/** * */

David Beatty

David Beatty (foto ca. 1900)
David Beatty (foto ca. 1900)

Sir David Beatty, Earl of the North Sea and of Brooksby (1919), *Borodale (Ierland), 17 jan. 1871, †Londen, 11 mrt. 1936, Engels admiraal, trad in 1884 in dienst bij de Royal Navy.

Inhoud

Vroege carriere

  • In 1897 kreeg hij het commando over een torpedobootjager en was adjudant van Lord Kitchener (in recentere tijden vooral bekend uit de verhalen van slager Jack Jones in de televisieserie "Dad's Army") tijdens diens expedities in de Soedan (1897-99). Evenals zijn latere superieur admiraal Jellicoe nam hij deel aan acties van de marine tegen de Boxeropstand in China (1900). In 1910 werd Beatty vice-admiraal.

Bevelhebber van het Slagkruiserescader

  • In de Wereldoorlog was hij aanvankelijk bevelhebber van het Engelse slagkruiser-eskader, dat tegen de Duitsers vocht in de Slag bij de Doggersbank (1915) en leidde hij met zijn smaldeel in de strijd tegen de Duitse slagkruisers de Slag bij Jutland (1916) in. Tijdens beide zeeslagen zijn zijn acties en de door hem geven bevelen bevelen nog steeds zeer controversieel, en het is wordt tegenwoordig over het algemeen aangenomen dat zijn door zijn bevelen (meestal het ontbreken ervan, en soms gewoonweg domme fouten) in de Slag bij de Doggersbank de Britse marine een grote overwinning misliep (door verkeerde signalen te geven liet hij het toen enorm inferieure en tragere Duitse slagkruisereskader ontsnappen) Tijdens de slag bij Jutland vervulde hij zijn taak eigenlijk niet doch was op zoek was naar persoonlijke glorie. (zie onder)
  • Het slagkruisereskader was niet gebaseerd in Scapa Flow, waar hij onder rechtstreeks commando van de door hem gehaatte Jellicoe zou staan, doch echter in Rosyth, wat hij gedaan kreeg van politici om verlost te zijn van Jellicoe (zie onder). Een ander voordeel dat in tegenstelling tot het afgelegen Scapa Flow zijn vrouw (in dienst van zijn carriëre) in Rosyth een sociëty gebeuren kon uitbouwen. (zie onder over Beatty en de politiek). Ook hoopte hij vanuit Rosyth Duitse vlooteenheden onderscheppen voor Jellicoe vanuit het veel noordelijker gelegen Scapa Flow kon tussenkomen.
  • Beatty was uit op agressieve taktieken en verwaarloosde vaak zijn primaire opdrachten om persoonlijke glorie na te streven. Ook was hij ondermaats in zijn communicatie naar de kapiteins van zijn smaldelen toe. Hij nam meestal gewoon aan dat ze in de slag wel zouden zien wat het vlaggeschip deed en daarnaar zouden handelen. Toen hij net voor de slag bij Jutland het 5de slagshipeskader onder zijn bevel kreeg bovenop het slagkruisereskader.(dit was op dat moment het sterkste slagschipeskader in de Britse vloot bestaande uit de met 380mm kanons bewapende Queen Elisabeth klasse slagschepen , die ondanks hun zware bewapening en bepantsering , bijna de snelheid van de traagste slagkruisers haalden, op deze vuurkracht hadden de Duitsers geen antwoord) Pleegde hij amper overleg met de commandant van dit eskader over zijn gebruikelijke taktieken en wat hij nu juist van het 5de slagescader verwachtte, met als gevolg dat dit eskader tijdens het grootste deel van de slag bij Jutland buiten vuurbereik bleef en eigenlijk evengoed thuis had kunnen blijven. Erger nog, door de gebrekkige communicatie tussen Beatty en Thomans-Evans (bevelvoerder 5de eskader) liep dit eskader bijna in de val en werd door de hele Duitse vloot aangevallen, waarbij één schip de Warspite bijna verloren ging.
  • Terwijl Jellicoe in Scapa-Flow zijn vloot in optimale conditie hield en stond op voortdurende vuuroefeningen, liet Beatty zijn escader eigenlijk maar gewoon in de haven liggen met een minimum aan oefeningen. Dit verschil toonde zich in de slag bij Jutland waar het aantal treffers per verschoten granaat veel hoger was bij de Home Fleet dan bij het slagkruisereskader.
  • Beatty was enorm ambitieus en een "glamour boy" die zijn eigen uniformen (buiten de regels) liet ontwerpen. Hij had steeds kritiek op zijn superieur, de meer voorzichtige John R. Jellicoe. Hij was via zijn vrouw, die een bekende figuur was in het society leven, goed bevriend met belangrijke politici en hoge marinepieten. Zijn doel was de hoogste post: First Sea Lord (opperbevelhebber van de Britse marine)

De slag bij Jutland

  • Tijdens de slag bij Jutland waren zijn prestaties eigenlijk ondermaats en negeerde hij zijn belangrijkste taak: het localiseren van de Duitse vloot en de positie doorgeven aan Jellicoe. (dit was de reden van bestaan van het slagkruisereskader)
  • Reeds vroeg in de slag kwam hij in contact met het Duitse slagkruisereskader onder leiding van de efficiënte Franz Hipper en viel dit natuurlijk onmiddellijk aan.

