Forum Eerste Wereldoorlog Forum Index Forum Eerste Wereldoorlog
Hét WO1-forum voor Nederland en Vlaanderen
 
 FAQFAQ   ZoekenZoeken   GebruikerslijstGebruikerslijst   WikiWiki   RegistreerRegistreer 
 ProfielProfiel   Log in om je privé berichten te bekijkenLog in om je privé berichten te bekijken   InloggenInloggen   Actieve TopicsActieve Topics 

3 mei

 
Plaats nieuw bericht   Plaats Reactie    Forum Eerste Wereldoorlog Forum Index -> Wat gebeurde er vandaag... Actieve Topics
Vorige onderwerp :: Volgende onderwerp  
Auteur Bericht
Yvonne
Admin


Geregistreerd op: 2-2-2005
Berichten: 45653

BerichtGeplaatst: 03 Mei 2006 6:09    Onderwerp: 3 mei Reageer met quote

er deutsche Heeresbericht:
Erfolge bei Dixmuiden und in den Argonnen

Großes Hauptquartier, 3. Mai.
Westlicher Kriegsschauplatz:
Nördlich von Dixmuiden drangen deutsche Abteilungen im Anschluß an einen Feuerüberfall in die belgische Linie ein und nahmen einige Dutzend Leute gefangen.
In Gegend des Four de Paris (Argonnen) stießen unsere Patrouillen bis über den zweiten französischen Graben vor, sie brachten einige Gefangene zurück.
Beiderseits der Maas ist die Lage unverändert.
Oberleutnant Freiherr v. Althaus schoß über dem Caillettewalde sein sechstes feindliches Flugzeug ab. Außerdem ist ein französisches Flugzeug im Luftkampf südlich des Werkes Thiaumont zum Absturz gebracht. Zwei weitere sind durch unsere Abwehrgeschütze südlich des Talourückens und beim Gehöft Thiaumont, ein fünftes durch Maschinengewehrfeuer bei Hardaumont heruntergeholt. Der Führer des letzteren ist tot, der Beobachter schwer verletzt.
Östlicher und Balkankriegsschauplatz:
Nichts Neues.

Oberste Heeresleitung. 1)


Der österreichisch-ungarische Heeresbericht:
Kämpfe an den Tiroler Hochpässen

Wien, 3. Mai.
Amtlich wird verlautbart.
Russischer Kriegsschauplatz:
Östlich von Rarancze schoß ein österreichisch-ungarischer Kampfflieger ein feindliches Flugzeug ab.
Sonst nichts von Bedeutung.
Italienischer Kriegsschauplatz:
Die Kämpfe im Adamellogebiet dauern fort. Bei Riva und im Raume des Col bi Lana kam es zu heftigen Artilleriekämpfen. Ein italienischer Angriff auf die Rotwandspitze wurde abgewiesen.
Südöstlicher Kriegsschauplatz:
Ruhe.

Der Stellvertreter des Chefs des Generalstabes
v. Hoefer, Feldmarschalleutnant. 1)



Der türkische Heeresbericht:

Konstantinopel, 3. Mai.
Einige feindliche Schiffe erschienen in den Gewässern von Smyrna und Mekri und beschossen einige Punkte an der Küste ohne Erfolg. Von den anderen Fronten sind Nachrichten von Bedeutung nicht eingegangen.

www.stahlgwitter.com
_________________
Met hart en ziel
De enige echte

https://twitter.com/ForumWO1
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Verstuur mail Bekijk de homepage
Hauptmann



Geregistreerd op: 17-2-2005
Berichten: 11547

BerichtGeplaatst: 03 Mei 2006 6:27    Onderwerp: Reageer met quote

May 3

1915 Austro-German forces drive Russians out of the Carpathians

On May 3, 1915, during a 10-day-long stretch of fighting in the Carpathian Mountains on the Galician front in Austria-Hungary, a combined Austro-German force succeeds in defeating the Russian army near the Dunajec River (a tributary of the Vistula River that runs through modern-day northern Slovakia and southern Poland).

The Austro-German counterattack in Galicia in early May 1915 decisively ended nine months of victorious Russian advances in the region since August 1914. Struggling, Austria-Hungary had appealed to its more powerful ally, and the German army had stepped in, moving large amounts of troops into the region in an attempt to break through the Russian lines between the crest of the Carpathians and the mid-section of the Dunajec. On May 1, 1915, the German commander General August von Mackensen led the combined troops into battle behind an artillery bombardment by 610 guns, the largest yet on the Eastern Front, against Russian positions stretching along a 40-kilometer front.

Within 24 hours, the Russians had been driven out of the city of Gorlice, in western Galicia (modern-day Poland). Mackensen reported of the attacks that: “The enemy had been so shaken by the heavy artillery fire that his resistance at many points was very slight. In headlong flight he left his defenses, when the infantry of the [Teutonic] allies appeared before his trenches, throwing away rifles and cooking utensils and leaving immense quantities of infantry ammunition and dead.” Mackensen’s forces continued their rapid progress over the next several days, crossing the Dunajec, 65 kilometers north of the city of Krakow, by May 3.

By May 6, the Russians had also abandoned the city of Tarnow, to the north of Gorlice, suffering heavy casualties; thousands lay dead on the battlefield, and the prisoners taken during the 10 days of battle would eventually number 143,500. As a result of the Austro-German offensive, the Russians were forced to abandon their positions in the Carpathians and withdraw many of their forces in the region to the vicinity of the fortress of Przemysl, the former location of Austrian headquarters until its fall to the Russians the previous March.

As Stanley Washburn, a British military observer assigned to the Russian forces, wrote of the Gorlice-Tarnow offensive, the battle was lopsided from the beginning: “Russia is not an industrial nation, and cannot turn her resources into war material overnight as the Germans have been able to do. She was outclassed in everything except bravery, and neither the Germans nor any other army can claim superiority to her in that respect. With the centre literally cut away, the keystone of the Russian line had been pulled out, and nothing remained but to retire.”

http://www.historychannel.com
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
Percy Toplis



Geregistreerd op: 9-5-2009
Berichten: 16026
Woonplaats: Suindrecht

BerichtGeplaatst: 03 Mei 2010 0:13    Onderwerp: Reageer met quote

Russische vluchtelingen in Nederland (1914-1918)
Door: Angela Dekker

Het neutrale Holland was de bestemming voor enkele duizenden Russische soldaten die tijdens de Eerste Wereldoorlog ontsnapten uit Duitse krijgsgevangenkampen. De Nederlandse regering was na 1917 bang voor een bolsjewistische wereldrevolutie en wilde zo snel mogelijk van hen af. Maar Georg Dudewski uit Chabarovsk bleef; hij trouwde Martina Toet, de koffiejuffrouw van het Russische gezantschap.

‘Woensdag 10 oktober 1917, ’s avonds halfacht. We wilden weg uit dat vervloekte Duitse kamp. We pakten ons bord en onze lepel alsof we gingen afwassen en zijn het bos in gerend. We liepen ’s nachts, overdag hielden we ons schuil in de bossen. Voedsel haalden we van het veld. Kool en wortelen smaakten goed, maar van de bonen werd ik doodziek. We schoten maar langzaam op, elk veld was afgezet met prikkeldraad. We hadden last van de meest verschrikkelijke herfststormen. Moe en doorweekt vroegen we een Duitser de weg. Maar hij pakte een schop en ging ons achterna.’
Op 12 november 1917 om vijf uur in de ochtend was het voorlopige reisdoel van de Russische krijgsgevangene Georg Alexejewitsj Dudewski en zijn twee kameraden bereikt: ‘Gollandia.’

