Forum Eerste Wereldoorlog Forum Index Forum Eerste Wereldoorlog
Hét WO1-forum voor Nederland en Vlaanderen
 
 FAQFAQ   ZoekenZoeken   GebruikerslijstGebruikerslijst   WikiWiki   RegistreerRegistreer 
 ProfielProfiel   Log in om je privé berichten te bekijkenLog in om je privé berichten te bekijken   InloggenInloggen   Actieve TopicsActieve Topics 

De houding van nederland tav de belgische alliantie politiek

 
Plaats nieuw bericht   Plaats Reactie    Forum Eerste Wereldoorlog Forum Index -> Nederland tijdens WO1 Actieve Topics
Vorige onderwerp :: Volgende onderwerp  
Auteur Bericht
Yvonne
Admin


Geregistreerd op: 2-2-2005
Berichten: 45652

BerichtGeplaatst: 17 Sep 2006 10:29    Onderwerp: De houding van nederland tav de belgische alliantie politiek Reageer met quote

Omdat er wat topics hier over lopen het voldende, het komt uit een licentiaat

DE BELGISCH-NEDERLANDSE VERHOUDINGEN
EN HET GEVAAR VAN EEN DUITSE AANVAL OP DE
LAGE LANDEN


DOOR

BART VAN WAESBERGHE

Licentiaat in de Internationale Betrekkingen, R.U.G.


Met name dit stuk is interessant:
1. DE HOUDING VAN NEDERLAND TEN AANZIEN VAN
DE BELGISCHE ALLIANTIE-POLITIEK
(1919-september 1938)
1.1. Voorgeschiedenis
Wie op zoek gaat naar de oorzaken van het wantrouwen dat Nederland
aan de dag legde ten opzichte van de uitbouw van een Belgisch
veiligheidsstatuut in de periode 1920-1935 en de mentale kloof tussen
België en Nederland aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog wil
begrijpen, komt ongetwijfeld in de periode 1914-1920 terecht. Vanaf de
Eerste Wereldoorlog heerste er in België een echte veiligheidsobsessie die
door een eenvoudig neutraal statuut niet kon worden weggenomen. Nederland,
dat zelf aan de wereldbrand was ontsnapt, kon daar maar weinig
begrip voor opbrengen. Het meende dat het door zijn internationale
afzijdigheid aan de oorlog ontsnapt was en sloot ieder riskant militair
engagement per definitie uit. Deze fundamenteel verschillende internationale
opstelling ontaardde al vlug in een ware burenruzie.

De rechtstreekse aanleiding voor deze feitelijke scheiding vormen
ongetwijfeld de Belgische eisen op de bekende Vredesconferentie van
Versailles. Om militaire redenen vroeg men daar immers de annexatie van
het zuidelijk gedeelte van het huidige Nederlands Limburg en de
linkeroever van de Schelde (Zeeuws-Vlaanderen).1 Toen duidelijk werd

1. Het was België duidelijk om gebiedswinst te doen. Naast deze
annexionistische politiek eiste de Belgische delegatie ook een Antwerpen-
Moerdijkkanaal, het principe Antwerpen = oorlogshaven, een verbetering van het
kanaal Gent-Terneuzen, afwateringsbekkens, een spoorlijn en kanaal België-Duitsland
(Ruhrortkanaal) en een verbetering van het kanaal door Zuid-Beveland. M. DE WAELE,
De Belgische Annexionistische campagne in Nederlands Limburg (1914-1920) In:
Colloquium over de geschiedenis van de Belgisch-Nederlandse betrekkingen tussen
1815-194, Brussel-Gent, Acta, 1982, pp. 373-376 en p. 379-383. Ibid. Naar een groter
België! De Belgische territoriale eisen tijdens en na de Eerste Wereldoorlog. Een
onderzoek naar de doeleinden, de besluitvorming, de realisatiemiddelen en de


