Forum Eerste Wereldoorlog Forum Index Forum Eerste Wereldoorlog
Hét WO1-forum voor Nederland en Vlaanderen
 
 FAQFAQ   ZoekenZoeken   GebruikerslijstGebruikerslijst   WikiWiki   RegistreerRegistreer 
 ProfielProfiel   Log in om je privé berichten te bekijkenLog in om je privé berichten te bekijken   InloggenInloggen   Actieve TopicsActieve Topics 

Laarne en Kalken tijdens Wereldoorlog I

 
Plaats nieuw bericht   Plaats Reactie    Forum Eerste Wereldoorlog Forum Index -> Thuisfront Actieve Topics
Vorige onderwerp :: Volgende onderwerp  
Auteur Bericht
Tandorini



Geregistreerd op: 11-6-2007
Berichten: 6631
Woonplaats: Laarne

BerichtGeplaatst: 12 Jun 2017 12:34    Onderwerp: Laarne en Kalken tijdens Wereldoorlog I Reageer met quote

Een kleine beschrijving van de gebeurtenissen in mijn dorp Laarne en deelgemeente Kalken tijdens Wereldoorlog I.

De eerste oorlogsdagen.

Enkele algemene inlichtingen verspreid door de burgemeesters, bewaard in het gemeentearchief Laarne, Modern Archief Kalken, vonden we de berichtgeving van de burgemeester aan de Kalkense bevolking.
-------------
Bericht van 7 augustus 1914

Medeburgers,
Volgens Ministerieel Besluit van 5 augustus 1914 wordt de niet-werkdadige burgerwacht van al de gemeenten des Rijks tot werkdadigheid opgeroepen.
De mannen die de burgerwachten vormen, zullen op zichtbare wijze als herkenningsteken dragen:
1. Aan den linkerarm een band met nationale kleuren
2. Op den hoed of klak een strik met dezelfde kleuren.
Het is streng verboden aan andere personen dan burgerwachten van dienst, deze of een dezer herkenningsteekens te dragen.
Tevens roep ik uwe aandacht op de volgende punten: Het is de wensch van de bevoegde overheid dat de nationale kleuren, zooveel mogelijk wapperen in ’t zicht der natie, opdat zij een teken wezen van de onafhankelijkheid van België en van de vereeniging van al de vrienden van het bedreigend vaderland.
Ziehier eenige onderrichtingen uitgaande van de krijgsoverheid.
1. De franschen en Engelschen mogen het grondgebied doortrekken, zonder dat men ze als vijand mag aanzien
2. De inwoners van het land die hulp willen verleenen aan de gekwetsten zullen geëerbiedigd worden en vrij blijven. Elke gekwetste in een huis opgenomen en verzorgd zal er tot vrijwaren dienen. De inwoner die ten zijnent gekwetsten zal opgenomen hebben, zal ontslagen zijn van de huisvesting der troepen, alsook van een gedeelte der krijgslasten die opgelegd zullen worden.
3. De gekwetste of zieke militairen zullen opgenomen en verzorgd worden, om ’t even aan welke natie zij behooren.
4. Het feit dat de hospitalen en de ambulancen door een piket of schildwachten bewaakt wordt, berooft ze niet van het voorwerp der onzijdigheid, de ambulancen moetende soms verdedigd worden tegen afzonderlijke plunderaars. In dit geval zijn enkel de piketten en schildwachten bij aanhouding als krijgsgevangen aanzien.
Neemt wel in acht, dat elke afzonderlijke inwoner die gebruik zoude maken van wapens tegen krijgsvoerenden, zich buiten het volkenrecht plaatst.
Het binnentreden op het belgisch grondgebied door Engelsche of fransche troepen, moeten niet aanzien worden als eene daad van vijandschap. De opeischingen die zij zouden doen, moeten plaatsgrijpen overeenkomstig de verordening bepaald bij kk. Besluit van 31 december 1889, betreffende het logement der troepen en de militaire verstrekkingen.
In de gewichtige omstandigheden die wij doortrekken, doe ik een dringend beroep, aan al de mannen van goeden
wil, buiten de agenten of korpsen door de wet erkend, om de openbare orde te handhaven en in alle omstandigheden, reken ik op uwe vaderlandsliefde en op de verkleefde medewerking van u allen.
------------
Bijzonder bericht van 7 augustus 1914.

