Forum Eerste Wereldoorlog Forum Index Forum Eerste Wereldoorlog
Hét WO1-forum voor Nederland en Vlaanderen
 
 FAQFAQ   ZoekenZoeken   GebruikerslijstGebruikerslijst   WikiWiki   RegistreerRegistreer 
 ProfielProfiel   Log in om je privé berichten te bekijkenLog in om je privé berichten te bekijken   InloggenInloggen   Actieve TopicsActieve Topics 

Nederlandse leger: bomwerpers en mortieren

 
Plaats nieuw bericht   Plaats Reactie    Forum Eerste Wereldoorlog Forum Index -> Nederland tijdens WO1 Actieve Topics
Vorige onderwerp :: Volgende onderwerp  
Auteur Bericht
Percy Toplis



Geregistreerd op: 9-5-2009
Berichten: 13612
Woonplaats: Suindrecht

BerichtGeplaatst: 07 Feb 2010 0:08    Onderwerp: Nederlandse leger: bomwerpers en mortieren Reageer met quote

Bomwerpers en mortieren van het Nederlandse leger 1914-1918: De laatste eigen ontwerpen
door drs J.R. Verbeek


Inleiding
Tijdens de Eerste Wereldoorlog ontwikkelde de mortier zich tot een onmisbaar
ondersteuningswapen van de infanterie in de loopgravenoorlog. Hoewel neutraal, volgde het
Nederlandse leger de ontwikkelingen op de voet, door de toepassing van achtereenvolgens
geïmproviseerde bomwerpers in de vorm van de aangepaste Coehoornmortier en bronzen
voorlaadgeschut en de bomwerper van 2,5 cm van eigen ontwerp en makelij. Deze
ontwikkelingen zijn in eerdere artikelen in Armamentaria beschreven.[1] In dit artikel wordt
een overzicht gegeven van de laatste eigen ontwerpen, die tegen het einde van de Eerste
Wereldoorlog in beproeving of produktie waren.
De Nederlandse modellen waren ten tijde van de concipiëring (rond 1916) qua
ontwerpgrondslag redelijk bij de tijd, maar konden in het lange ontwikkelingstraject en
produktiefase als gevolg van materiaalschaarste niet dezelfde kwaliteit verkrijgen als
bijvoorbeeld de Duitse Minenwerfer, die bovendien beter geschikt waren voor industriële
massavervaardiging. De grote behoefte aan bomwerpers van het Nederlandse leger met het
oog op de te verwachten stellingoorlog en de beschikbaarheidsproblematiek van de nodige
grondstoffen (plaatstaal, geschutbrons, springstof) leidden tot een overhaaste invoering van
wapens, die de kinderziekten nog niet te boven waren. Met voortgezette proefnemingen
trachtte men oplossingen te vinden, waarbij de nauwelijks acceptabele lengtespreiding en
constructie van de munitie bij de in Nederland ontworpen wapens de grootste knelpunten
bleken te zijn. Kon hiermee in de spannende nadagen van de Eerste Wereldoorlog wellicht
nog genoegen worden genomen, dit was geenszins meer het geval bij het intreden van de
vrede, toen in de nasleep van de oorlog stringentere financiële beperkingen gingen gelden en
men zich meer kon bezinnen op de richting, waarin men met het nieuwe wapen wilde gaan.
De Nederlandse ontwerpen bleken toen zelfs na verregaande wijziging niet meer te voldoen
aan de daaraan te stellen eisen, zeker toen buitenlandse ontwerpen voor eventuele
aanschaffing beschikbaar kwamen.

De bomwerper van 20 cm
Reeds ten tijde van de eerste aanmaak van de lichte bomwerper van 2,5 cm was in januari
1917 de behoefte aan een bomwerper met een groter kaliber voor het vuren op afstanden van
1000 à 1200 meter gedefinieerd. De Minister van Oorlog stemde op 17 april 1917 in met het
voorstel van de Opperbevelhebber van Land- en Zeemacht om een dergelijk wapen te
beproeven.[2] Aanvankelijk wilde men hiervoor een stalen mortier door de Artillerie
Inrichtingen doen ontwerpen. Hoewel een dergelijk ontwerp met een kaliber van 20 cm werd
uitgewerkt, bleek het onmogelijk het benodigde geschutstaal voor de produktie te verwerven.
Hierop werd door de Artillerie Inrichtingen een gladloops ontwerp in brons vervaardigd.
Overigens werd ook het geschutbrons aan het einde van de Wereldoorlog een schaars artikel,
zodat in januari 1918 tóch de toepassing van een ander materiaal moest worden
overwogen.[3]
De ontworpen bronzen vuurmond woog ongeveer 180 kilogram en kon worden gebruikt op
een aangepaste mortierstoel van 10 cm. Bij de beproevingen bleek dat de ontworpen
bomwerper met voldoende trefkans aan de gewenste schootsafstand kon voldoen.
In tegenstelling tot de bomwerper van 2,5 cm, die was uitgevoerd volgens het spigot-principe,
dat wil zeggen dat het projectiel met behulp van een drijfstang uit de loop werd verschoten,
was de bomwerper van 20 cm ingericht als normale voorlader, waarbij het gehele projectiel in
de loop werd gebracht. Dit leidde weliswaar tot een veel zwaardere constructie, maar het
projectiel kon in principe op een grotere afstand zuiverder treffen, aangezien de drijfstang, die
bij spigot-projectielen de projectielbaan ongunstig beïnvloedde, hier afwezig was. Het
bomlichaam van het projectiel bestond uit twee halve bollen van ± 6 mm dik plaatijzer, die tot
één geheel waren aaneengelast. De bom bevatte een springlading van ongeveer 6 kilogram
trotyl of ammonal (later werd zelfs een vulling met naftam voorzien).[4] In de bovenste halve
bol, die de kop van het projectiel vormde, was een schokbuis geschroefd. Onder tegen het
projectiel was een derde halve bol bevestigd, die diende voor de gasafsluiting in de vuurmond
en ter stabilisering van het projectiel gedurende zijn vlucht. Deze halve bol was te velde
minder kwetsbaar dan bij bomwerperprojectielen van andere mogendheden ook wel
toegepaste vleugels met dezelfde functie, hetgeen als een belangrijk voordeel werd gezien. De
ontsteking van de voortdrijvende buskruitlading in de kamer van de bomwerper geschiedde
met behulp van een staartstuk van een geweer M'71, dat in de wand van de buskruitkamer was
ingeschroefd. De voortdrijvende lading, welke bij de proefnemingen was gebruikt, bestond uit
200 gram rookgevend manoeuvrebuskruit in een patroonhuls en 5 gram buskruit No. 3 als
ontstekingslading. De vaststelling van de definitieve soort voortdrijvende lading bleek
problematisch, aangezien het benodigde zeegrasbuskruit in september 1918 niet meer in
voldoende hoeveelheden kon worden aangemaakt. Hierop werden ladingen van Behr-buskruit
beproefd, welke echter het spreidingspatroon ongunstig bleken te beïnvloeden.[5]