Cor Dudewski (1931) leest geen Russisch. ‘Mijn vader heeft het ons niet geleerd, hij sprak zelden over het verleden.’ In de achtertuin van zijn eengezinswoning in Dordrecht bladert hij door het beduimelde notitieboekje uit de nalatenschap van zijn vader. Het ligt al jaren in een plastic mapje, samen met enkele zwart-witfoto’s, vergeelde brieven, ingekleurde nieuwjaarswensen en ansichten uit Rusland.

De familieportretten waarop zijn keurig geklede grootouders en overgrootmoeder vanuit de ‘mooie kamer’ de camera in kijken, zijn verstuurd vanuit de Lev Tolstojstraat 5a in Chabarovsk, een stad diep in Siberië, niet ver van de Chinese grens. ‘Daar is mijn vader opgegroeid,’ vertelt Cor. ‘Hij was van goede komaf. Mijn grootvader had een meelfabriek en een visfabriek.’ Chabarovsk, aan de rivier de Amoer, is ook afgebeeld op een ansichtkaart aan zijn vader uit 1921: ‘Maak je geen zorgen om ons. Je moeder.’

Slaapzaal
Georg Dudewski studeerde rechten toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak. Al in 1914 – hij was negentien – kwam de oproep van het leger om de oprukkende Duitse legers een halt toe te roepen. In het notitieboekje geeft Georg Dudewski een dramatische beschouwing over het oorlogsgeweld onder de titel ‘Land van de stervende strijders’. Zijn woordgebruik is hoogdravend en het handschrift zo regelmatig dat de tekst hem weliswaar uit het hart gegrepen zal zijn, maar toch de indruk wekt te zijn overgenomen.

Georg beschrijft de angst voor het ‘donderend geweld van de kanonnen’ en geeft bloederige details van het slagveld: ‘een vleesmolen.’ De zin van de oorlog ontgaat hem en hij noemt de mensheid ‘gestoord’. ‘Waarom vechten ze? Waarom verdrinken ze in hun eigen bloed?’ Het strookt niet met zijn religieuze opvoeding: ‘Gij zult niet doden’, zo had hij immers geleerd.

Wildplassen
Zijn vader was bij Lodz in Polen krijgsgevangen gemaakt, vertelt Cor. ‘Van daaruit is hij overgebracht naar het massakrijgsgevangenkamp in Wesel bij Düsseldorf.’ Het leven in de krijgsgevangenkampen was onbarmhartig. De gevangenen moesten soms met drie man een matras delen, niet zelden brak er een tyfusepidemie uit. Engelsen en Fransen ontvingen nog weleens een voedselpakket uit het vaderland, maar de Russen bevonden zich zo ver van huis dat contact onmogelijk was. Tien man moesten het doen met een kilo brood per dag en een kom waterige soep met bonen.

De krijgsgevangenen werden slecht bewaakt; de meeste Duitse mannen zaten aan het front. Velen wisten te ontsnappen en vluchtten naar Nederland. Dat was neutraal tijdens de Eerste Wereldoorlog en diende, zoals de Tweede Haagse Vredesconferentie van 1907 had bepaald, buitenlandse militairen die op zijn grondgebied kwamen toe te laten. In de Troonrede van 15 september 1914 had minister van Binnenlandse Zaken Cort van der Linden bovendien geschreven dat álle vluchtelingen zouden worden opgevangen. Naast in totaal 30.000 Belgen, Fransen, Engelsen en Duitsers zijn enkele duizenden Russische gevangengenomen burgers, krijgsgevangenen en deserteurs naar Nederland gevlucht.

Het Russische gezantschap in Den Haag en het consulaat in Rotterdam waren verantwoordelijk voor de opvang en zorg voor de Russen. De vluchteling kreeg 1,50 gulden per nacht voor een hotel en gemiddeld 40 cent zakgeld per week; ook mocht hij werk zoeken. Weduwe Frederika Altona deed met haar pension aan de Rotterdamse Hudsonstraat 57 goede zaken. Ze breidde zelfs uit met het buurhuis. In juli 1917 verbleven daar bijna vijfhonderd Russen.

De Wereldkroniek van 3 november 1917 heeft een reportage over het leven van de Russen, ‘in alle opzichten gehavend, naar lichaam en geest’. Foto’s tonen de registratie van de vluchtelingen, het magazijn voor kledinguitgifte, een slaapzaal met dicht op elkaar staande stapelbedden, en een zaal vol vluchtelingen in kostuum met stropdas in afwachting van een filmvertoning.

Hoe liefdevol de ‘slachtoffers van de oorlog’ in De Wereldkroniek ook bejegend werden, de omwonenden van de pensions moesten niets van de nieuwkomers hebben. In de archieven van de Rotterdamse politie bevinden zich tal van klachten over openbare dronkenschap, wildplassen, vechtpartijen, straatroof, naaktzwemmen en Russen die de meisjes bezwangerden.

Toen in februari 1917 het nieuws over de Voorlopige Regering in Rusland en de troonsafstand van de tsaar tot heftige discussiebijeenkomsten leidden, raakte ook de Nederlandse regering gealarmeerd. Revolutionaire Russen in Rotterdam predikten de ‘wereldrevolutie’ en richtten een sovjet (arbeidersvertegenwoordiging) op. In mei 1917 werd een veertigtal ‘lastige elementen’ geïnterneerd op een boot in de Parkhaven. In datzelfde jaar barstte de Oktoberrevolutie los en grepen de bolsjewieken de macht.

In maart 1918 tekende Lenin de vrede met de Duitse keizer, de burgeroorlog brak uit en de angst voor een wereldrevolutie werd reëel. De vertegenwoordigers van het tsaristische regime – het Russische consulaat en zijn hulpcomités – poogden de gevluchte Russen onder druk te zetten om samen met de geallieerden tegen het Rode Leger te vechten aan het front bij Moermansk.

Wie weigerde zich in te schepen, verloor zijn uitkering en werd ‘vogelvrij’. Aldus David Wijnkoop in De Tribune, het partijorgaan van de Nederlandse communisten. Ook hij poogde de Russen naar hun vaderland te doen terugkeren, maar dan om de revolutie te steunen en de strijd aan te gaan tegen de Witten.

In november 1917, kort nadat hij uit het gevangenkamp was gevlucht, meldde Georg Dudewski zich bij het Russische gezantschap, en hij had geluk. De voormalige student rechten vond een baan op de administratie van het ‘Russisch Comité voor Uitgeweken Krijgsgevangenen’ in Rotterdam. Zoon Cor haalt tussen de brieven en ansichtkaarten een foto tevoorschijn waarop zijn vader in een ouderwetse kantoortuin aan een bureau zit te schrijven.

Doorgaans wordt gesteld dat zich rond de vierduizend Russen in ons land hebben gemeld voor wat tegenwoordig ‘bed, bad en brood’ heet. Volgens het notitieboekje van Georg Dudewski zijn het er bijna duizend meer geweest. Hij noteerde achter in het boekje een lijst namen en nummers onder het kopje ‘Schoenveters verstrekt aan:’.Tussen het rijtje namen staan no. 4904 Istman, Lev en no. 4906 Piotr Mylnikov, zijn twee vluchtkameraden uit het kamp in Wesel, zoals uit eerdere aantekeningen blijkt. Ook zichzelf heeft Dudewski – no. 4905 – een stel veters toebedeeld.

Hel van Bergen
De wapenstilstand van 11 november 1918 maakte een einde aan de Eerste Wereldoorlog en verloste de Nederlandse regering van de plicht alle vluchtelingen op te nemen. Ons land weigerde het regime van ‘de moordenaars van de tsaar’ te erkennen; voortaan werden Russen bij de grens teruggestuurd. Politiek vluchtelingen, onder wie de adel en Joden, waren van deze maatregel uitgezonderd.