Bij ministerieel Besluit van 5 augustus 1914 zal de vergelding aan de familien van alle binnen zijnde soldaten, alle vrijdagen, uitbetaald worden ten gemeentehuize te beginnen van 2 ure namiddag en den zondag van na de eerste mis tot 9 ure voormiddag. De eerste uitbetaling zal heden namiddag gebeuren.
Zoals uit de lezing van Lieve Meiresonne en Patrick Goossens, Vlaanderen, Niemandsland 1914, gegeven te Laarne op 21 februari 2014 bleek, speelden de burgerwachten een belangrijke rol tijdens de eerste oorlogsweken.
De niet-werkdadige burgerwachten waren burgerwachten, die in elke gemeente met minder dan 10.000 inwoners, op papier bestonden.
De Kalkense burgerwacht werd door de burgemeester op 5 augustus 1914 opgeroepen. Het ging om een groep van 270 personen die beperkt bewapend waren. Op 8 augustus 1914 schreef burgemeester Luyckx dat de bescherming van Kalken uitgevoerd werd met patrouilles die de wegen bewaakten en die elkaar om de twee uur aflosten. De burgemeester schreef ook dat de bewapening van de Kalkense patrouilleerders bestond uit enkele geweren, enkele revolvers en boerenalaam. In een latere fase van de bewegingsoorlog, namelijk vanaf eind augustus 1914, werden zowel Kalken als Laarne verdedigd door de burgerwachten van enkele Brusselse gemeenten, namelijk die van Anderlecht, Koekelberg en Molenbeek. Onder andere in Kalken zorgde het verblijf van een duizendtal burgerwachten voor moeilijkheden in de voedselbevoorrading.


Wereldoorlog I in Laarne en Kalken.

Uittreksels uit de verslagen van Casimir Vermeiren, Joseph Plaetinck, Frederic Van Steen, Leopold De Landtsheer en Gerard De Schryver.
In een tiental fragmenten worden stukken uit de beschikbare verslagen en dagboeknotities aangehaald.

De reactie van de plaatselijke bevolking bij de berichtgeving rond de nakende oorlog.

Van Steen/Vermeiren:
Toen te Calcken de jobstijding van het ultimatum der duitschers bekend werd, was ’t gedacht van alle inwoners “niet doorlaten, niet doorlaten”! Onze jongens trokken moedig op, met stijgende aandacht werden de oorlogsgebeurtenissen en de gruweldaden van den vijand vernomen en hoe dichter de duitschers de gemeente naderden, hoe grooter de angst der inwoners werd. Die schrik kwam voor ’t eerst tot uiting op Looperkesmaandag (24 augustus 1914) toen heel zuid vlaanderen
en een deel van Brabant het op een loopen zette alhoewel niemand een vijand had gezien. Zooals elders deden zich te Calcken de gekste tooneelen voor.

Plaetinck:
Als de oorlog losbrak, was onze gemeente (Laarne) in rep en roer. Het volk kwam in groepjes te zamen om de gebeurtenissen van den oorlog te bespreken, werken deed men bijna niet meer, want de menschen hadden er den moed toe verloren; zij wisten niet wat er gebeuren zou, alle dagen
nieuwe gebeurtenissen: soms goede, maar meestal teleurstellende feiten; nieuwe gebeurtenissen: soms goede, maar meestal teleurstellende feiten; huiveringwekkende tooneelen van moorden, branden en plunderen kwamen ter oore; men sprak van niets anders dan over verbergen of vluchten; maar waar en hoe? Waar was men in veiligheid, wat moest en kon men medenemen, wat ging er hier met het overblijvende: goederen en huizen gebeuren!?Zoo leefde men dagen en dagen in vrees en onrust voort.


De eerste contacten van de plaatselijke bevolking met de Duitse soldaten werden uitvoerig beschreven.

Van Steen/Vermeiren:
Eenige schermutselingen tusschen de voorhoede der duitschers en de
achterhoede van het Belgisch Leger grepen plaats.
Een duitsche soldaat werd door een Belgische Jager te voet op den wijk Gaver doodgeschoten. Een inwoner van Overmeire welke, niettegenstaande alle verwittigingen, tusschen de twee legers wilde naar huis gaan, werd op de Gaver door een duitscher gedood. Eenige Belgische gekwetsten werden door de inwoners liefderijk verzorgd.
Langzamerhand weken onze dappere troepen in de richting van Gent en
’s avonds werd de gemeente bezet door een tweeduizendtal duitschers.
Seffens werd de Burgemeester geroepen en door den hoofdman verantwoordelijk gemaakt voor elke vijandelijke daad der inwoners.
Een groot getal soldaten waren dronken. Eenige soldaten op wacht in de vromondstraat hadden in de duisternis, op goed valle’t uit, hunne geweren afgevuurd. Seffens ontstond eene paniek en de duitschers beweerden, zooals naar gewoonte: “Die Zivilen haben geschossen”. De hauptman dreigde heel de gemeente te zullen platbranden, doch, dank aan de tusschenkomst der burgemeester, werd die bedreiging niet uitgevoerd.

