Forum Eerste Wereldoorlog Forum Index Forum Eerste Wereldoorlog
Hťt WO1-forum voor Nederland en Vlaanderen
 
 FAQFAQ   ZoekenZoeken   GebruikerslijstGebruikerslijst   WikiWiki   RegistreerRegistreer 
 ProfielProfiel   Log in om je privť berichten te bekijkenLog in om je privť berichten te bekijken   InloggenInloggen   Actieve TopicsActieve Topics 

Het klooster en de Grote Oorlog

 
Plaats nieuw bericht   Plaats Reactie    Forum Eerste Wereldoorlog Forum Index -> Mystiek en religie Actieve Topics
Vorige onderwerp :: Volgende onderwerp  
Auteur Bericht
Yvonne
Admin


Geregistreerd op: 2-2-2005
Berichten: 45428

BerichtGeplaatst: 11 Jul 2006 8:28    Onderwerp: Het klooster en de Grote Oorlog Reageer met quote

Twee sporen: Het klooster en de Grote Oorlog

Wim Haan


Het voornemen om voor In de Marge iets over de Eerste Wereldoorlog te schrijven bestond bij mij al sinds geruime tijd. Rustig studeren in een omgeving met allerlei administratieve beslommeringen is echter niet gemakkelijk. 'Het klooster' geniet een zekere bekendheid als oord waar je je helemaal terug kunt trekken voor rust, studie en bezinning. Een klooster is natuurlijk ook 'meer': een gemeenschap van monniken, die zich in afzondering en absolute overgave richten op ťťn doel: het in praktijk brengen van het eeuwenoude monnikenideaal van eenwording met God in een leven van ascese en arbeid. Maar dat aspect van het kloosterleven, hoe fascinerend ook, lijkt voor iemand die zich voor de Eerste Wereldoorlog en met name de artistieke verbeelding daarvan in het werk van de Duitse kunstenares Kšthe Kollwitz interesseert, van minder belang. Studeren in een klooster of studeren op een andere teruggetrokken lokatie, dat zal weinig verschil maken, zo was mijn vermoeden. Dus maakte ik een afspraak voor een verblijf als gast in de trappistenkloosters te Westmalle en Westvleteren (BelgiŽ).

Tijdens dat verblijf in die kloosters gebeurde iets merkwaardigs. Het idee dat de Grote Oorlog - zo wordt de Eerste Wereldoorlog in Engeland en Frankrijk nog steeds genoemd - en het kloosterleven niets met elkaar van doen hebben bleek een fictie. Tijdens mijn verblijf ging ik steeds meer beseffen dat de Grote Oorlog en het kloosterleven in zoverre toch iets met elkaar te maken hebben, dat ze voor mij, westers verwend welvaartsmens, iets buitengewoons raadselachtigs representeerden, iets dat mij de vraag stelt waarom mensen zin geven aan hun wereld door volstrekte opoffering aan een groot ideaal. Hieronder wil ik de twee sporen aangeven waarlangs ik tot dat besef kwam. Ze beginnen wat gewoontjes, door 'objectieve' informatie te geven over deze twee op het eerste gezicht zo disparate verschijnselen.

Spoor I

Trappisten

Door de populariteit van de Belgische speciaalbieren zullen velen in Nederland het woord 'trappist' in eerste instantie associŽren met het bier van hoge gisting dat uit enige trappistenkloosters afkomstig is.1

De naamgeving van de trappisten gaat terug op de Franse cisterciŽnzer abdij La Trappe. Armand Jean le Bouthillier de Rancť (1626-1700), abt van La Trappe, is de grote inspirator van een opleving van het cisterciŽnser monnikendom, dat aan het begin van de 16e eeuw in een crisis terecht was gekomen.

Eigenlijk begint de geschiedenis van de orde met Benedictus van Nursia (480 geboren). In het klooster te Monte Cassino heeft hij een monnikenregel opgesteld die als de 'basiscode' van het Westeuropese abdijleven kan worden gezien.

In de lange geschiedenis van het monnikendom zijn met name twee hervormingen van belang: het opkomen van Cluny, dat als een wervelwind het kloosterleven van West-Europa zou beÔnvloeden, en de stichting van het klooster van Citeaux, dat als een hervorming van Cluny kan worden gezien. Citeaux, in 1098 gesticht, is de bakermat van de cisterciŽnsers, waar de trappisten een afsplitsing van zijn.

