/** * */

Albatros D.II

Albatros D.II
Enlarge
Albatros D.II
Twee D.II's. We kunnen vaststellen dat het linker toestel de D.II is van Josef Jacobs is, herkenbaar door de initialen KOBES en werd gebouwd door LVG. De rechter is een door Albatros gebouwde D.II. De piloot is onbekend
Enlarge
Twee D.II's. We kunnen vaststellen dat het linker toestel de D.II is van Josef Jacobs is, herkenbaar door de initialen KOBES en werd gebouwd door LVG. De rechter is een door Albatros gebouwde D.II. De piloot is onbekend
Albatros D.II
Omschrijving: Duitse tweedekker
Gebouwd door: Albatros, LVG & Oeffag
Bouwjaar: 1916
Functie: Jachtvliegtuig
Max. snelheid: circa 180 km/u
Motor (type / vermogen): 1x Mercedes D.III 6-cilinder lijnmotor (160 pk / 117 kw)
Plafond: 5000 m
Actieradius: 1u 50 min
Afmetingen (spanwijdte / lengte / hoogte) en

vleugeloppervlak:

8,52 m / 7,40 m / 2.59 m; 23 m²
Gewicht: 637 kg (leeg), 890 kg (max.)
Bemanning: 1
Wapensystemen: 2x 7,92 mm lMG 08/15 machinegeweren
Aantal gebouwd: 279 gebouwd door drie fabrieken. Het aantal per fabriek: zie tekst
Gebruik: Luftstreitkräfte, K.u.k. Luftfahrtruppen en het Ottomaanse luchtmacht. Na de oorlog werden toestellen gebruikt door de Polen.
Bijzonderheden: De cijfers hierboven zijn cijfers van de Albatros versie. Tenzij het word aangegeven.

De Albatros D.II is een Duits gevechtsvliegtuig dat werd ingezet tijdens de Eerste Wereldoorlog. Het was een ontwerp van Robert Thelen en Schubert. De D.II was een verbeterde versie van de D.I. De Albatros D-serie bestond uit de Albatros D.I, D.II, D.III, D.IV, D.V en de D.Va (enkel de Albatros D.XI behoorde niet tot de serie) en waren een enorme verbetering tegenover de oudere ontwerpen van Fokker en Halberstadt.
Ze hadden een puntige neus en een gladde sigaarvormige romp uit multiplex, die aerodynamisch gunstiger zijn. De D.II had een stabilo van de Albatros C.III en een kielvlak dat eerder werd toegepast op de Albatros C.V. De motor van de D.II was een enkele watergekoelde 160 pk Mercedes D.III 6-cilinder lijnmotor. De D.I was voorzien van twee verschillende motoren, waaronder de 160 pk Mercedes D.III 6-cilinder lijnmotor. Deze motor had geen directe luchtstroom nodig om afgekoeld te worden, zodat de neus compleet dicht kon zijn met de puntige kap.
Het toestel had voldoende kracht om voorzien te worden met twee 7,92 mm lMG 08/15 machinegeweren die door de propeller heen schoten. De enige aanpassingen tussen de vleugels van de D.I en de D.II was de bovenste vleugel van de D.II, die werd verlaagd. Hierdoor had het toestel een hoogte tot 2,59 m i.p.v. 2,95 m. De toestellen werden in 1916 in productie genomen, waarvan 200 exemplaren werden gebouwd door Albatros en 75 door LVG in licentie. Ook de Oostenrijkse-Hongaarse Oeffag bouwde de D.II in licentie voor de K.u.k. Luftfahrtruppen. Slechts 16 exemplaren werden gebouwd, toen ging men over naar de D.III. Deze werden voorzien van een 185pk zware Austro-Daimler lijnmotor en een Teves und Braun radiator die op de bovenvleugel werd geplaatst. Die is herkenbaar door de bult in de vleugel.
In september 1916 werden de Fokkers en de Halberstadt D.II's van de Luftstreitkräfte uit het front teruggetrokken omdat ze te traag of verouderd bleken te zijn. Ze werden vervangen door de Albatros D.I en de D.II. In totaal kwamen 250 Albatros D.I en D.II's in dienst van de Luftstreitkräfte. Tot november 1917 bleven de toestellen in dienst, naast de inmiddels veel meer D.III en D.V's die in december 1916 en mei 1917 in dienst werden genomen. Nadat de geallieerden de luchtoorlog begon te winnen, herstelden de Duitsers opnieuw de luchtoorlog door inzet van de Albatros D-serie.

Albatros azen

Aanvullen mag altijd.

Afkomstig van WO1Wiki NL, de Vrije Encyclopedie. "http://forumeerstewereldoorlog.nl/wiki/index.php/Albatros_D.II"
Personal tools