Plaetinck:
Toen den 22sten Augustus 1914, de eerste patrouille, omtrent 200 man, in Laerne aankwam en haar kamp opsloeg dicht bij de Kapel-Berlinden, was de schrik algemeen. Eene patrouille Ulanen te peerd, 11 man, kwam door het Dorp gereden, deuren, vensters en luiken werden gesloten; niemand dierf zich op straat laten zien; men bespiedde alles af achter het gordijntje of door eene dakvenster; men waagde zich enkel weer op straat als zij teruggekeerd waren.
Eenige nieuwsgierige personen, onzer gemeente en ook van Calcken, hadden zich tot aan de Kapel begeven om eens van nabij alles af te zien.
De genaamde Schinck, een oude man van Calcken, werd vastgegrepen en met koorden aan eenen boom gebonden, waar hij gansch den nacht moest blijven staan.
(…)
Den Zondag, 11 October, boodt zich eene patrouille op het gemeentehuis aan om aan te kondigen dat er inkwartiering moet zijn voor 2500 man. Twee dagen daarna moet er nog gezorgd worden voor inkwartiering van 2500 man.

De houding van de plaatselijke bevolking tegenover de Duitse bezetter.

Van Steen/Vermeiren:
Na korten tijd werd de Calckenaar met een slecht oog aanzien.
Op (sic) de eerste controol-vergadering der weerbare mannen gaf aanleiding tot erge feiten. De mannen moesten vergaderen aan het gemeentehuis. Na geruime tijd op zich te hebben laten wachten, kwam de “her offizier”, een baardeloos, piepjong en hoogst verwaand kereltje in rijtuig aangereden, dragende zijn
onafscheidbare rijzweep. Hij was vergezeld door een half dozijn groen gendarmen. De duitschers werden door de volksmenigte met onverschilligheid ontvangen. Daar het gemeentehuis te klein was om al die personen te bevatten, eischte de officier eene groote zaal en na korte beraadslaging werd beslist de controolvergadering te houden in de zaal der Harmonie. Omringd door eene groote volksmenigte reed het rijtuig langzaam naar de zaal. In de Koffiestraat weerklonk eensklaps de Vlaamsche Leeuw door heel de menigte medegezongen en uit honderden borsten weerklonk de kreet “weg met den duitsch!”.
Het officiertje sidderde van woede. Toen al de weerbare mannen in de zaal waren, wreekte hij zich met een gebrekkelijken jongen te mishandelen. De volgende controolvergaderingen hadden plaats te Wetteren.

De opeisingen van al wat nodig en bruikbaar was voor het Duitse leger.

Van Steen/Vermeiren:
En zwaarder werd het juk en hooger steeg de nood en het oorlogswee werd snerpender met den dag, doch opeischingen, knevelarijen, boet en gevang vermocht nooit de koppigheid der Calckenaren te breken. De burgemeester verzette zich steeds tegen alle onrecht en hij genoot de eer in ’t gevang opgesloten en later afgezet te worden.

Plaetinck:
Het was ook nog in September dat al de goede velo’s en alle soorten van velobanden moesten afgeleverd worden. Voor sommige banden werd er maar 1,25 frank betaald. Daaruit volgde dat er vele velo’s uiteengerukt en verborgen werden. Nu gingen de Duitschers overal op zoek; ontdekten zij hier of daar nog eenen velo, zoo werd hij aangeslagen en er werd daarbij nog eene geldboete of het gevang toegepast.
De Landtsheer, april 1918:
Nogmaals opeisching van koper en dit op groote schaal, waaronder lusters, weegschalen, koperen deurkens der vuren, quinquets en lampen, gewichten, zelfs bierpompen.

De opgeëiste arbeiders.

Van Steen/Vermeiren:
Dan kwamen de jammerlijke en wraakroepende opeischingen der arbeiders. (…) Wat een beroering bij het vertrek der eerste opgeëischten. Het comiteit in samenwerking met het gemeentebestuur zorgde voor kleederen en eetwaren en het comiteit schonk hun reisgeld.
(…)
Eenige weken nadien kwamen een dozijn dier ongelukkigen terug, als echte martelaars, afgemat en doodelijk ziek.
Zij brachten de tijding mede dat een hunner gezellen overleden was. Enige dagen na zijn aankomst stierf nog een dier ongelukkigen. (…) Verscheidene dezer ongelukkigen zijn ongeneesbaar ziek.

Plaetinck:
Den 16den October 1916 werd de eerste groep werkeloozen ten getalle van 61 opgeeischt en weggevoerd. Den 25sten October volgde een tweede groep van 40 man. Den 1sten December een derde van 27 man en eindelijk den 22sten der zelfde maand een vierde en laatste groep van 28 man. Daarvan zijn er enkelen om zekere redenen mogen huiswaarts keeren, maar in het geheel zijn er 142 weggebleven. Wat die ongelukkigen geleden hebben, hoeven wij hier niet uiteen te zetten, alles is genoeg gekend.

Spionagewerk en verzetsdaden.

Van Steen/Vermeiren:
De Calckenaars hebben op prachtige wijze medegewerkt aan den inlichtingsdienst voor het Belgische leger en deze der verbondenen.