Invoering van het wapen
Hoewel de ontwerpfase van de nieuwe bomwerper nog niet echt was afgesloten en er nog
geen definitieve buskruitsoort en lading waren vastgesteld, waren de Tijdelijke Commissie
van Proefneming en de Directie der Artillerie-Inrichtingen van mening, dat met de grootste
spoed besluitvorming moest worden uitgelokt over de invoering van het wapen, ondermeer
met het oog op de grote moeilijkheden, die met name het aanschaffen van het voor de
bommen benodigde plaatijzer, als gevolg van tekorten door de oorlogstoestand en de Duitse
weigering om het benodigde plaatstaal te exporteren met zich mee zou brengen.[6]
De Opperbevelhebber van Land- en Zeemacht onderschreef dit standpunt en stelde op 27
oktober 1917 aan de Minister van Oorlog voor om zo spoedig mogelijk met de aanmaak te
beginnen en de eerste munitie-uitrusting te bepalen op 100 bommen per vuurmond. Omtrent
de hoeveelheid aan te maken bomwerpers en bommen stelde hij voor om voorshands dit
aantal te bepalen op de hoeveelheid, die in het tijdvak van bestelling tot 1 april 1918 zouden
kunnen worden opgeleverd. Daarna zou worden bepaald hoeveel er nog meer nodig waren.[7]
Uiteindelijk werd de totale behoefte op 300 stuks vastgesteld.[8] Alvorens tot aanbeveling
over te gaan omtrent de produktiemogelijkheden onderzocht de Directie van de Artillerie
Inrichtingen de eventuele bijdragen van de Nederlandse industrie. Hieruit bleek dat het
mogelijk was om in een periode van zes maanden ongeveer 200 bomwerpers van 20 cm met
bijbehorende stoel en bedding of beddingplaat en 20.000 schoten aan te maken.
In totaal was met de aanschaffing een bedrag gemoeid van ongeveer 1 miljoen gulden, op
welk bedrag echter door het leveren van mortierstoelen uit de bestaande voorraad nog kon
worden bespaard.
Op 2 november 1917 droeg de Minister van Oorlog aan de Opperbevelhebber van Land- en
Zeemacht op om tot produktie van de bomwerper van 20 cm over te gaan, onder maximale
inschakeling van particuliere fabrieken. De Voorzitter van het Munitiebureau gaf aan vanuit
het standpunt van de munitievoorziening geen bezwaar te hebben tegen de voorgenomen
aanmaak van 150 stuks bomwerpers en 15.000 stuks munitie. De aanmaak van de bommen
kon zijns inziens op dezelfde wijze en wellicht ook bij dezelfde particuliere firma's
geschieden als die van de bommen van de bomwerper van 2,5 cm.[9]
In een uitvoerige nota van de Directeur voor aanschaffing en verstrekking van artilleriematerieel
aan de Opperbevelhebber van Land- en Zeemacht van 7 november 1917 omtrent de
stand van zaken rond de beproeving en invoering van de diverse soorten bomwerpers, werd
voorgesteld om zo spoedig mogelijk over te gaan tot de aanmaak van de bomwerpers met de
bijbehorende munitievoorraad.

Voortgezette proefnemingen
Inmiddels had de Tijdelijke Commissie van Proefneming verdere proeven uitgevoerd om de
eerder geconstateerde lengte- en breedtespreiding van het wapen binnen aanvaardbare
grenzen te brengen.[10] Vooral de grote lengtespreiding werd als een groot probleem ervaren:
op een maximum dracht van gemiddeld 1050 meter bedroeg de lengtespreiding ruim 250
meter. Een vermindering van de optredende lengtespreiding kon op diverse manieren worden
bereikt. Allereerst kon de grootste dracht worden verkleind door toepassing van een kleinere
voortdrijvende kruitlading, waardoor de lengtespreiding bij een schootsafstand van 835 meter
ongeveer 160 meter zou bedragen. Deze mogelijkheid viel echter af door het vasthouden aan
de maximale schootsaftand van 1000 meter of meer. Door de kop van het projectiel te
verzwaren ontstond tijdens de vlucht een betere stand van het projectiel in de baan. Aangezien
op het moment van schrijven - 4 december 1918 - reeds alle bestelde bommen van 20 cm
waren afgeleverd, zou een verzwaring van het projectiel slechts worden toegepast indien
daarvan zeer goede resultaten te verwachten waren. De uitwerking van de verzwaring werd
uitgetest met projectielen, waarvan de kop was verzwaard door het ingieten van 2,5 kilogram
lood. Hiermee kwam het projectielgewicht op 17 kilogram, doch de loodvulling ging uiteraard
ten koste van de meegevoerde springlading, die nu slechts 3,5 kilogram kon bedragen. De
voordelen van de verzwaring bleken niet op te wegen tegen de nadelen van een geringere
springlading. A1 doende kwam de Tijdelijke Commissie van Proefneming met een aantal
verbeteringsideeën, die indien zij grondig zouden worden uitgevoerd praktisch zouden
resulteren in een herontwerp van het wapen. Aangezien er reeds 'een belangrijk aantal'
bomwerpers van het beproefde model gereed was, welk bij een vernieuwd ontwerp geheel
onbruikbaar zou worden en daarom versmolten zou moeten worden, vroeg de Tijdelijke
Commissie van Proefneming zich af of niet genoegen zou moeten worden genomen met de
grote spreiding.

Stopzetting verdere produktie van de bomwerper van 20 cm
Op grond van de aanbevelingen van de Tijdelijke Commissie van Proefneming ontstond een
controverse over de verder te volgen lijn. De Directeur voor aanschaffing en verstrekking van
artillerie-materieel stelde op 18 december 1918 voor om de verdere produktie van de
bomwerper van 20 cm zondesmeer te staken[11], doch de Directie der Artillerie-Inrichtingen
was van mening dat de proefnemingen voortgezet dienden te worden om met minder
ingrijpende wijzigingen tot een aanvaardbaar resultaat te komen, waarbij het huns inziens nog
geenszins vast stond dat de reeds afgewerkte lopen nu maar meteen omgesmolten dienden te
worden.[12] De Directie der Artillerie inrichtingen betoogde dat inmiddels alle 15.000
bommen waren geleverd en een deel daarvan reeds was gevuld, terwijl voorts de benodigde
beddingen en stoelen reeds zover gereed waren, dat het niet afwerken daarvan geen
noemenswaardige besparing zou opleveren. Van de lopen moesten op 12 december 1918 nog
74 stuks geleverd worden door de N.V. Rotterdamsche Machinefabriek Braat en 92 stuks door
Werkspoor. De Directie der Artillerie Inrichtingen stelde derhalve voor om voorshands het
afwerken van de lopen te staken, met het oog op de naar verwachting noodzakelijke
wijzigingen. Indien later alsnog tot aanmaak van meerdere, of gewijzigde lopen mocht
worden besloten, dan zou het afwerken daarvan bij de Artillerie-Inrichtingen kunnen
geschieden. De lopen, die door Braat en Werkspoor zouden worden afgewerkt waren nog niet
gegoten, zodat bij intrekking van de order slechts het zogenaamde rouwgeld zou behoeven te
worden betaald. Voor Werkspoor bedroeg dit f 1053,- en voor Braat f 4000,-.[13] Hierop
werd besloten de verdere aanmaak van de bomwerper van 20 cm stop te zetten. De 150 reeds
geleverde exemplaren werden opgelegd.
In verband met de grote lengtespreiding werd het vrijwel onmogelijk geacht om met de
bommen van de bomwerper van 20 cm mijnwerking te verkrijgen tegen kleine doelen, zoals
schuilplaatsen en dergelijke. Hierop werd besloten het wapen vooral tegen ongedekte levende
doelen te gebruiken. Aangezien bij proefnemingen was gebleken dat de mijn- en
scherfwerking van de projectielen in de zachte Nederlandse bodem grotendeels gesmoord
werden, werd vanwege de Opperbevelhebber van Land- en Zeemacht op 11 april 1918 het
idee naar voren gebracht om de bom te voorzien van een zogenaamde koplading (waardoor
deze bij het treffen van de bodem weer werd opgeworpen om vervolgens in de lucht te
exploderen), zoals werd toegepast bij het projectiel van de granaatwerper van 10 cm.[14] In
1919 werd de beproeving van de koplading voor de bom van 20 cm uitgevoerd en het ontwerp
van geheel nieuwe projectielen overwogen[15], doch de definitieve uitwerking van dit
ontwerp werd uitgesteld en de bomwerper van 20 cm raakte vervolgens in de vergetelheid.
Rond 1919 werd nog overwogen om gasbommen (met mosterdgas) voor het wapen te
beproeven, doch ook hiervan kwam uiteindelijk niets terecht.[16] In zijn artikel in de Militaire
Spectator constateerde de le Luitenant der Artillerie J. Rietsma reeds in 1921 een zekere
schroom omtrent het wapen: 'Met den Lt. Bw. van 20 c.M. schijnt men niet voor den dag te
durven komen. Daaromtrent is uiterst weinig gepubliceerd'.[17]

Het gebruik van de bom van 20 cm als anti-tankmijn
In 1936 werden de bommen van 2,5 cm omgebouwd tot antitankmijn[18] en men wilde
vervolgens ook de nog aanwezige bommen van 20 cm hiervoor benutten. Blijkens een
inventarisatie waren er in 1937 3236 gevulde en 18.852 lege bommen van 20 cm aanwezig.
De gevulde bommen waren voorzien van een springlading van naftam of ammonal, terwijl
van de lege bommen 12.059 nog niet voorzien waren van een messing buisgatvoering. Waar
de bom van 2,5 cm als mijn in de grond verankerd kon worden met de ingekorte drijfstang,
moest de bom van 20 cm zijn vaste ligging in het terrein verkrijgen door de onder tegen de
bom aangebrachte halve bol.[19] Bij proeven bleek de bom van 20 cm voor het gebruik als
anti-tankmijn onvoldoende stabiel in de grond verankerd te kunnen worden, zodat van het
gebruik voor dit doel verder werd afgezien.