Maar de grenzen waren broos en de vluchtelingen bleven komen. In afwachting van hun uitzetting werden ze overgebracht naar de interneringskampen van Gaasterland, Harderwijk, Oldebroek en naar ‘de hel van Bergen’, waar de Russen ‘rauwe aardappelen vreten van de honger’, zoals David Wijnkoop op 28 november 1918 tegen zijn collega’s in Den Haag fulmineerde.

De voorzitter van de Communistische Partij van Holland (CPH) zat sinds de verkiezingen van dat jaar met twee zetels in de Kamer. Hij tekende protest aan tegen de ‘totale rechteloosheid’ van de ‘slachtoffers van de Nederlandsche gastvrijheid’ in kamp Bergen, die alleen vanwege de beschuldiging ‘Gij zijt Bolsjewiki’ waren opgesloten. De vrijheid van meningsuiting was in het geding.

Wijnkoop was oprichter van het Sovjet-Comité voor Russen in Nederland en gaf iedere Rus die terugging voor ‘de strijd tegen de Bourgeoisie’ weliswaar een premie van 50 gulden, maar tekende protest aan tegen terugkeer onder dwang en de ‘drijfjacht’ op Russen om ze ‘met geweld’ via Engeland naar het Franse front in Verdun of naar de strijd tegen de bolsjewieken bij Moermansk te sturen.

Begin januari 1919 werden 3500 Russen per boot richting hun vaderland verscheept. Toen in november van dat jaar nog steeds enkele honderden Russen in gedwongen internering zaten, leidde dat opnieuw tot Kamervragen van de CPH: ‘Daar worden zij behandeld als misdadigers, maar als zij vragen waarvan zij worden beschuldigd, krijgen zij geen antwoord. Dat is een toestand om dol te worden: in een vreemd land, waarvan zij de taal niet verstaan.’

In diezelfde tijd waren enkele honderden Russen verdwenen in de illegaliteit, schreef De Stem van het Vaderland, de Russischtalige krant en spreekbuis van het ancien régime voor Russen in Nederland, ‘omdat het perspectief op terugkeer niet aantrekkelijk is’.

Op 1 januari 1922 werden de kampen gesloten. Hoeveel Russen er definitief niet naar hun vaderland zijn teruggekeerd, is onduidelijk. Het archief van het toenmalige Russische consulaat is tot op heden onvindbaar. Het Nederlands Instituut voor Oorlogs Documentatie bezit wel een lijst met namen van buitenlanders in Nederland, die tijdens de Tweede Wereldoorlog in opdracht van de Duitsers door ijverige ambtenaren van de Rijksvreemdelingendienst is opgesteld. Hierop staan 377 ‘in Nederland levende personen die de Russische of voormalig Russische nationaliteit hebben’. Ter volledigheid zijn hun geboorteplaats, jaar van geboorte, huidige woonplaats, nationaliteit, godsdienst en beroep vermeld. Georg Dudewski, Martina Toet en hun drie kinderen worden genoemd op pagina 130.

Dudewski was verliefd geworden op Martina Toet, de koffiejuffrouw van het Russische consulaat. ‘Ze kwam uit een arme vissersfamilie in Scheveningen,’ vertelt zoon Cor. ‘Ze zijn getrouwd op 3 mei 1918. Mijn vader wilde met haar teruggaan naar Chabarovsk, maar zij wilde absoluut niet.’ Zijn baan bij het Russisch Comité voor Uitgeweken Krijgsgevangenen hield in februari 1919 op, blijkt uit het getuigschrift waarin Dudewski geprezen wordt om zijn plichtsbesef, ijver en vlijt. De voormalige krijgsgevangene sprak slecht Nederlands en moest hierna genoegen nemen met een baan als klinker bij scheepsbouwbedrijf Wilton in Rotterdam.

‘Niemand mocht zien dat we weinig geld hadden,’ herinnert Cor zich met een blik op een foto waarop hij aan een brommer sleutelt op het plaatsje achter het huis en zijn vader aardappelen schilt. ‘In zijn vrije tijd maakte hij uit verpakkingsmateriaal een blik voor een stoffer en ging ermee langs de deur. We waren met drie kinderen. Toen mijn zus buikvliesontsteking kreeg, heeft hij al onze meubels verkocht om het ziekenhuis te kunnen betalen.’

Tijdens de crisis van de jaren dertig raakte Dudewski werkloos, tot hij in 1938 een baan bij een meubelfabriek vond. Op 13 mei 1940 kreeg hij ook hier ontslag, vermeldt een brief die uit het mapje tevoorschijn komt: ‘wegens het uitbreken van de oorlog.’ ‘Hij moet het moeilijk hebben gehad,’ vervolgt Cor. Soms kwamen er een paar Russische kennissen op bezoek. ‘Geen vrienden,’ haast hij zich eraan toe te voegen. ‘Boeren, noemde hij ze. Maar hij kon Russisch met ze praten. Dan draaide hij Russische platen en danste als de kozakken.’

Sieberie
‘Georg was geen prater, als hij iets positiefs zei over Rusland, kapte mijn moeder het altijd af. Haar zuster Antonia was getrouwd met Pjotr Mylnikov, mijn vaders vluchtkameraad. “Piet” noemde ze hem. Zij zijn in 1920 wél naar Rusland teruggekeerd.’

In het plastic mapje zit een in onbeholpen Nederlands gestelde, ontroerende brief van ‘tante Ant’ van februari 1937 uit ‘Sieberie’: ‘Waarde zwaager Sjors (Georg) en zuster Martien, met deze laat ik u weten dat mijn dukumenten bij de mielietie leggen nu het legt aan u allemaal of ik ze krijgt of niet als de polietie mijn stuurt papieren dat ik in holland kan komen dan ben ik over een maand in Holland want ik ken hier langer niet leven als ik in Holland had gekomen hat u alles geweten dus doet u best en laten sturen voor mijn vrijmacht. Gedaaaaaaag’

Cor weet nog dat zijn ouders pogingen hebben gedaan haar via het Rode Kruis te bereiken, maar Nederland had toen nog geen diplomatieke vertegenwoordiging in de Sovjet-Unie. ‘We hebben nooit meer iets van ze gehoord.’

Van zijn eigen familie heeft zijn vader tot begin jaren dertig bericht gekregen. Pioniertjes, al dan niet met rode sjaal, stuurden de familie in Rotterdam hun hartelijke groeten. De kaart van een tijger in een kooi is in sierlijke letters gericht aan Cors oudste broer: ‘Aan de kleine Georg, Ter herinnering aan je tante Anna. 4 januari 1931.’ Op een ongedateerde kaart met een groot bakstenen gebouw dat de naam Karl Marx draagt, schrijft zijn oma: ‘Grote Georg, Hier heeft je vader gestudeerd.’

De berichten komen uit Moskou, te oordelen naar een ongedateerde brief van zijn zuster Anna. ‘We hebben Chabarovsk verlaten, Vader is overleden.’ Ze was met ‘moeder’ naar Moskou verhuisd. Hun zuster Sonja en broer Kolja woonden in Sjanghai en stuurden tot haar grote vreugde zojuist vijf Amerikaanse dollars. ‘We zijn rijk,’ schrijft ze. ‘Moeder heeft drie pakken tarwe van 16 kg gekocht.’