Een eenvoudig werkman, Hanselaer René, begon als brievensmokkelaar. Aldus kwam hij in betrekking met den belgische inlichtingendienst.
Niettegenstaande de duitschers wisten dat hij een spioen was, kwam hij regelmatig ten minste eenmaal per maand, gewoonlijk bij nieuwe maan, over de grens en na alle nuttige inlichtingen verzameld te hebben, vertrok hij terug naar Holland.
Bij zijn gevaarlijke ondernemingen werd hij door een klein getal vrienden bijgestaan, die hem alle inlichtingen gaven en hem nachtverblijf verschaften.
De vlashandelaar Verhoeven Camiel te Calcken Eesvelde heeft insgelijks dapper zijn plicht gedaan. Door zijn familie werd het gerucht verspreid dat hij in Holland verbleef, doch in werkelijkheid zat hij verborgen in zijn huis in een bergplaats die voor de fijnste speurhonden onvindbaar was.
Hij had een vijftiental agenten onder zijn bevel die hem alle inlichtingen gaven, bijzonderlijk over het rijden der treinen op de spoorbaan Schellebelle-Gent. Verhoeven schreef buitengewoon uitgebreide verslagen die door zijne kinderen naar Saffelaere of Exaerde gedragen werden.
Op het einde hadden de duitschers lont geroken.
Zij wilden Verhoeven aanhouden, doch deze was onvindbaar.
Bij de poging om de grens te overschrijden, werd zijn oudste zoon eenige dagen voor den wapenstilstand doodgebliksemd.

Over spionnen en verzetsmensen.

Er waren heel wat meer spionnen en verzetsmensen dan de twee best gekende Kalkense families Hanselaer en Verhoeve(n).
Burgemeester Luyckx maakte op 15 april 1919, gevolggevend aan een omzendbrief van de procureur des Konings te Dendermonde, volgend verslag op aangaande een plundering van een hofstede te Kalken, waarschijnlijk ter bestraffing van een verzetsman.
Op 2 januari 1917 kwam eene bende Duitsche soldaten vergezeld van den wachtmeester Heinrich Pluwiski, vroeger politie op een klein dorp in de Rhijnprovincie, en gendarm Karel Otto, vroeger tafelknecht in Silezie, de pachthoeve binnengestormd van landbouwer Theofiel Verstraeten, door hem bewoond met zijne vrouw, 5 zonen en 1 dochter. Zij sloegen en stampten met brieschend geweld en zegden dat zij kwamen zoeken achter brieven. Zij mishandelden de vrouw des huizes. Een der zonen die kwam toegesneld zegde hun, gij moogt zoeken, maar slaan niet, waarop hij ook een slag in ’t aangezicht kreeg. Op zijne beurt vatte hij den gendarm vast en gaf hem ook eene wel verdiende rammeling. Zoo wierd het handgemeen met de familie Verstraeten en duitsche rooversbende. Het zoude noodlottig voor de duitsche soldaten afgeloopen zijn, hadde daar juist geene duitsche patrouille van 10 à 12 man aangekomen, die het gevaar van hunne makkers ziende, te paard en met de revolver in de hand op de hoeve kwamen gereden, om versterking te bieden. Het eene schot volgde achter het ander, en waren op ’t einde gedwongen door overmacht zich over te geven. Zij werden met de handen op den rug gebonden, geslagen in ’t aangezicht, zonder zich te kunnen verdedigen. Daarna wierden zij gevangelijk 2 aan 1 gebonden naar Wetteren geleid onder toezicht der duitsche soldaten, gewapend van top tot teen, zonder onder de weg op te houden van hun te stampen en te stooten. (De vader oud 75 jaren vergezeld van 5 zonen en 1 dochter beurtelings 35 jaren – 32 – 31 – 30 – 28 – 20 jaar). In het gevang te Wetteren zijn zij ook nog mishandeld geweest en hebben daar moeten verblyven van den voormiddag tot den avond zonder eten. Er waar water in de kelder tot boven de schoenen, om 7 ure s’avonds zyn zij dan naar het gevang van dendermonde overgebracht. Daar hebben zij tien dagen verbleven. – Een van de zonen 21 dagen – Gedurende dit tijdverloop hebben zij 2 maal voor de krijgsrechtbank moeten komen; ondertusschen wierd hun hof en huis doorzocht en heel en al leeg geplunderd, maar van brieven of schriften is niets gevonden. De vrouw die tehuis gebleven was, moest 6 man stellen ten hare kosten om onder het toezicht der duitsche soldaten, het hof om te delven. Zij hebben alles weggevoerd naar de kommandantur: boter, vleesch, aardappelen, tarwe, rogge en haver tot geld toe gestolen. Schade en gestolen goed geschat op 3000 fr.
Daarbij hebben zij nog te betalen gehad voor boeten: 3800 mark waarvan de bewijzen zijn.
Daar deze familie nog een zoon had die niet te huis woonde en die deel maakte van den spioendienst onder 776B is het denkelijk daaraan toe te dragen geweest.
Waarvan akte,
Calcken, 15 april 1919,
De Burgemeester,
(get.) Luyckx.