dat de grootmachten niet bereid waren om de overdracht van Nederlands
territorium in overweging te nemen, eiste België dan maar een militair
akkoord met Nederland. België en Nederland zouden gezamelijk voor de
defensie van Nederlands Limburg moeten instaan.2 We mogen niet
vergeten dat dit voor België bittere ernst was. Het land was ervan overtuigd
dat het ten koste van Nederland militair zwak was gemaakt of zoals
de nota-Hymans stelde "stratégiquement mutilé et anormalement faible."3
Deze eis werd door de Nederlandse onderhandelaar Van Swinderen op een
diplomatiek erg verfijnde manier ontkracht. Hij stelde dat Limburg tijdens
de oorlog zeker niet van troepen ontbloot was geweest, zodat België de
voordelen had genoten van een kort Maasfront ten zuiden van Nederland,
en Duitsland zich genoodzaakt gezien had om precies Limburg niet in te
palmen. Bovendien zou Nederland iedere inval als een "casus belli"
beschouwen en lid worden van de Volkenbond. België moest dus niet
ongerust zijn.4 Er was dan ook geen enkele reden om een Belgisch-
Nederlands Militair Akkoord (B.N.M.A.) te sluiten. Bovendien zou dit de
Nederlandse soevereiniteit zeer duidelijk aan banden leggen en ingaan

propagandavoering van de buitenlandse politiek, 6 delen, Gent, RUG, (onuitgegeven
doctoraat), 1989, 1613p. G. PROVOOST, Vlaanderen en het militair-politiek beleid in
België tussen de twee wereldoorlogen. Het Frans-Belgisch Militair Akkoord van 1920,

Leuven, Davidsfonds, 1976, deel 1, pp. 48-61.

2. P. FENAUX, Paul Hymans. Un homme, un temps. 1965-1914, Brussel, office
de publicité, 1946, pp. 218-220. M. DE WAELE, De Belgische ..., pp. 380-381. T. VAN
WELDEREN RENGERS, Les relations néerlando-belges considérées dans le cadre de la
position politique de la Belgique, In: Bibliotheca Visseriana, deel XXV, pp. 196-197.
3. O. DE RAEYMAEKER, België'S internationaal beleid 1919-1939, Brussel-
Anrwerpen-Leuven-Gent, NV Standaard Boekhandel, 1945, p. 533. CA. VAN DER
KLAAUW, Politieke betrekkingen tussen België en Nederland, 1919-1939, Leiden,
Leidse Historische Reeks, deel 2, 1953, p. 10. P. VAN ZUYLEN, Les mains libres.
Politique extérieure de la Belgique, 1914-1940, Parijs, Desclée De Brouwer, Brussel,
L'Edition Universelle, 1950 pp. 48-53.
4. Naast de Nederlandse "casus belli"-verklaring had België ook de zekerheid
dat Nederland zich naar artikel 16,3 van het Volkenbondsverdrag moest schikken,
namelijk "zij (de leden van de Volkenbond) zullen de nodige voorzieningen treffen om
de doortocht over hun gebied te vergemakkelijken voor de strijdkrachten van elk lid
van de bond, dat deelneemt aan een GEMEENSCHAPPELIJK OPTREDEN, teneinde
de bondsplichten te DOEN eerbiedigen". B. VAN WAESBERGHE, De Belgisch-
Nederlandse verhoudingen, 1936-mei 1940, (onuitgegeven licentiaatsverhandeling),
RUG, 1992, pp. 92-110.

