/** * */

Duitse luchtschepen bestoken Londen (1915)

Duits luchtschip beschiet Engelse kust
Duits luchtschip beschiet Engelse kust

Op 13 oktober 1915 stijgen 's middags de Duitse luchtschepen L 11, L 13, L 14, L 15 en L 16 op voor een aanval op Engelse doelen. Eigenlijk staat onder dekking van de nacht een aanval op Liverpool gepland, maar de wind is te sterk om dit afgelegen doel tijdig te bereiken. Besloten wordt in plaats daarvan Londen te bombarderen.

De zee wordt tijdens de overtocht afgedekt door grijze nevels, soms tot 1000 m hoogte. Ook elkaar kunnen de luchtschepen in de mist moeilijk waarnemen. In de motorgondels de machinisten en stokers, dik gekleed als poolreizigers. L 13, de aanvoerder van het eskader, meldt de anderen via de boordradio, dat de definitieve aanvalskoers oost tot noordoost is, de koers van de terugtocht noordoost. Langzaam wordt het donker, maar op de hoogte van de luchtschepen, 2000 m, blijft de zonsondergang, die de westelijke hemel in een gloed van felle kleuren zet, nog lang zichtbaar. Bij Winterton, even noordelijk van Great Yarmouth, zo is het plan, zullen ze de kust passeren en verder gaan over Norfolk, Suffolk en Essex naar Londen.

Het is 7 uur in de avond als de schepen op een hoogte van ca. 2500 m de Engelse kust naderen. In de gondels heerst stilte. In angstige spanning wachten de bemanningen af of ze opgemerkt zullen worden, of er granaten op hen zullen worden afgevuurd. L 16 is naar het zuiden afgedraaid, de overige schepen blijven bij elkaar. Dan meldt de uitkijk van L 15 dat er op het schip uiterst links wordt geschoten: ze zijn ontdekt! Schijnwerpers flitsen aan en tasten vanaf de grond het luchtruim af. Alhoewel het geluid van de motoren kan worden gehoord, zijn de luchtschepen zelf niet te zien. Het zijn viskotters of oudere torpedoboten, die op wacht liggen. Ze schieten granaten af, maar die ontploffen ver onder de luchtschepen.

Ineens is L 14 in lichtbundels gevangen. Er wordt geschoten, waarschijnlijk door geschutsbatterijen bij Norwich - die waren er bij eerdere raids nog niet, een ontdekking die onmiddellijk op de kaart wordt aangetekend - maar het luchtschip vliegt te hoog. Even verder doemt een stad op, onvoldoende verduisterd, buiten de stad ratelt luchtdoelgeschut, maar dit wordt al spoedig door grondnevels aan het oog onttrokken. De luchtschepen werpen lichtbommen uit om bestek voor de aanval te kunnen maken, maar die verdwijnen sissend in de diepte.

Het is al 9.15 uur in de avond en de Engelse hoofdstad is nog altijd niet in zicht. Eindelijk weerkaatst de hemel de honderdduizenden lichtjes van een grote stad: Londen. Tottenham en Kentish Town worden waargenomen, maar dan flitsen twee schijnwerpers aan. Onmiddellijk geeft de commandant van de luchtvloot, kapitein-luitenant Heinrich Mathy aan boord van L 13, opdracht brandbommen af te werpen, waarna de lichtbundels doven. Op ongeveer 400 m ligt de gebruikelijke smogsluier over de metropool. Op de grond naar boven turend is niets te zien, maar vanuit de luchtschepen ziet de stad eruit als een reliëfkaart: het stratennet compleet met voorsteden, de Theems, de parken. De zoeklichten beschrijven cirkels op de onderkant van het wolkendek, maar komen er niet door.

L 15, commandant kapitein-luitenant Joachim Breithaupt, draait naar links, naar het westen en loopt voor de wind naar het centrum van Londen. Aan bakboord is Hyde Park te zien, de longen van de miljoenenstad. Aan stuurboord slingert het zilveren lint van de Theems tussen de huizen door. St. James passerend wil het luchtschip tot de aanval overgaan maar hangt nu, gevangen in het licht van talloze schijnwerpers, boven de City. Alom klinken schoten van de luchtafweer en het ziet er naar uit, dat het luchtschip ieder ogenblik als een fakkel van laaiend vuur zal neerstorten. De explosies doen L 15 schudden, maar het schip wordt vooralsnog niet geraakt. De officier van de wacht staat bij de installatie, die de bommen moet loslaten, gereed om tot actie over te gaan.