De Politiek

Van Steen/Vermeiren:
Het aktivisme had, niettegenstaande alle pogingen, te Calcken geen bijval.
Op twee meetings, waaronder eene gegeven door Borms, lid van den raad van Vlaanderen, werd er tegen-gesproken. De Calckenaars uitgenoodigd te tekenen op het manifest voor de vlaamsch-duitsche hoogeschool weigerden allen. Een dozijn handteekens werden gegeven door personen die niet wisten waarvoor ze teekenden.

Hulp aan Franse krijgsgevangenen.

Van Steen/Vermeiren:
Eind juni 1918 kwamen te Calcken een dertigtal te Gent weggevluchte Fransche krijgsgevangenen aan in de Kordewagenstraat. Zij werden door de Calckenaars op de gulste wijze ontvangen en voorzien van levensmiddelen, geld en burgers-kleederen. Zij verdeelden zich in groepjes van 5 man en vernachtten in het koren. De eerw. Heer De Smet, onderpastoor, bracht hen in betrekking met René Hanselaer welke juist te Calcken verborgen was in het huis van Serafien Buyst in de Zauwerstraat. Alle maatregels werden genomen voor de reis naar Holland en in kleine groepjes leidde Hanselaer allen behouden over den draad.

Op eenvoudig vermoeden hielden de duitschers den Eerw. Heer onderpastoor Strybol aan die als een vurig vaderlander be deze zaak in het klare te trekken. De dienstdoende burgemeester werd aangehouden, daarna de secretaris en de politiecommissaris.
Eenige dagen nadien werden allen losgelaten. Eene boet van 20.000 mark werd de gemeente opgelegd en 10 achtereenvolgende zondagen moest elke Calckenaar te middag binnen huis zijn. Alle reispassen werden hen geweigerd.
Den eerste zondag werden eenige overtreders gestraft met eene boet van 500 mark. Bij den wapenstilstand waren nog 4 zondagen straf uit te doen. Niettegenstaande honderden Calckenaars de schuilplaats der krijgsgevangenen kenden, was er onder hen geen enkele verrader want de duitschers zijn er niet in gelukt een enkelen ontvluchte krijgsgevangene aan te houden.

Het eindoffensief en de wapenstilstand.

De Schryver:
Na de winter van 1917-18 kreeg iedereen er moed op. Zo te zien aan de kleren van de soldaten, tot op den draad versleten, hun materiaal dat nog nauwelijks bruikbaar was, kon het einde niet lang meer uitblijven. Van hun graatmagere paarden werden de beste dan nog afgeslacht als voedsel voor de hongerige soldaten. Bij deze laatsten ontstond er in vele regimenten al eens opstand, maar die werd gewoonlijk in de kiem gesmoord.

De Landtsheer:
Op eersten November waren er zooveel Duitsche soldaten toegekomen in onze gemeente des ’s morgens en in de voormiddag, dat wij dit nooit in dezen oorlog zijn tegengekomen, en voor den avond moesten zij allen weg naar het front van de kanten van Drongen.
Op 2den November nog meer soldaten die van het front van Drongen kwamen en welke vertelden dat voormelde gemeente door de verbondene was bezet.

Van Steen/Vermeiren:
De tijding van den wapenstilstand en de verplettering der vijanden verwekte te Calcken uitbundigen geestdrift. Op 11 november werd een stoet gevormd. De deelnemers wilden denzelfden avond naar Gent gaan ten einde onze dappere jongens te zien. Met groote moeite kon men hun dat afraden.

Wordt vervolgt
_________________
"Horum omnium fortissimi sunt Belgae"
"Van hen(de Galliërs) allemaal zijn de Belgen de dappersten"
Julius Caesar(100 VC - 44 VC)
http://nl.escertico.wikia.com/wiki/Militaria_Wiki


Laatst aangepast door Tandorini op 12 Jun 2017 13:03, in totaal 1 keer bewerkt
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Verstuur mail Bekijk de homepage
Tandorini



Geregistreerd op: 11-6-2007
Berichten: 6631
Woonplaats: Laarne

BerichtGeplaatst: 12 Jun 2017 13:02    Onderwerp: Reageer met quote

Slachtoffers van de oorlog.

Eugeen Terneu.