tegen de moreel hoogstaande, zelfs onaantastbare onafhankelijkheidspolitiek.
5

De afgevaardigden van de grootmachten waren het daar in eerste
instantie niet mee eens. Ze zagen de verdediging van Nederlands Limburg
als een gemeenschappelijk Europees belang. Nederland was volgens hen
niet in staat om het gebied alleen te verdedigen zodat een vorm van
Belgisch-Nederlandse militaire samenwerking noodzakelijk was.6 Het was
vooral Frankrijk dat hierop aasde want op die manier kon Nederlands
Limburg in de Frans-Belgische verdedigingslinie tegen Duitsland worden
ingepast.7 Hoe redelijk de argumenten van de grootmachten ook waren,
Nederland bleef weigeren met in het achterhoofd de vaste wil om zijn
zelfstandigheid te handhaven.8 Deze vastberaden houding bracht er
tenslotte Engeland toe om in de militaire subcommissie eeri consensusvoorstel
in te dienen. Globaal gezien maakte het melding van de "casus
heiligverklaring, een Belgisch-Nederlands lidmaatschap van de Volkenbond
en een in uitgesteld relais te sluiten B.N.M.A.9 Nederland weigerde

5. R.L. SCHUURSMA, Het onaannemelijk tractaat. Het verdrag met België van
3 april 1925 in de Nederlandse publieke opinie, Groningen, Historische Studies,
XXXI, 1975, pp. 38-40. C.B. WELS, De Belgisch-Nederlandse confrontatie op de
Conferentie van Parijs (1919) en de continuïteit in de Nederlandse buitenlandse
politiek, In: Colloquium over de geschiedenis van de Belgisch-Nederlandse
betrekkingen tussen 1815 en 1945, Brussel-Gent, Acta, 1982, p. 411.
6. O. D E RAEYMAKER, België'S .... pp. 90-91. CA. VAN DER KLAAUW, op cit.,
p. 63.
7. Ook Italië was daarvoor te vinden. Voor Frankrijk was Nederlands Limburg
een gedroomd steunpunt bij de bezetting van het Rijnland. Deze bezetting was in het
Verdrag van Versailles voorzien. Ibid., p. 64.
8. De Nederlandse houding sproot ook voort uit een latent wantrouwen ten
opzichte van Frankrijk. Parijs werd immers lange tijd beschouwd als dé grote
inspirator van het Belgisch annexionisme. J. DEMEY, De historische twee-eenheid der
Nederlanden, Brugge, Orions Historische Bibliotheek, 1978, p. 160. Zie ook voetnoot
14.
9. Ibid., pp. 66-67.0. DE RAEYMAEKER, België'S ..., pp. 92-93. Volgens Groot-
Brittannië was een B.N.M.A. enkel als wapen tegen een Duitse agressie bedoeld.
Duitsland zou in het komende decennium toch geen militaire rol van betekenis kunnen
spelen, dus was een B.N.M.A. geen acuut probleem. Zo kon men Nederland in de
Volkenbond krijgen en werd België met de vage belofte van een B.N.M.A.
zoetgehouden. In de Belgische houding was men genist want het land had zijn lot toch
in de handen van de grootmachten gelegd.

opnieuw en het argumenteerde dat het lidmaatschap van de Volkenbond
niet te rijmen was met een militair akkoord.10

België beging duidelijk de capitale fout om zijn lot in handen van de
grootmachten te leggen. Nederland was voor hen van een zodanig strategisch
belang dat men het land onmogelijk voor het hoofd kon stoten. Men
had van België niets te vrezen want het land had nog steeds een conventionele
neutraliteit en was voor de opheffing daarvan aangewezen op de
grootmachten én Nederland. Die grootmachten waren dan ook niet bereid
om Nederland eindeloos te tergen en brachten hoe langer hoe meer begrip
op voor hun neutraliteit. Het gevaar was nu eenmaal reëel dat men
Nederland anders in de armen van Duitsland dreef. De Belgische militairterritoriale
opvattingen werden dan ook volledig verworpen. Het
betekende meteen ook het einde van de werkzaamheden van de speciale
"Commissie van XIV" te Versailles (23 maart 1920). Op het gebied van
zijn defensie had België helemaal niets bereikt.11

