/** * */

Dada

Dada werd in 1916 in Zürich opgericht door een groep kunstenaars rond de dichter Tristan Tzara, Hans Arp, Hugo Ball en Richard Hülsenbeck, Sophie Taüber, Otto van Rees en Marcel Janco. De Franse kunstenaar Marcel Duchamp had er reeds een aanzet toe gegeven toen hij het Fietswiel op een Tabouret als kunstwerk presenteerde, met de vraag: „Kan iemand werken maken, die geen kunstwerken zijn?” De leden van de groep verspreidden hun manifesten onder de naam dada. De oorsprong van die naam is onzeker. Arp zei in 1921 over het ontstaan van de naam: „Ik verklaar hierbij dat Tzara het woord dada is bedacht op 6 februari 1916, om 6 uur ’s avonds. Ik was erbij met mijn twaalf kinderen toen Tzara het woord voor het eerst uitsprak... het gebeurde in Café de la Terrasse in Zürich, en ik droeg een broodje in mijn linker neusgat.”

Dada heeft slechts kort bestaan, maar haar invloed is groot geweest, vooral in de beeldende kunst, het theater, de poëzie en grafisch ontwerp. Het hoogtepunt van de beweging ligt tussen 1916 en 1920. Na de Eerste Wereldoorlog werden Berlijn, Keulen en Parijs nieuwe centra, met George Grosz, André Breton, Paul Éluard en Louis Aragon als belangrijke nieuwe vertegenwoordigers.

In 1916 woedde de Eerste Wereldoorlog in alle buurlanden van Zwitserland. Dienstweigeraars, kunstenaars en intellectuelen vluchtten naar steden als Genève en Zürich. Voor de 200.000 inwoners van Zürich ging het leven gewoon door, ook toen in 1916 bij Verdun en aan het Russische front honderdduizenden jongemannen sneuvelden. Bovendien waren de kunstenaars veelal vreemden, emigranten met een eigen vriendenkring. Tussen de meer dan 50.000 andere vluchtelingen in de stad vielen ze amper op.

De in Arnhem geboren Johan Ephraim had in de Spiegelgasse het café-restaurant Meierei gekocht, dat hij de Holländische Weinstube noemde. Er was een zaaltje met ruimte voor een man of vijftig, waar hij al eens het literaire cabaret Pantagruel had laten optreden. Dit was hem zo goed bevallen, dat hij nu wel iets zag in het voorstel dat Hugo Ball hem in januari 1916 deed om er dagelijks, behalve op vrijdag, een artistiek en literair cabaret te houden. Ball zou voor het programma zorgen en de extra omzet was voor de cafébaas.

Op 3 februari 1916 schrijft de Neue Zürcher Zeitung onder het kopje ‘Cabaret Voltaire’: „Onder deze naam heeft zich in de zaal van de Meierei aan de Spiegelgasse een gezelschap jonge kunstenaars en schrijvers gevestigd, wier doel het is een middelpunt voor kunstvermaak en geestelijke uitwisseling te zijn.” Tijdens de dagelijkse bijeenkomsten zullen de als gasten aanwezige kunstenaars hun werk voordragen. „Iedereen is welkom en de opening is aanstaande zaterdag 5 februari”, besluit het artikeltje.

Enkele jaren geleden wilde de eigenaar, een Zwitsers verzekeringsbedrijf, het zevenhonderd jaar oude pand rigoureus verbouwen. De alternatieve scene van Zürichse krakers en kunstenaars greep in, bezette het gebouw op 2 februari 2002 en hield er drie maanden lang neo-dadaïstisch huis met feesten en internationale optredens en exposities. De oprichter van het horlogemerk Swatch en daarna ook de burgemeester van Zürich begrepen de boodschap en zorgden voor het geld om van de oude ruimtes een cultureel centrum te maken dat in september 2004 opende. De geplande appartementen op de hogere etages zijn wel gerealiseerd.

‘Cabaret Voltaire’ staat er nu met zwarte letters op de crèmekleurige gevel van het hoge, wat gebogen hoekhuis in een middeleeuws winkelstraatje zonder veel bravoure. „In diesem Haus wurde am 5. Febr. 1916 das Cabaret Voltaire eröffnet und der dadaismus begründet”, staat op een door Arp ontworpen gedenkschild naast de deur.

In de zomer van 2007 is er weer een echte rel veroorzaakt: er werden T-shirts te koop aangeboden met beelden van de RAF (Baader/Meinhof groep), die overigens alleen te verkrijgen zijn na het beantwoorden van vijftig vragen.

Dada's absurdisme is rechtstreeks te verklaren als een reactie op de gebeurtenissen in de Eerste Wereldoorlog, waarin
- soldaten zich begraven om te overleven
- soldaten met bommen gaan vissen
- een dode postduif posthuum het Légion d'Honneur kreeg
- de Britse opperbevelhebber vlak voor het debacle bij de Somme verklaarde dat "het prikkeldraad nog nooit zo goed geknipt was".

Als voorzetting van de beweging kan de Provo-beweging in de jaren '60 van de twintigste eeuw beschouwd worden en ook de humor van Monty Python wordt ermee in verband gebracht.

Weblinks

Afkomstig van WO1Wiki NL, de Vrije Encyclopedie. "http://forumeerstewereldoorlog.nl/wiki/index.php/Dada"
Personal tools