Forum Eerste Wereldoorlog Forum Index Forum Eerste Wereldoorlog
Hťt WO1-forum voor Nederland en Vlaanderen
 
 FAQFAQ   ZoekenZoeken   GebruikerslijstGebruikerslijst   WikiWiki   RegistreerRegistreer 
 ProfielProfiel   Log in om je privť berichten te bekijkenLog in om je privť berichten te bekijken   InloggenInloggen   Actieve TopicsActieve Topics 

De Haagse conventies/de neutraliteit van BelgiŽ en Luxemburg

 
Plaats nieuw bericht   Plaats Reactie    Forum Eerste Wereldoorlog Forum Index -> Politiek en strategie Actieve Topics
Vorige onderwerp :: Volgende onderwerp  
Auteur Bericht
wvanrosm



Geregistreerd op: 31-5-2006
Berichten: 501

BerichtGeplaatst: 06 Apr 2007 17:15    Onderwerp: De Haagse conventies/de neutraliteit van BelgiŽ en Luxemburg Reageer met quote

Er wordt voortdurend beweerd dat de invasie van Luxemburg en BelgiŽ door het Duitse leger op 3 augustus 1914 een schending was van de Haagse conventies, en conventie nr. V van de tweede Haagse conferentie betreffende de rechten en plichten van neutrale staten en personen in geval van een landoorlog wordt aangevoerd als bewijs voor deze bewering. De betrokken artikelen luiden als volgt:

Het grondgebied van neutrale staten is onschendbaar (art. 1); het is oorlogvoerenden verboden het vervoer van troepen, konvooien en munitie dan wel bevoorrading over het grondgebied van een neutrale staat te doen plaatsvinden (art. 2); een neutrale staat mag zijn grondgebied niet ter beschikking stellen ten behoeve van de in de artikelen 2 tot 4 genoemde activiteiten (art. 5) en het feit dat een neutrale staat weerstand biedt, zelfs gewapenderhand, aan pogingen zijn neutraliteit te schenden kan niet als een vijandige handeling worden beschouwd (art. 10).

Deze artikelen moeten worden gezien in samenhang met artikel 20, dat de bepalingen beperkt tot de verdragspartners, en alleen als deze bij een oorlog betrokken zijn. Ze garanderen echter niet neutraliteit, noch weerhouden ze een staat de oorlog te verklaren aan een staat die neutraal wil blijven, die dan een oorlogvoerende wordt en geen beroep meer kan doen op de bepalingen van de conventie. Als de Haagse conventies werden geschonden door Duitsland in dit opzicht zou het een schending van de geest daarvan zijn, en geen letterlijke schending. Het is trouwens moeilijk vol te houden dat er sprake was van een schending, zelfs naar de geest van de conventies, omdat internationaal recht in zijn huidige vorm klaarblijkelijk naties toestaat ten strijde te trekken als zij dit wensen, en de Haagse conventies veranderen of beperken dit feit in het geheel niet.

Conventie nr. III van de tweede Haagse conferentie, betrekking hebbend op het begin van de vijandigheden, formuleert in haar preambule dat "het belangrijk is met het oog op de handhaving van vreedzame betrekkingen dat vijandigheden niet aanvangen zonder voorafgaande waarschuwing," en artikel 1 van de conventie bedoeld om deze bepaling van de preambule zeggingskracht te geven spreekt uit dat "de verdragspartners erkennen dat vijandigheden tussen hen niet mogen beginnen zonder voorafgaande en nadrukkelijke waarschuwing, in de vorm van een met redenen omklede oorlogsverklaring of een ultimatum waaraan een voorwaardelijke oorlogsverklaring verbonden is."

Laat ons nu eens zien in hoeverre de bepalingen van de twee Haagse conventies, zoals die ten aanzien van de rechten en plichten van neutrale staten en personen ingeval van oorlog worden aangehaald, en de conventie die betrekking heeft op het openen van de vijandigheden, van toepassing zijn in het geval van Luxemburg en BelgiŽ.

