/** * */

Doveton Sturdee

Sir Frederick Charles Doveton Sturdee was een Britse marinecommandant uit de Eerste Wereldoorlog wie het geluk toelachte. Ondanks tegenslag aan het begin van de oorlog, wat er gemakkelijk toe had kunnen leiden dat zijn carrière voortijdig eindigde, werd hem een tweede kans geboden, die onverwacht in zijn voordeel werkte.

Sturdee werd geboren in Kent op 9 juni 1859 als oudste zoon van een kapitein. Van 1893 tot 1897 werkte hij bij de admiraliteit in Londen bij de dienst voor voorraden en materieel als torpedospecialist. Na enige tijd in den vreemde keerde hij terug bij de admiraliteit als onderdirecteur van de marine-inlichtingendienst, een functie, die hij tot 1902 vervulde. Daarna werd hij benoemd tot chef-staf van Lord Charles Beresford, de opperbevelhebber van de Britse Middellandse Zeevloot.

Nadat hij in 1906 was onderscheiden met de CVO (Commandant in de Orde van Koningin Victoria) werd Sturdee een jaar later commandant van de HMS New Zealand bij de Channel Fleet, even voordat hij vlagofficier zou worden. In 1910 kreeg hij het bevel over het 1ste slageskader, en in 1912 over de kruisereskaders van de Home Fleet.

1913 was een succesvol jaar voor Sturdee. In juni werd hij "King's Commissioned Officer" en in december bevorderd tot vice-admiraal. In juli 1914 werd hij toegevoegd aan de staf van de opperbevelhebber van de Royal Navy, prins Louis van Battenberg om deze van advies te dienen nu de oorlog dreigde. Algemeen werd hij echter ongeschikt geacht voor zijn nieuwe functie en zijn rol was spoedig uitgespeeld. De oorlog was inmiddels ontbrand en de pijnlijke nederlaag die de Britten bij Coronel was toegebracht door het kruiserkader van admiraal v. Spee leidde tot Sturdees vervanging.

In oktober 1914 was admiraal Fisher teruggekeerd als chef-marinestaf als gevolg van het terugtreden van Battenberg (die vanwege zijn Duitse afkomst was weggejaagd door de pers). Fishers baanbrekende veranderingen bij de marine waren voor de oorlog door Sturdee bekritiseerd, en van Fisher was bekend dat hij geen hoge dunk had van Sturdees kwaliteiten. Sturdees carrière leek dan ook voorbij.

Doch in de nasleep van Coronel wierp Fisher Sturdee de reddingslijn toe. Hij kreeg het bevel over een machtig eskader dat tot taak had de schepen van v. Spee op te sporen en te vernietigen. Tot Sturdees eskader behoorden de twee moderne, snelle slagkruisers Inflexible en Invincible en vijf andere kruisers.

Sturdees achtervolging van v. Spee was tamelijk omslachtig en vrat energie. Zijn eenheid had voor onderhoud de Falkland-Eilanden aangedaan en was begin december aan het bunkeren toen v. Spees eskader zelf verscheen bij de Falkland-Eilanden, met de bedoeling de eilanden te beschieten (volgens andere lezingen om te bunkeren).

v. Spee miste een uitgelezen kans om de Britse schepen aan te vallen toen ze nog in de haven lagen, concludeerde voor een overmacht te staan en koos voor de vlucht, maar Sturdees schepen waren minstens zo snel als die van v. Spee en al snel ontbrandde op 8 december 1914 een zeeslag tussen de twee vloten, de Slag bij de Falkland-Eilanden.

Sturdee vernietigde alle schepen van v. Spee, op één na. Spee zelf ging ten onder met zijn vlaggenschip Scharnhorst. Bij Sturdee sneuvelden vijf man en er waren 16 gewonden; van de Duitsers verdronken ongeveer 2.000 man.

Sturdees enorme overwinning was nogal fortuinlijk tot stand gekomen en hem op een presenteerblaadje aangereikt, maar herstelde het vertrouwen dat de bevolking in Engeland in de Royal Navy had. Uit erkentelijkheid mocht Sturdee zich "Sir" noemen.

Belangrijker was dat de vernietiging van het eskader van v. Spee het vertrouwen van de Duitsers om de Britten onder gelijke omstandigheden aan te kunnen, een knauw had gegeven. Maar hetzelfde gold voor de Britten bij Coronel, wat tot gevolg had, dat - met uitzondering van Jutland - acties op grote schaal door beide partijen voor de rest van de oorlog werden vermeden, hoewel Duitsland daar wel het meeste nadeel van ondervond.

In februari 1915 kreeg Sturdee het commando over het vierde eskader van de slagvloot van de Grand Fleet, dat hij aanvoerde tijdens de Slag bij Jutland in juni 1916 onder het opperbevel van Sir John R. Jellicoe. Misschien was "Jutland" geen tactische, maar dan toch een strategische overwinning van de Britten, hoewel het voor het Britse publiek en de Britse politici een teleurstelling was. Sturdee liet zich daarna horen als een van de voornaamste critici van Jellicoes bevelvoering tijdens de slag.

Toen Jellicoe in december 1916 promoveerde tot chef marinestaf, werd verwacht dat zijn plaats als commandant van de Grand Fleet naar Sturdee zou gaan, die bovendien de voorkeur genoot van koning George V zelf. Maar Sturdee werd niettemin gepasseerd en de benoeming ging naar David Beatty. Sturdee kreeg verder geen belangrijke positie meer toevertrouwd tijdens de oorlog.

In mei 1917 werd Sturdee admiraal en bleef bij het 4de eskader totdat hij in februari daarop werd aangewezen als opperbevelhebber van het steunpunt bij de Nore. Hij behield die functie tot 1921 toen hij werd benoemd tot "Admiral of the Fleet" (een erefunctie) en geridderd werd.

Na de oorlog volgde Sturdee Battenberg op als president van de Vereniging voor Nautisch Onderzoek en zette zich in voor de restauratie van Nelsons oude vlaggenschip, de Victory.

Sir Doveton Sturdee overleed thuis in Camberley, Surrey, op 7 mei 1925. Hij werd 65 jaar oud.

(Grotendeels vertaling van: http://www.firstworldwar.com/bio/sturdee.htm)

Afkomstig van WO1Wiki NL, de Vrije Encyclopedie. "http://forumeerstewereldoorlog.nl/wiki/index.php/Doveton_Sturdee"
Personal tools