Robertus van Molesme, Albericus en Stephanus Harding en later met name Bernardus van Clairvaux zijn de drijvende krachten van de snelle verspreiding van het gedachtengoed van Citeaux, waarin absolute eenzaamheid, armoede, herstel van de handenarbeid, eenvoud in de viering van de liturgie en in de kerkenbouw centraal staan. 'Spirituele vernieuwing', dat was de grote drijfveer van de cisterciŽnsers. En 'vernieuwing' houdt hier eigenlijk in: herbronning. De bedoeling was het nauwkeurig, liefst letterlijk naleven van de Regel van Benedictus, in een tijd waarin het monnikendom, dankzij het enorme succes van Cluny, door kongsies met de wereldlijke machthebbers was 'gecorrumpeerd'. Het ging de cisterciŽnsers om volkomen onthechting van de wereld, ja, niet alleen van de buitenwereld, maar ook van dat deel van de mens dat belang hecht aan de dingen van de wereld.

In het begin van de 16e eeuw raakte het 'multinationale organisme' van honderden abdijen, dat de cisterciŽnser orde in de twaalfde eeuw mede dankzij Bernardus van Clairvaux was geworden, in verval.2 Vanuit de Franse abdij La Trappe begon toen een nieuwe hervorming, geÔnspireerd door le Bouthillier de Rancť. De kloosters Westmalle en Westvleteren staan in een traditie die mede werd gevormd door een monnik die door 'La Trappe' werd uitgezonden, Augustin de Lestrange (1754-1827), die bekend stond om zijn rigorisme bij zijn pogingen de regels van Benedictus strikt na te volgen. 'CisterciŽnsers van de strenge observantie' is dan ook een andere naam voor de trappisten.

Over de geschiedenis van de orde bestaat grote onenigheid, omdat veel gebeurtenissen - ook binnen eigen kring - zeer verschillend geÔnterpreteerd worden. Wat de ťťn een versoepeling noemt, is volgens de ander een teken van hernieuwd rigorisme. Maar in ieder geval laat de geschiedenis van de cisterciŽnsers zien aan welke beweging het grote ideaal van onthechting kennelijk onderhevig is: de volkomen inzet voor dit ideaal en de teloorgang ervan wisselen elkaar af, juist omdat dankzij deze grote inzet, na verloop van tijd, grote organisatorische en politieke macht verworven wordt, die veroorzaakt dat het ideaal van onthechting in macht en het misbruik daarvan ten onder gaat. En deze macht wekt dan opnieuw het ideaal van onthechting.

Spoor II

De onbekende oorlog

De Eerste Wereldoorlog is in Nederland vrij onbekend. Zeker, de geschiedenisboeken van de middelbare school verhalen wel over het 'voorspel' dat uiteindelijk een belangrijke inleiding op die Tweede, allesomvattende oorlog zou worden. Over de ultieme gruwelijkheid van WO I, dit zinloze loopgravengevecht waarbij uiteindelijk zo'n zeven miljoen mensen om het leven kwamen, wordt nauwelijks bericht.

Pas wanneer je in de streek van de 'frontlinie' terecht komt en de eindeloze oorlogskerkhoven, de steden die in de jaren 1914-1918 met de grond gelijk werden gemaakt, en de diepe sporen in landschap en geest van de mensen in West-Vlaanderen 'aan den lijve ervaart', wordt iets duidelijk van de ellende die zich gedurende vier jaar heeft afgespeeld.

Een zinloze oorlog, want vrij snel na de Duitse inval in BelgiŽ en Frankrijk werd duidelijk dat 'er geen beweging meer inzat'. Vanaf het stilvallen van de frontlinie werden de strategische doelen gewijzigd: niet meer het innemen van nieuw vijandelijk gebied, maar de vernietiging van de tegenstander werd het parool. Vernietiging met alle toegestane middelen. Want allerlei moderne technische 'nieuwtjes' werden in WO I uitgeprobeerd. Zo het gifgas, zo de bombardementen, zo het eindeloos platschieten van brede gebieden rond de frontlinie.