De Belgische onderhandelaars zaten echter nog met een strategisch
probleem van waterstaatkundige aard: de regeling van de doorvaart van
Belgische oorlogsschepen over de Schelde en daaraan gekoppeld de eis
om van Antwerpen een oorlogshaven te maken. Aanvankelijk eiste men
ook de Nederlandse Scheldeoever op, maar dat vonden de grootmachten
van het goede teveel worden. België voelde dit op tijd aan en het werd
tijdens de Vredesconferentie niet op de onderhandelingstafel gebracht. Met
betrekking tot de twee andere eisen was het land veel minder meegaand.
Tijdens bilaterale onderhandelingen stelde Nederland zich dan ook zeer
diplomatisch op en was bereid om het principe Antwerpen = handelshaven
uit de Scheidingsverdragen van 1839 te lichten. Het land was inderdaad
bereid om militaire doorvaarten toe te staan maar het eigende zich het
recht toe de Westerschelde voor de Belgische oorlogsschepen te sluiten
zodra "het landsbelang" dat eiste.12 De Belgische delegatie stelde die
benadering helemaal niet op prijs en onderhandelaar Segers stelde kordaat

10. A. VAN DER KLAAUW, op cit., pp. 68-69. B. VAN WAESBERGHE, op cit., p.
13. C.B. WELS, Aloofness and Neutrality. Studies on Dutch Foreign Relations and
Policy-making Institutions, Utrecht, H&S, 1982, p. 78.
11. "La délégation belge a le regret de devoir constater ... que la Belgique
n'obtient point, par la revision des traités de 1839, les garanties que les grandes
puissances, par l'organe de leurs délégués à la Commission des XTV, ont déclarées
indispensables et qu'elles s'étaient données pour tâche de lui procurer." O. DE
RAEYMAEKER, België'S .... p. 94. M. DE WAELE, De Belgische ..., pp. 379-383.
12. R.L. SCHUURSMA, op cit., p. 42. CA. VAN DER KLAAUW, op cit., pp. 71-72.
We hoeven niet te vermelden hoe rekbaar de term "landsbelang" wel is.

"... qu'à défaut d'un accord amiable à ce sujet, elle (namelijk België) ne
peut renoncer à ses prétentions."13 Het Belgisch-Nederlands vraagstuk zat
volledig klem.

Tijdens de waterstaatkundige onderhandelingen die uitmondden in het
Belgisch-Nederlands Verdrag van 3 april 1925, kwam de onopgeloste
militaire problematiek af en toe bovendrijven. Aanvankelijk bleef België
een militair akkoord eisen zodat de de twee overgangsfiguren op Buitenlandse
Zaken, Delacroix en Jaspar, er niet in slaagden om met de Nederlanders
tot een vergelijk te komen.14 Pas met de komst van Hymans op
Buitenlandse Zaken (maart 1924), de hoop op een snelle realisatie van een
Engels-Belgisch Militair Akkoord, de ontruiming van het Rijnland en de
internationale ontspanning die zou leiden tot het Locarno-pact, betokkelde
België niet langer de militaire snaar.15 Tussen België en Nederland werd
dan ook vrij snel een globaal verdrag ondertekend. Ondanks de afwezigheid
van een B.N.M.A., kon België met het resultaat best tevreden zijn.
Zo mocht Antwerpen ook oorlogshaven zijn, werd de "casus belli"-verklaring
uitdrukkelijk vermeld en kwam er het militair zeer interessante
Antwerpen-Moerdijkkanaal.16 De Toelichtende Memorie bevatte wel één
dubbelzinnigheid:

"De tekst sluit oorlogsschepen uit. Maar hij regelt niets omtrent de

doorvaart van Belgische oorlogsschepen over de Schelde en hare

toegangen in tijd van vrede en van oorlog."17

Precies tegen deze "... il ne préjuge en rien"-verklaring richtte zich de
felle kritiek van de Nederlandse oppositie. Deze goed georganiseerde

