Forum Eerste Wereldoorlog Forum Index Forum Eerste Wereldoorlog
Hét WO1-forum voor Nederland en Vlaanderen
 
 FAQFAQ   ZoekenZoeken   GebruikerslijstGebruikerslijst   WikiWiki   RegistreerRegistreer 
 ProfielProfiel   Log in om je privé berichten te bekijkenLog in om je privé berichten te bekijken   InloggenInloggen   Actieve TopicsActieve Topics 

Het Björkoverdrag van 1905

 
Plaats nieuw bericht   Plaats Reactie    Forum Eerste Wereldoorlog Forum Index -> Politiek en strategie Actieve Topics
Vorige onderwerp :: Volgende onderwerp  
Auteur Bericht
Andriessen



Geregistreerd op: 2-2-2005
Berichten: 785
Woonplaats: Akersloot gem.Castricum

BerichtGeplaatst: 09 Apr 2013 12:13    Onderwerp: Het Björkoverdrag van 1905 Reageer met quote

Het Duits-Russische (Björko)-verdrag. (1905).

Door: J.H.J.Andriessen

We schrijven eind 1905 en het keizerlijke jacht Hohenzollern stoomde op naar de Finse Golf en ankerde te Björko in de nabijheid van het jacht de ‘Standard’ van de Russische tsaar. Aan boord de beide monarchen die elkaar over en weer een bezoek brachten.
Ook over deze bijeenkomst tussen Wilhelm en de tsaar is weer een mythe ontstaan waarbij vooral de rapportage van dit gesprek door de keizer aan zijn kanselier von Bülow onderhevig is geweest aan zware kritiek.

Wat was het geval?
In 1904 raakte Rusland in oorlog met Japan in een dispuut over Manchurije en de Russische vloot werd uitgezonden om de Japanse oorlogsvloot te vernietigen. Op weg daarheen ontstond in de Noordzee bij de Doggersbank echter een incident. De Russen zagen enkele Britse visserschepen abusievelijk voor Japanse torpedoboten aan openden daarop het vuur. Hierbij kwamen zeven Britse vissers om het leven. Door dit incident kwam de verhouding tussen Rusland en Groot-Brittannië op een dieptepunt. Von Bülow dacht daar garen bij te kunnen spinnen en wilde proberen om de banden met Rusland aan te halen en de vroeger zo goede relatie weer te herstellen. Natuurlijk hoopte hij dat daardoor de banden tussen Rusland en Frankrijk wat losser zouden worden en zo een wig te kunnen drijven in de alliantie. Teneinde de nodige goodwill te kweken bood hij de Russische vloot de mogelijkheid aan tot het bijvullen van hun olie- en kolenvoorraden tijdens hun overtocht naar Japan. Toen de Britten hier van hoorden, lieten ze in niet mis te verstane bewoordingen weten dat als Duitsland daardoor in de Japans-Russische oorlog betrokken zou raken, ze Groot-Britannië aan de zijde van Japan zou vinden. Indien Duitsland voor deze Britse dreiging zou zijn gezwicht,zou dat natuurlijk gevolgen hebben gehad voor de Russen en zou het maar de vraag zijn geweest of de Russische vloot Japan überhaupt had kunnen bereiken. Dit nu schoot de tsaar in het verkeerde keelgat. Von Bülow zag zijn kans schoon en bood de tsaar een alliantieverdrag aan,1 waarop in eerste instantie gunstig werd gereageerd. In antwoord op zijn voorstel antwoordde de tsaar op 29 oktober van dat jaar;

‘Naturally the North Sea incident changes completely the character of the event. I have no words to express my indignation with England’s conduct. It is certainly high time to put a stop to this. The only way, as you say, would be that Germany, Russia and France should at once unite upon an arrangement to abolish Anglo-Japanese arrogance and insolence. Would you like to lay down and frame the outlines of such a treaty and let me know it? As soon as accepted by us, France is bound to join her ally. This combination has often come to my mind. It will mean peace and rest for the world’. 2

Von Bülow stelde nu een conceptverdrag op, bestaande uit slechts enkele artikelen. Het zou van kracht moeten worden na beëindiging van de Russische-Japanse oorlog. (en niet, zoals Albertini abusievelijk beweert al tijdens de Russisch-Japanse oorlog) 3

In artikel 1 van het conceptverdrag werd gesteld dat beide landen elkaar zouden steunen indien een van hen in Europa of ‘elders in de wereld’ zou worden aangevallen door een andere Europese macht. In een ander artikel werd vastgelegd dat beide landen zouden trachten Frankrijk te interesseren om aan de Duits-Russiche alliantie te gaan deelnemen.
Over dit voorstel werd druk gecorrespondeerd en de tsaar stelde verschillende wijzigingen voor die alle werden geaccepteerd. In december echter stuurde Nicolas een telegram waarin hij mededeelde dat alvorens zijn regering het verdrag zou kunnen ondertekenen, toch eerst toestemming van Frankrijk verkregen zou moeten worden 4 en het behoeft geen betoog dat dit het eind betekende van von Bülows pogingen om tot een nieuwe alliantie met Rusland te komen.