Technische gegevens van de bomwerper van 20 cm
Schootsafstand: 1200 meter of meer
Vuursnelheid: 5 schoten per minuut
Wijziging der dracht: elevatie
Richtmiddel: verdeelde cirkelrand
Lengtespreiding: 300 meter: 26 meter
600 meter: 30 meter
1050 meter: ± 250 meter
Breedtespreiding: 1050 meter: ± 25 meter
Gewicht:
- in stelling op mortierstoel met bedding van 10 cm: 600 kg
- in vervoerstelling op de vervoerwagen van 10 cm: 920 kg
Projectielgewicht: 13,9 kg
Gewicht springlading: 6 kg naftam of ammonal
Gewicht springlading bij verzwaard projectiel: 3,5 kg
Buis: schokbuis als bij B.G. van 7 cm No. 2
Drijflading: 200 gram rookgevend manoeuvrebuskruit
Ontstekingslading: 5 gram buskruit No. 3 in ontstekingspatroon
Ontsteking: staartstuk geweer M'95 met grendel

De granaatwerper van 10 cm
Naast de bom- of mijnwerpers ontstond tijdens de Eerste Wereldoorlog de behoefte aan
infanteriegeschut, dat zowel in de (beperkte) bewegingsoorlog, als in de stellingoorlog, de
infanterie kon volgen en van nabij ondersteunen op gevechtsafstanden van ongeveer 1200
meter. Het infanteriegeschut moest in staat zijn om zowel met vlakbaanvuur verticale doelen,
zoals tanks, gebetonneerde mitrailleurnesten e.d., als gedekte doelen met krombaanvuur te
beschieten. Tegen ongedekte doelen moest het projectiel een krachtige scherfwerking hebben,
terwijl tegen gedekte doelen een grote mijnwerking werd nagestreefd. Om de infanterie in het
gevechtsterrein te kunnen volgen moest de vuurmond licht zijn, terwijl de bediening zo
eenvoudig mogelijk moest zijn met het oog op het gebruik door niet-artilleristen.

Ontwerp van de majoor der Artillerie P.D. van Essen
In Nederland werkte de Majoor der Artillerie P.D. van Essen, Commandant van de
Oefeningsafdeling te Cadzand, een ontwerp van een dergelijke vuurmond uit, die aan de
bovenstaande specificaties zou moeten voldoen. Hij werd bij de technische uitwerking van
zijn ontwerp op last van de Opperbevelhebber van Land- en Zeemacht ondersteund door de
Artillerie Inrichtingen en de Tijdelijke Commissie van Proefneming. Op 30 juli 1917 bood
Majoor Van Essen de Opperbevelhebber van Land- en Zeemacht een uitgewerkte
ontwerptekening aan van een granaatwerper van 10 cm, met het verzoek om aan de Artillerie
Inrichtingen de opdracht te verstrekken tot het vervaardigen van een proefvuurmond met
affuit. Na het vaststellen van de constructie van de munitie, zou de Tijdelijke Commissie van
Proefneming het wapen kunnen beproeven.[20] De kosten, die verbonden waren aan de
aanmaak van een proefvuurmond met affuit, bedroegen volgens Majoor Van Essen ongeveer f
500,-, een gering bedrag in vergelijking tot de kosten van de vervaardiging van het
beproevingsexemplaar van de bomwerper van 20 cm. Met betrekking tot de te gebruiken
munitie werden op het moment van aanbieding van het ontwerp van de granaatwerper in juli
1917 nog werkplaatsproeven uitgevoerd door de Constructie Werkplaats te Delft.[21] Met het
oog op de hoofdtaak van de granaatwerper (het beschieten van ongedekte doelen) werd een
projectiel ontworpen met een grote scherfwerking. Deze werd verkregen door de plaatijzeren
granaat te vullen met een springlading, bestaande uit 52 gram pikrinezuur en 625 gram
buskruit No. 2.
Reeds op 8 augustus 1917 verzocht de Directeur voor aanschaffing en verstrekking van
artillerie-materieel op last van de Opperbevelhebber van Land- en Zeemacht[22] de Directie
der Artillerie Inrichtingen om de proefvuurmond volgens het ontwerp van Majoor Van Essen
te doen aanmaken. In verband met de gewenste spoed verzocht hij de Minister van Oorlog om
de aan de aanmaak van de proefvuurmond verbonden kosten achteraf alsnog te willen
goedkeuren.[23] Op 22 augustus 1917 verleende de Minister van Oorlog machtiging tot de
aanmaak.
Hoewel de grote lengtespreiding nog niet bevredigend werd geacht en de ontworpen radaffuit
nog niet geheel voldeed, meende de Tijdelijke Commissie van Proefneming dat 'het vraagstuk
zijne oplossing in den gewenschten zin nadert'.[24] Dat dit standpunt op zijn minst te
optimistisch was zal uit het volgende nog blijken! Wel was de Tijdelijke Commissie van
Proefneming van mening dat een verdere beproeving en wijziging van het wapen
noodzakelijk was alvorens tot de vervaardiging ervan over te gaan. Het was met name de
Directie der Artillerie Inrichtingen, die op een zeer spoedige beslissing omtrent de invoering
van het wapen aandrong, desnoods kon genoegen worden genomen met een voorlopige
beslissing om het wapen in beginsel in te voeren. Aan deze wens lag de grote
materiaalschaarste ten grondslag, aangezien de aanmaak van maar liefst 360 exemplaren met
150.000 daarbij behorende projectielen werd overwogen. Ook de Opperbevelhebber van
Land- en Zeemacht deelde deze voortvarendheid en gaf de Directie der Artillerie Inrichtingen
de opdracht om de aanmaak zoveel mogelijk voor te bereiden en opgave te doen van de
daarmee gemoeide kosten.[25] Op 5 oktober 1917 keurde de Minister van Oorlog de aan de
Artillerie Inrichtingen verstrekte opdracht goed. Omtrent de eventuele aanmaak bepaalde de
bewindsman dat hij hiertoe zou besluiten na opgave van de met de aanmaak gemoeide kosten.
Met geen woord repte hij over de technische vervolmaking van het ontwerp, die in de
overwegingen voor de daadwerkelijke invoering van de granaatwerper toch prioritair zou
moeten zijn. De Minister wenste voor de aanmaak van de munitie uitdrukkelijk de mogelijke
bijdrage van de particuliere industrie te bezien en wees op het hiertoe noodzakelijke overleg
met het munitiebureau.[26] De kosten voor de aanmaak van 360 granaatwerpers van 10 cm
werden door de Directeur voor aanschaffing en verstrekking van artillerie-materieel begroot
op
f 600,- per stuk en voor de bijbehorende munitie f 12,50 per schot, hetgeen neerkwam op een
totaalbedrag van f 2.091.000,-.[27] Het is opmerkelijk dat de kostprijs van een produktieexemplaar
van de granaatwerper van 10 cm hoger lag, dan die van het proefexemplaar, doch
wellicht werd in de hogere prijs rekening gehouden met de noodzakelijke wijzigingen van het
wapen en de affuit. Aangezien er nog geen opdracht was gegeven voor de produktie, was het
overleg met het munitiebureau omtrent de inschakeling van de particuliere industrie bij de
vervaardiging van de 150.000 benodigde projectielen nog niet geopend. Inmiddels had de
Tijdelijke Commissie van Proefneming haar aandacht gericht op het ontwerp van de granaat.
Hiertoe waren een aantal schietproeven en een springproef uitgevoerd met een projectiel, dat
qua constructie was afgeleid van de bom van 20 cm. Men zocht daarbij naar een zodanig
materiaal voor de onderste, gasafsluitende halve bol, dat een eenvoudige en vlugge
massavervaardiging mogelijk was en tevens de gasafsluiting voldoende zou zijn. In verband
met de schaarste van het benodigde plaatstaal heeft men hierbij ook de toepassing van andere
materialen betrokken. Met een drijflading van 20 gram zeegrasbuskruit, welke werd ontstoken
door een patroon, gevuld met ruim 7 gram buskruit No. 3, bereikte het 2,05 kilogram zware
projectiel bij een elevatie van 45° een dracht van 1000-1200 meter. De ziellengte van het
proefwapen bedroeg daarbij 50 cm. Zonder gebruik van de kardoes met zeegrasbuskruit, was
de patroon voldoende voor een schootsafstand van 265 meter. De springproef leverde een
gunstige scherfwerking op, maar de gebezigde radaffuit, welke door de
ConstructieWerkplaatsen was ontworpen, voldeed nog geenszins, terwijl de grote
lengtespreiding een voortzetting van de proeven noodzakelijk maakte.[28] Een belangrijk deel
van de ondervonden problemen was identiek aan die van de bomwerper van 20 cm.
Na ontvangst van het verslag van de Tijdelijke Commissie van Proefneming verstrekte de
Directeur voor aanschaffing en verstrekking van artillerie-materieel op 17 oktober 1917, na
telefonisch overleg met de Chef van het Bureau van de Generale Staf van het Algemeen
Hoofdkwartier en het Hoofd van de IVe Afdeling van het Departement van Oorlog, opdracht
aan de Directie der Artillerie Inrichtingen een aanvang te maken met de voorbereiding van de
aanmaak van 360 stuks granaatwerpers van 10 cm en 150.000 stuks daarbij behorende
munitie, onder opgave van de snelst mogelijke levertermijnen.[29]