Stateloos
Nadien is er niets meer van de familie van zijn vader vernomen, weet Cor. Tot zijn oudste broer Georg in 1989 een telefoontje kreeg van een nicht uit Moskou. Ik zoek zijn weduwe Jannie op in haar flat met uitzicht op de skyline van Rotterdam. Ze herinnert het zich nog goed: ‘Mijn man heeft zo gehuild. Zijn vader had dit mee moeten maken. Ze heet Natasja. We hebben haar opgezocht in Moskou en gelogeerd in haar eenkamerflat ergens ver weg in een buitenwijk. Zij sliep in de keuken, wij op het opklapbed in de huiskamer. Ze was grimeuse in een theater in Moskou.’

Natasja vertelde hun over de bolsjewieken die Chabarovsk in 1922 hadden ingenomen. De meelfabriek en de visfabriek waren genationaliseerd. De hele familie had Chabarovsk verlaten. Dochter Sonja was naar Sjanghai gevlucht en stuurde van daaruit dollars naar haar moeder en zuster Anna. In 1936 ging ze naar Moskou, waar ze vrijwel direct gearresteerd werd en gedeporteerd. Ze ontmoette haar man in het kamp. Na hun vrijlating in 1946 werd Natasja geboren. Haar vader werd een jaar later opnieuw gearresteerd en zes jaar later geëxecuteerd. Natasja groeide op bij haar tante Anna in Moskou, haar moeder mocht zich pas in 1956 bij hen voegen.

Over de familie in Holland hoorde Natasja pas veel later. Toen Gorbatsjov de glasnost propageerde, durfde ze eindelijk haar oom in Rotterdam – wiens ansichtkaarten in het familiealbum prijkten – op te sporen. Jannie kijkt met vertedering naar het zwart-witkiekje waarop ze samen met haar Russische schoonvader en haar schoonmoeder vrolijk in de camera blikt. ‘Ik leerde hem kennen in 1942. Hij was beleefd en galant, zo anders dan een Nederlander, een echte heer. Hij dronk niet, maar rookte wel. Dat had hij tijdens de Eerste Wereldoorlog geleerd.’

‘Hij was stateloos,’ vervolgt ze. ‘Mijn huwelijk met zijn zoon Georg maakte mij dat ook. Zo ging dat toen.’ Pas toen jongste zoon Cor zijn oproep voor militaire dienst kreeg, werd die Nederlander en mocht ook de rest van de familie zich naturaliseren. Ze lacht wat schamper. ‘Het kostte 200 gulden.’ Haar schoonvader heeft nooit de Nederlandse nationaliteit aangenomen. ‘Hij hield van Rusland. Natasja heeft ons opgezocht en Russische aarde over zijn graf gestrooid.’

Georg Dudewski’s verlangen en heimwee naar zijn vaderland zijn terug te vinden in zijn notitieboekje. ‘Neem me mee naar het land dat zo ver weg is,’ schrijft hij, ‘naar het land dat mij het liefst is: Rusland.’

Met dank aan Jan van Griethuysen.
Angela Dekker bereidt een boek voor over de Russische emigratie in Nederland.

Meer informatie
Een goed leesbaar, onderhoudend en rijk geïllustreerd boek over de vluchtelingenopvang is Oorlogsgasten. Vluchtelingen en krijgsgevangenen in Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog (2000) van Evelyn de Roodt.
Ben Knapen schreef een interessante promotiestudie over de moeizame betrekkingen tussen Nederland en de Sovjet-Unie vanaf de Russische Revolutie in 1917 tot de alliantie met Stalin tijdens de Tweede Wereldoorlog in De lange weg naar Moskou (1985).
Een gedegen overzicht van het Nederlandse asielbeleid in vroeger tijden is te vinden in Ongenode gasten Van traditioneel asielrecht naar immigratiebeleid, 1815-1938 (1993) van historica Marij Leenders.


© 2010 - Historisch Nieuwsblad, http://www.historischnieuwsblad.nl/00/hn/nl/162/artikel/print/26014/Russische_vluchtelingen_in_Nederland_1914-1918.html
_________________

“Stop whining.”
– A. Schwarzenegger
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
Percy Toplis



Geregistreerd op: 9-5-2009
Berichten: 16026
Woonplaats: Suindrecht

BerichtGeplaatst: 03 Mei 2010 0:18    Onderwerp: Reageer met quote

Boezinge, Essex Farm Cemetery

De Duitse gasaanval opende de Tweede Slag om Ieper die tot 25 mei 1915 doorging. Canadese en andere geallieerde legers vochten met vreselijke verliezen – 59.000 Britse en 10.000 Franse troepen - om een Duitse doorbraak naar de stad te voorkomen. Het resultaat was dat de Britten gedwongen werden om de versterkte strook van de Salient een heel stuk terug te trekken tot ongeveer een kilometer bij de stad vandaan, waarbij de uiterste linkerflank tot aan het kanaal bij Boezinge kwam, ongeveer twee kilometer ten noorden van Essex Farm.

Voor de Canadezen van de 1ste Canadese Divisie was deze slag – één van de ergste gevechtsacties die ze in de hele oorlog zouden voeren – hun vuurdoop van het Westelijk Front. Er waren 5.975 slachtoffers onder de meer dan 18.000 mannen in de divisie en 3.508 hiervan vielen op één dag – 24 april 1915 – toen de infanterie te maken kreeg met grootschalige gas- en conventionele aanvallen. De linie wankelde en trok zich terug, maar de vijand brak niet door.

Van de Canadese slachtoffers werden meer dan 1.000 mannen gedood of stierven aan hun verwondingen. De grafstenen in Essex Farm met de vroegste overlijdensdata erop zijn van mannen van de 1ste Canadese Divisie: vijf infanteriemannen en één artillerieman die tussen 23 april en 3 mei 1915 stierven. In perceel 1, rij S, graf 5 ligt sergeant John Steel van de Canadese Infanterie, Manitoba Regiment, een 27 jarige Schot, die op 2 mei 1915 stierf.

Op diezelfde dag stapte de 22-jarige luitenant Alexis Helmer, van de 2de Batterij, 1ste Brigade van de Canadese Veldartillerie, uit zijn schuilhol en werd op slag gedood door de ontploffing van een Duitse granaat. Wat er nog over was van Helmer werd in zandzakken verzameld en die avond begraven, waarschijnlijk in Essex Farm, hoewel de meeste verslagen niet duidelijk zijn over Helmer’s begraafplaats.

John McCrae, die vanaf het begin van de slag onafgebroken op de verbandplaats van de Canadese brigade had gewerkt, las de begrafenisdienst voor Helmer.

http://www.ww1westernfront.gov.au/nl-be/essex-farm/flanders-fields.html
_________________

“Stop whining.”
– A. Schwarzenegger
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
Percy Toplis



Geregistreerd op: 9-5-2009
Berichten: 16026
Woonplaats: Suindrecht

BerichtGeplaatst: 03 Mei 2010 0:23    Onderwerp: Reageer met quote

Naamsteen John Mac Crae

Op vrijdag 15 november 1985 werd de naamsteen "In Flanders Fields" onthuld door de Gouverneur en de Voorzitter van de Provincieraad van West-Vlaanderen. Deze naamsteen werd opgericht bij de Britse militaire begraafplaats "Essex Farm Cemetery", langs de weg Ieper-Boezinge. Op deze plaats schreef de Canadese geneesheer-officier John McCrae op 3 mei 1915 het gedicht "In Flanders Fields".

Dit gedicht over de oorlog en het lijden van de soldaten werd wereldberoemd en verspreidde de naam "Flanders" over alle Engelstalige landen.