In het oosten zweeft L 14 boven Woolwich en neemt de dokken en de pakhuizen onder vuur. In het noorden van de stad, in een inferno van explosies, maar weinig gehinderd door schijnwerpers, werpt L 16 zijn brisantbommen op fabrieken en spoorwegemplacementen. Bij Hampton, eveneens geketend aan stralenbundels, is L 13 bezig. Na de eerste aanval boven de Theems verschijnt ook L 14 weer, midden tussen ontploffende granaten, en strooit, gevolgd door het licht van 26 schijnwerpers in hoog tempo zijn brandbommen uit over Croydon, Battersea en Clapham, in de straten en op de pleinen van de stad een spoor van oplaaiende branden achterlatend. Of de bemanningen, die hun taak verrichten op de grens van leven en dood, zich iets gelegen laten liggen aan de ellende, die ze beneden aanrichten, moet worden betwijfeld.

Ineens een kreet aan boord van "L 15": "Vliegtuigen aan bakboord! Engelse jachtvliegers! Afstand 1000 m!" schreeuwt de matroos door zijn telefoon. "Ik zie de gloeiende uitlaatgassen. Ze komen steeds hoger!"
"Ballast uitwerpen!" brult de commandant. "Snel dan toch!" en L 15 schiet steil de hoogte in. Pas nadat werkelijk alle ballast is verwijderd komt het schip enigszins tot rust; de vliegtuigen kunnen deze hoogte niet bereiken en verdwijnen weer.
Om 10.20 uur 's avonds valt de eerste bom van L 15 op Charing Cross en het schip voert nu de geplande aanval systematisch uit. De route voert over Fleet Street in de krantenwijk Ludgate Hill tot aan de Bank of England, de straten staan in vuur en vlam.

Om 11 uur 's avonds komt de officier van de wacht de commandant melden dat L 15 zich van zijn bommenlast heeft ontdaan en deze geeft opdracht naar 3100 m te stijgen en de thuisreis te aanvaarden. Londen wordt al snel achtergelaten maar de stralenbundels van de zoeklichten blijven nog enige tijd zichtbaar. Hier en daar vuurt nog een batterij, juist op het moment dat L 13 zijn laatste bommen op de Victoriadokken laat vallen. Boven Ipswich gekomen laat L 15 nog vier bommen los, die in de uitwerpinstallatie waren blijven steken. Ze brengen een luchtdoelbatterij tot zwijgen.

De grote brand, die door Londen waart, kan nog lang door de Duitse luchtschepen, die nu alle op thuisreis zijn en door de voorzienigheid lijken gespaard, worden waargenomen. Tegen middernacht passeren de schepen de kust en verdwijnen in de dichte nevels, die boven zee hangen, onderling en met de thuisbasis radioberichten uitwisselend.

De officiële Duitse verklaring luidde:
"Binnen een tijdsbestek van nog geen drie uur is ongeveer 6100 kilo aan explosieve lading uitgeworpen, hoofdzakelijk op Londen en zijn op deze stad 157 brisantgranaten afgeschoten. Ofschoon de luchtschepen door de onverwacht warme temperatuur de vooraf berekende hoogten meestal niet hebben gehaald, konden ze door de sinds de laatste aanval aanzienlijk versterkte Engelse luchtafweer niet worden bereikt. Geen enkel luchtschip werd geraakt."

Het Londense dagblad The Times van 20 september 1920 meldde dat de aanval bijzonder effectief was geweest. Vooral de bommen van L 15 richtten volgens het bericht zware schade aan in het centrum van Londen. Het Lyceumtheater, de wijken Aldwych, Chancery Lane en Lincoln's Inn werden getroffen. Liverpool Street Station zou bijna volledig verwoest zijn, evenals vier kantoren bij Bishopsgate. In de Wood Street tussen de Bank of England en St. Paul's Station brandden huizen af, de Beurs en de Bank of England werden getroffen en in veel wijken ontstond brand en stortten huizen in.

Literatuur

  • Marine-Archiv (red.): Der Krieg zur See 1914-1918. Der Krieg in der Nordsee. Bd. 4. Berlin: E.S. Mittler & Sohn, 1924.
  • Busch, Fritz Otto/Gerhard Ramlow: Deutsche Seekriegsgeschichte. Gütersloh: C. Bertelsmann Verlag, 1940.
  • Botting, Douglas: De luchtsschepen. Amsterdam: Time-Life Boeken, 1981.
Personal tools