Voortgezette proefnemingen
Bijna in een wedloop met deze voortvarende besluitvorming werkte de Tijdelijke Commissie
van Proefneming koortsachtig aan proefnemingen voor de verdere vervolmaking van het
ontwerp. In december 1917 werden uitgebreide proefnemingen gehouden ten aanzien van de
mogelijke oorzaken van de geconstateerde grote lengtespreiding, waarbij ook het ontwerp van
de gebezigde radaffuit kritisch werd bezien. Als een der voornaamste oorzaken van het
probleem met betrekking tot de lengtespreiding werd genoemd de wijze waarop de onderste
halve bol met het projectiellichaam was verbonden. Tenslotte werd een verbetering gebracht
in de wijze, waarop de rookzwakke buskruitlading verbrandde, door deze aan te brengen in
een messing huls, welke in een afzonderlijk gedeelte van de granaatwerper werd geplaatst en
die met een eenvoudig sluitstuk met afvuurinrichting op haar plaats werd gehouden.[30]
Ook de ontwerper zelf, in zijn functie van Commandant van de Oefenings-Afdeling, zat niet
stil bij de verdere vervolmaking van de door hem ontworpen granaatwerper. In plaats van zich
echter te beperken tot de systematische oplossing van de ondervonden problematiek, trachtte
hij nu in eens voor alles een oplossing te vinden en daarbij tevens nog de dracht van het
wapen aanzienlijk te vergroten. Op 11 februari 1918 meldde de Majoor van Essen dat het
mogelijk was gebleken door verlenging van de vuurmond en het gebruik van een meer
geschikte soort buskruit een dracht van 1200 meter en meer te bereiken met een projectiel van
2,75 kilogram. Het werd hierdoor noodzakelijk om de affuit te wijzigen teneinde een grotere
stabiliteit bij het schieten te verkrijgen. De buskruitlading werd, zoals in de eerdere
beproevingen door de Tijdelijke Commissie van Proefneming reeds was gesuggereerd, in een
messing huls van 2,5 cm kaliber geborgen, de verbranding geschiedde in een afzonderlijke
kamer, die loodrecht op de as van de vuurmond in het achterstuk was geschroefd en door een
afzonderlijk sluitstuk met afvuurinrichting werd gesloten. Het beproefde projectiel bevatte
ongeveer 0,7 kilogram springstof en was door de toepassing van een koplading zodanig
ingericht dat het projectiel ongeacht de invalshoek op 2 tot 5 meter boven de grond sprong.
De breedtespreiding was inmiddels tot aanvaardbare waarden teruggebracht, doch ten aanzien
van de lengtespreiding bleven de problemen voortduren, hoewel Van Essen op dit punt
optimistisch bleef. Naar de mening van de Directeur voor aanschaffing en verstrekking van
artillerie-materieel was in februari het moment gekomen om tot een meer uitgebreide
troepenbeproeving van de granaatwerper over te gaan, waartoe hij de Minister van Oorlog
toestemming verzocht om tot de aanmaak van vier exemplaren door de Artillerie Inrichtingen
te mogen overgaan.[31]
Op 21 maart 1918 meldde de Majoor Van Essen de afsluiting van de beproevingsfase aan de
Opperbevelhebber van Land- en Zeemacht, waarbij hij tevens aandrong op een nadere
beslissing omtrent de invoering van het wapen. In zijn brief noemde Van Essen de
spreidingen bij de toegepaste vuurmondlengte van 7,5 kaliber 'reeds zeer gunstig', welke
waarden nog zouden verbeteren door de toepassing van de reeds in studie genomen
vuurmondlengte van 9 kalibers, waarmee een maximum dracht van 1300 tot 1500 meter
gehaald kon worden. De uitwerking van de projectielen werd door hem, zelfs bij ongunstige
weers- en bodemomstandigheden, als uiterst gunstig voorgesteld. De uitkomsten van een
schietproef op 19 maart met slechts één projectiel moesten deze bewering staven. In het slot
van zijn brief maakte Majoor Van Essen melding van de voorbereidingen die voor een snelle
produktie (binnen vier maanden) waren getroffen.[32]