In de streek rond Ieper, zo wordt becijferd, vielen voor iedere meter die op de Duitsers werd bevochten 35 soldaten.3 De slag om Ieper, de slag om de Somme en de slag om Verdun; dagelijks werden tienduizenden 'verse' soldaten aangevoerd, die even snel weer door de vijandelijke troepen werden weggevaagd. En waarvoor werd gevochten? Voor niets, dat was de generaals en het opperbevel van beide zijden al snel duidelijk, maar via een goed geoliede propagandamachine werd het 'thuisfront' alsmaar voorzien van nieuwe, positieve berichten over de slagen die men de 'vijand' had toegebracht, de overwinningen en het uitzicht op een spoedig einde van de oorlog.

…ťn van de meest onbegrijpelijke aspecten van De Grote Oorlog is het enthousiasme waarmee de oorlog door de politici en de massa's begroet werd: in vrijwel alle betrokken landen geloofden mensen dat zij juist door zich geheel dienstbaar te maken aan hun natie, tot in de dood toe, uiteindelijk de beschaving, ja zelfs de uiteindelijke vrede bevorderden!!

Spoor I, deel 2

Het kloosterleven nu

Het kloosterleven is een leven van regelmaat en orde. Dat wordt iedereen die als gast in ťťn van de trappisten-abdijen verblijft, al snel duidelijk. Het leven van de circa dertig monniken staat in het teken van de dienst aan God. Tal van liturgische diensten moeten actief invulling geven aan het religieuze verlangen. De dag begint al om 4.00 uur met de 'metten' of nachtwake. Psalmen, schriftlezingen en persoonlijk gebed zijn onderdeel van de diverse 'officies' of 'getijdengebeden'. De nachtwake is de langste dienst van wat de monniken de 'cursus' noemen: de opeenvolgende getijden gedurende de dag. Ze duurt ongeveer een uur. De dag wordt verder gevuld met een afwisseling van liturgische vieringen en de overige taken van de monniken. Zo is er de zorg voor de veestapel, voor de moestuin, de bibliotheek en natuurlijk voor de brouwerij, die overigens grotendeels op commerciŽle basis door leken wordt gerund. De broeder-novicemeester, die als taak had degenen die wilden toetreden tot het klooster te begeleiden, legt zich al jaren toe op het orgelspel, vormingsprogramma's, en het voederen van de kalveren, daar er al lang geen nieuwe aanwas is. En zo heeft iedere monnik zijn taken in het enorme gebouwencomplex. Voor verveling is geen tijd en geen plaats.

Laat ik terugkomen op de dagorde: om zeven uur vindt de ochtenddienst plaats (de 'lauden'). Dit morgengebed duurt tot half acht. In Westmalle vindt de volgende dienst, de terts (het 'derde uur' van de dag) en tevens eucharistieviering, om 10.45 uur plaats. Om 12.15 uur en 14.15 vinden nog twee getijden plaats: de 'sexten' en de 'noon'. Tussendoor gebruiken de monniken gezamenlijk de maaltijd. Het middagmaal wordt in stilte genuttigd. Er wordt in de trappistenkloosters van de strenge observantie weinig gesproken.

De 'vespers' vinden plaats om 17.30 uur en duren ongeveer een half uur. Ze worden afgesloten, voor monniken en gasten, met ongeveer een kwartier stilte voor persoonlijk gebed of meditatie. Om kwart over zes is er het avondmaal. Tot half acht is er voor de monniken de stille tijd, die in de regel wordt ingevuld met lezing (hetgeen kan variŽren van spirituele literatuur tot de krant, tijdschriften of andere boeken uit de bibliotheek). Op sommige dagen vindt 'kapittel' plaats: onderwijs dat in de regel door de abt gegeven wordt. Om half acht tenslotte vinden de 'completen' of avondsluiting plaats.

Aan het einde van de dag wordt het 'Salve Regina' gezongen. Maria is het belangrijkste spirituele richtpunt voor de monniken; de meeste trappisten-abdijen hebben ook een naam waarin Maria voorkomt.

Tegen achten is het bedtijd.

Vrije tijd of recreatie is er voor de monniken niet. Verwacht wordt dat de momenten van rust gedurende de dag een voldoende compensatie vormen voor het drukke werkzame en gebedsleven van de monniken.