John McCrae was 41 jaar toen de eerste wereldoorlog uitbrak. Hij had tot 1904 dienst gedaan bij het leger waar hij een opleiding bij de artillerie kreeg en het uiteindelijk bracht tot de rang van majoor bij de artillerie. De volgende tien jaar wijdde hij zich aan zijn medische loopbaan in het burgerleven en aan het onderwijzen van jongere dokters.

Op 9 september 1914, door het uitbreken van de oorlog, keerde John McCrae terug in de actieve dienst. Hij kwam terecht bij de 1st Brigade van de Canadian Field Artillery. Wegens zijn leeftijd en zijn tekort aan recente artillerie-ervaring, werd hij aangesteld tot brigade-chirurg met de rang van majoor. Hiermee was hij tweede in bevel in de brigade.

In het begin waren McCrae en zijn eenheid betrokken bij de doodgelopen loopgravenoorlog. De eerste gewonden waren niet zo ernstig gekwetst. McCrae leidde de zorg over deze gewonden en had nu en dan ook het bevel over de kanonniers.

Op 17 april 1915 promoveerde hij tot Luitenant-Kolonel. Op 22 april, na de Duitse chloorgasaanval, werd zijn eenheid tot de strijd opgeroepen. Hij richtte een eerste-hulppost in in de westelijke oever van het kanaal. De intensiteit van de gevechten en het grote aantal gewonden waren toestanden die hij nog nooit had meegemaakt. Als hij het bevel over de kanonnen niet voerde, probeerde hij het hoofd te bieden aan de constante stroom gewonden die zijn aandacht nodig hadden. In een brief aan zijn moeder beschreef John zijn verbandplaats : "Ik had een vierkante ruimte, 8 bij 9, gegraven in de flank van de helling, bedekt met lappen stof om de regen buiten te houden, en een kleine zandzak achteraan om te verhinderen dat stukjes granaat zouden binnendringen. Wat stro op de vloer maakte het geheel af. Elke plaats langs de oever was min of meer gelijk, allemaal eekhoornholen." Hier dient gezegd dat de huidige betonnen schuilplaatsen van latere datum zijn.

Dokters als McCrae werkten dikwijls uren aan één stuk. De vloer van hun verbandplaats was dikwijls glibberig door de modder en de aarde kroop van tussen de planken die de wanden versterkten. Wonden moesten verbonden worden in het schemerlicht van kaarsen of kerosinelampen. Verbanden konden in zulke omstandigheden niet schoon gehouden worden en dikwijls was er een tekort aan geneesmiddelen.

Op zondag 2 mei werd een goede vriend van McCrae, Luitenant Alexis Helmer, gedood door een granaat. Enkele mannen gingen een graf delven op de begraafplaats toen het vuren ophield. Ondertussen verzamelden anderen zoveel mogelijk de resten van het stoffelijk overschot. Ze stopten ze in zandzakjes, legden deze op een legerdeken die daarna met grote veiligheidsspelden werd dichtgespeld. Tijdens de begrafenis in het duister citeerde een diep ontroerde McCrae enkele gebeden.

Ordonnansofficier Allison beweert dat hij de volgende dag persoonlijk zag hoe McCrae zijn gedicht schreef, terwijl hij achterop een ziekenwagen op de treeplank zat en naar het graf van Helmer staarde.

Op 9 mei werd de Eerste Brigade van de Canadese Veldartillerie teruggetrokken van de linie. John McCrae kon nu én als strijder én als medisch officier op de oorlog terugblikken. In juni kreeg hij het bevel om de artillerie te verlaten en zich te voegen bij het Canadian Army Medical Corps. Eigenlijk verkoos hij bij de artillerie te blijven, maar zijn plichtsgevoel overwon en hij werd een goed medisch officier.

Op 28 januari 1918 stierf McCrae aan long- en hersenvliesontsteking. Hij werd met volle militaire eer begraven te Wimereux.

http://www.digilife.be/teleducatie/vbssj/omd98/omd6.htm

Naamsteen John McCrae (Boezinge - WOI) (ID: 632)

Beschrijving Locatie - De Kanaalsite John McCrae ligt langs de Diksmuidseweg (N369), naast huisnummer 148, net ten N van de Noorderring, net ten W van de Ieperlee en het kanaal Ieper-Ijzer. Deze site bevat de Britse militaire begraafplaats "Essex Farm Cemetery", met links de medische post en aanpalende betonrestanten. John McCrae wordt herinnerd op de provinciale naamsteen en de benaming van het pad "John McCraepad". Wandelpaden en informatieborden geven verder nog toegang en duiding voor het monument voor de 49th West Riding Division op de kanaaloever achter de begraafplaats, een noodwoning en diverse betonconstructies, allen ten W van het kanaal en ook bereikbaar via het kanaalpad.

Beschrijving Relict - Vrijstaande gedenksteen, bestaande uit een rechthoekige sokkel uit gewapend beton, die vooraan driehoekig uitloopt. Een grote ruitvormige gedenksteen (80 x 80 x 10cm) uit witte natuursteen is schuin tegen de sokkel bevestigd. Bovenaan het gekleurde wapenschild van West-Vlaanderen in geanodiseerd aluminium. Daaronder de tekst 'John McCrae - In Flanders Fields - 3 mei 1915'. De letters zijn diep V-vormig in de steen gekapt en lichtgrijs gepatineerd. Onderaan is een klaproos gegrift in de steen. H.140 x Br.50 x D.20cm. Uitvoering: J. Vansteenkiste, provinciale Dienst voor Cultuur Brugge (ontwerper gedenksteen) - P.H. Boudens, Brugge (ontwerper en uitvoerder opschriften) - J. Hollevoet (spanbeton sokkel)

Historische Achtergrond - Naar aanleiding van de verjaardag van het overlijden van Koning Albert I en het uitbreken van WOI, richtte de Provincie West-Vlaanderen tussen 1984 en 1988 - in verschillende reeksen - 25 gedenktekens op, “Naamstenen” genoemd. Ze werden vooral in de frontstreek geplaatst op die locaties, waar niets meer aanwezig was dat herinnerde aan bepaalde belangrijke gebeurtenissen/installaties uit WOI. De naamstenen moeten getuigen over de grootse tragedie die zich in de Westhoek heeft afgespeeld en tegelijk het bewustzijn van een mogelijk drama levendig houden. De dieper gelegen boodschap die de Provincie aan jongeren wil meegeven, is die van “Nooit meer oorlog”. Met het monogram van koning Albert, dat in de meeste naamstenen gebeiteld is, wil de Provincie hulde brengen aan een koning, die 4 jaar in moeilijke omstandigheden aan het hoofd van het Belgische leger heeft gestaan. Op de naamsteen nabij de Kanaalsite John McCrae, die opgericht werd in 1985, is evenwel een klaproos aangebracht: de klaproos is door het gedicht van John McCrae hét symbool geworden van de herinnering aan de Eerste Wereldoorlog en haar ontelbare slachtoffers. John McCrae, geboren in 1872 in Guelph (Canada), had een militaire opleiding genoten vooraleer hij geneeskunde ging studeren. Toen hij zich bij het uitbreken van WOI als vrijwilliger had aangemeld, werd hij aangesteld als brigade-arts bij het '1st Canadian Field Artillery'. Bevorderd tot luitenant-kolonel kwam hij met zijn brigade in de nacht van 22 op 23 april 1915 terecht in de omgeving van de boerderij, die 'Essex Farm' gedoopt was (nabij 'Bridge No 4' over het kanaal Ieper-IJzer). Hier verzorgde hij 17 dagen lang o.m. slachtoffers van de Duitse gasaanval van 22 april 1915. McCrae raakte heel sterk getroffen door het gruwelijke oorlogsleed rondom hem. Op 2 mei 1915 stierf bovendien zijn goeie vriend Alexis Helmer. Totaal ontredderd schreef hij het gedicht 'In Flanders Fields', op 3 mei 1915 bij de kanaaloever nabij 'Bridge No 4', uitkijkend over de pas aangelegde begraafplaats, nu bekend als 'Essex Farm Cemetery'. Nadat McCrae begin juni 1915 werd overgeplaatst naar het 'No. 3 Canadian General Hospital' te Dannes-Camiers in N-Frankrijk, herschreef hij zijn gedicht en zond het op naar 'The Spectator', waar het geweigerd werd. Het Londense weekblad 'Punch' publiceerde het wel op 8 december 1915, weliswaar anoniem. Sindsdien begon het een eigen leven te leiden: tegen het einde van de oorlog genoot het gedicht een wereldwijde faam en werd het intens aangewend als propagandamiddel. John McCrae schreef verder nog het gedicht 'The Anxious Dead', dat op 30 september 1917 verscheen in 'The Spectator'. McCrae, nog maar net tot consulterend geneesheer van de Britse legers in Frankrijk gepromoveerd, kreeg een long- en hersenvliesontsteking en overleed op 28 januari 1918 in het Britse hospitaal van Wimereux. Hij ligt begraven op 'Wimereux Communal Cemetery'.