Besluitvorming omtrent de aanmaak en invoering van de granaatwerper
Alvorens een beslissing te nemen omtrent de aanmaak van 360 granaatwerpers en 150.000
van de bijbehorende projectielen, verzocht de Opperbevelhebber van Land- en Zeemacht de
voorzitter van het munitiebureau een volledig overzicht van de stand van zaken te
verschaffen, terwijl hij op voorstel van de Directie van de Artillerie-Inrichtingen tevens een
bespreking hield met Majoor Van Essen, de voorzitter van de Tijdelijke Commissie van
Proefneming, de adjunct-directeur van de Artillerie-Inrichtingen en de bedrijfsleider van de
werkplaatsen aan de Hembrug. Mogelijk namen ook de kapitein van de Generale Staf Best
van het Algemeen Hoofdkwartier en de kapitein der Artillerie Tierie (de ontwerper van
ondermeer de bomwerper van 2,5 cm en een granaatwerper van 8 cm) aan deze bespreking
deel. Het doel van de bespreking was het vaststellen van de exacte stand van zaken en te
komen tot een motivering voor de aanmaak van de ontworpen granaatwerper. De uitkomsten
van deze bespreking moeten voor Majoor Van Essen nogal teleurstellend zijn geweest,
aangezien de ontwikkeling van zijn geesteskind nog geenszins een produktie rechtvaardigde.
De voorzitter van het Munitiebureau deelde mee dat het model van de granaat nog niet kon
worden vastgesteld, aangezien er nog geen buis ontwikkeld was, die het toeliet om het
projectiel met aangebrachte buis te vervoeren. Een nieuwe buis was in ontwerp, doch er
zouden nog schietproeven nodig zijn om de doelmatigheid ervan te beproeven. Het model van
het projectiel zelf hoefde verder niet meer gewijzigd te worden, zodat zijns inziens met de
aanmaak ervan begonnen kon worden. Het voor de vervaardiging van de projectielen
benodigde materiaal was reeds door de Artillerie-Inrichtingen besteld, terwijl de benodigde
springstoffen (40.000 granaten zouden worden gevuld met trotyl en de overige 110.000 stuks
met brackiet) reeds beschikbaar waren. Bovendien kon de Firma Van Heijst & Zonen, die de
beproevingsprojectielen had aangemaakt, de aanmaak voor haar rekening nemen in een
zodanig tempo, dat ongeveer twee maanden na aanvang van de fabricage een etmaalproduktie
van 1000 stuks gehaald kon worden. Met de aanmaak van 150.000 projectielen was derhalve
te rekenen op 7 maanden. De vervolmaking van de nieuwe buis zou naar verwachting twee
maanden in beslag nemen, terwijl eventueel met de reeds voor de proefnemingen
vervaardigde buis genoegen kon worden genomen, ingeval de nieuw ontworpen buis niet
mocht voldoen. Aangezien de dagproduktie van buizen de 1000 stuks niet te boven zou gaan,
was met de vervaardiging van de benodigde buizen eveneens een tijdsbeslag van 7 maanden
gemoeid.
Ten aanzien van de vuurmond zelf werd opgemerkt dat het model van het sluitstuk nog niet
was vastgesteld, in verband met het veelvuldig klemmen van de hulzen bij het beproefde
model. Mocht dit probleem niet tot een spoedige oplossing komen, dan moest het wapen
worden uitgevoerd conform het eerdere ontwerp, waarmee een schootsafstand van 1300 meter
gehaald kon worden, tegen 1500 meter voor het wapen met het nieuwe sluitstuk. De voor de
vervaardiging van de vuurmonden, sluitstukken en hulzen benodigde materialen waren
eveneens beschikbaar. De affuit was gedurende de beproeving herhaalde malen gewijzigd en
de voorraad beschikbare materialen was weliswaar voldoende geweest voor de aanvankelijk
ontworpen affuit, doch niet voor de gewijzigde affuit. Na het verwerven van het extra
benodigde materiaal konden de affuiten naar verwachting in 6 maanden tijd gemaakt worden.
Het model van de richtmiddelen was vastgesteld, maar aangezien de Constructie-
Werkplaatsen niet in de gelegenheid waren om deze te vervaardigen, moest hiervoor de
particuliere industrie worden ingeschakeld. Een complicerende factor daarbij was, dat de
benodigde libellen uit Duitsland betrokken moesten worden en er geen zicht bestond op de
leveringsmogelijkheden en -termijnen.
Aangezien het model van de granaatwerper van 10 cm gedurende de beproevingen herhaalde
malen aanzienlijk werd gewijzigd, werd een bijgestelde begroting opgesteld van de kosten
van aanmaak van 360 granaatwerpers met de bijbehorende munitie. Volgens de herziene
begroting zou een bedrag van f 3.200.000,- benodigd zijn, hetgeen een vermeerdering was van
ruim f 1.000.000,- ten opzichte van de raming van 1917.
De vergadering kwam tot de slotsom dat met de aanmaak van de benodigde lege projectielen
en de richtmiddelen kon worden aangevangen, terwijl de vervaardiging van de vuurmonden,
affuiten en buizen eerst zou kunnen aanvangen na de definitieve vaststelling van de
modellen.[33]
De Minister van Oorlog volgde dit advies op en hechtte op 21 mei 1918 zijn goedkeuring aan
de aanmaak van 150.000 projectielen en de richtmiddelen voor de granaatwerper van 10 cm.
De aanmaak van de vuurmonden, affuiten en buizen zou na afloop van de in gang zijnde
proeven ter hand kunnen worden genomen. De Minister gaf de Opperbevelhebber van Landen
Zeemacht de opdracht om uiterlijk op 15 juli 1918 over de vorderingen te rapporteren en
voorstellen uit te werken voor het vervoer van de vuurmond en munitie te velde etc. met een
kostenraming.[34]
Op 15 juli 1918 berichtte de Opperbevelhebber van Land- en Zeemacht dat het model van de
schokbuis, die naar believen voor transport op veilig kon worden gesteld, inmiddels voldeed,
zodat met de aanmaak ervan kon worden begonnen. Ook het model van de vuurmond (loop)
was inmiddels definitief vastgesteld en de aanmaak ervan inmiddels gestart. Het sluitstuk was
echter nog niet verder ontwikkeld, aangezien een drie weken durende staking bij de Artillerie-
Inrichtingen een onvoorziene vertraging had veroorzaakt. Het model van de afvuurinrichting
en de te gebruiken hulzen waren nog in beproeving, terwijl de gewijzigde affuit inmiddels
zodanig voldeed, dat met de vervaardiging ervan kon worden begonnen. Ten behoeve van het
vervoer was de affuit inmiddels wederom aangepast en ondermeer voorzien van hogere raden.
Het toe te passen ontwerp van het sluitstuk was feitelijk nog de enige hinderpaal voor de
grootschalige produktie en invoering van het wapen.
De granaatwerper kon in het terrein op de raden vervoerd worden door vier manschappen,
terwijl voor het vervoer van de munitie het onderstel van de patroonkar van de Coltmitrailleur
gebruikt kon worden, na montage van een eenvoudige houten bak, waarin 40 projectielen en
ladingen vervoerd konden worden. Door de benutting van reeds aanwezig overbodig
materieel waren de kosten zeer beperkt. Voor het vervoer van nog eens 160 schoten per
vuurmond in de gevechtstrein van het bataljon infanterie kwamen door twee paarden
getrokken projectielwagens in aanmerking, welke met paarden eenvoudigweg gevorderd
konden worden.[35] Bij de vervoerproeven werd het wapen in oktober 1918 zelfs met succes
achter een Excelsior motorrijwiel met zijspan over de Waakdorper weg vervoerd met een
snelheid van 30 tot 35 kilometer per uur.[36] Aan de Majoor Van Essen werd nu verzocht om
de organisatie van de op te richten granaatwerper-pelotons uit te werken. Aangezien het
voorgenomen produktie-aantal van 360 stuks niet voldoende was om alle bataljons van het
Veldleger te voorzien van een granaatwerperpeloton van vier stuks en een uitbreiding van de
produktie niet te verwachten was, werd er de voorkeur aan gegeven om een peloton van 6
granaatwerpers per Regiment Infanterie in te delen.

Het doek valt, maar de granaatwerper verdwijnt nog niet van het toneel
Eerst op 24 oktober 1918 was het ontwerp van de affuit zodanig tot tevredenheid afgerond,
dat naar de mening van de Directeur voor aanschaffing en verstrekking van artilleriematerieel
tot de grootschalige aanmaak ervan kon worden overgegaan.[37] De Minister van
Oorlog besliste echter op 29 oktober tot het beëindigen van het kostenverslindende
project.[38] De proeven alleen al hadden maar liefst f 37.000,- gekost en er bestond zijns
inziens op korte termijn nog immer geen zicht op een deugdelijk wapen, dat zich kon meten
met buitenlandse ontwerpen, waarvan de aanschaf juist binnen bereik was gekomen.[39]

Conclusie
Hoewel met het besluit van de Minister van 29 oktober formeel het doek leek te vallen over
een praktisch onuitvoerbaar ontwerp van een granaatwerper, dat feitelijk alleen kon ontstaan
in de noodsituatie tijdens de Eerste Wereldoorlog, verdween het wapen hiermee nog
geenszins uit de historie van het Nederlandse leger. Men had immers een omvangrijke
voorraad projectielen en in de naoorlogse jaren ontstond het idee om daarvoor dan maar een
geheel nieuwe granaatwerper of infanteriekanon te construeren! De prolongatie van de
kostbare ontwerphistorie van een der merkwaardigste granaatwerpers, geconstrueerd als
gecombineerde voor- en achterlader valt echter buiten het bestek van dit artikel. Ook de
robuuste Bomwerper van 20 cm bleef na de oorlog niet lang in de bewapening. Het belang dat
men hechtte aan de uitrusting van de infanterie met krombaanwapens wordt geïllustreerd door
het feit dat in de financiëel uiterst krappe periode vlak na de Wereldoorlog tóch nog middelen
werden uitgetrokken om een aantal granaatwerpers in het buitenland aan te kopen.