Doch zijn eskader was zo slecht geoefend, dat het nog steeds probeerde in positie te maneuvreren terwijl de Duitse schepen reeds in perfecte formatie op hun doelen begonnen te schieten. Hierdoor gooide hij één van zijn voordelen weg: het langere bereik van de artillerie van zijn slagkruisers. Ook werden deze al getroffen in deze fase en waren al beschadigd nog voor ze het vuur konden openen. Ook wachtte hij niet op het 5de slagschipeskder met zijn enorme vuurkracht, dat slechts minuten verwijderd was.

  • In de resulterende achtervolging (de Duitse schepen deden alsof ze op de vlucht waren), verloor hij eerst twee schepen door magazijnexplosies (dit kan men hem moeilijk aanwrijven) en deed zijn beroemde uitspraak: (die overigens historisch allerminst vaststaat): "There seems to be something wrong with our bloody ships today" (Er schijnt vandaag iets mis te zijn met die verd… schepen van ons).
  • Hipper had echter een doel: hij lokte het slagkruisereskader recht in de handen van de volledige Duitse vloot. De onstuimige Beatty liep in de val doch even overwoog hij de volledige Duitse vloot aan te vallen en vuurde wat salvos af, maar zag daar gelukkig toch van af en zwenkte weg. Hij had nu eindelijk zijn taak vervuld: het vinden van de Duitse vloot, maar gaf de positie niet aan Jellicoe door !! (wat hem eigenlijk een plek voor de krijgsraad had moeten bezorgen) Desondanks wist de efficiënte Jellicoe zijn vloot, dank zij de signalen van zijn eigen scherm van lichtere schepen, in een perfecte positie te plaatsen voor een vuurgevecht met de Duitse vloot, die prompt op de vlucht moest slaan.

Bevelhebber van de Grand fleet

  • In 1916 verving hij Jellicoe als bevelhebber van de Grand Fleet. Raar genoeg was hij in de bevelvoering van de Home Fleet nog voorzichtiger dan Jellicoe was en gebruikte deze nog amper in operationele taken. Blijkbaar drukte de last om Groot-Britanniës belangrijkste wapen (John Arbuthnot Fisher had ooit eens ,naar waarheid, gezegd dat de bevelhebber van de Grand Fleet de enige man was die de oorlog voor Groot Britannië op één middag kon verliezen) in handen te hebben toch op zijn "flair".

Na de eerste wereldoorlog

  • Van 1919 tot 1927 was hij First Sea Lord. In 1921 woonde hij als Engels gedelegeerde de maritieme ontwapeningsconferentie in Washington bij. In tegenstelling tot zijn omstreden prestaties bij het bevel ter zee, bleek hij een gewiekst onderhandelaar en een sterke bureaucraat en lobbyer.

Dank zij zijn inbreng kwam de Britse marine tot een versie van het verdrag van Washington die haar het beste voordeel opleverde (Groot Brittannië mocht bijvoorbeeld als enige land twee nieuwe slagschepen bouwen, het mocht de Hood (die veel groter was dan het verdrag toeliet) behouden, en de vliegdekschepen die de marine reeds had gebouwd (Argus, Furious, Hermes en Eagle) werden als "experimenteel" geklasseerd zodat deze op elk moment door nieuwe vervangen mochten worden) . Ook zorgde hij ervoor in deze tijd van ontwapening en bezuiniging na de eerste wereldoorlog, dat hij van de politici steeds genoeg fondsen wist los te peuteren om de Britse marine als een eersteklas zeemacht in stand te houden en bijvoorbeeld een aantal nieuwe, sterk nodige, kruisers kon bouwen. Verder was hij gebrand op nieuwe technische ontwikkelingen en was vooruitziend bij de ontwikkeling van nieuwe scheepstypes, wapens en taktieken.

  • Toch is er een smet op zijn blazoen in de naoorlogse periode: Na de oorlog werd er een officieel rapport over de slag bij Jutland door een admiraal (Weymiss) geschreven. Als First Sea Lord had Beatty natuurlijk als eerste inzage in het manuscript en verwierp dit omdat zijn rol in de slag nogal kritisch werd beschreven (waarschijnlijk met recht). Toen de schrijver weigerde de door Beatty geëiste veranderingen aan te brengen, liet deze laatste het manuscript vernietigen en een meer plooibare admiraal een nieuwe versie schrijven die hoogst kritisch was op Jellicoe en vol lof over de daden van Beatty.
  • In 1919 werd hij in de adelstand verheven als: 1st Earl Beatty, Viscount Borodale and Baron Beatty of the North Sea and Brooksby.
  • Hij overleed in 1936 niet lang na zijn op pensioen stelling. Vanwege de vernederende houding die hij tegenover de Duitsers had ingenomen toen de Duitse Vloot in Scapa Flow werd geïnterneerd en de harde behandeling van de mannen aan boord van die vloot (die bv lage rantsoenen van inferieure kwaliteit kregen (die dan nog door Duitsland zelf moesten worden aangevoerd), en amper post mochten versturen en ontvangen), weigerde de Duitse marine een hoge functionaris te sturen naar zijn begrafenis.

Literatuur

  • Chalmers, W.S.: The life and letters of David, Earl Beatty. London: Hodder & Stoughton, 1951.
  • R. Massie, Castles of steel.
  • J. Cambell, Jutland, an analyses of the fighting.
Afkomstig van WO1Wiki NL, de Vrije Encyclopedie. "http://forumeerstewereldoorlog.nl/wiki/index.php/David_Beatty"
Personal tools