http://inventaris.vioe.be/woi/relict/632
_________________

“Stop whining.”
– A. Schwarzenegger


Laatst aangepast door Percy Toplis op 03 Mei 2010 0:28, in totaal 1 keer bewerkt
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
Percy Toplis



Geregistreerd op: 9-5-2009
Berichten: 16026
Woonplaats: Suindrecht

BerichtGeplaatst: 03 Mei 2010 0:25    Onderwerp: Reageer met quote

JACOBS, Aletta Henriëtte

Het vredeswerk van Jacobs begon met haar deelname aan het Internationaal Vredescongres in 1899 in Den Haag, waar zij Bertha von Suttner ontmoette. Zij was lid van het in 1914 opgerichte Comité 'De Europeesche Statenbond', dat tot doel had de mening ingang te doen vinden dat voor Europa de aaneensluiting tot een statenbond of bondsstaat wenselijk was. Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog kwam van 28 april tot 3 mei 1915 op initiatief van Jacobs in Den Haag een internatio-naal vrouwenvredescongres bijeen om - onder voorzitterschap van de pacifiste Jane Addams uit Chicago - te beraadslagen over middelen een oorlog in de toekomst te voorkomen. In aansluiting hierop maakten enkele vrouwen, onder wie Jacobs, Addams, Crystal MacMillan, Rosika Schwimmer en Mien van Wulfften Palthe Broese van Groenou, een vriendin van Jacobs uit de kiesrecht- en vredesbeweging, een rondreis langs de regeringen van neutrale en oorlogvoerende landen in Europa om aan te dringen op het vormen van een comité van neutrale personen als bemiddelaar tussen de oorlogvoerenden.

http://www.iisg.nl/bwsa/bios/jacobs.html
_________________

“Stop whining.”
– A. Schwarzenegger
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
Percy Toplis



Geregistreerd op: 9-5-2009
Berichten: 16026
Woonplaats: Suindrecht

BerichtGeplaatst: 03 Mei 2010 0:31    Onderwerp: Reageer met quote

Krantenknipsels Emmer-Courant 1911-1918

3 mei 1916 - Advertentie

Gerhard Herman Fischer en Maria Elisabeth Lubbers hopen op Zondag 7 Mei hunne 30-jarige Echtvereniging te herdenken.

30 Jaren zijn vervlogen,
Onder voorspoed en verdriet.
Maar alleen een pad met rozen,
Vindt men op deez' wereld niet.
Moge menig roosje bloeien,
Voor uw voet en op uw pad.
Dat gij nog lang blijft gespaard,
Want u beider dierbaar leven,
Is onze grootste schat op aard.

Dat is de wensch van hunne dankbare Kinderen, Behuwd- en Kleinkinderen. Namens allen: Anna Angela, Bernard Martinus, Maaike, Maria Gesina, Johannes Theodoor.
Barger-Compascuum 1 Mei 1916
Kennisgeving aan Familie, Vrienden en Bekenden.

http://www.xs4all.nl/~fjmblom/krantenknipsels_Emmer-Courant1916.html
_________________

“Stop whining.”
– A. Schwarzenegger
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
Percy Toplis



Geregistreerd op: 9-5-2009
Berichten: 16026
Woonplaats: Suindrecht

BerichtGeplaatst: 03 Mei 2010 0:34    Onderwerp: Reageer met quote

De Mort Homme

De eerste twaalf dagen na de aanval regende het onophoudelijk. De Duitse officiële geschiedschrijving vermeldt: 'Het water in de loopgraven kwam tot boven de knieën. De soldaten hadden geen droge draad aan het lijf, er was geen enkele schuilplaats die droge accommodatie kon geven. Het aantal zieken steeg onrustbarend.' Ondanks modder en ellende hadden de Fransen door aanhoudende tegenaanvallen eind april de gehele top van de Mort Homme heroverd.
Op 3 mei openden meer dan 500 Duitse kanonnen het vuur op de Cote 304 over een front van niet meer dan 2 km. Het bombardement duurde twee dagen en een nacht. De Fransen, die geen diepe loopgraven meer hadden na weken van hevig granaatvuur, leden afschuwelijke verliezen. Van een bataljon bleven slechts drie soldaten in leven. Meer dan twee dagen konden er geen voedsel en geen voorraden verstrekt worden en geen enkele gewonde kon worden geëvacueerd. Versterkingen raakten de weg kwijt, de eenheden liepen door elkaar. Na nog drie dagen van verbitterde man-tegen-man gevechten kwam de Cote 304 tenslotte aan de Duitsers. Ongeveer 10.000 Fransen alleen al waren gesneuveld.

http://www.verdun.nl/La%20Bataille%20de%2016.htm
_________________

“Stop whining.”
– A. Schwarzenegger
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
Percy Toplis



Geregistreerd op: 9-5-2009
Berichten: 16026
Woonplaats: Suindrecht

BerichtGeplaatst: 03 Mei 2010 0:37    Onderwerp: Reageer met quote

Tweede Slag om Bullecourt, 3–15 mei 1917

De Tweede Aanval op Bullecourt die tussen 3 en 15 mei 1917 gestreden werd, was een vervolg op het Britse lenteoffensief, ten noorden en ten zuiden van Arras. Het doel van deze acties was om een grote zuidelijkere aanval door de Fransen onder generaal Robert Nivelle te ondersteunen. Zoals de Britten in 1916 bij de opening van de Somme hadden gedaan, wilde Nivelle een doorbraak in de Duitse linies maken, gevolgd door een snelle nederlaag van de vijand op Franse grond. De Fransen vielen op 15 april 1917 aan, maar faalden. Zowel Britse als Franse leiders kwamen echter overeen om de acties voort te zetten. Eén daarvan zou een gezamenlijke Britse en Australische aanval op de Hindenburglinie rond Bullecourt zijn, waar de vorige poging om secties van de Duitse linie in te nemen en in handen te houden op 11 april 1917 zo rampzalig mislukt was.