NOTEN
1. Armamentaria 23 (1988) en 28 (1993).
2. CAD-MVD: archief A.H.K.-G.S. Secretariaat inv. nr. GG 63: 1917, bundel 2406, stuk
3097: M.v.O. aan O.L.Z. en I.d.Vg.A., 17 april 1917 Kabinet Litt. I 51.
3. CAD-MVD: archief A.H.K.-G.S. Secretariaat inv. nr. GG 63: 1918, bundel 189, stuk
189: Directeur voor aanschaffing en verstrekking van artillerie-materieel aan O.L.Z., 5
januari 1918 No. 58 A.V. Geheim.
4. Van de produktie-exemplaren werd 1/4e deel (5000 schoten) opgelegd, gevuld met
poedervormig trotyl; voor de overige 15.000 exemplaren werd naftam
(ammoniumnitraat en naftaline) in bestanddelen opgelegd. Deze projectielen zouden
eerst vlak voor het gebruik worden gevuld in verband met de sterk hychroscopische
eigenschap van de naftam-springstof.
5. CAD-MVD: archief A.H.K.-G.S. Secretariaat inv. nr. GG 63: 1918, bundel 2878, stuk
9158: Voorzitter Tijdelijke Commissie van Proefneming aan Directeur voor
aanschaffing en verstrekking van artillerie-materieel, 12 September 1918 No. 2717
Geheim.
6. CAD-MVD: archief A.H.K.-G.S. Secretariaat inv. nr. GG 63: 1918, bundel 189, stuk
189: Directeur voor aanschaffing en verstrekking van artillerie-materieel aan O.L.Z., 5
Januari 1918 No. 58 A.V. Geheim.
7. CAD-MVD: archief A.H.K.-G.S. Secretariaat inv. nr. GG 63: 1917, bundel 7518, stuk
10267: O.L.Z. aan M.V.O., 27 October 1917 O.V.I. No. 101812 Geheim/ Bureau
Directeur voor aanschaffing en verstrekking van artillerie-materiaal No. 4681 A.V.
8. CAD-MVD: archief A.H.K.-G.S. Secretariaat inv. nr. GG 63: 1918, bundel 189, stuk
189: Directeur voor aanschaffing en verstrekking van artillerie-materieel aan O.L.Z., 5
Januari 1918 No. 58 A.V. Geheim.
9. CAD-MVD: archief A.H.K.-G.S. Secretariaat inv. nr. GG 63: 1917, bundel 7518, stuk
12203: Voorzitter van het Munitiebureau aan de M.v.O. d/t O.L.Z., 20 December
1917.
10. CAD-MVD: archief A.H.K.- G.S. Secretariaat inv. nr. GG 63: 1918, stuk no. 12824:
Voorzitter Tijdelijke Commissie van Proefneming aan de Directeur voor Aanschaffing
en Verstrekking van Artillerie-materieel, 4 December 1918 No. 3015 Geheim.
11. CAD-MVD archief A.H.K.-G.S. Secretariaat inv. no. GG 63: 1918, stuk 12824,
Directeur voor Aanschaffing en Verstrekking van Artillerie-Materieel aan O.L.Z. a.i.,
18 December 1918 No. 804 A.V. Geheim.
12. CAD-MVD archief A.H.K.-G.S. Secretariaat inv. no. GG 63: 1918, stuk 12824, D.A.I.
aan Directeur voor Aanschaffing en Verstrekking van Artillerie-Materieel, 14
December 1918 No. 1066 Geheim.
13. CAD-MVD archief A.H.K.-G.S. Secretariaat inv. no. GG 63: 1918, stuk 12824, D.A.I.
aan M.v.O. d/t Voorzitter van het Munitiebureau, 12 December 1918, Munitiefabriek
5821 A.
14. CAD-MVD: archief A.H.K.-G.S. Secretariaat inv. nr. GG 63: 1918, bundel 189, stuk
3203: O.L.Z. aan Directeur voor aanschaffing en verstrekking van artillerie-materieel
i.a.a. D.A.I. en Tijdelijke C.V.P., 11 April 1918 O.V.I. No. 118447 (Afd. G.S. No.
3203).
15. CAD-MVD archief A.H.K.-G.S. Secretariaat inv. no. GG 63: 1919, stuk 4519, D.A.I.
aan Directeur voor Aanschaffing en Verstrekking van Artillerie-Materieel d/t
Voorzitter der Commissie van Proefneming, 7 Mei 1919, Munitiefabriek No. 1454.
16. Portheine, 'Mijnwerpers' Artilleristisch Tijdschrift, 3 (1919), 466.
17. J. Rietsma, 'De bewapening van onze infanterie met geschut. Bomwerpers (Bw.),
granaatwerpers (Gw.), infanteriekanonnen (Ik.)' Militaire Spectator, 1921, 485-496.
18. J.R. Verbeek, 'Bomwerpers en mortieren van het Nederlandse leger 1914-1940 : de
bomwerper van 2,5 cm' Armamentaria 28 (1993), 103-119.
19. ARA: H.K.V., Geheim archief Commandant Veldleger, inv. no. 1050, pak 303,
dossier 609 G, 1936: D.M.L. aan M.v.D. d/t Ch.G.S., i.a.a. D.A.I., 26 juli 1937 Nr.
5280 G.
20. CAD-MVD: archief A.H.K.-G.S. Secretariaat inv. nr. GG 63: 1917, stuk 10921: Nota
van de Directeur voor aanschaffing en verstrekking van artillerie-materieel aan de
O.L.Z., 7 November 1917, No. 6010 A.V.
21. CAD-MVD: archief A.H.K.-G.S. Secretariaat inv. nr. GG 63: 1917, bundel 6475, stuk
6475: Commandant der Oefeningsafdeeling aan O.L.Z., 30 Juli 1917 No. 180 o.a.
22. O.L.Z. aan Directeur voor aanschaffing en verstrekking van artillerie-materieel, 6
augustus 1917 O.V.I. No. 93838 (Afd.G.S. No. 6475)
23. CAD-MVD: archief A.H.K.-G.S. Secretariaat inv. nr. GG 63: 1917, bundel 6475, stuk
6730: Directeur voor aanschaffing en verstrekking van artillerie-materieel aan M.V.O.
d/t O.L.Z., 8 Augustus 1917 No. 4041 A.V.
24. CAD-MVD: archief A.H.K.-G.S. Secretariaat inv. nr. GG 63: 1917, bundel 6471, stuk
10071, O.L.Z. aan M.V.O., 23 October 1917 O.V.I. No. 101088 Geheim/ Bureau
Directeur voor aanschaffing en verstrekking van artillerie-materieel No. 5511 A. V.
25. CAD-MVD: archief A.H.K.-G.S. Secretariaat inv. nr. GG 63: 1917, bundel 6471, stuk
10071, O.L.Z. aan M.V.O., 23 October 1917 O.V.I. No. 101088 Geheim/ Bureau
Directeur voor aanschaffing en verstrekking van artillerie-materieel No. 5511 A.V.
26. CAD-MVD: archief A.H.K.-G.S. Secretariaat inv. nr. GG 63: 1917, bundel 6475, stuk
10071: M.v.O. aan O.L.Z., 5 November 1917 D.v.O. IVe Afd. No.14.
27. CAD-MVD: archief A.H.K.-G.S. Secretariaat inv. nr. GG 63: 1917, bundel 6475, stuk
10071: O.L.Z. aan M.V.O., 24 November 1917 O.V.I. No. 103043 Geheim/Bureau
Directeur voor aanschaffing en verstrekking van artillerie-materieel No. 6046 A.V.
28. CAD-MVD: archief A.H.K.-G.S. Secretariaat inv. nr. GG 63: 1917, bundel 6475, stuk
9861: Voorzitter Tijdelijke Commissie van Proefneming aan Directeur voor
aanschaffing en verstrekking van artillerie-materieel, 15 October 1917 No. 1824.
29. CAD-MVD: archief A.H.K.-G.S. Secretariaat inv. nr. GG 63: 1917, bundel 6475, stuk
9861: Directeur voor aanschaffing en verstrekking van artillerie-materieel aan O.L.Z.,
17 October 1917 No. 5511 A.V.
30. CAD-MVD: archief A.H.K.-G.S. Secretariaat inv. nr. GG 63: 1918, bundel 212, stuk
212: Opperbevelhebber van Land- en Zeemacht aan de Minister van Oorlog, 7 Januari
1918 O.V.I. No. 105954, Bureau Directeur voor aanschaffing en verstrekking van
artillerie-materieel No. 71 A.V.
31. CAD-MVD: archief A.H.K.-G.S. Secretariaat inv. nr. GG 63: 1918, bundel 212, stuk
1602; Opperbevelhebber van Land- en Zeemacht aan Minister van Oorlog, 18 februari
1918 O.V.I. No. 112336, Bureau Directeur voor aanschaffing en verstrekking van
artillerie-materieel No. 1238 A.V.
32. CAD-MVD: archief A.H.K.-G.S. Secretariaat inv. nr. GG 63: 1918, bundel 212, stuk
2683, Majoor Van Essen, Commandant der Oefeningsafdeeling aan de
Opperbevelhebber van Land- en Zeemacht, 21 Maart 1918 No. 55 Geheim met 1
bijlage.
33. CAD-MVD: archief A.H.K.-G.S. Secretariaat inv. nr. GG 63: 1918, bundel 212, stuk
4273: Opperbevelhebber van Land- en Zeemacht aan Minister van Oorlog, i.a.a.
Majoor Van Essen, 6 mei 1918 O.V.I. No. 121088 (Afd. G.S. No. 4273).
34. CAD-MVD: archief A.H.K.-G.S. Secretariaat inv. nr. GG 63: 1918, bundel 212, stuk
4962: Minister van Oorlog aan de Opperbevelhebber van Land- en Zeemacht, de
Directeur voor aanschaffing en verstrekking van artillerie-materieel en het
Munitiebureau, 21 mei 1918, IVe Afd. No. 127.
35. CAD-MVD: archief A.H.K.-G.S. Secretariaat inv. nr. GG 63: 1918, bundel 212, stuk
6733: Opperbevelhebber van Land- en Zeemacht aan de Minister van Oorlog, 15 juli
1918 O.V.I. No. 128.460 Geheim, Afd. G.S. No. 6733.
36. CAD-MVD: archief A.H.K.-G.S. Secretariaat inv. nr. GG 63: 1918, bundel 212, stuk
10372: Commandant van de Centrale Stormschool aan de Opperbevelhebber van
Land- en Zeemacht, 16 October 1918.
37. CAD-MVD: archief A.H.K.-G.S. Secretariaat inv. nr. GG 63: 1918, bundel 212, stuk
10760: Directeur voor aanschaffing en verstrekking van artillerie-materieel aan de
Opperbevelhebber van Land- en Zeemacht, 24 October 1918 No. 7462 A.V. Geheim.
38. CAD-MVD: archief A.H.K.-G.S. Secretariaat inv. nr. GG 63: 1918, bundel 212, stuk
10760: onderschrift Directeur voor aanschaffing en verstrekking van artilleriematerieel
van 15 November 1918 No. 7462 A.V. Geheim.
39. CAD-MVD: archief A.H.K.-G.S. Secretariaat inv. nr. GG 63: 1918, bundel 212, stuk
12612: Directeur voor aanschaffing en verstrekking van artillerie-materieel aan de
fungerend Opperbevelhebber van Land- en Zeemacht, 11 December 1918 No. 8672 A.
V.