13. R.L. SCHUURSMA, op cit., p. 42.
14. R.L. SCHUURSMA, op cit., p. 47. CA. VAN DER KLAAUW, op cit., pp. 78-82.
P. VAN ZUYLEN, op cit., pp. 160-166. De Belgische secretaris-generaal op
Buitenlandse Zaken, Van Langenhove, schreef achteraf: "Le lien qui, pendant la
guerre, a uni la Belgique aux Puissances de l'Entente, l'Accord Militaire Franco-Belge
de 1920, les revendications territoriales présentées par la Belgique à la Conférence de
la Paix, ont fait naître, aux Pays-Bas, des préventions contre nous. On n'a cessé de
nous représenter comme inféodés à la politique française. La Belgique est, d'autre part,
plus exposée en cas de guerre, au péril d'invasion que la Hollande. Pour ces diverses
raisons, nos avances ont, généralement, été accueillies jusqu'ici, par les Pays-Bas avec
réserve." Archief van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (verder A.MJÎ.Z.),
11.963, "Note sur les rapports entre la Belgique et les Pays-Bas", 10-05-'35.
15. R.L. SCHUURSMA, op cit., p. 48. T. VAN WELDEREN RENGERS, op cit, pp.
214-215.
16. R.L. SCHUURSMA, op cit., p. 51.
17. C.A. VAN DER KLAAUW, op cit., p. 92.

tegenstanders wonnen het pleit zodat België eens te meer de voor de
opbouw van zijn veiligheidsstelsel noodzakelijk geachte pionnen onder de
neus zag voorbijgaan.

Tijdens de periode 1928-1935 was de Nederlandse regering niet bereid
om ons land de gewenste militaire faciliteiten aan te bieden. De militaire
kwestie kwam volledig in de doofpot terecht en in Nederland werd enorm
veel aandacht besteed aan de nefaste Frans-Belgische stafcontacten vervat
in het F.B.M.A. Deze hooghartige en afwijzende houding mag zeker niet
lichtvoetig van de hand worden gedaan. De officiële betrekkingen waren
inderdaad onbestaande, maar officieus werd toch hier en daar wat informatie
uitgewisseld. België maakte hierbij handig gebruik van de Nederlandse
vrees voor een Franse preventieve actie tegen Duitsland, die
logisch gezien het grondgebied van België en Nederland niet ongemoeid
zou laten.18 Naast de vrees voor een Franse preventieve aanval werd ook
Duitsland angstvallig in het oog gehouden. Zo uitte het Belgische leger
reeds midden 1928 (in volle Locarno-periode!) scherpe kritiek op de
zwakke verdedigingsgordel rond Maastricht. De Belgische stafchef Galet
onderhield daarover intense maar weinig succesvolle onderhandelingen
met zijn Nederlandse collega.19

Eind 1928-begin 1929 waren de Belgisch-Nederlandse militaire
betrekkingen opnieuw aan de dagorde. Op 24 januari 1929 schreef een
voortvarende kapitein Hautcoeur dat de Belgische Generale Staf stappen
ondernam om met de Nederlanders een militair akkoord af te sluiten voor
de verdediging van Nederlands Limburg met in ruil een niet mis te
verstane Belgische toegeving:

"Ainsi s'expliquerait la mollesse ou du moins la patience avec laquelle on

poursuit les négociations pour l'Escaut."

Als we deze hooggeplaatste toeschouwer mogen geloven, speelde het militaire
dossier in deze periode wel degelijk mee.

In Frankrijk vermoedde men dan weer dat een aantal hooggeplaatste
Nederlandse officieren met beperkte Frans-Nederlandse stafcontacten
konden instemmen. Volgens Ph. Berthelot, niet de eerste de beste want secretaris-
generaal op het Quai d'Orsay, hadden een aantal informele con


18. G. PROVOOST, op cit., deel 1, p. 449.
19. Volgens luitenant-kolonel Van Daele waren er helemaal geen militaire
problemen met Nederland. "Malgré les différends que nous pouvons avoir avec les
Hollandais en d'autres domaines, je suis en mesure de vous affirmer qu'au point de
vue militaire nous sommes tout à fait d'accord." Ibid., p. 450.