De monnikengemeenschap van Westvleteren is jonger dan die van Westmalle. Hier zijn wel enkele novicen en nieuwelingen, in totaal drie, die zich bij de gemeenschap willen aansluiten. Daarmee is de kwestie van de continuteit iets minder nijpend. De liturgie lijkt ook wat meer op de jongeren toegesneden. Qua soberheid is er nauwelijks enig verschil, maar bij de eucharistie, die in een kring met de gasten wordt gevierd, is de andere sfeer duidelijk te bespeuren. De abdij trekt ook een (gasten-)publiek dat iets uitdrukkelijk 'religieuzer' lijkt ingesteld.

Spoor II, deel 2

De gevolgen van de Eerste Wereldoorlog

Wanneer we het hebben over de gevolgen van de Eerste Wereldoorlog kunnen we in verschillende richtingen denken. Allereerst natuurlijk de gruwelijk traumatische gevolgen voor zovele individuen en gezinnen. Om te beginnen voor Duitsland en de Duitsers. Velen komen helemaal niet terug uit de oorlog en van de 2 miljoen die wel terugkeren zijn er velen invalide. Verder de collectieve gevolgen: Duitsland werd opgezadeld met een smadelijk 'compensatie-verdrag' om de schade die door de agressie van het land is veroorzaakt weder goed te maken. Het volledig uitgeputte en bankroete land krijgt niet op te brengen herstelbetalingen opgelegd (in totaal zo'n 130 miljard goudmark), het Roergebied wordt ingenomen door de geallieerden en gedeelten van het land worden verkaveld onder de overwinnaars. Het land komt in een enorme economische malaise terecht. De trauma's worden zo groot, dat ze niet 'verwerkt' kunnen worden en getransformeerd worden in ressentimenten die mede aan de basis liggen van De Tweede Wereldoorlog.

Bij de overwinnaars is er evenmin sprake van vreugdevuur en euforie. Ook in Engeland en Frankrijk heeft men te maken met talloze oorlogsslachtoffers. Grote gebieden zijn totaal verwoest. De wederopbouw vergt grote inspanningen. Het parool 'nooit meer oorlog' voert korte tijd de boventoon.

Er zijn ook indirecte gevolgen van de Eerste Wereldoorlog. Technische ontwikkelingen zijn in een stroomversnelling geraakt. De industrialisatie is met name door WO I in een niet te stuiten expansie terecht gekomen.

Voor de samenleving zijn de gevolgen niet minder ingrijpend. De tot dan toe heersende mythe van de man als heroÔsche held, die zingend ten strijde trekt, de man met de van nature gegeven leidende rol zowel in de huiselijke sfeer als binnen de samenleving, wordt 'ge-ontmythologiseerd'. Het vacuŁm dat is ontstaan in het industriŽle complex en het maatschappelijk leven door het vertrek van zo veel mannen in de oorlog, is door vrouwen compleet ingevuld. De 'schamele hoopjes man' echter die nog van de oorlog weten terug te keren, en de eclatante mislukking die de mannen in de politiek en in leidende functies kan worden toegeschreven; ze geven weliswaar een impuls aan de vrouwenbeweging, maar, zo vermoeden meerdere auteurs, ze zwakken machisme, militarisme en mannelijke agressiviteit niet af; integendeel, zo weten we nu. Men zou kunnen zeggen, dat de zo evidente en gruwelijke ondergang van de idealen van nationalisme en zelfopoffering, van 'mannelijke' inzet en oorlog, juist niet verwerkt werden, juist niet een logische conclusie kregen, maar resulteerden in een nog waanzinniger oorlog.

Spoor I, deel 3

Een marginaal bestaan

De titel van dit tijdschrift zou goed gebruikt kunnen worden om het monniken-leven te typeren. Het is een leven 'in de marge' van de samenleving. Een oase van rust, waarin, zo zou je kunnen zeggen, de harde wetten van de maatschappij niet meer gelden. Niet prestatiedrang, concurrentie, hektiek en stress, maar een leven van een andere 'orde', een wetmatigheid gericht op iets waarvan de waarde in ieder geval niet met menselijke termen kan worden vastgesteld en bemeten. Je raakt onder de indruk en bij tijd en wijle is er zelfs sprake van een zekere cultuur-shock.