LITERATUUR
- Hamm, L.W.M., 'De granaatwerper'. Militair Technisch Tijdschrift; 2 (1919-1920), 10-
29, 573-580.
- Portheine, 'Mijnwerpers'. Artilleristisch Tijdschrift; 3 (1919), 201-211, 391-400, 459-
469.
- Rietsma, J., 'De bewapening van onze infanterie met geschut. Bomwerpers (Bw.),
granaatwerpers (Gw.), infanteriekanonnen (Ik.)'. Militaire Spectator, 1921, 485-496.
- Verbeek, J.R., 'Bomwerpers en mortieren van het Nederlandse leger 1914-1918 : De
improvisaties'. Armamentaria 23 (1988), 127-147.
- Verbeek, J.R., 'Bomwerpers en mortieren van het Nederlandse leger 1914-1940 : de
bomwerper van 2,5 cm'. Armamentaria 28 (1993), 103-119.


http://www.collectie.legermuseum.nl/sites/strategion/contents/i004563/arma29%20bomwerpers%20en%20mortieren.pdf
_________________

"Omdat ik alles beter weet is het mijn plicht om betweters te minachten."
Marcel Wauters, Vlaams schrijver en kunstenaar 1921-2005
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
Fritz Kempf
Ere WikiMusketier


Geregistreerd op: 4-4-2006
Berichten: 10391
Woonplaats: Wipers (Ieper)

BerichtGeplaatst: 07 Feb 2010 1:15    Onderwerp: Reageer met quote

Mooi! Zo mooi dat ik het artikel een plaatje gaf in de Wiki. Natuurlijk met alle gegevens zoals bron + dankwoord aan de schrijver en plaatser op FEW.

http://www.forumeerstewereldoorlog.nl/wiki/index.php/Bomwerpers_en_mortieren_van_het_Nederlandse_leger_1914-1918:_De_laatste_eigen_ontwerpen
_________________
"Kennscht mi noch?" ~~~ Who is the real "Fritz Kempf"?

Ypres Salient on Pictures
Discover the Salient - Meet the men


FHSW Wikia
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Bekijk de homepage MSN Messenger
Finnbar
Moderator


Geregistreerd op: 5-11-2009
Berichten: 6976
Woonplaats: Uaso Monte

BerichtGeplaatst: 07 Feb 2010 1:18    Onderwerp: Reageer met quote

Ja Percy, waarom deed je dat eigenlijk zelf niet?
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Verstuur mail
den Korrigann



Geregistreerd op: 19-11-2006
Berichten: 1110
Woonplaats: Roeselare

BerichtGeplaatst: 07 Feb 2010 9:11    Onderwerp: Reageer met quote

Misschien kan hij ook niet inloggen ???
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
wvanrosm



Geregistreerd op: 31-5-2006
Berichten: 501

BerichtGeplaatst: 07 Feb 2010 12:21    Onderwerp: Reageer met quote

Snaaip @ 07 Feb 2010 1:15 schreef:
Mooi! Zo mooi dat ik het artikel een plaatje gaf in de Wiki. Natuurlijk met alle gegevens zoals bron + dankwoord aan de schrijver en plaatser op FEW.

Heb je de disclaimer gelezen op de site van het Legermuseum, Sniper? Daar staat nl.:
"Het is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van het Legermuseum informatie, beeldmateriaal, fotos en teksten op enigerlei wijze voor andere doeleinden dan persoonlijk gebruik te verspreiden."
mvg, Wim
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
Percy Toplis



Geregistreerd op: 9-5-2009
Berichten: 13612
Woonplaats: Suindrecht

BerichtGeplaatst: 07 Feb 2010 12:42    Onderwerp: Reageer met quote

wvanrosm @ 07 Feb 2010 12:21 schreef:
Snaaip @ 07 Feb 2010 1:15 schreef:
Mooi! Zo mooi dat ik het artikel een plaatje gaf in de Wiki. Natuurlijk met alle gegevens zoals bron + dankwoord aan de schrijver en plaatser op FEW.

Heb je de disclaimer gelezen op de site van het Legermuseum, Sniper? Daar staat nl.:
"Het is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van het Legermuseum informatie, beeldmateriaal, fotos en teksten op enigerlei wijze voor andere doeleinden dan persoonlijk gebruik te verspreiden."
mvg, Wim

Nog afgezien van het feit dat ik echt niet weet hoe ik e.e.a. op de Wiki krijg (daar werk ik aan, of liever, daar ga ik aan werken...), denk ik dat ik het door wvanrosm aangehaalde het grootste bezwaar vond het artikel juist niet in de Wiki te plaatsen. Ik ben heel erg voor het herschrijven van artikelen.
De reden dat ik ditmaal het gehele artikel op FEW is gezet is omdat ik de laatste tijd steeds meer zie dat artikelen, die op zich heel interessant zijn (of liever: die ik interessant vind), opeens verdwenen zijn. Spoorloos. En dat is vooral frustrerend als ik zeker weet die artikelen voor die tijd gelezen te hebben en niet de tegenwoordigheid van geest heb gehad deze te downloaden...
't Was een soort paniekreactie, laat ik het zo noemen. Excuses voor eventueel ongemak...
Zal ik een poging doen het artikel te herschrijven om het zodoende "des FEW's" te maken? Want ik neem aan dat dat wel mag?
Groet,
P.
_________________

"Omdat ik alles beter weet is het mijn plicht om betweters te minachten."
Marcel Wauters, Vlaams schrijver en kunstenaar 1921-2005
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
Lingekopf
Bismarck


Geregistreerd op: 19-10-2006
Berichten: 15984
Woonplaats: Binnen de Atlantikwall en 135 km van het WO1-front

BerichtGeplaatst: 07 Feb 2010 14:35    Onderwerp: Reageer met quote

Als je die moeite wilt doen zou ik dat erg positief vinden. De info is interessant genoeg, maar inderdaad is het plaatsen van andermans artikelen onwettig. Ik zal in de WIKI de verwijzing veranderen, zodat het miet meer als officieel artikel te boek staat. Na bewerking kan het dan weer teruggeplaatst worden.
_________________
"Setzen wir Deutschland, so zu sagen, in den Sattel! Reiten wird es schon können..... "
"Wer den Daumen auf dem Beutel hat, der hat die Macht."