Op 3 en 4 augustus, toen de Duitse legers Luxemburg en BelgiŽ binnenvielen, waren alle mogendheden waarmee Duitsland toen in oorlog was partij bij de conventie, zodat artikel 20 niet van toepassing was. Duitsland was op dat moment in oorlog met Rusland en Frankrijk, die beide de conventie hadden geratificeerd. Luxemburg en BelgiŽ waren evenzeer verdragspartner, zodat in de oorlog tussen Duitsland enerzijds, en Rusland en Frankrijk anderzijds, Luxemburg en BelgiŽ neutraal waren, en allemaal gebonden waren aan het bepaalde in conventie nr. V. Het is waar, dat Groot-BrittanniŽ geen partij bij de conventie was, maar ten tijde van de invasie in BelgiŽ was er nog geen oorlog tussen Duitsland en Groot-BrittanniŽ, doch als gevolg van die invasie verklaarde Groot-BrittanniŽ de oorlog. Het is ook waar dat Oostenrijk-Hongarije in oorlog was met ServiŽ en dat Duitsland de bondgenoot was van Oostenrijk-Hongarije. Het is evenwel een feit dat Duitsland pas op 8 augustus de oorlog verklaarde aan ServiŽ, en het feit, dat een natie een bondgenoot is houdt niet noodzakelijkerwijs in dat men in oorlog is met de vijanden van deze bondgenoot. Bijvoorbeeld, Japan en Duitsland zijn in oorlog met elkaar, maar Japan is niet in oorlog met Turkije, Duitslands bondgenoot. Of: ItaliŽ is in oorlog met Oostenrijk-Hongarije en met Turkije, maar duidelijk niet met Duitsland, de bondgenoot van Oostenrijk-Hongarije en van Turkije. Vandaar dat toen Duitsland Luxemburg en BelgiŽ binnenviel op 3 en 4 augustus, het slechts in oorlog was met Rusland en Frankrijk, in welke oorlog Luxemburg en BelgiŽ neutraal waren.

De vijf landen waren gehouden tot hetgeen in conventie nr. V was bepaald, en voor Luxemburg en BelgiŽ gold de garantie gegeven in deze conventie aangaande de rechten en plichten van neutrale staten in geval van een landoorlog. Dat zou betekenen dat Duitsland op grond van de conventie neutraal grondgebied had geschonden, troepen of konvooien over neutraal terrein had vervoerd, hetgeen verboden was, en dat Luxemburg en BelgiŽ het recht hadden zich met geweld te weer te stellen, wat op grond van artikel 10 niet kon worden aangemerkt als een "vijandige daad".

Hoewel dit standpunt juridisch-technisch gesproken correct lijkt, moet worden bedacht dat Duitsland voor zijn legers om doorgang door Luxemburg en BelgiŽ had verzocht, en dat beide landen waren ingelicht dat als zij weigerden, het Duitse leger die doorgang zou forceren. Men kan menen dat deze handelwijze van de kant van Duitsland in overeenstemming is met hetgeen de conventie bepaalt ten aanzien van de opening van de vijandigheden, die een uitdrukkelijke waarschuwing vereist "in de vorm van een met redenen omklede oorlogsverklaring of een ultimatum met een voorwaardelijke oorlogsverklaring." Dit betekent echter niet, dat Duitsland gerechtigd was om doorgang door Luxemburg en BelgiŽ te eisen, maar dat, voor zover het de Haagse conventies betreft, Duitsland in overeenstemming handelde met de andere voorwaarden, want de waarschuwing aan het adres van Luxemburg en BelgiŽ was of een gemotiveerde oorlogsverklaring, of een ultimatum, waardoor een vijandige verhouding tussen Duitsland en de twee landen ontstond, zodat de conventie voor wat betreft de rechten en plichten van neutrale staten of personen in geval van een landoorlog hier niet van toepassing was.

Elders werd aangetoond dat Duitsland was gebonden aan het verdrag van 19 april 1839, waarbij het BelgiŽ erkende als een neutrale en onafhankelijke staat, en aan de overeenkomst van Londen van 11 mei 1867, waarbij het de onafhankelijkheid van Luxemburg erkende en de neutraliteit garandeerde. Op grond van deze verdragen was Duitsland niet in de positie om doorgang door Luxemburg en BelgiŽ te verzoeken, want door deze verdragen waren Luxemburg en BelgiŽ niet alleen neutraal zonder meer, maar waren ook geneutraliseerde mogendheden, en op grond van conventie nr. V van de 2de Haagse conferentie, was hun grondgebied onschendbaar Ė oorlogvoerenden mochten hun troepen of konvooien of munitie niet over hun grondgebied verplaatsen, en ze waren gehouden weerstand te bieden aan elke poging om hun neutraliteit te schenden.

