/** * */

De Havilland Airco DH.9

De Havilland Airco DH.9
Omschrijving: tweedekker
Gebouwd door: Aircraft Manufacturing Company (Airco)
Bouwjaar: 1916
Functie: jager
Max. snelheid: 198 km/u (boven zee)
Motor (type / vermogen): 1× Packard Liberty 12 V-type / 420 pk (313 kW)
Plafond: 5000 m
Actieradius: km
Afmetingen (spanwijdte / lengte / hoogte) en

vleugeloppervlak:

14,01 m / 9,22 m / 3,45 m; 40,03 m²
Gewicht: 1,014 kg (leeg), 1773 kg (max.)
Bemanning: 2
Wapensystemen: 1 tot 2 cal .303 Lewis en 290 kg aan bommen
Aantal gebouwd: Meer dan 4000 (Alle varianten)
Gebruik: Royal Flying Corps, Afghanistan, Australië, België, Canada, Chili, Estland, Indië, Griekenland, Koninkrijk Hedjaz, Ierland, Letland, Nederland, Nieuw-Zeeland, Peru, Polen, Roemenië, Spanje, Zuid-Afrika, Zwitserland, Verenigde Staten
Bijzonderheden: Ook gekend als De Havilland 9

De De Havilland Airco DH.9, na de oorlog bekend als de de Havilland 9, was een Britse bommenwerper die in 1916 werd ontworpen door Geoffrey de Havilland en gefabiceerd door de Aircraft Manufacturing Company. Het was een tweedekker ontwikkeld als opvolger van de reeds succesvolle Airco DH.4.

De DH.9 had de identieke vleugels en staart van de DH.4, maar kreeg alleen een nieuwe romp. De piloot zat dichter bij de schutter en zat verder van de motor en de kwetsbare brandstoftank. De andere grote verandering ten opzichte van de DH.4 was de keuze van de veelbelovende nieuwe BHP / Galloway Adriatische motor, met een vermogen van 300 pk. Het eerste prototype was een omgebouwde DH.4 en vloog voor het eerst in juli 1917. Helaas bleek de motor niet ideaal te zijn en behaalde maar 230 pk vermogen. Dit had een drastisch effect op de prestaties van het vliegtuig, vooral bij grote hoogte. Het toestel bleek inferieur aan de DH.4 die het moest vervangen. Er werden heel wat varianten ontwikkeld, elk met een andere motor. Met name de Siddeley Puma, met Fiat-A12-motor en met een Napier Lionmotor. Toch bleek geen van deze wijzigingen geslaagd te zijn. Dit resulteerde in zware verliezen voor squadrons uitgerust met de DH.9, met name aan het westelijk front. De DH.9 werd al gauw opgevolgd door de Airco DH.9A, met een krachtiger en betrouwbaarder motor. Alhoewel, ondanks zijn slechte prestatie, werden van de DH.9 ruim 3000 exemplaren gebouwd. Daarnaast waren er talrijke varianten (Zie verder tekst).

Operationele Geschiedenis

De eerste leveringen vonden plaats in november 1917 aan de 108 Squadron RFC. Langzaam werden talrijke eskaders aan het westelijk front tegen juni 1918 voorzien van DH.9-exemplaren. De eerste inzet van de DH.9-toestellen bleek een ramp te zijn, met zware verliezen vanwege de slechte motor en andere fouten. Bijvoorbeeld verloren het 99 Squadron RFC en de 104 Squadron RFC tussen mei en november 1918 54 neergeschoten toestellen en nog eens 94 defecte toestellen. De DH.9 boekte succes tegen de Ottomaanse luchtmacht in het Midden-Oosten, die minder sterk was en ze werden ingezet voor kustpatrouilles.

In 1919 werden de DH.9-toestellen van de 47 Squadron en het 221 Squadron naar Rusland gezonden, ter ondersteuning van de Wit-Russische leger van generaal Denikin tijdens de Russische Burgeroorlog. De laatste inzet door de RAF was ter ondersteuning van de campagne tegen Mohammed Hassan Abdullah (ook bekend bij de Britten als de “Mad Mullah”) in Somalië, in de maanden januari en februari van 1920. In 1920 werd de DH.9 uiteindelijk uit dienst genomen. Ook kwam een groot aantal overtollige DH.9s beschikbaar tegen lage prijzen en werd het type op grote schaal geëxporteerd (met inbegrip van vliegtuigen gedoneerd aan de Commonwealth-landen, als onderdeel van het Imperial Giftprogramma. Ook werden heel wat exemplaren gebruikt als lijnvliegtuig en transportvliegtuign. Ze hadden een nuttige ladingcapaciteit en waren goedkoop in het gebruik. Vroege luchtdiensten tussen Londen, Parijs en Amsterdam werden geëxploiteerd door DH.9s in eigendom van Aircraft Transport and Travel. Een aantal verschillende conversies voor burgerlijk gebruik werden uitgevoerd door Airco en zijn opvolger de de Havilland Aircraft Company en door andere bedrijven.

De Zuid-Afrikaanse luchtmacht bemachtigde 48 DH.9s die op grote schaal werden gebruikt bij de opstand in 1922. Verschillende Zuid-Afrikaanse vliegtuigen werden voorzien met nieuwe Bristol Jupiter radiatormotoren. Tot 1937 was de DH.9 in dienst bij de Zuid-Afrikaanse luchtmacht.

Varianten

  • DH.9: standaard variant.
  • DH.9A - ook bekend als de "Nine-Ack", werd ontworpen voor Airco door de Westland Aircraft die voorzien werd met een Amerikaanse Liberty L-12 400 pk motor.
  • DH.9B - Omgebouwd als passagiersvliegtuig. 1 piloot en twee reizigers.
  • DH.9C - Omgebouwd als passagiersvliegtuig. 1 piloot en drie reizigers.
  • DH.9J - Een aangepast ontwerp dat voorzien werd van een 385 pk Armstrong Siddeley Jaguar III- radiaalmotor, als lesvliegtuig werd gebruikt door de De Havilland School of Flying.
  • DH.9J M'pala I - Voorzien met een 450 pk (336 kW) Bristol Jupiter VI-radiaalmotor, werd gebruikt door de Zuid Afrikaanse luchtmacht.
  • M'pala II - Voorzien met een 480 pk Bristol Jupiter VIII radiaalmotor, werd gebruikt door de Zuid Afrikaanse luchtmacht.
  • Mantis - Voorzien van een 200 pk Wolseley Viper motor, werd gebruikt door de Zuid-Afrikaanse luchtmacht.
  • Handley Page HP.17 - Een DH.9 experimenteel toestel uitgerust met een sleufvleugels
  • Engineering Division USD-9 - In licentie gebouwd door de Verenigde Staten.
Afkomstig van WO1Wiki NL, de Vrije Encyclopedie. "http://forumeerstewereldoorlog.nl/wiki/index.php/De_Havilland_Airco_DH.9"
Personal tools