slee-onderstel landt op de HMS Furious
Enlarge
Sopwith Pup met slee-onderstel landt op de HMS Furious
De hangar voor het L7 luchtschip in Tondern na de aanval
Enlarge
De hangar voor het L7 luchtschip in Tondern na de aanval
De Sopwith 2F1 Ship's Camel's paraat op de HMS Furious
Enlarge
De Sopwith 2F1 Ship's Camel's paraat op de HMS Furious

De Duitse luchtschepen vormden tijdens de Eerste Wereldoorlog een grote bedreiging voor Groot-Brittannië. Vooral het ministerie van de Britse Marine was bewust van het gevaar. De Britse marineluchtvaartdienst was op zoek naar een methode om Duitse doelen te bereiken, te vernietigen en terug te trekken. Deze aanval was vooral gericht op Duitse bases met luchtschepen aan de Duitse Noordzeekust. Een prima voorbeeld is de basis gelegen bij Tondern in Sleeswijk-Holstein die tijdens de winter van 1914-1915 werd gebouwd.

De eerste aanvallen op Luchtbasis Tondern

De eerste poging om de Duitse basis in Tondern te bombarderen, werd pas in 1916 ondernomen. De HMS Vindex vertrok uit Engeland en bereikte op 25 maart 1916 de kust van Sleeswijk-Holstein. De Vindex was voorzien van drie Short en twee Sopwith Baby watervliegtuigen. De vliegtuigen werden vroeg in de ochtend te water gelaten. Een hangar die vermoedelijk bij Hoyer lag moest worden opgespoord en gebombardeerd. De vijandelijke afweer van luchtdoelgeschut deed zich gelden en er waren vijandelijke jagers in de lucht. Er lag echter geen hangar in de buurt van Hoyer maar wel een in de buurt van Tondern. Een vlieger zag tijdens de heenreis een hangar en viel die aan. Hij keerde na de aanval (die mislukte) terug naar de Vindex om te rapporteren waar de hangar lag. Toen de vlieger de hangar aanviel, kwamen de bommen niet los door een defect aan het mechanisme. Drie van de vier overige vliegtuigen vielen in Duitse handen en waren spoorloos.

De Britten ondernamen een tweede aanvalspoging begin april 1916. Er waren 11 toestellen ingezet waarvan er slechts één Tondern bereikte. Ondanks het lossen van twee bommen van 30 kg, was er geen schade op de loods van het L 7-luchtschip. Twee jaar lang werd de derde aanval uitgesteld. Dit omdat de bommenwerpers geen voldoende bereik hadden en omdat de vliegdekschepen toen nog niet operationeel waren. De Britten meenden in het voorjaar van 1918 dat een aanval op Tondern mogelijk was. Oorlogsschepen werden zodanig verbouwd tot men een platform ontwikkelde waar vliegtuigen konden starten en later ook terug konden landen.

HMS Furious

De HMS Furious was een van deze schepen. De Furious had een startbaan van 90 meter lang bestaande uit hout en was voorzien met een aantal Sopwith 2F1 Ship's Camels. De Furious vertrok op 27 juni 1918 uit de haven van Rosyth. Door het slechte weer moest Furious terugkeren naar zijn basis. De tweede poging was in juli. De eerste aanvalspogingen van de vliegers op 17 juli 1918 mislukten door zware onweerbuien. Furious en een escorte slagschepen die Furious escorteerden, lagen op 19 juli 1918 128 km ten noordwesten van Tondern. Zeven van de acht Camels werden paraat gezet, elk met twee 22,7 kg bommen. De aanval gebeurde in twee golven; de eerste aanval met drie Camels. De Camels werden gevlogen door Kapitein-Vlieger W.D. Jackson, Kapitein-Vlieger W.F. Dickson en Luitenant-Vlieger N.E. Williams. De tweede aanval gebeurde met de overige vier Camels die werden bestuurd door Kapitein-Vlieger B.A. Smart, Kapitein-Vlieger T.K. Thyne, Luitenant-Vlieger S. Dawson en Luitenant-Vlieger W.A. Yeulett. De eerste groep vertrok van de Furious om 3.25 uur. De andere groep vertrok een kwartier later. De tweede groep bestond snel uit drie toestellen toen Kapitein-Vlieger Thyn een noodlanding moest maken op zee.

Personal tools