/** * */

De aanvallen op de Dodengang van mei 1916

De muizenval aan de Dodengang met een demarcatiepaal.
Enlarge
De muizenval aan de Dodengang met een demarcatiepaal.
Sinds 1 mei 1915 waren slechts 70 doden gevallen bij het Belgische 2de linieregiment. Dit stond geschreven in het dagboek van een Belgische dokter aan het IJzerfront op 30 april 1916. Hij kon niet weten dat twee dagen later de hel zou losbarsten in en rond Kaaskerke
De ruiterschans op de dodengang
Enlarge
De ruiterschans op de dodengang
aan het Ijzerfront op 30 april 1916, waar hij gelegerd was.

2 mei was immers de eerste dag van een lange reeks aanvallen en bombardementen. De Duitsers hadden hun oog laten vallen op de beruchte dodengang. Dat was niet verwonderlijk omdat ze, als ze eenmaal ze de dodengang zouden veroveren, ze het hele omliggende loopgravennetwerk van de Belgen zouden kunnen ontwrichten. De Belgen waren niet zo op hun hoede, want de voorbije dagen hadden verscheidene verkenningspatrouilles niets verdachts waargenomen bij de Duitse sector. Op 2 mei waren ze dus enorm verrast toen een hels bombardement losbarstte en de Duitse infanterie verschillende Belgische stellingen aanviel. De dodengang werd daarbij enorm geviseerd. De dag na de aanval werd het voor generaal Bernheim zeer druk. Hij stuurde onmiddellijk meer vuurkracht naar de dodengang om de vijandige artillerie het zwijgen op te leggen. De soldaten kregen extra handgranaten en de orders om ze bij een eventuele aanval, samen met hun pistolen en bajonetten, te gebruiken om hun loopgraaf tot de laatste man te verdedigen. Als de Duitsers toch een doorbraak zouden forceren, moesten de machinegeweren en de reservesoldaten in de Ruiterschans het van hen overnemen om de Duitsers te verjagen. Na nog meer afgeslagen aanvallen werd op 12 mei door vijandig vuur bijna twintig meter van de dodengang vernield. Terwijl de Belgen aan de ene kant van het puin zich klaar begonnen te maken voor een aanval konden de Duitsers aan de andere kant een voor een binnendringen. In het daaropvolgende gevecht gooiden de Belgen een honderdtal handgranaten. Dit was blijkbaar niet genoeg om de Duitsers uit te schakelen, want ze bleven nog dagenlang hun deel van de dodengang bezetten. Na nog eens vier dagen van heen-en-weer schieten tussen de Belgische Mortier van Deuren en de Duitse Minenwerfer werd het weer betrekkelijk rustig in Kaaskerke. In de daaropvolgende periode vielen bijna geen doden meer te betreuren, behalve drie onfortuinlijke ontmijners die het leven lieten bij het ontmantelen van een Duitse bom. De Duitsers en de Belgen lieten elkaar nu met rust, ze hadden er namelijk een gemeenschappelijke vijand bijgekregen: de mug.

Bronnen

  • bewerking van Koning Albert en zijn soldaten door Luc Vandeweyer.
Personal tools