/** * */

De ontsnapping van Eugène Gilbert

Inhoud

Inleiding

De Franse vlieger Eugène Gilbert werd in juli 1915 geïnterneerd in Zwitserland, nadat hij door problemen met zijn brandstof daar een noodlanding had moeten maken. De voorgeschiedenis kan gevonden worden in het artikel over Eugène Gilbert als vlieger. Gilbert zat geïnterneerd in een hotel in het Zwitserse Hospental, dichtbij Andermatt en de St Gotthardpas. Met hulp van een in Genève wonende landgenoot lukte het hem aan zijn internering te ontsnappen en terug te keren naar Frankrijk.
Het relaas van zijn ontsnapping, opgetekend door A. Bontemps, verscheen op 1 oktober 1915 in het tijdschrift "Lectures pour tous". Het is niet bekend of Bontemps zelf de helper was.

Hoe ik in contact kwam met de gevangene

Toen ik hem de eerste keer ontmoette op 24 juli, had hij de Zwitserse militaire autoriteiten aangeschreven om hen te vragen hem vrij te laten in ruil voor een soortgelijke maatregel voor een Duitse officier, en hij wachtte op antwoord. "Als ze weigeren”, zei hij, “zal ik een ontsnapping moeten voorbereiden." Na zijn belofte dat hij me op de hoogte zou houden van zijn plannen nam ik afscheid van hem.

Toen ik een paar dagen later een brief van hem kreeg om mij te informeren dat zijn verzoek was afgewezen en hij me wilde spreken, begreep ik dat er niets anders opzat dan naar hem toe te gaan. In Genève was mijn eerste gedachte om dadelijk via de telefoon contact met hem op te nemen om een afspraak te maken over een geheime bijeenkomst, want ik kon hem werkelijk niet in zijn hotel ontmoeten zonder slapende honden wakker te maken. Ik moest voorzichtig zijn. Ik hield er rekening mee dat zijn telefoongesprekken meer of minder afgeluisterd werden. Alleen geheimtaal kon ons alle nodige discretie bezorgen. Dat deed ik.
"Hallo! Gilbert? “ “Wel, hoe gaat het er mee?” “Neen! Blijkbaar kom je te weinig buiten. Wandelingen zouden een goede afleiding zijn.” “Maar er zijn leuke plekken bij de rivier. Pluk bloemen terwijl je de Marseillaise fluit. Dat zal je geest bezig houden.” Zijn antwoord liet mij geen twijfel. Hij had het begrepen. Zijn "Ik ga morgen" sprak boekdelen. Ik had dus geen tijd te verliezen. Ik vertrok nog die zelfde avond.

We smeden het ontsnappingsplan

Een beetje vermomming leek me toch wel noodzakelijk. In dit bergachtige land waar het toerisme in zwang is wordt de gewone "burger" vreemd aangekeken als hij niet voor de gelegenheid gekleed is. Omdat het niet het moment was om door zo’n zeef te gaan, zorgde ik ervoor helemaal in het decor te passen. En zo kwam ik, enigszins vermomd, via de schilderachtige Gotthard-route op de afgesproken plaats aan.

Onopvallend keek ik uit naar Gilbert. Het fluiten van de Marseillaise liet me begrijpen waar hij precies stond – in een bos; ik ging vol vertrouwen die kant op en ik ontmoette hem.

Hij legde vervolgens uit dat zijn voorstel om vrij te komen in ruil voor een zelfde maatregel voor een moffen-officier niet was ingewilligd - Duitsers worden daar helemaal niet vastgehouden – en dat hij alleen nog hoop had zijn vrijheid terug te krijgen door te ontsnappen. Toen zei hij: "Als ik uw medewerking en uw toewijding krijg, zal ik morgenochtend beginnen met het intrekken van mijn belofte dat ik in zal sturen naar de Zwitserse Generale Staf, en we zullen Zondag voor de dageraad proberen te ontsnappen. Gaat u accoord? " Zonder aarzeling antwoordde ik," Ja! "Wat is een Fransman die, zonder schaamte, tegenover deze dappere man, van wie de grootste gedachte was om zijn land weer te dienen - terwijl hij in leven rustig het einde van de oorlog kon afwachten - de moed zou hebben te weigeren, zelfs maar te aarzelen?

Ik legde hem dus het plan voor dat ik al langer had bestudeerd met het oog op deze gelegenheid. Hij verliet zich erop. We spraken een nieuwe ontmoeting af voor de volgende dag waarop ik hem kleren en andere nodige zaken moest geven, en we namen afscheid.

Laatste voorbereidingen

Ik keerde terug naar Genève. Ik deed al mijn aankopen, niet zonder een dappere medewerker te verwonderen, die het waarschijnlijk vreemd vond dat ik kleren wilde die voor mijn lengte te groot waren en ik nam de trein naar Goeschenen, want de tijd drong. Ik dacht erover de diligence naar Hospenthal te nemen, want ik was moe van al die reizen, maar ik moest dat idee laten varen. Toen ik wilde instappen merkte ik de hotelbaas van Gilbert op, en omdat hij me zou kunnen herkennen was het beter voor mij om de Tantaluskwelling te ondergaan. Ik legde dus voor de tweede keer de weg te voet af.

Toen ik aankwam bij de afspraak had Gilbert al een tijdje op me gewacht. Nadat ik hem de toeristenkleding had overhandigd en onmisbare zaken voor zijn camouflage, troffen we onze laatste voorzieningen, maar niet voordat we hadden besloten dat onder geen beding geweld te gebruiken. We gingen uit elkaar. We moesten elk weer de weg op, de ontsnapping was begonnen.