Het is echter ook een sterk gedisciplineerd leven, met autoritaire structuren, die weinig ruimte laten voor innovatie en creativiteit. Veelal gelden oeroude regels, regels uit een ver verleden, die soms onveranderd, soms enigszins bijgesteld, het leven in het klooster vorm moeten geven.

Wie de signalen opvangt, voelt ook het drama van het kloosterleven, zeker het kloosterleven anno 1995. De situatie in Westvleteren is weliswaar wat verschillend van die in Westmalle, maar bij beide moet het drama van een 'nakend eind' van het kloosterbestaan toch duidelijk worden gevoeld. In Westmalle wordt er openlijk over gesproken: over tien jaar zijn 'we' er niet meer. Hoe moet datgene waar je al je idealen in hebt gestoken, waarvoor je met hart en ziel hebt geleefd, worden gecontinueerd na het jaar 2000? Als een profaan vormingsinstituut, waarbij bijna uitsluitend nog 'leken' zijn betrokken?

Het is een vreemde ervaring: de infrastructuur, zowel economisch als 'ideologisch' van de monniken is ideaal, maar de belangrijkste voorwaarde voor de toekomst, voldoende menskracht, ontbreekt.

Spoor II, deel 3

De verbeelding van de oorlog

Kunstenaars verbeelden werkelijkheid. Het hoeft dus geen verbazing te wekken dat ook de Eerste Wereldoorlog op aangrijpende wijze door kunstenaars is verbeeld. Daarbij moeten we in eerste instantie echter niet denken aan artistiek verzet tegen de oorlog. Het 'oorlogsenthousiasme' sleurde ook veel kunstenaars mee. Nogal wat bekende schilders hebben zich als vrijwilliger aangemeld om mee te vechten aan het front. Annegret JŁrgens-Kirchhoff beschrijft treffend hoe dat oorlogsenthousiasme is ontstaan.4 Ze noemt een aantal elementen van het 'Expressionistisches Pathos und die Mythisiering des Krieges':

- de voorstelling van een 'Noodlots-oorlog' die in de natuur van het menszijn ligt besloten en die als een soort natuurverschijnsel over de mens heenkomt;

- de idee van oorlog als een biologische noodzakelijkheid voor de gezonde ontwikkeling van de menselijke soort;

- de voorstelling van oorlog als een door God gewild offer tot heil van de mensheid, oorlog als 'godsdienst';

- het idee dat oorlog de begrensde subjectiviteit van het individu doet overstijgen, zodat het onbetekenende individu op kan gaan in het grotere geheel van de gemeenschap;

- de voorstelling dat oorlog een einde maakt aan materialisme, koopmansgeest en de prestatiemaatschappij, en dat ze het mogelijk maakt dat de 'edele' karaktereigenschappen van de mens boven komen, zoals gehoorzaamheid, bescheidenheid, dapperheid en offerbereidheid.

Deze oorlogsideologie, via een professioneel propaganda-apparaat doorgegeven aan het volk, is ook door vele kunstenaars helemaal overgenomen.

Maar dit enthousiasme was er voordat men de verschrikkingen van de oorlog aan den lijve had ondervonden. Opvallend is dat het met name Duitse schilders zijn die de shockervaring van WO I hebben verwerkt en daaruit vergaande artistieke conclusies hebben getrokken. Ernst Ludwig Kirchner schildert zijn 'Zelfportret als soldaat', dat de kunstenaar laat zien met holle, doodse ogen. Als symbool voor zijn uitgedoofde creativiteit steekt hij een bloedige armstomp omhoog. Otto Dix schildert zichzelf in 1915 nog als Mars, de oorlogsgod. In de loop van de oorlog echter vinden we in zijn werk motieven van ontploffende granaten, uiteengerukte soldatenlijken en door bomtrechters omwoelde verwoeste landschappen. George Grosz tenslotte schildert met haat en cynisme de hypocrisie van de maatschappij schildert waaruit oorlogszucht en de waanzin van zinloze vernietigingsdrang voortkomen.