In de loop van de discussie over deze ernstige en belangrijke internationale kwestie wordt dikwijls aangevoerd dat BelgiŽ onderhandelde met Frankrijk en Groot-BrittanniŽ voor bijstand bij een Duitse invasie en dat dit een zodanige schending van het verdrag van 1839 betekende dat Duitsland zich niet meer aan dat verdrag hoefde te houden, en dat verdragen worden gesloten op voorwaarde dat de omstandigheden blijven zoals die op dat moment zijn. Gesteld dat het handelen van BelgiŽ in dezen als strijdig met zijn neutraliteit moet worden beschouwd, dan is daarmee nog niet gezegd dat het handelen van Luxemburg evenmin neutraal was, zodat Ė voor zover het Luxemburg betreft Ė dit argument niet opgaat. Het is juist, dat verdragen, die ten tijde van de onderhandelingen voor iedereen acceptabel waren, in de loop der tijd als belastend worden ervaren, maar als verdragen niet bedoeld zijn om hun geldigheid te blijven behouden, of als ze door onvoorziene omstandigheden worden opgeschort, dan zouden verdragen kunnen worden gesloten voor een periode van een aantal jaren en van tijd tot tijd vernieuwd kunnen worden, of het verlengen of opzeggen zou kunnen afhangen van omstandigheden die in duidelijke en ondubbelzinnige bewoordingen in het verdrag zijn opgenomen.

Nu de grote Europese mogendheden, die alle partij zijn bij de verdragen over BelgiŽ en Luxemburg, door de actualiteit bij deze kwestie zijn betrokken, hebben ze Ė of dit juist is moet nog blijken - niet meer het recht verdragen op te zeggen of aan te passen die ze niet uitkomen. In artikel 14 van het verdrag van Parijs van 1856, werd het Rusland verboden oorlogsschepen in de Zwarte Zee te hebben. Deze bepaling was omstreden, niet alleen uit zakelijk oogpunt, maar ook omdat het de eigenwaarde van het Russische Rijk aantastte, en het maakte gebruik van de Frans-Duitse Oorlog van 1870 om de betreffende bepaling op te zeggen. De grote mogendheden echter, maakten bezwaar tegen deze aanpassing van het verdrag waarbij zij partij waren, en op de conferentie van Londen, die in 1871 werd gehouden, werd het volgende protocol ondertekend door alle mogendheden op het congres vertegenwoordigd:

"De gevolmachtigden van de Noord-Duitse Bond, Oostenrijk-Hongarije, [Frankrijk]1), Groot-BrittanniŽ, ItaliŽ, Rusland en Turkije, heden in vergadering bijeen, erkennen dat het een belangrijk beginsel is van de internationale wetgeving, dat geen mogendheid zichzelf kan ontslaan van de verplichtingen van een verdrag, noch daarvan de voorwaarden kan wijzigen, behalve met toestemming van de verdragspartners, in vriendschappelijk overleg."

Het lijkt er daarom op, dat de mogendheden, vertegenwoordigd op de conferentie te Londen, door de onaantastbaarheid van verdragen als een essentieel principe van de openbare wetgeving van Europa te onderschrijven, zich weloverwogen de handen bonden, en dat de handeling van Duitsland, voor zover het Luxemburg geldt, een rechtstreekse schending van een verplichting is die het zich in 1867 had opgelegd en in acht genomen heeft in de Frans-Duitse Oorlog, de enige oorlog waarbij het betrokken was voor het uitbreken van de huidige calamiteiten (=1914).

1) De gevolmachtigden van alle landen behalve Frankrijk ondertekenden het protocol op 17 januari 1871, Frankrijk op 13 maart 1871. Daarom is de naam van Frankrijk ingevoegd en in de tekst van het protocol tussen vierkante haken geplaatst.

Uit: "The American Journal of International Law", jrg. 9, aflev. 4, okt. 1915.

Afkomstig van WO1Wiki NL, de Vrije Encyclopedie.
http://www.forumeerstewereldoorlog.nl/wiki/index.php/De_Haagse_conventies_en_de_neutraliteit_van_Belgi%C3%AB_en_Luxemburg
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privť bericht
Berichten van afgelopen:   
Plaats nieuw bericht   Plaats Reactie    Forum Eerste Wereldoorlog Forum Index -> Politiek en strategie Tijden zijn in GMT + 1 uur
Pagina 1 van 1

 
Ga naar:  
Je mag geen nieuwe onderwerpen plaatsen
Je mag geen reacties plaatsen
Je mag je berichten niet bewerken
Je mag je berichten niet verwijderen
Ja mag niet stemmen in polls


Powered by phpBB © 2001, 2002 phpBB Group