Gilbert, die de meegebrachte kleding onder zijn uniform had verborgen, ging terug naar zijn hotel, en ik ging naar Andermatt, waar ik, gewoon om de tijd te doden, een onbelangrijk café in ging. De ruimte was vol met soldaten. Ik had goed gekozen! Mijn komst werd echter nauwelijks opgemerkt, omdat alle aandacht ging naar een pianist - zelf soldaat-, die met opmerkelijke virtuositeit, allerlei soorten nummers speelde.

De tijd vliegt als men naar muziek luistert. Toen ik het cafe verliet, nog gewiegd door het ritme van een mooie wals, besefte ik dat ik er twee uren had doorgebracht.

Sterke emoties en op weg

Eugène Gilbert na zijn terugkeer uit Zwitserland
Enlarge
Eugène Gilbert na zijn terugkeer uit Zwitserland

De regen en wind raasden. Het kwam ons goed uit, ik had niet te klagen. Ik kwam op tijd aan op mijn positie - een spoordijk tegenover de kamer door Gilbert - en ïnstalleerde me min of meer. Meerdere malen heb ik zo goed mogelijk de omgeving van het hotel onderzocht in deze donkere nacht,. Er leek niets verdachts te zijn. Ook hoefde ik, toen de het afgesproken uur aanbrak, geen teken te geven. Het was voor Gilbert tamelijk veilig en, natuurlijk zonder geluid, kon hij met behulp van een touw door het raam glijden. Ik kon hem niet zien, want de nacht was donker. Slechts een licht geruis deed me begrijpen dat de operatie moest worden afgerond. Ik ging de weg op en ontmoette hem daar. Ik kon hem nauwelijks herkennen. Voor extra veiligheid gingen we echter een bosje in - in plaats van ons gebruikelijke rendez-vous - en daar keek ik, bij het licht van een kleine zaklantaarn, of alles in orde was. Alleen zijn baard verontrustte mij een beetje. Die was zwart en ik dacht dat ze een te sterk contrast vormde met zijn bleke huidskleur. Hij stelde me gerust zo goed hij kon en we namen de weg naar het station. Eerst kwamen we drie officieren tegen die op weg waren naar de kazerne. Zouden ze ons aanspreken? Vergeefse angst. Ze bemoeiden zich minder met ons dan wij met hen..

De eerste emotie, en niet de minste, was voor ons bestemd na een half uur, bij een kruithuis langs de weg.

Toen we daar aankwamen beval een schildwacht ons te stoppen. Gilbert, die een beetje achter me liep, kwam dichterbij, waardoor de schildwacht dacht dat we van plan waren zijn bevel te negeren. Zo werd het commando voor de tweede maal, en luider, gegeven. Omdat we helemaal geen derde wilden, schreeuwde ik: "Ja!" Toen werd order gegeven dat we dichterbij mochten komen. Wat zou er gebeuren?
Is het deze nerveuze spanning waardoor ik verkeerd heb geoordeeld? Toch had de schildwacht een ongunstige indruk op mij gemaakt. Op zijn verzoek moesten we het doel van onze aanwezigheid uitleggen op die plaats en op dat uur. Ik moet zeggen dat we de exacte reden niet opgaven. Wat we hem verteld hebben? Ik weet het niet meer. Deze dappere soldaat vond onze uitleg kennelijk voldoende, want toen hij onze namen, voornamen etc. etc , had genoteerd konden we onze reis voortzetten.
We werden nog tweemaal aangehouden. Eenvoudige militaire formaliteiten, omdat we niet eens werden ondervraagd. Toen we bij het station kwamen met een lichte voorsprong op het vertrek de trein, en omdat het heftig bleef regenen zochten we beschutting onder een afdak. Wij zaten daar rustig, vol vertrouwen dat we de moeilijkste uren van deze ontsnapping achter ons hadden, toen het gestamp van laarzen onze vrede verstoorde. In minder tijd dan ik nodig heb om te schrijven, had Gilbert zich verstopt in een kruiwagen en ik achter een kar. Het was een patrouille. Ze ging voorbij.
Toen ze weg was gingen we weer op weg naar het station. We kwamen aan toen de trein er nog niet was. Zo waren we gedwongen, zeer onaangenaam, te wachten. Inderdaad, een politieagent liep over het perron te ijsberen. Zou hij Gilbert herkennen?

Dat gebeurde niet. Toen de trein aankwam, sprongen we behendig in de eerste wagon en hadden het geluk in het halfduister twee plaatsen te vinden, die ons leken te verwachten.

De trein vertrok. Dit was de laatste grote emotie van onze tocht. Twee uur later arriveerden we in Luzern, waar de auto stond te wachten om ons naar Genève te brengen. Onderweg veranderde Gilbert volledig. De bebaarde tourist werd nu een pas geschoren automobilist die, met de kaart in de hand, aangaf - hoe accuraat! - welke weg te nemen.

Aangekomen in Genève, namen we gewoon even de tijd om ons bij vrienden te wassen en om te kleden, en aan de oever van het Meer van Genève namen we de tram. Een half uur later waren we in Annemasse. "Frankrijk! "Zei Gilbert.

Verder konden we niets zeggen, de emotie overviel ons. Dat was alles. De rest is bekend.


Bron: Vertaald uit A. Bontemps, 'L'Evasion de Gilbert' http://www.greatwardifferent.com/Great_War/Great_War_Great_Escapes/Gilbert_01.htm

Personal tools