Dokter Eugeen Terneu was afkomstig uit Oosterzele en vestigde zich in een herenhuis in Kalkendorp. Hij was gehuwd met Marie Clemence Louisa Margaretha Coleta Staessens (°Gent, 6 juni 1860). De jonge vrouw kwam naar Kalken vanuit Gent op 26 september 1883. Ze overleed te Kalken op 24 september 1885 (zie parochieregister Kalken).
Waarschijnlijk kort daarop mengde Eugeen Terneu zich in de plaatselijke politiek. Bij de verkiezingen van 1887 werd hij tot gemeenteraadslid verkozen. De Katholieke partij had in Kalken bij de verkiezingen van 1875 alle liberalen uit de gemeenteraad gewipt en had alle zetels. Maar er was tweedracht onder de katholieken. Bij de verkiezingen van 1895 kwamen twee katholieke partijen op. De partij geleid door Eugeen Terneu won het, dank zij de steun van de Kalkense geestelijkheid, van de partij geleid door de toenmalige burgemeester Adolphe Tibbaut.
Eugeen Terneu werd burgemeester benoemd. Dat burgemeesterschap verliep heel moeilijk en hij kreeg het vooral met een aantal gemeenteraads-leden aan de stok. Dat leverde hem onder andere een voorstel van motie tot berisping door de provinciegouverneur op. Terneu bleef burgemeester tot en met de verkiezingen van 1903. Bij die verkiezingen verloor zijn partij het van de partij geleid door Jules Tibbaut, de zoon van de in 1896 overleden oud-burgemeester Adolphe Tibbaut.
Jules Tibbaut werd bij KB van 18 januari 1904 tot burgemeester benoemd.
Terneu bleef gemeenteraadslid tot aan de gemeenteraads-verkiezing van 1911.

Charles De Bruycker.
Charles De Bruycker werd op 1 augustus 1914 opgeroepen zijn eenheid, het 1ste Linieregiment, te vervoegen. Hij deed dat onverwijld.
Hij heeft “alle slagen van zijn regiment” meegemaakt tot hij op 10 november 1914 in de omgeving van Diksmuide “in een groot gevecht gekwetst” werd. Hij schreef eind 1922 dat men hem voor dood had laten liggen. Hij werd uiteindelijk naar het veldlazaret Ichtegem gebracht, spijtig genoeg want het is ten gevolge mijner kwetsuur dat ik in gevangenschap ben geraakt en dat door het bloedverlies en de ontberingen in Duitschland mij de teering heeft aangetast die mij eertsdaags (sic) te grave zal slepen.
Charles kwam in Duitsland in drie krijgsgevangenenkampen terecht. In het kamp van Gardelegen verbleef hij tot augustus 1915. Hij werd dan overgebracht naar het kamp van Stendal waar hij tot maart 1916 verbleef. Vervolgens werd hij overgebracht naar het kamp van Altengrabow waar hij tot 9 januari 1919 vastgehouden werd. Pas op 19 januari 1919 kon hij zich aanmelden bij de Gendarmerie van Overmere.

Frans Luyckx.
Textielhandelaar en winkelier Frans Luyckx (1852-1939) kwam in de gemeenteraad als raadslid terecht na de verkiezingen van oktober 1899. Tijdens de periode 1904-1914 was hij lid van het college van burgemeester en schepenen als tweede schepen. Na het overlijden van Jules Tibbaut (1913), werd hij bij KB van 30 juli 1914 tot burgemeester van Kalken benoemd.
De officiële ambtstermijn van burgemeester Frans Luyckx begon slecht. Amper enkele dagen na zijn benoeming diende hij het hoofd te bieden aan de gevolgen van de oorlog.
Een drukke correspondentie werd bewaard met alle mogelijke instanties die het openbare leven, de instandhouding van de goede orde, de bevoorrading van levensmiddelen en de ondersteuning van de hulpbehoevenden beïnvloedden.

Verordeningen bepaalden het openbare leven.


Duits militair bestuur.