tacten nog geen concrete resultaten opgeleverd omdat de Nederlandse
regering

"s'est toujours montré timide, timoré même et très éloigné de prendre une

résolution qui aurait aiguillé la politique du pays vers la Belgique et la

France."20

Los van deze zeer bescheiden toenaderingspogingen veranderde Nederland
niet van koers: in tegenstelling tot een aantal hogere officieren bleef de
regering zeer weigerachtig ten aanzien van een militaire band met België
en Frankrijk. Als men rekening houdt met de zeer scherpe anti-Belgische
en anti-Franse campagnes die met de regelmaat van de klok in de Nederlandse
pers opdoken en nog steeds werden gevoed door het
annexionistische trauma, hoeft dit ook niet te verwonderen.21

Tijdens de periode 1932-1935 draaide de militaire kwestie wel op een
zeer laag pitje. In Belgische officiële kringen zag men in dat Nederland
toch niet bereid was om een B.N.M.A. in overweging te nemen. In het
parlement kwam het voortaan slechts tot zeer sporadische opmerkingen
omtrent een militaire samenwerking met Nederland.22 Beide landen tastten
toen veleer in eigen boezem: Nederland bekeek de eigen ondermaatse
defensie,23 België was in een ware strategiestrijd gewikkeld.24

20. "... bovendien blijkt uit voorgaande paragrafen dat er tussen de Belgische en
Nederlandse militaire autoriteiten officieus en de facto een vrij goede overeenstemming
bestond. Het kwam wel niet tot officiële stafbesprekingen, maar de Nederlanders
lieten de Belgische militaire attaché herhaaldelijk verstaan niet afkerig te zijn van
feitelijke afspraken en ze hadden hem heel wat vertrouwelijke stafplannen bezorgd."
Ibid., p. 508. Het B.N.M.A. werd in Nederlandse militaire kringen blijkbaar veel
minder negatief ontvangen dan dat bij de Nederlandse regering het geval was. Toch
kan worden vermoed dat een aantal militairen hun wensen al te zeer voor
werkelijkheid namen.
21. Men verdacht er België van om samen met Frankrijk een preventieve aanval
tegen Duitsland, doorheen Nederlands Limburg, op het getouw te zetten. Ibid., P.No.
2949/1298, de Bogaerde de Terbrugge aan Hymans, 18-08-'31. Ibid., P.No. 4971/2238,
Maskens aan Hymans, 09-12-'32. Ibid., P.No. 109/54, 09-01-'33.
22. We denken hier onder meer aan senator RAPORT die begin 1934 pleitte
voor een B.N.M.A. als alternatief voor dure grensversterkingen. Deze opmerkingen
lokten in de Duitse pers zeer negatieve reacties uit. Ibid., No. 1448/710/P.l.,
Kerckhove de Denterghem aan Hymans, 09-02-'34.
23. Zo pleitte Koningin Wilhelmina in haar troonrede van 20 september 1935
voor een sterke verhoging van de militaire budgetten. Ibid., PJNo. 5123/1742, Maskens
aan Van Zeeland, 24-09-'35.

Pas midden 1935 kwam er terug wat beweging in het dossier. Toen
werd in de Vlaamse pers en flamingantische milieus (vooral het
Verdinaso25) opnieuw voor een B.N.M.A. gepleit.26 Ook binnen de Belgische
regering kon dit initiatief op enige sympathie rekenen. Vooral de
gaping in de verdedigingslinie tussen Antwerpen en Maastricht lag velen
op de lever. Men dacht er zelfs openlijk aan om een militair attaché naar
Den Haag te zenden met een gemeenschappelijk verdedigingsplan op
zak.27 Tijdens een bezoek van Koningin Wilhelmina aan België (14-16
mei 1935) bracht koning Leopold deze kwestie onmiddellijk ter sprake.
Het resultaat was echter nihil. Nederland wenste zich noch officieel, noch
officieus militair te engageren.28 Koning Leopold maande zijn ministers
dan ook tot voorzichtigheid in het militaire dossier aan.29 Het was niet
interessant om overhaast te werk te gaan. Bovendien was het F.B.M.A.
een belangrijke hinderpaal voor de uitbouw van goede verhoudingen
tussen België en Nederland. Enkel de uitbouw van een echte
onafhankelijkheidspolitiek, gekoppeld aan een toenemende militaire
dreiging vanuit Duitsland, was bevorderlijk voor de militaire
samenwerking tussen beide landen.30 Vooral Van Langenhove, secretaris