Een nieuwe situatie
Eind 1905 was de Russische positie echter aanzienlijk verzwakt. Port Arthur was in januari door de Japanners veroverd. In maart viel Manchurije in Japanse handen terwijl in mei de gehele Russisch-Baltische vloot direct na aankomst in Japanse wateren ten onder ging in een treffen met de Japanse vloot onder admiraal Togo. Als gevolg van dit alles brak er in Rusland een revolutie uit die slechts met grote moeite kon worden bedwongen. De tijd leek rijp voor een nieuwe Duitse poging om tot een alliantie met Rusland te komen, vooral ook omdat Groot-Brittannië zich openlijk aan de kant van Japan had geschaard. De tegenstellingen tussen Groot-Brittannië en Rusland bereikten daarmee een hoogtepunt.
Toen het keizerlijke jacht Hohenzollern dan ook aan haar jaarlijkse cruise naar onder andere de Finse Golf vertrok, regelde von Bülow een ontmoeting tussen de keizer en tsaar Nicolas. Deze lag met zijn eigen jacht bij Björko ten anker. De beide monarchen brachten beleefdheidsbezoeken aan elkaar en tijdens een van deze ontmoetingen bracht Wilhelm Bülows eerdere alliantievoorstel ter tafel. Na een emotioneel gesprek ondertekende Nicolas het concept-verdrag dat werd mede-ondertekend door admiraal Birilev, de Russische minister van Marine. Ook de keizer ondertekende het verdrag waarbij de ambtenaar van het ministerie van Buitenlandse Zaken, Tschirschky, als getuige optrad.

Men zou nu verwachten dat de ondertekening tot grote vreugde bij von Bülow zou hebben geleid. Niets was echter minder waar. Hij diende na ontvangst van het rapport van Wilhelm, zijn ontslag in. Als reden voerde hij aan dat de keizer, zonder vooraf daarvoor goedkeuring te hebben gevraagd, op eigen initiatief iets in de verdragsbepalingen had veranderd. Dat was inderdaad wel juist, want Wilhelm had de woorden ‘elders in de wereld’ geschrapt. Volgens von Bülow maakte deze wijziging het gehele verdrag echter waardeloos, omdat nu in geval van een Russische aanval op India, Duitsland buiten het conflict zou blijven. De keizer daarentegen was juist van mening geweest dat Duitsland, in geval van een dispuut tussen Rusland en Groot-Brittannië over bijvoorbeeld India, buiten zo’n conflict diende te blijven en het is niet onwaarschijnlijk dat hij daarin het gelijk aan zijn kant had. Het is dan ook maar de vraag of het weglaten van de woorden ‘elders in de wereld’ het verdrag inderdaad onwerkbaar maakte. Holstein, de belangrijkste man van het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken, dacht van niet. Hij schreef aan von Bülow;

‘Der Vertrag in seiner jetzigen Fassung (dus met alleen de vermelding “in Europa”) ist immer noch entschieden vorteilhaft für uns’.5
want, zo schreef hij;

‘Der Vertrag behielte noch den politischen Nutzen, dasz Ruszland der entgegengesetzten Gruppe nich mehr beitreiten könne. ‘Der Kreis um Deutschland kan sich nicht mehr schlieszen’,