Terwijl het Duitse Vierde Leger verder naar de IJzervlakte trok, werd Oost-Vlaanderen onder militair bestuur gesteld. De provincie werd op 16 november 1914 onderverdeeld in de Kreis Gent, de Kreis Sint-Niklaas en de Kreis Aalst. Kort na de aanstelling van generaal Moritz Ferdinand Freiherr von Bissing als hoofd van het Duitse Militaire bestuur in België op 2 december 1914, werd overgegaan tot de indeling zoals hiernaast – onder – werd weergegeven.
Met uitzondering van de provincies Luxemburg, een deel van Henegouwen, West- en Oost-Vlaanderen (met uitzondering van Vrij België en enkele Oost-Vlaamse gemeenten), stond het grootste deel van België onder de bevoegdheid van het Generaalgouvernement. Het Sperrgebiet van het Duitse Vierde Leger, waartoe de voormelde West- en Oost-Vlaamse gebieden behoorden, werd onderverdeeld in een Operationsgebiet, een Marinegebiet, een Etappengebiet en een Grenzgebiet. Het Operationsgebiet was de bijna vijfentwintig kilometer brede frontzone. Het noorden van West-Vlaanderen behoorde tot het Marinegebiet. Het Grenzgebiet strekte zich over een breedte van drie kilometer langs de Nederlandse grens uit. Het resterende gebied werd het Etappengebiet genoemd. Een Etappengebiet is de bevoorradings-, verzorgings- en uitrustingszone van een leger tussen het front of het Operationsgebiet en het Generaal-Gouvernement-gebied.
Elk leger, dus ook het Vierde Leger, kreeg de bevelen via de Armee-Oberkommandos (A.O.K.) of de Legerhoofdkwartieren. In het gebied van het Vierde Leger werd het A.O.K. in Tielt opgericht. Elk A.O.K. diende in te staan voor de eigen verzorging en bevoorrading. Dat gebeurde via de Etappen-Inspektion die te Gent zetelde. In het Etappengebiet waren er drie bestuursvormen: de Belgische administratie, het Duitse burgerbestuur en het zo goed als almachtige militaire bestuur dat afhing van de Etappen-Inspektion te Gent. De Etappen-Inspektion was onderverdeeld in de militaire omschrijvingen Mobile Etappen-Kommandanturen, die op hun beurt in Etappenstationen verdeeld konden zijn. Aan het hoofd van een Etappen-Kommandantur stond een Etappenkommandant, terwijl bij een Etappenstation een Ortskommandant het bevel voerde. Een Mobile Etappen-Kommandantur had ongeveer hetzelfde doel en dezelfde bevoegdheden als een Ortskommandantur in Operationsgebiet.
Onze gebieden bevonden zich dus tijdens een groot deel van de oorlog in het Etappengebiet.
Begin december 1914 bestreek de Mobile Etappen-Kommandantur Gent een uitgestrekte gebied, waardoor men voor de regeling van administratieve zaken, zoals het bekomen van een reispaspoort, heel tijdrovende reizen naar Gent diende te ondernemen.
Dat bleek vermoedelijk onwerkbaar en er diende een opdeling van het gebied in bijkomende Mobile
Etappen-Kommandanturen te gebeuren. De Mobile Etappen-Kommandantur Dendermonde werd pas ingesteld nadat de toestand enigszins gestabiliseerd was. Op 20 december 1914 werd melding gemaakt van het bestaan van veertien Mobile Etappen-Kommandanturen, waaronder die van Dendermonde.
De Mobile Etappen-Kommandantur Dendermonde stond in voor 33 gemeenten, waaronder Kalken en Laarne. Een verdere opsplitsing van het kommandanturgebied Dendermonde, met een Mobile Etappen-Kommandantur Wetteren, vanaf december 1917, leek een logische volgende stap. De Mobile Etappen-Kommandantur Dendermonde had reeds een Passnebenstelle Wetteren, te interpreteren als hulpkantoor, zodat de bewoners uit de omgeving van Wetteren voor bepaalde administratieve zaken zich niet meer naar Dendermonde moesten begeven. Tot de Mobile Etappen-Kommandantur Wetteren behoorden onder andere ook Kalken en Laarne. Naast de Kommandantur was er te Wetteren ook het Passbüro, het Meldeamt, de Feldgendarmerie en het Arbeidersamt.

Een afdeling van de Militärpolizei te Laarne.



Leden van de Militärpolizei poseren voor het bureel gevestigd te Laarne, in Laarnedorp, waar nu apotheek Suys gevestigd is. Militärpolizei-afdeling Laarne was bevoegd voor de gemeenten Laarne, Kalken en Overmere. Het gebouw is op de nieuwe deur en ramen na weinig verandert

De gemeente Laarne droeg voor de maanden maart 1915 tot augustus 1915 financieel bij in de kosten van de huisvesting van een Militärpolizei-afdeling in Wetteren. Vanaf 1 september 1915 werd in Laarne een aparte afdeling van de Militärpolizei gestationneerd. Het detachement bestond uit één onderofficier en vijf soldaten en was verantwoordelijk voor de omschrijving Laarne, Kalken, Overmere en Uitbergen. De maandelijkse kosten voor die afdeling beliepen tot 220 frank, een bedrag dat de gemeente Laarne betaalde aan de eigenaar van de woning waar de politiedienst was gevestigd.

Kommandanturen te Laarne en te Kalken.

Het inrichten van een Ortskommandantur te Laarne en te Kalken heeft alles te maken met de situatie aan het front. Sinds eind september 1918 hadden de geallieerden het eindoffensief ingezet. Door de terreinwinst van de geallieerde troepen vanuit het westen en zuiden van België, verschoof de frontlijn naar onze contreien. Op een bepaald ogenblik kwamen ook Laarne en Kallken dichtbij het Operatiegebied te liggen.
Door de installatie van een Ortskommandantur in een relatief klein gebied, probeerden de Duitsers in het licht van de voor hen veranderde oorlogssituatie hun greep op de bevolking op zijn minst te behouden en indien mogelijk te verstevigen.
Jozef Plaetinck vermeldde dat in Laarne de Kommandantur begin oktober 1918 werd gevestigd. Waar die ondergebracht werd, vermeldde hij echter niet.
Volgens Leopold De Landstheer vestigde een Kommandantur zich te Kalken op 20 Oktober 1918 in herberg ‘Den gouden leeuw’ in Kalkendorp (huidig nummer 31).
Nog steeds volgens dezelfde bron, verliet de Kommandantur, die zich ondertussen in de woning van Achilles Luyckx in de huidige Nerenweg had gevestigd, op 9 november 1918 onze gemeente.