De Australische infanterie van de Tweede Divisie rukte op 3 mei 1917 om 3u.45 ten oosten van Bullecourt op. De linkerflank die zich dicht bij Bullecourt bevond, zat vast in het prikkeldraad, maar de rechter- en middenflank, die gedeeltelijk beschermd werden door een enigszins verlaagde weg, namen de eerste twee linies vijandelijke loopgraven in en maakten deze vrij. Deze Australiërs rukten nu op naar hun tweede doel, de spoordijk bij Riencourt. Andere Australiërs die zich meer aan de rechterkant bevonden, konden bij de prikkeldraadversperring door het dodelijk vuren van machinegeweren de loopgraven van de Hindenburglinie niet betreden. Britse troepen faalden ook in hun poging om Bullecourt zelf in te nemen, hoewel sommige troepen een deel van de Hindenburglinie ten westen van het dorp in beslag namen.

De Australiërs die de Hindenburglinie hadden kunnen betreden leken zich nu in onhoudbare stellingen te bevinden die op een nauw front uitstaken en van beide flanken werden aangevallen. Ze hielden echter stand. Een deel van het Australische doelwit was ingenomen na zware gevechten met granaten waarbij loopgraven een paar keer van bezetter veranderden. De mannen in de meer geïsoleerde stellingen werden echter teruggedrongen. De enigszins verlaagde weg gaf wat bescherming tussen de oude frontlinie en de ingenomen loopgraven, waardoor versterkingen en voorraden die van vitaal belang waren, aangevoerd konden worden. Bij zonsondergang op 3 mei had de Tweede Australische Divisie het grootste deel van zijn doelwit in handen.

Op 3 mei boekten alleen de Canadezen in het noorden en de Australiërs in het zuiden enige vooruitgang. Op 4 mei waren de Franse troepen niet in staat hun geplande doelwit te bereiken, maar de Britten gingen verder.

De Australiërs verbreedden hun nauwe positie aan de Hindenburglinie tot deze er als een paddestoel op een steel uitzag, met de hoed diep in vijandelijk gebied en verbonden aan één lang communicatiepad. Tegen zonsopgang op 6 mei, na een beschieting van 18 uur, lanceerden de Duitsers hun zesde algemene tegenaanval. De Duitsers hadden bijna de centrale weg bereikt, toen korporaal George Julian Howell een verbazingwekkende sprint over de loopgraven maakte, terwijl hij al rennend handgranaten op de vijand gooide. Hierdoor en door de koppige ondersteuning van andere Australiërs moesten de Duitsers zich verder dan hun beginpunt terugtrekken. Howell overleefde het en ontving in eigen persoon het Victoriakruis van Koning George V.

Een gedeelte van Bullecourt werd op 7 mei door de Britten ingenomen en tien dagen later waren alle ruïnes in Britse handen. Op 15 mei sloegen de Australiers een laatste Duitse tegenaanval af en de vijand besloot dit deel van de Hindenburglinie in Australische handen te laten. Een Australische historicus beschreef de strijd in Bullecourt als de inname van een tactisch gezien nutteloos dorpje ten koste van meer dan 7.000 Australische slachtoffers.

http://www.ww1westernfront.gov.au/nl-be/battlefields/bullecourt-may-1917.html

Het graf van sergeant J.J. White

In 1994 werd het stoffelijk overschot gevonden van sergeant John (‘Jack’) James White van het 22e bataljon van de Australische 2e divisie. In het Musée 14-18 is het verhaal over hem te lezen. Het lichaam werd teruggevonden door een ploegende boer op een akker vlakbij het Digger monument in Bullecourt. Zijn identiteitsplaatje was nog leesbaar.

Jack White nam dienst in februari 1916 en sneuvelde op 29-jarige leeftijd op 3 mei 1917 tijdens de eerste dag van de tweede slag om Bullecourt. In 1917 opgegeven als vermist werd zijn naam gegraveerd op het Australische monument voor de vermisten in Villers-Bretonneux.

Op 11 oktober 1995 werd Jack White op Quéant Road Cemetery met militaire eer begraven. Zijn dochter Myrle, geboren in 1915, woonde op 80-jarige leeftijd de begrafenis bij. Op de grafsteen staat de inscriptie: “Deep peace of the quiet earth so far from the land that gave your birth.”

‘Zover van huis gesneuveld’ was ook een persoonlijk trauma voor de families van de Australische soldaten, die zelden de overtocht konden betalen om het graf van hun man, broer of zoon te bezoeken.

http://www.wereldoorlog1418.nl/bullecourt/index.html#09

De strijd in 1917

De Britten deden een eerste poging om de Hindenburglinie te doorbreken in april 1917 tijdens het gezamenlijke geallieerde voorjaarsoffensief. De Britse opperbevelhebber veldmaarschalk Douglas Haig was daarbij, onder druk van de Britse premier David Lloyd George, gebonden de Fransen te ondersteunen. De Fransen lanceerden hun beruchte offensief aan de Chemin des Dames en de Britten vielen ten oosten van Arras aan. De Britten hadden bij hun start op 9 april 1917 aanvankelijk groot succes, maar hun aanval liep geleidelijk dood. Na een gevechtspauze werd de Britse aanval op Frans verzoek eind april weer vervolgd.

Op 11 april begon de eerste Australische aanval op het dorp Bullecourt gelegen in de Hindenburglinie, die met grote verliezen werd afgeslagen. Op 3 mei startte Australische en Britse divisies een tweede aanval op het dorp dat na een harde strijd uiteindelijk na twee weken werd veroverd. Er was een kleine deuk in de Hindenburglinie geforceerd. Bij de slagen bij Bullecourt zouden aan Britse kant meer dan 14 duizend slachtoffers vallen waarvan bij de Australiërs 300 officieren en 7000 andere rangen. Bullecourt werd door de Australiërs beschouwd als het zoveelste voorbeeld van een falende Britse legerleiding. Het dorp is een Australisch herdenkingspunt geworden.

http://www.ssew.nl/onneembare-duitse-stelling-strijd-hindenburglinie-1917-1918
_________________

“Stop whining.”
– A. Schwarzenegger


Laatst aangepast door Percy Toplis op 03 Mei 2010 0:45, in toaal 2 keer bewerkt
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
Percy Toplis



Geregistreerd op: 9-5-2009
Berichten: 16026
Woonplaats: Suindrecht

BerichtGeplaatst: 03 Mei 2010 0:40    Onderwerp: Reageer met quote

Korte berichten uit een eeuw Apeldoornse leven

Stoet voor 1 Mei
3 Mei [1916] - De 1 Mei-dag is Maandag gevierd met een straatdemonstratie, gevolgd door een openbare vergadering in Tivoli. In de stoet werden een 14-tal vaandels medegevoerd, doeken met opschriften tegen den oorlog, de duurte, voor den vrede, voor den acht-urendag en voor algemeen kiesrecht. De belangstelling langs den weg was groot.

http://members.chello.nl/a.horlings/1913-1917.html
_________________

“Stop whining.”
– A. Schwarzenegger
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
Percy Toplis



Geregistreerd op: 9-5-2009
Berichten: 16026
Woonplaats: Suindrecht

BerichtGeplaatst: 03 Mei 2010 0:52    Onderwerp: Reageer met quote

Magische handelingen om heksen te ontmaskeren

Het is januari 1918. In een huiskamer te Opheusden is een merkwaardig gezelschap verzameld, dat zich tot doel gesteld heeft uit te vorsen welke heks een driejarig kind aan het ziekbed gekluisterd heeft.

De heksenmeester uit Veenendaal is daar, een bijbellezer, en enige helpers. Bij een buur heeft men een zwarte kip gestolen. Deze wordt onder het voorlezen van de passende bijbelpassage levend in een pot kokend water gestopt, waardoor de heks gedwongen zal worden het vertrek binnen te komen. De helpers hebben zich aan weerszijden van de deur opgesteld met vlierknuppels om de eerste de beste die over de drempel zal komen af te rossen. De enige die echter binnen treedt is de politie.