24. Het gaat hier om de beruchte strijd tussen de aanhangers van "de defensie
in de diepte" en die van "de defensie aan de grens", of anders gezegd de strekking-
Devèze, tegen de strekking Paleis-Galet-Nuyten. Voor meer informatie, zie G.
PROVOOST, op cit., deel 2, pp. 55-104.
25. HJ. ELIAS, 25 jaar Vlaamse Beweging, 1914-1939, Antwerpen, De
Nederlandsche Boekhandel, 1969, deel 4, p. 145. Op een meeting van REX begin
oktober 1936 toonde ook Léon Degrelle zich voorstander van een B.N.M.A. A.M.B.Z.,
11.076, P.No. 5222/1831, Maskens aan Spaak, 12-10-'36.
26. Deze gedachte kreeg vooral in "De Maasbode" veel steun. Deze Nederlandsnationalistische
krant deed zijn naam wel alle eer aan want het vond dat een B.N.M.A.
België meer voordelen dan Nederland gaf. Ibid., P.No. 6831/2386, Maskens aan Van
Zeeland, "Belgisch-Nederlands Militair Akkoord?", 23-12-'35.
27. G. VAN ROON, Kleine landen in crisistijd. Van Oslostaten tot Benelux, 19301940,
Amsterdam-Brussel, Elsevier, 1985, p. 204.
28. C. KONDsrCKX, Koning Leopold III. Diplomaat voor de vrede, Sint-Niklaas,
Agora, 1987, p. 46.
29. R. CAPELLE, AU service du Roi. 1934-1945, Brussel, Charles Dessart, 1949,
deel 2, p. 29. G. VAN ROON, op cit., p. 20.
30. Een synthese-nota van "Buitenlandse Zaken" zag hier duidelijk graten in.
"En ce qui concerne la défense commune des deux pays, il n'y a non plus aucune
chance de voir les Pays-Bas prendre à ce sujet des engagements dans les circonstances
actuelles. Il n'est pas exclu toutefois que, si les Pays-Bas se trouvaient un jour
menacés par le même danger que nous, ils chercheraient à concerter leurs efforts avec
les nôtres, mais ce sera à la onzième heure. La seule chose pratique qui puisse se

generaal op Buitenlandse Zaken, koesterde op dit vlak hoge
verwachtingen.31

Voor de hele verhandeling:
BTNG-RBHC,%2025,%201994-1995,%201-2,%20pp%20103-195.pdf
http://www.flwi.ugent.be/btng-rbhc/pdf/BTNG-RBHC,%2025,%201994-1995,%201-2,%20pp%20103-195.pdf
_________________
Met hart en ziel
De enige echte

https://twitter.com/ForumWO1
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Verstuur mail Bekijk de homepage
Berichten van afgelopen:   
Plaats nieuw bericht   Plaats Reactie    Forum Eerste Wereldoorlog Forum Index -> Nederland tijdens WO1 Tijden zijn in GMT + 1 uur
Pagina 1 van 1

 
Ga naar:  
Je mag geen nieuwe onderwerpen plaatsen
Je mag geen reacties plaatsen
Je mag je berichten niet bewerken
Je mag je berichten niet verwijderen
Ja mag niet stemmen in polls


Powered by phpBB © 2001, 2002 phpBB Group