Roeselaarse vluchtelingen in Kalken op het einde van WO I.
Situatie in Roeselare.


In augustus 1917 werd de situatie voor de nog overblijvende Roeselaarse bewoners hachelijk: de stad kwam in de oorlogszone te liggen. De Duitse Ortskommandatur besliste daarom een deel van de bevolking naar de streek van Dendermonde te evacueren. Die “evacuatie” werd uitgevoerd vanaf midden augustus 1917. Elke volwassene mocht 30 kilogram persoonlijke bagage meenemen, beddengoed en dekens inbegrepen. Tevens moest voor vier dagen mondvoorraad voorzien worden. De evacuatie zou gebeuren via de trein.
Een tweede trein met zowat 1000 vrijwillige vluchtelingen vertrok in de namiddag van de 18de augustus naar Wetteren. Goederenwagons die ook als reizigercoupés moesten dienst doen, werden volgeladen met personen en huisraad, kleding en beddengoed, tot naaimachines toe, dus duidelijk meer dan het toegestane gewicht van 30 kilogram.
We veronderstellen dat de vluchtelingen vanuit Wetteren doorreisden naar andere gemeenten die een aantal vluchtelingen zouden opvangen.

Een Roeselaarse familie opgevangen in Kalken.

Een van de Roeselaarse families die in Kalken terechtkwam, was de familie Hendrik-Joseph Deprez (Roeselare, 1881-1932) – Silvia-Maria Moerman (Roeselare, 1886-1976).
Hendrik-Joseph Deprez had een bakkerij aan de Roeselaarse Rumbeeksesteenweg. Koekebrood was zijn merkartikel. Zo verkreeg iedere trouwe klant met Roeselarekermis een gratis krentenbrood. De zaken liepen voorspoedig tot aan de eerste Wereldoorlog. Vanaf 1916 liep Roeselare praktisch leeg. Op 20 juni 1916 was Hendrik met zijn broer Cyriel echter nog te Roeselare aanwezig want op voormelde datum ondertekenden beiden ten huize van Jules van Belle in de Zuidstraat de successieaangifte van hun vader die een half jaar eerder te Roeselare overleden was. In die aangifte gaven ze tevens aan de voornoemde Van Belle volmacht om in hun naam en in naam van hun broers en zusters die reeds Roeselare ontvlucht of naar Amerika getrokken waren om de verdere zaken af te handelen.
In 1917 maakten zware beschietingen op de stad er het leven onveilig, zodanig dat de Duitse overheid medio augustus 1917 de Roeselaarse bevolking “verzocht” de stad te verlaten. Hendrik en zijn gezin gebruikten niet de trein om hun stad te ontvluchten. Ze deden dat wel met paard en kar om tenslotte te Kalken aan te komen. De familie kreeg onderdak bij het gastgezin Poelman – Tondeleir, herbergiers in de Koninklijke Harmonie in de Kalkense Koffiestraat.
Het gezin zou er blijven tot na het einde van WO I. In de Kalkense bevolkingsarchieven zijn (tot nog toe) evenwel geen gegevens over het verblijf van de familie Deprez gevonden.
De familie Deprez liet zich tijdens het verblijf te Kalken, in 1918, fotograferen bij een plaatselijke fotograaf in Kalkendorp, met name Oscar Uyttersprot.

Gesneuvelde helden en doodgemartelde opgeëisten van Laarne en Kalken



Herinneringsuitgaven van de gesneuvelde helden en de doodgemartelde opgeeïsten uit Laarne en Kalken

Bronnen

Castellum: Tijdschrift voor Vereniging voor Lokale Geschiedenis van Laarne en Kalken
Gemeentearchief Laarne, Modern Archief Kalken
Rijksarchief Gent
Universiteitsarchief Gent

Zie ook:
http://forumeerstewereldoorlog.nl/viewtopic.php?t=14166
http://forumeerstewereldoorlog.nl/viewtopic.php?t=17307
http://forumeerstewereldoorlog.nl/viewtopic.php?t=16987
_________________
"Horum omnium fortissimi sunt Belgae"
"Van hen(de Galliërs) allemaal zijn de Belgen de dappersten"
Julius Caesar(100 VC - 44 VC)
http://nl.escertico.wikia.com/wiki/Militaria_Wiki
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Verstuur mail Bekijk de homepage
Berichten van afgelopen:   
Plaats nieuw bericht   Plaats Reactie    Forum Eerste Wereldoorlog Forum Index -> Thuisfront Tijden zijn in GMT + 1 uur
Pagina 1 van 1

 
Ga naar:  
Je mag geen nieuwe onderwerpen plaatsen
Je mag geen reacties plaatsen
Je mag je berichten niet bewerken
Je mag je berichten niet verwijderen
Ja mag niet stemmen in polls


Powered by phpBB © 2001, 2002 phpBB Group