maar von Bülow had kennelijk andere plannen en diende zijn ontslag in. De meeste historici schenken aan de voor deze kwestie toch uiterst belangrijke brief waarin Holstein zijn mening gaf, totaal geen aandacht en nemen de visie van von Bülow een op een over, daarmee Wilhelm wederom kritiekloos veroordelend.
De vraag moet natuurlijk worden gesteld waarom von Bülow tot zo’n rigoureuze maatregel als het indienen van zijn ontslag, is over gegaan.
Een aantal historici is van mening dat hij, vermoedende dat het verdrag ook nu wel weer eerst aan Frankrijk zou worden getoond alvorens de Russische minister van Buitenlandse Zaken het zou signeren, zijn positie ten opichte van de keizer nog verder wilde versterken door hem voor een voldongen feit te stellen. Als dit inderdaad zijn hoofdmotief was, dan moet gezegd worden dat hij daar volkomen in slaagde. De keizer raakte in paniek en verzocht hem in een pathetisch aandoende brief om aan te blijven. Von Bülow willigde dit verzoek daarop genadiglijk in en bleef aan. Hij had zijn positie verder versterkt en zich nog onafhankelijker gemaakt van de keizer die voorlopig wel weer aan zijn leiband zou lopen.

Of Wilhelm hem dit alles ook in dank heeft afgenomen is een andere vraag. Het was niet de eerste keer dat von Bülow hem in de steek liet en vanaf dat moment probeerde de keizer zich meer en meer in te dekken tegen von Bülows intriges. Wel wordt duidelijk dat van de onafhankelijkheid van Wilhelm en van zijn, eerder gedane en nogal snoevende bewering dat hij zijn eigen minister van Buitenlandse Zaken was, in feite niet veel meer over was gebleven. Overigens, en dat moge eveneens duidelijk zijn; helemaal ongelijk had von Bulow natuurlijk niet. De keizer was wel degelijk buiten zijn boekje gegaan door, zonder daarover met zijn kanselier overleg te plegen, een wijziging aan te brengen in het verdrag. Daamee overtrad Wilhelm inderdaad zijn constitutionele bevoegdheden en het feit dat von Bülow hem dit kwalijk nam, mag niet onlogisch worden genoemd.

Van het verdrag zelf kwam overigens, zoals von Bülow reeds had vermoed, niets terecht.
Zodra de tsaar de overeenkomst aan zijn minister van Buitenlandse Zaken Lambsdorff toonde, bracht deze hem onder het oog dat een en ander volstrekt in strijd was met het verdrag tussen Rusland en Frankrijk en dus onmogelijk kon worden geratificeerd. De tsaar aller Russen was dan ook gedwongen om een hevig teleurgestelde Wilhelm mee te delen dat hij zich vergist had en dat het verdrag voorlopig nog maar even in de ijskast moest worden gezet. Daarmede kwam er een eind aan de mogelijkheid tot herziening van de verhoudingen tussen beide landen. Opvallend hierbij is overigens dat een en ander aantoont dat ook de tsaar toch kon worden teruggefloten door zijn ambtenaren en kennelijk toch niet zo autocratisch kon regeren als vaak wel wordt beweerd.

De positie van de keizer
Hoe moeten we bij dit alles nu de rol van de keizer zien. Allereerst valt op dat de kwestie Bjorkö kennelijk voor veel historici een onduidelijke zaak is geweest want de weergave van de feiten is vaak niet geheel juist en bij bijna niemand gelijk.6 terwijl toch de rol van de keizer daarbij steeds uitermate zwaar bekritiseerd wordt.. Uitzonderingen daarop vinden we in het boek van Erich Eyk, ‘das Persönliche Regiment Wilhelms ll’ en in ‘Der Kaiser’ van Clark, die een veel positievere visie naar voren brengen. Voornoemde kritiek is overigens vaak voornamelijk gebaseerd op de inderdaad naïef overkomende brief die Wilhelm direct na het tot stand komen van de overeenkomst met de tsaar aan von Bülow stuurde. Voor een goed begrip laten we hier de inhoud van de brief gedeeltelijk volgen. Wilhelm schreef:

‘Ik richtte me tot God, riep Zijn hulp in en plaatste mijn lot in Zijn handen. Ik voelde me daarna wonderlijk gesterkt en mijn vastberadenheid nam toe om mijn doel te bereiken, wat het ook mocht kosten.
De tsaar verwelkomde me met grote warmte en toonde zijn afkeer van Gr.Brittannie. Hij noemde Edward Vll de grootste onheilbrenger en de meest gevaarlijke intrigant ter wereld.en toen ik hem vertelde dat Edward een passie had voor het sluiten van overeenkomsten, antwoordde de tsaar; ‘wel, ik kan alleen maar op mijn erewoord verklaren dat hij met mij nooit in m’n leven een overeenkomst zal sluiten die gericht zou zijn tegen de belangen van Duitsland.
De volgende dag lamenteerde de tsaar wederom over de Britse intriges tegen Rusland en over hun samenwerking met de Japanners in de oorlog tegen zijn land. Hij toonde zich voorts diep getroffen door de Franse houding bij het Doggersban- incident en de manier waarop, door Britse intriges, admiraal Rodjestvensky uit Indo-China was verjaagd.
Ik stelde de tsaar nu voor om samen een overeenkomst te sluiten en dat ik toevallig een kopie van het conceptverdrag van het vorige jaar daarvan bij me had. De tsaar vroeg me het hem te laten lezen. Ik haalde het uit m’n zak, ontvouwde het op het bureau van Alexander lll vlak voor het portret van de keizerin-weduwe. De tsaar las het document, eenmaal, tweemaal en zelfs een derde keer. Ik bad God dat Hij aan mijn zijde zou staan en dat Hij de jonge heerser zou begeleiden in zijn beslissing. Er was doodse stilte en je hoorde uitsluitend het geruis van de zee. De zon scheen helder en sereen in de cabine en recht vooruit, glinsterend wit, lag de Hohenzollern, haar keizerlijke standaard wapperend in de ochtendbries. Ik las juist de witte letters op het zwarte kruis ‘God met ons’ toen de stem van de tsaar achter me klonk en zei; ‘Dat is uitstekend, ik ben het er helemaal mee eens’. Mijn hart bonkte zo luid dat ik het kon horen. Ik vermande me en zei op kalme toon. ; ‘Zou je het willen tekenen? Het zou een mooi souvenir zijn aan ons entrevue’. Hij bekeek het document nog eens en antwoordde toen: ‘Ja, dat wil ik’. Ik overhandigde hem mijn pen en hij tekende in een ferm handschrift met ‘Nicholas’. Daarna gaf hij de pen aan mij en ook ik ondertekende het stuk Toen ik opstond omhelsde hij me geëmotioneerd en zei: ‘Ik dank God en ik dank jou, dit zal uitstekende gevolgen hebben voor zowel mijn als jouw land. Jij bent Ruslands enige echte vriend in de gehele wereld. Ik heb dat gedurende de gehele oorlog geweten en ik weet het nu wederom’.
Tranen van vreugde stonden in mijn ogen terwijl ik er van overtuigd was dat Frederick Wilhelm lll, koningin Louisa, grootvader en Nicholas l op dat moment goedkeurend op ons neerkeken’. 7

Voorwaar een inderdaad nogal geëxalteerde brief, Wilhelm was er diep van overtuigd op dat moment een verdrag van wereldbetekenis te hebben gesloten en de schande van het niet verlengen van het zogenaamde ‘herverzekeringsverdrag’ te hebben uitgewist. Hij zag zijn rol als vredestichter en als instrument van God, duidelijk voor zich.
Zijn brief maakt natuurlijk een wat vreemde en naïeve indruk maar Albertini gaat toch te ver als hij uitroept: ‘and such a man was entrusted so great part in the destinies of the world!’.8 Ook andere historici, zoals Kohut, die zich over deze brief vrolijk maken en hem ridiculiseren, vergeten dat de stijl van schrijven in die dagen toch wel geheel anders was dan de zakelijke internet-correspondentie waaraan onze generatie zich inmiddels heeft geconfirmeerd.

Dit soort bombastische taal was niet ongebruikelijk in die dagen en daarvan zijn voorbeelden genoeg. Wilhelm was zeker niet de enige die zich op deze wijze uitte. Wat bijvoorbeeld te denken van het antwoord van von Bülow op de pathetische brief die hij van Wilhelm ontving naar aanleiding van diens landing in Tanger waarin hij meldde hoe moeilijk het was geweest voor een 46-jarige man met een gebrekkige arm om langs een touwladder naar beneden te moeten klimmen op het dek van een klein bootje, hoe de ruwe zee hem door elkaar had geschud en hoe hij tenslotte op een half-wild paard in een gevaarlijke tocht naar de stad had moeten rijden etc etc.
Het antwoord dat von Bülow hem zond werd in dezelfde zwaar overdreven stijl geschreven. Von Bülow antwoordde:

‘Mijn hart kneep samen van angst..Toen het bericht mij bereikte dat Uwe Majesteit levend uit Tanger weg was gekomen, brak er iets in mij en zonk ik, de hemel dankende, wenend achter mijn bureau neer’.9

Een brief die in onze hedendaagse ogen in overdrijving zeker niet onder doet voor de inhoud van ’s keizers schrijven.