Het blijkt vooral het terrein van de schilderkunst te zijn, waarop men, anders dan op veel andere terreinen, in staat bleek de schok van de realiteit, het 'mensenslachthuis' van de Eerste Wereldoorlog, te 'verwerken', dat wil zeggen: in de schilderkunst durfde men met nieuwe en ongekende middelen de verschrikking weer te geven, de vraag naar het waarom en naar de medeplichtigheid te stellen, toen men zag hoe verschrikkelijk idealen uit konden werken.

Spoor I, deel 4

Zoekt en ge zult vinden?

Wat zoeken mensen die bij de monniken als gast verblijven? En wat vinden ze er? Willen ze iets van het absolute levensideaal van de monniken 'navoelen'? Maar dat loopt vrijwel noodzakelijk op een teleurstelling uit. Niet alleen omdat contact met de monniken niet aangemoedigd wordt, maar vooral omdat de monniken buitengewoon nuchtere en gewone mensen zijn, die hun levensideaal niet in grote en absolute woorden verpakken.

De abt van Westvleteren is duidelijk over het 'aanbod' van de abdij: 'De bedoeling is zeker niet de gasten 'bezigheidstherapie' te bieden'. Er is enkel de mogelijkheid om het levensritme van de monniken te volgen en iets van hun gerichtheid op God mede te beleven.5

Zoals zo vaak echter sporen vraag en aanbod niet altijd met elkaar. En dan gaat het me niet eens zozeer om de aanbod-kant (alsof de bezoeker van de trappistenabdij een 'kat in de zak zou kopen'), maar meer de vraag-kant. Ik heb tijdens mijn kloosterverblijf meer dan eens de sterke indruk gehad dat sommigen iets zoeken in de abdij, dat hun onmogelijk afdoende geboden kan worden. Een vluchtplaats voor de harde werkelijkheid van het dagelijkse leven, waaronder men dermate gebukt gaat, dat die werkelijkheid ondraaglijk is, een verlangen om iets te zien van een absoluut ideaal, dat, zo vreemd, helemaal niet in absolute zin beleefd lijkt te worden.

Zonder ook maar iets af te willen doen aan de overgave aan een religieus leven, blijft bij mij de vraag: is de weg van de monniken - een bestaan dat in het teken staat van ťťn antwoord op alle vragen des levens, in het teken van ťťn doel - in onze tijd toch misschien niet een al te verleidelijke weg? En zijn we juist daarom ook niet een beetje jaloers op de monniken? Is dat mogelijk ťťn van de verborgen motieven om iets van hun leven mee te maken? Dat vreemde, niet te stillen, maar toch zo verdachte verlangen naar absolute inzet?

De sporen komen samen

Kšthe Kollwitz: een worsteling om recht te doen en niet te verraden

In Vladslo, in de buurt van de Diksmuide, ligt enigszins verborgen een Duits oorlogskerkhof uit WO I. Alle Duitse oorlogsbegraafplaatsen stralen een zekere somberheid uit vanwege de grauwe stenen en het ontbreken van monumentale versieringen. In het midden van het kerkhof staan twee beelden van Kollwitz: Vater und Mutter, ook wel 'Das Mahnmal' genoemd. Vlak voor de beelden een eenvoudige steen met daarop onder andere de naam Peter Kollwitz.

Kunst kan diep ontroeren en een onuitwisbare indruk achterlaten. Wanneer ik tijdens mijn BelgiŽ-reizen ook maar enigszins in de buurt kom van het plaatsje, bezoek ik de begraafplaats en sta stil voor het beeld.

Kollwitz kan niet worden ingedeeld bij de stroming die na WO I domineerde: 'Die Neue Sachlichkeit'. Typerend voor deze stroming is dat mens en dier haast 'bevroren', statisch, uitdrukkingsloos op het canvas worden gezet. Kollwitz kiest haar eigen richting, die met name door haar levensloop wordt bepaald. Haar echtgenoot is arts in een verpauperde wijk in Berlijn. Armoede, arbeiders, verzet en sociale onlusten zijn vaak terugkerende thema's in haar werk. Maar het meest invloedrijk is het verlies van haar zoon Peter, die als vrijwilliger de oorlog intrekt en in ťťn van de eerste oorlogsmaanden sneuvelt in Vlaanderen.

