/** * */

Émile Driant

Inhoud


Biografie

Émile Driant (1855-1916)
Enlarge
Émile Driant (1855-1916)
Luitenant-kolonel Driants commandopost in het Bois des Caures.
Enlarge
Luitenant-kolonel Driants commandopost in het Bois des Caures.
Op de plaats waar Driant sneuvelde is nu een monument geplaatst.
Enlarge
Op de plaats waar Driant sneuvelde is nu een monument geplaatst.
Op de plaats waar Driant eerst begraven was, is nu een leeg graf.
Enlarge
Op de plaats waar Driant eerst begraven was, is nu een leeg graf.
Het huidige graf van luitenant-kolonel Emile Driant.
Enlarge
Het huidige graf van luitenant-kolonel Emile Driant.
In het dorpje Vacherauville dat dichtbij het Bois des Caures ligt bevindt zich nog een monument voor Driants Chasseurs.
Enlarge
In het dorpje Vacherauville dat dichtbij het Bois des Caures ligt bevindt zich nog een monument voor Driants Chasseurs.

Émile Driant werd geboren op 11 september 1855 in Neufchâtel-sur-Aisne. Hij besloot in 1870, na de Franse nederlaag in Sedan, om een militaire carrière na te streven. In oktober 1875 ging hij naar Saint-Cyr en kwam in 1877 bij het 54e R.I. Bij dat regiment deed hij vooral cartografisch werk en diende aan de oostelijke grenzen van Frankrijk. Daar leerde hij ook het leven aan het front.

In maart 1883 werd hij geplaatst bij het 4e Regiment Zouaves in Tunesië, en daar officier onder de beruchte generaal Boulanger, die toen commandant bij die divisie was. Driant volgde Boulanger tot in Parijs toen deze minister van Oorlog werd. In 1888 trouwde Driant met Marcelle Boulanger, dochter van generaal Boulanger.

In 1892, toen Driant gepromoveerd werd tot kapitein, was hij al goed bekend vanwege zijn positie als Boulangers assistent bij het ministerie van Oorlog, zijn huwelijk en zijn eerste boeken. Hij was erg geïnteresseerd in de technologische vooruitgang zoals de ballonvaart en de fiets en probeerde of deze voor militaire doeleinden gebruikt konden worden. Als auteur was hij ook erg actief, schreef vele artikelen in tijdschriften, recensies en een aantal novellen. Hij schreef deze onder het pseudoniem 'Capitaine Danrit' (de letters van 'Driant' in een andere volgorde) en publiceerde een aantal zeer populaire werken voor jongeren in de stijl van Jules Verne. Driant wilde daarmee bereiken dat het patriottische gevoel onder jonge mensen opbloeide. De helden van zijn verhalen waren altijd gemotiveerd door de liefde voor Frankrijk en toewijding aan de plicht.

In 1899 werd Driant commandant van het 1ste Battalion de Chasseurs. Hij was erg trots op zijn 'Chasseurs' en hij was erg populair als commandant maar in 1905 besloot hij toch zijn militaire carrière op te geven. Dit omdat hij voelde dat het zo niet verder kon gaan. Hij legde zich daarna volledig toe op journalistiek en diende op die manier het leger van de buitenkant.

In 1910 werd hij gekozen tot Député, een lid van het parlement, van Nancy. Hij ging zich actiever inzetten om de nationale defensie te versterken. Hij was niet politiek georiënteerd, het ging hem vooral om patriottisme en katholicisme, en wilde de verloren Franse provincies Alsace en Lorraine terug bij Frankrijk hebben. In augustus 1914, toen de oorlog uitbrak, ging hij terug in het leger en kreeg het commando over de 56e en 59e Battalions de Chasseurs. Ondertussen bleef hij lid van het parlement en was erg actief bezig met het Croix de Guerre. Door zijn positie in het parlement kon hij de president waarschuwen over de verdediging en organisatie van een aantal sectoren aan het front. Hiermee maakte hij zich echter niet populair bij generaal Joffre.

Het Bois des Caures

Toen de Slag bij Verdun op 21 februari 1916 begon, verdedigden luitenant-kolonel Driant en zijn 1200 Chasseurs posities in het Bois des Caures. Zij vingen de eerste klap van de slag op. Er werd vreselijk gevochten maar de Chasseurs stonden machteloos tegenover de enorme bombardementen. Op 22 februari gaf Driant het bevel dat de overgebleven mannen zich terugtrokken richting Beaumont.

Gedurende die terugtocht sneuvelde Driant. Het nieuws bereikte Parijs pas op 3 april, doordat de overgebleven mannen die bij Driant waren gevangen genomen.

Een rapport, dat gedateerd is op 23 maart 1916, en dat werd geschreven door Chasseur Paul Coisne van het 56e Battalion Chasseurs die toen krijgsgevangen was in Kassel, vertelt dat Driant's laatste woorden "Oh! Là là, mon Dieu!" waren.

Barones Schrotter van Wiesbaden zond een brief met condoleances naar mevrouw Driant op 16 maart 1916. Zij schreef onder andere:

"Mijn zoon, luitenant in een artillerieregiment, die tegenover uw man vocht, vraagt mij u te schrijven en u te verzekeren dat meneer Driant begraven is, en dat zijn vijanden die toch zijn kameraden waren met alle respect en alle zorg een graf voor hem hebben gegraven (...). Er zal voor het graf gezorgd worden zodat u het kunt bezoeken als de vrede terugkeert (...)".

Maurice Barrès schreef op 9 april 1916 in Echo de Paris: "Hier is de Duitse brief die het leven beëindigt van een geweldige Fransman".

Herinneringen aan luitenant-kolonel Driant worden levend gehouden in het Musée des Chausseurs, Tombeau de Braves, onder supervisie van de historische afdeling van het leger in Vincennes.

Het verhaal van Driants graven is gecompliceerd. Na zijn dood werd hij begraven door de Duitsers op het slagveld. Hij werd eerst opgegraven op 9 augustus 1919. Het lichaam werd geïdentificeerd en weer begraven op dezelfde plek. Nog een opgraving vond plaats op 9 oktober 1919 om het lichaam in het huidige Bois des Caures-monument te plaatsen. Dat gebeurde op 21 oktober, een dag voor de inwijding van het monument.

Bronnen

Afkomstig van WO1Wiki NL, de Vrije Encyclopedie. "http://forumeerstewereldoorlog.nl/wiki/index.php/%C3%89mile_Driant"
Personal tools