Historici hebben vaak de neiging om veel aandacht aan de hoogdravende, overdreven en soms pathetisch aandoende schrijfstijl van Wilhelm te schenken maar, zoals gezegd, ze gaan dan voorbij aan het feit dat dit in zijn algemeenheid in die tijd toch wel vaak een gebruikelijke manier van berichtenwisseling was. Kohut wijt de stijl van ‘s keizers brieven aan von Bülow aan ‘Wilhelm’s need for recognition’ en stelt dat;

’these theatrical performances were ultimately designed to attract attention and elicit admiration, to give the Kaiser epochal significance and to portray himself as fulfilling a divine mission’ 10

en toegegeven, vertaald naar de schrijfstijl van onze tijd, zou men gemakkelijk tot die gevolgtrekking kunnen komen.
Terug naar de tijd waarin Wilhelm zijn brieven schreef en redevoeringen hield, mag men de algemene trend toch zeker niet uit het oog verliezen. Von Bülows antwoord getuigt daarvan en als we de briefwisseling van andere hooggeplaatsten uit die tijd er nog eens op nalezen dan zijn daar voldoende voorbeelden van te vinden.
Tenslotte was daar dan nog de beruchte ‘Willy-Nicky’ correspondentie, de regelmatige briefwisseling tussen Wilhelm en zijn neef, de Russische tsaar. Veel historici halen deze correspondentie aan om aan te tonen dat Wilhelm daarin geregeld zijn boekje te buiten ging en zich volstrekt onverantwoordelijk gedroeg. Men gaat dan echter wel geheel voorbij aan het feit dat elke door Wilhelm geschreven brief aan de tsaar steeds door het ministerie van Buitenlandse Zaken werd gecontroleerd en indien nodig werd gecorrigeerd. Dat betekent dat deze brieven dus veelal onder de verantwoordelijkheid van Buitenlandse Zaken verstuurd werden evenals de brieven van de tsaar aan Wilhelm door het Russische Ministerie van Buitenlandse Zaken werden gecomponeerd.11 Dit feit doet toch wel een ander licht schijnen over Wilhelms vermeende eigengereide en persoonlijke beïnvloeding van de Duitse buitenlandse politiek. Het heeft er alle schijn van dat, met name onder von Bülow, het ministerie van Buitenlandse Zaken zich regelmatig aan haar verantwoordelijkheid heeft onttrokken en als er dan iets fout ging, de keizer hiervan met de schuld opzadelde.

Blijft natuurlijk het feit dat Wilhelm voor zichzelf een grote rol zag met betrekking tot buitenlandse zaken en daarbij soms signalen uitzond die een totaal verkeerde indruk wekten. Toch moeten we vaststellen dat von Bülow er op vaak listige- en ook niet altijd even nette manier, in slaagde de keizer onder controle te houden. Het mocht dan zo zijn dat Wilhelm er veelvuldig een andere mening op kon nahouden, maar dat betekende nog niet dat hij die mening ook in daden kon omzetten. Over het algemeen werd Duitslands buitenlandse politiek geschreven en uitgevoerd zoals de rijkskanselier en zijn minister van Buitenlandse Zaken dat noodzakelijk achtten en ook al is het juist dat Wilhelm hen daarbij wel eens voor de voeten liep, dat betekende zeer zeker niet dat hij het was die de buitenlandse politiek ook bepaalde of daar een onevenredig grote invloed op heeft kunnen uitoefenen.