Kollwitz' verdere leven staat in het teken van een dilemma dat ze niet kan oplossen: enerzijds is zij verbijsterd over de zinloze vernietiging van tienduizenden, honderdduizenden jonge mensen en wijst zij die totaal af. Anderzijds voelt zij de angst om haar zoon te verraden als ze zich totaal tegen de oorlog keert. Als zij de opoffering van de jongen zinloos zou verklaren zou zij immers ook zijn leven zinloos verklaren. Haar innerlijke strijd over dit probleem is een doorlopende rode draad in haar biografie. In haar dagboek vertelt ze daar regelmatig over. 'Meine unhaltbare widerspruchsvolle Stellung zum Kriege. Wie ist die gekommen? Durch Peters Opfertod. .... Ich glaube, Peter nur behalten zu kŲnnen, wenn ich, was er mich damals lehrte, nicht mir entziehen lasse. Nun dauert der Krieg zwei Jahre, und fŁnf Millionen junge Mšnner sind tot, und mehr als nochmal soviel Menschen sind unglŁcklich geworden und zerstŲrt. Gibt es noch irgend etwas, was das rechtfertigt?'6

Die strijd komt goed tot uitdrukking in de zelfportretten, een zwaartepunt in haar werk. De zelfportretten van Kollwitz, aldus Thiem, zijn meer dan 'portretten', het zijn eerder kritische zelfanalyses, een poging om met haar bestaan in het reine te komen.7

Zo ben ik dan terechtgekomen bij het punt waar de sporen samenkomen: de vraag naar zelfopoffering. Natuurlijk: het verlangen naar het absolute zoals dat bij de zingende massa's mannen die de oorlog ingingen aanwezig was, is in kwaliteit en gerichtheid radicaal anders dan het religieuze verlangen van de mensen die hun levensverwerkelijking in de kloosters zoeken. Maar zou het niet zo zijn dat er ten diepste toch eenzelfde verlangen aan beide soorten van inzet ten grondslag ligt: het verlangen naar ťťn 'totale' en absolute oplossing? Maar hier ga ik eigenlijk al veel te ver, plaats ik al die sympathieke 'zoekers' in een kwaad daglicht; en dat is zeker niet mijn bedoeling. De inzet van mijn verhaal is het besef te verwoorden, dat het zo buitengewoon moeilijk is een juiste houding tegenover de keuze van de ander aan te nemen: hoe tegenover een naaste te staan die heeft besloten zich op te offeren aan een grote idee, aan een (soms oninvoelbaar) ideaal? Die vraag heeft Kollwitz haar hele leven beziggehouden. Die vraag houdt mij, vanuit een ander perspectief, ook bezig wanneer ik kennis maak met de overgave van monniken aan een bestaan in het teken van het geloof in God en daarnaast ook met het meer of minder duidelijke verlangen van de gasten/zoekers in de kloosters. Het is daarmee, laat ik eerlijk zijn, niet alleen een vraag aan anderen, maar ook aan mijzelf: hoe om te gaan met dat verlangen naar een absolute zekerheid. Hoe ga ik zelf om met het probleem, treffend door Schnabel verwoord, om een leven 'na het einde van de middeleeuwen' in stand te houden: 'Het verlangen naar het Paradies der pršambivalenten Harmonie zal een verlangen moeten blijven. (...) Het paradijs is dicht'.8

Zelfopoffering is in die zin ook een uitdaging om onszelf kritisch te blijven bevragen. Het is geen thema dat je 'neutraal-observerend' kunt benaderen. Het dwingt je tot een duidelijke positiekeuze, zeker wanneer het zo diep ingrijpt in het bestaan als bij Kollwitz. Ook in de confrontatie met de monniken van Westmalle en Westvleteren mag je niet blijven steken in nuchtere observaties. Zelfopoffering en zelfkennis hebben in dat opzicht veel met elkaar te maken.

Noten

1. 'Trappist' is op dit moment een beschermde merknaam onder de talloze speciaalbieren die met name in BelgiŽ worden gebrouwen. Slechts zes abdijen hebben recht om bier te brouwen met de benaming trappist: Orval, Rochefort, Chimay, Westvleteren en Westmalle in BelgiŽ, Koningshoeven (Tilburg) in Nederland.