Otto von Bismarck, 1869
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
Percy Toplis



Geregistreerd op: 9-5-2009
Berichten: 13612
Woonplaats: Suindrecht

BerichtGeplaatst: 09 Feb 2010 23:20    Onderwerp: Reageer met quote

Nog één gevonden... Zonder schrijversnaam ditmaal, maar de onnavolgbare stijl van drs. Verbeek is te herkennen!

http://cultuur.treznet.nl/tn.cultuur/sites/strategion/contents/i004557/arma23%20bomwerpers%20en%20mortieren.pdf

Bomwerpers en mortieren van het Nederlandse leger 1914-1918
De improvisaties

Inleiding. Ten behoeve van de ondersteuning van de infanterie bij het opruimen van belemmeringenvoor de aanval werd gewoonlijk een beroep gedaan op de artillerie. Voor de vervulling vandeze taak konden vuurmonden in één organisatorisch verband worden gevoegd met de infanterie-eenheden, ofwel bleven ze in hun eigen verband voor ondersteuning beschikbaar. In de loop van de tijd wisselden de ideeën over het nut en de meest praktische indeling van het ondersteunend (infanterie)geschut.

Enz...
_________________

"Omdat ik alles beter weet is het mijn plicht om betweters te minachten."
Marcel Wauters, Vlaams schrijver en kunstenaar 1921-2005


Laatst aangepast door Percy Toplis op 09 Feb 2010 23:33, in totaal 1 keer bewerkt
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
Percy Toplis



Geregistreerd op: 9-5-2009
Berichten: 13612
Woonplaats: Suindrecht

BerichtGeplaatst: 09 Feb 2010 23:25    Onderwerp: Reageer met quote

Nog één doen? Verbeek is back!

http://www.collectie.legermuseum.nl/sites/strategion/contents/i004562/arma28%20bomwerpers%20en%20mortieren.pdf

Bomwerpers en mortieren van het Nederlandse leger 1914-1940 de bomwerper van 2,5 CM
door drs. J.R. Verbeek
Tijdens de Eerste Wereldoorlog bewezen bomwerpers of mortieren hun nut als direct ondersteuningswapen, met name in de loopgravenoorlog, waar sprake was van extreem korte gevechtsafstanden. Zij vulden met hun krombaanvuur het gat tussen de normale infanteriewapens en de ondersteunende veldartillerie. Het Duitse leger was reeds vanaf het begin voorzien van een uitstekend wapen: de 'leichte Minenwerfer'. Dit wapen was als vestingwapen door de firma Rheinmetall in 1909 ontwikkeld. Aangezien de forten bij Metz, waar deze mortieren waren ingedeeld, in 1914 niet werden bedreigd, werden alle 150 beschikbare wapens verplaatst en met succes aan het westelijk front ingezet. Aan Geallieerde zijde werd het nut van dergelijke wapens snel ingezien en men stroopte de arsenalen af naar bruikbare oude Coehoornmortieren, de zogenaamde 'crapouillots'.

Enzovoorts en zo verder...
_________________

"Omdat ik alles beter weet is het mijn plicht om betweters te minachten."
Marcel Wauters, Vlaams schrijver en kunstenaar 1921-2005
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
Percy Toplis



Geregistreerd op: 9-5-2009
Berichten: 13612
Woonplaats: Suindrecht

BerichtGeplaatst: 10 Feb 2010 0:04    Onderwerp: Reageer met quote

Alle pdf's oorspronkelijk gepubliceerd in Armamentaria van het Legermuseum in Delft. De nummers nrs. 23, 28 en 29, geloof ik.

Wie verder wil grasduinen... Duizelingwekkende hoeveelheden pdf's...

http://www.collectie.legermuseum.nl/strategion/strategion/i004524.html
_________________

"Omdat ik alles beter weet is het mijn plicht om betweters te minachten."
Marcel Wauters, Vlaams schrijver en kunstenaar 1921-2005
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
Percy Toplis



Geregistreerd op: 9-5-2009
Berichten: 13612
Woonplaats: Suindrecht

BerichtGeplaatst: 11 Feb 2010 15:02    Onderwerp: Reageer met quote

Heb net dit mailtje ontvangen van het Legermuseum:

Geachte heer (...),

Fijn dat een van de artikelen uit ons jaarboek Armamentaria extra aandacht krijgt. Het plaatsen van het artikel, met vermelding van schrijver en herkomst, is dan ook geen bezwaar.

Met vriendelijke groet,
drs. Heleen Bronder
Medewerker Marketing & Communicatie
Afdeling Publiek
Legermuseum


Snaaip, wil/kun jij hem terugzetten in de WIKI?
_________________

"Omdat ik alles beter weet is het mijn plicht om betweters te minachten."
Marcel Wauters, Vlaams schrijver en kunstenaar 1921-2005
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
Fritz Kempf
Ere WikiMusketier


Geregistreerd op: 4-4-2006
Berichten: 10391
Woonplaats: Wipers (Ieper)

BerichtGeplaatst: 11 Feb 2010 19:37    Onderwerp: Reageer met quote

Lingekopf, normaal zou je alles terug uit de prullenbak kunnen uithalen. Dit heb ik al eens opgemerkt. Is het mogelijk om alles terug te plaatsen?
_________________
"Kennscht mi noch?" ~~~ Who is the real "Fritz Kempf"?

Ypres Salient on Pictures
Discover the Salient - Meet the men


FHSW Wikia
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Bekijk de homepage MSN Messenger
Fritz Kempf
Ere WikiMusketier


Geregistreerd op: 4-4-2006
Berichten: 10391
Woonplaats: Wipers (Ieper)

BerichtGeplaatst: 04 Mrt 2010 12:27    Onderwerp: Reageer met quote

Snaaip @ 11 Feb 2010 19:37 schreef:
Lingekopf, normaal zou je alles terug uit de prullenbak kunnen uithalen. Dit heb ik al eens opgemerkt. Is het mogelijk om alles terug te plaatsen?


Lingekopf?
_________________
"Kennscht mi noch?" ~~~ Who is the real "Fritz Kempf"?

Ypres Salient on Pictures
Discover the Salient - Meet the men


FHSW Wikia
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Bekijk de homepage MSN Messenger
Nibb-it



Geregistreerd op: 7-2-2012
Berichten: 51

BerichtGeplaatst: 08 Nov 2012 11:35    Onderwerp: Reageer met quote

Wat diagrammen van de 8 cm Granaatwerper ( G.W. 8 c.M.). bron: handleiding 8 c.M. Granaatwerper, J.B. van Heijst & Zonen Afd. Artilleriemateriaal.



Heb ook nog wel wat over de 2.5 cm bomwerper en de handgranaatwerper(s), maar dan moet ik even spitten.
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
Berichten van afgelopen:   
Plaats nieuw bericht   Plaats Reactie    Forum Eerste Wereldoorlog Forum Index -> Nederland tijdens WO1 Tijden zijn in GMT + 1 uur
Pagina 1 van 1

 
Ga naar:  
Je mag geen nieuwe onderwerpen plaatsen
Je mag geen reacties plaatsen
Je mag je berichten niet bewerken
Je mag je berichten niet verwijderen
Ja mag niet stemmen in polls


Powered by phpBB © 2001, 2002 phpBB Group