Rest ons nog de vraag of het verdrag dat de keizer uiteindelijk te Björko aan de tsaar overhandigde en dat door zo velen als een belachelijke poging van de keizer om zelf buitenlandse politiek te bedrijven is gekenschetst, inderdaad zo fataal zou zijn geweest voor Duitsland indien het wel was geratificeerd en tot uitvoering gebracht.. Ook dat is toch maar zeer de vraag. Zoals gezegd, Holstein achtte het gewijzigde verdrag nog steeds waardevol en dat was ook niet zo onlogisch, want Wilhelm had zich door zijn militaire adviseurs terdege laten informeren en 12 wist dus precies waarover hij het had toen hij de woorden ‘en elders in de wereld’ uit de tekst schrapte. Hij voelde hij er helemaal niets voor in een oorlog verwikkeld te raken tussen Rusland en Groot-Brittannië over India. Het feit dat hij er in slaagde de tsaar tot het sluiten van dit verdrag over te halen, was een prestatie waarop hij wel degelijk fier kon zijn. Dat de Russische minister van Buitenlandse Zaken er uiteindelijk weer in slaagde om de tsaar op andere gedachten te brengen en hem er van wist te overtuigen dat het uitermate moeilijk, zo niet onmogelijk zou zijn Frankrijk er toe te bewegen dat ze nu ineens zou moeten gaan participeren in een in feite anti-Britse alliantie terwijl het juist een pro-Britse poltiek was gaan voeren, staat daar toch enigszins los van. De keizer mocht er van uitgaan dat wat de tsaar, als autocratisch heerser, ondertekende, ook van kracht zou worden.. Dat dit niet zo was kan hem moeilijk verweten worden en achteraf is het dan natuurlijk wel gemakkelijk om dat naïef te noemen.Was het verdrag wél van kracht geworden, dan mag het niet worden uitgesloten dat de beide huizen Hohenzollern en Romanov het mogelijk hadden overleefd en dat de Eerste Wereldoorlog en de economische ineenstorting die daarop volgde, mogelijk hadden kunnen worden voorkomen.13
Natuurlijk heeft de Duitse politiek en in sommige opzichten de houding van Wilhelm, daarover mag geen misverstand bestaan, wel degelijk bijgedragen aan het ontstaan van internationale spanningen.
De politiek van economische expansie, het voeren van ‘wereldhandelspolitiek’ waartoe onder andere het bezit van een eigen oorlogsvloot en koloniën noodzakelijk waren, veroorzaakten natuurlijk irritatie, vooral bij Gr.Brittannië maar men moet zich dan toch wel afvragen of men dit uitsluitend aan keizer Wilhelm en aan Duitsland mag verwijten.
Men zou dan eerst moeten nagaan of de Britse reactie op de Duitse politiek na het aantreden van Wilhelm ll en de Britse wil tot het behoud van haar werelddominante positie, een positie die zij vooral afdwong door zich te pas en te onpas met haar machtige vloot te manifesteren, zich daarbij beroepend op rechten die er in feite niet waren, niet een veel grotere bijdrage heeft geleverd aan het ontstaan van die internationale spanningen. We herhalen nog maar eens de woorden van Bismarck die opmerkte dat;

‘die Versuche, mit Hilfe einer Politik des permanent guten Betragens Wohlwollen einzuhandeln, ist unverständlich; ‘Schüchternheit is bei der Rücksichtslosigkeit der englischen Politik nicht angebracht und kein Mittel, in guten Verhältnissen’

woorden die, zoals de geschiedenis ons leert, in veel opzichten niet geheel van waarheid onbloot waren.

Noten:
1. GP XlX, 6118,
Albertini,L, The origins of the World War (Oxford 1952) vol 1.p.152.
2. GP X1X , 6119,
Albertini,L., The Origins of the World War (Oxford 1952) vol 1, p.152.
3. Ibid.
4. Ibid.
5. Enthoven, Fritz von Holstein en de problemen van zijn tijd (Utrecht 1936) p.149.
6. Palmer.A., The Kaiser (London 1978) p.15,
Kohut. Th.,Wilhelm ll and the Germans (New York 1991) p.189,
Mac Donoch.G., The Last Kaiser (London 2000) p. 289,
Albertini.L., The Origins of the World War, p. 159,
Cowles, Virginia., The Kaiser, p.197,
Viereck,G., The Kaiser on trial (Richmond Virginia 1937) p.202.
7. Albertini.L., The Origins of the World War. vol 1, p.160.
8. ibid.
9. Tyler-Whittle.M., The Last Kaiser (London 1997) p 218.
10. Kohut. Th.A., Wilhelm ll and the Germans (New York 1991) p.146.
11. Clark. P.149 note 87, Pullman, Monarchical Relations. P172-176, Enthoven,
p.87 noot 4.
12. GP.477,
Eyk.Erich., Wilhelm ll (Zürich 1948) p. 414.
13. Tyler-Whittle.M., The Last Kaiser (London 1977) p.220.
_________________
bezoek ook onze website www.ssew.nl
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Verstuur mail
Berichten van afgelopen:   
Plaats nieuw bericht   Plaats Reactie    Forum Eerste Wereldoorlog Forum Index -> Politiek en strategie Tijden zijn in GMT + 1 uur
Pagina 1 van 1

 
Ga naar:  
Je mag geen nieuwe onderwerpen plaatsen
Je mag geen reacties plaatsen
Je mag je berichten niet bewerken
Je mag je berichten niet verwijderen
Ja mag niet stemmen in polls


Powered by phpBB © 2001, 2002 phpBB Group