2. Lekai, Louis J., De orde van Citeaux. CisterciŽnsers en trappisten. Idealen en werkelijkheid, Achel 1980. Hier p. 58.

3. Zie o.a. Brants, C. en K., Velden van weleer. Reisgids naar de Eerste Wereldoorlog, Amsterdam/Antwerpen 1994. Een voortreffelijke leidraad om de 'bizarre sporen' van de Eerste Wereldoorlog te achterhalen.

4. JŁrgens-Kirchhoff, Annegret, Schreckensbilder. Krieg und Kunst im 20. Jahrhundert, Berlin 1993, p.33vv. en p.53v.

5. Zie bijv. Sint-Sixtusabdij. Westvleteren, brochure, z.j., Westvleteren. Informatief is ook: Demedts, A., De Abdij van Vlaandrens Westhoek, Westvleteren 1964. Een goede introductie op Westmalle is: Verwulgen, F., Omtrent de Trappisten. 200 jaar abdij te Westmalle, Westmalle 1994. De 'degelijke' geschiedenis van de trappistenabdij Westmalle is geschreven door een kenner van het cisterciŽnserleven bij uitstek en zelf voormalig bibliothecaris van de abdij Jan B. van Damme (Geschiedenis van de Trappistenabdij te Westmalle, Antwerpen-Amsterdam 1977.

6. Kollwitz, H. (hrsg.), Kšthe Kollwitz. Ich sah die Welt mit liebevollen Blicken, Wiesbaden 199011, p. 100.

7. GŁnther Thieme in: Kollwitz, a.w, p. 394. Zie ook Kleberger, I., Kšthe Kollwitz 'Eine Gabe ist eine Aufgabe', MŁnchen 19915. JŁrgens-Kirchhoff (a.w.) wijdt een hoofdstuk aan Kollwitz, p.279-293.

8. Schnabel, Paul, in: Tussen stigma en charisma. Nieuwe religieuze bewegingen en geestelijke volksgezondheid, Deventer 1982, p. 344.



[alle informatie linken zijn ondergebracht in een speciale linkenrubriek op deze website: http://www.bezinningscentrum.nl/links/special_links2.shtml ]



Reacties welkom: wtg.haan@mdw.vu.nl

© http://www.bezinningscentrum.nl/teksten/wim/tweespoo.htm
_________________
Met hart en ziel
De enige echte

https://twitter.com/ForumWO1
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privť bericht Verstuur mail Bekijk de homepage
Noel



Geregistreerd op: 3-11-2008
Berichten: 69

BerichtGeplaatst: 04 Okt 2016 11:12    Onderwerp: De Achelse Kluis en de Oorlog 1914-1918 door pater van Lent Reageer met quote

De werkgroep "De Groote Oorlog rond de Kluis" heeft het oude manuscript van de Achelse trappist, pater Robertus van Lent, in 2014 te boek gesteld.
Voor zijn studie over de Achelse Kluis en WO1, benaderde hij vanaf 1919, toen het kloosterleven in de Achelse Kluis hersteld was, alle monniken persoonlijk om hun bevindingen over de oorlogstijd weer te geven:
Hij vertelt over de beschieting van de Kluis door het Duitse leger in oktober 1914, de ballingschap van de monniken in Tegelen tot ze in 1917 aan de Nederlandse zijde van de Kluis een noodklooster konden betrekken. De bezetting van de Kluis door Duitse grenswachters, de aanleg van de elektrische draadversperring dwars door de Kluis, de ontmanteling van de kloosterbrouwerij en de financiŽle gevolgen van WO1 voor de Kluis.
_________________
De Groote Oorlog Rond de Kluis
http://www.noordlimburg1914-1918.be
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privť bericht
Berichten van afgelopen:   
Plaats nieuw bericht   Plaats Reactie    Forum Eerste Wereldoorlog Forum Index -> Mystiek en religie Tijden zijn in GMT + 1 uur
Pagina 1 van 1

 
Ga naar:  
Je mag geen nieuwe onderwerpen plaatsen
Je mag geen reacties plaatsen
Je mag je berichten niet bewerken
Je mag je berichten niet verwijderen
Ja mag niet stemmen in polls


Powered by phpBB © 2001, 2002 phpBB Group