/** * */

Conrad von Bülow-Bothkamp

Conrad von Bülow-Bothkamp

Conrad von Bülow-Bothkamp als huzaar
Namen voluit
Conrad
Geboortejaar/datum
26 juni 1895, Schloss Bothkamp
Sterfjaar/datum
11 augustus 1918, Abö (Finland)
Eenheden (* = bevelhebber)
Jasta 18, Jasta 14, Jasta 19
Korte omschrijving
Duitse piloot

Inleiding

Conrad von Bülow-Bothkamp (* 26 juni 1895 Schloss Bothkamp (Sleeswijk-Holstein), + 11 augustus 1918 Turku Zweeds: Åbo) (Finland)) was een Duitse soldaat en later piloot die tijdens de Eerste Wereldoorlog vocht. Hij was de derde zoon uit een gezin van vier kinderen. Alle vier zonen hebben tijdens de Eerste Wereldoorlog voor hun land gevochten. Hij en twee van zijn broers sneuvelden tijdens de Eerste Wereldoorlog. Zijn broers waren Frederick (gesneuveld als luitenant bij de grensgevechten in augustus 1914), Walter (neergeschoten in januari 1918 bij St Juliaan) en Harry, die als enige beide wereldoorlogen overleefde. Hij had ook nog eens drie zussen. Elisabeth, Agnes en Caroline.

Carrière

Nadat hij in augustus 1914 op de middelbare school een nood-eindexamen had afgelegd nam hij samen met zijn broer Walter dienst bij het 17e Braunschweigische Husaren-Regiment (bijgenaamd de Totenkopf-Husaren naar de muts). In maart 1915 werd hij naar het front gestuurd bij Altkirch in de Elzas. Al spoedig meldde hij zich vrijwillig bij de Infanterie, en later bij de artillerie in de Champagnestreek. Samen met zijn broer Walter meldde hij zich in juni 1915 aan bij de Luftstreitkräfte. Beiden kregen hun vliegopleiding bij de 5e reserve-vliegafdeling in Hannover. In januari 1916 werd hij ingedeeld bij een afdeling voor luchtwaarneming bij het 4e leger. In juni van hetzelfde jaar werd hem het IJzeren Kruis der 1e klasse verleend. Dit bracht hem geen geluk: in dezelfde maand werd hij tijdens een luchtgevecht zwaar gewond. Tot januari 1917 werd hij in verscheidene ziekenhuizen rerevalideerd, maar aan het schot in zijn bovenbeen hield hij een klapvoet over. Toch kwam hij weer in actieve dienst. In maart 1917 werd hij ingedeeld bij Jasta 18, waar sinds december 1916 ook zijn broer Walter diende. Van september 1917 tot januari 1918 diende hij bij Jasta 14. In januari 1918 werd hij korte tijd commandant van Jasta 19 nadat zijn broer Walter was gesneuveld. Op persoonlijk bevel van keizer Wilhelm II werd hij vrijgesteld van frontdienst, omdat hij als erfgenaam van het familiebezit werd beschouwd. Toch werd hij in april 1918 weer in dienst geroepen, al wat dat niet aan het front. Hij werd naar Finland gezonden om de Finse luchtmacht naar Duits voorbeeld te helpen organiseren. Hij was directeur van de vliegersschool in Abö tot 11 augustus 1918, toen zijn watervliegtuig kort na de start neerstortte. Hij overleefde ditmaal het ongeval niet. Daarna werd zijn jongste broer Harry uit de frontdienst gehaald. Deze laatste zou niet alleen deze, maar ook de Tweede Wereldoorlog overleven en na 1918 voor een gemeenschappelijk graf zorgen waarin hij als laatste werd bijgezet.

Bron: Vertaald en bewerkt uit http://www.frontflieger.de

Personal tools