In Arnhem wordt de schuldige tot een maand gevangenisstraf veroordeeld. Langs deze weg hoopte men blijkbaar het uitoefenen van magische praktijken tegen te gaan. Inderdaad is hier een magische handeling in optima forma aanwezig. De kip moet zwart zijn, teneinde de demonische machten te bedwingen. Het dier moet gestolen zijn, omdat aldus verkregen goed in de wereld der magie bijzonder goed gedijt. De bijbel moet gebruikt worden, daar de woorden daaruit een bindende kracht bezitten. De knuppels moeten van vlierhout zijn, want deze boom heet demonen te verjagen.

Maar de wonderdoener uit Veenendaal kon, toen de heks niet verscheen, slechts verklaren dat de gebruikte bijbeltekst niet gedeugd had.

Toelichting: De tekst is ontleend aan Jan de Vries: 'Het Volksgeloof', in: Jan de Vries, red; Volk van Nederland (Amsterdam 1943), p. 190. Het wordt aangehaald in K. ter Laan Folkloristisch Woordenboek (Den Haag 1949), pp. 141-142, en daaruit geciteerd in A.P. de Kleuver 'Gelooft u nog in toveren?', in het Gelders Dagblad van 16 december 1961. In soberder bewoordingen is het geval te vinden in Everard Gewin: Nederlandsch Volksgeloof (Zutphen 1925), p. 86: 'Ik houd het er voor, dat de haantooverij slechts zelden wordt beoefend en dan is het wel meestal op de manier zooals een aantal jaren geleden te Opheusden geschiedde. Een ongeveer driejarig kind was geruimen tijd ziek en men hield het voor betooverd. Een godsdienstig Protestantsch man van den Veluwzoom stopte een zwarte kip in een pot kokend water. Op de tafel lag een bijbel en achter de deur stonden stokken gereed om den eersten persoon die binnen zou komen, af te ranselen. Want dat zou de heks zijn; zoo is de voorstelling in dat volksgeloof. Niemand verscheen, maar wie later wel verscheen, was de politie die van het geval had gehoord. De schuldige werd door het gerechtshof te Arnhem veroordeeld tot een maand gevangenisstraf wegens diermishandeling (1918).'

Het oorspronkelijke bericht is als volgt: 'Heden stond voor het Gerechtshof te Arnhem in hooger beroep terecht R. van Olderen, boomkweker te Opheusden, die door de Rechtbank te Tiel den 21 Maart j.l. voorwaardelijk was veroordeeld wegens mishandeling van een dier. Het betreft hier de bekende bijgeloofzaak. Men had nl. een zwarte kip in een pot kokend water gestopt om daardoor een ziek kind, dat men geloofde dat betooverd was, te genezen. De beklaagde zegt, dat hij niet geloofde dat het iets hielp, maar hij heeft het gedaan omdat de ouders van het kind het vroegen. De beide ouders waren als getuigen gedagvaard. Zij verklaren dat hun kindje thans gestorven is. Door den President over hun bijgeloof onderhouden, zeggen ze, dat ze wel aan heksen gelooven. Door middel van een zwarte kip waren in Opheusden al meer kinderen genezen, en zij wilden alles doen om hun kind te redden. Er zijn wel een paar borrels gedronken, doch er is niet in den bijbel gelezen. De Advocaat-Generaal acht het feit van den beklaagde, die zelf er niet in geloofde doch een paar borrels had gekregen, ernstig. Z. Exc. meent dat de Rechtbank ten onrechte hier een voorwaardelijke straf heeft uitgesproken, en eischt, dat deze straf zal worden veranderd in eene niet voorwaardelijke gevangenisstraf van een maand.' (Arnhemsche Courant, vrijdag 3 mei 1918). In de landelijke pers verscheen hetzelfde bericht, vergelijk de Nieuwe Rotterdamsche Courant, en het Algemeen Handelsblad, van dezelfde datum.

Er zijn nog twee andere gevallen waar een zwarte kip bij te pas komt. Het eerste speelt zich af in Schotland, het tweede te Est (Eist?), waar een betoverde vrouw een zwarte kip levend kookte, en toen met haar hoofd boven de pan ging zitten, om de vrijkomende dampen te inhaleren. Uit de Volksverhalen uit Gooi- en Eemland en van de Westelijke Veluwe, (Amsterdam 1979), opgetekend door E. Heupers, wordt duidelijk, dat er een aantal variaties mogelijk is. Zegslieden uit Nijkerkerveen, Amersfoort, Soest, Oud-Loosdrecht, Renswoude, Bussum, Soesterberg, Barneveld, en Terschuur, vertellen de volgende mogelijkheden, die men bij het koken van een zwarte kip verwachtte: de heks komt, de betovering wordt verbroken zonder dat de heks komt, de heks krijgt brandwonden. Wanneer de pot langer dan een halve dag op het vuur zou staan, zou de heks overlijden. In één geval kwam de heks pas, als men na de kip ook nog de ontlasting van het betoverde kind op het vuur wierp. In geen enkel geval gebruikte men een bijbel.


http://www.beleven.org/verhaal/magische_handelingen_om_heksen_te_ontmaskeren
_________________

“Stop whining.”
– A. Schwarzenegger
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
Percy Toplis



Geregistreerd op: 9-5-2009
Berichten: 16026
Woonplaats: Suindrecht

BerichtGeplaatst: 03 Mei 2010 0:56    Onderwerp: Reageer met quote

Jan OLIESLAGERS - «Den Antwerpschen duivel »
Een der voornaamste figuren van de Belgische Luchtvaart uit de periode van haar ontstaan.

Luchtvaartloopbaan
3 Mei 1918 - Luitenant Olieslagers wordt tot luchtheld uitgeroepen.
10 November 1918 - Het vliegtuig van luitenant Olieslagers wordt boven Gent door een obus neergehaald, Hij wordt te Eeklo verzorgd waar Koning Albert I hem persoonlijk bezoekt.

http://www.vieillestiges.be/olieslagers/index.html
_________________

“Stop whining.”
– A. Schwarzenegger
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
Percy Toplis



Geregistreerd op: 9-5-2009
Berichten: 16026
Woonplaats: Suindrecht

BerichtGeplaatst: 03 Mei 2010 1:00    Onderwerp: Reageer met quote

Meierijsche Courant, Zaterdag 3 Mei 1919.
Valkenswaard.
- De afdeeling Valkenswaard van de R. K. Hanzebond van sigarenfabrikanten zal op Maandag 5 Mei een propagandavergadering houden in het café van den heer Th. Boudoin te Leende, waarbij ook alle nog onvereenigde fabrikanten uit de omgeving worden uitgenoodigd.
- Op 10 Juli a.s. zullen de echtelieden K. Gevers en echtgenoote hunne vijftigjarige echtervereeniging vieren. Beiden zijn nog kras en gezond. Voorzeker zal het hun op dien dag niet aan belangstelling ontbreken. Wij hopen daar nader op terug te komen.
- Naar wij vernemen zal eerstdaags de Valkenswaardsche Bioscoop geopend worden. Deze behoort toe in eigendom aan den heer H. Lemmens v. Lieshout en niet aan H. v. Lieshout, zooals elders werd vermeld.

Dommelen.
Donderdagavond had in ’t lokaal der openb. school een verg. plaats van alle weerbare mannen uit de gemeente ter oprichting van een burgerwacht en vrijwilligen landstorm. De ZeerEerw. heer pastoor A. Bolsius schetste in een kernachtige rede de revolutionaire woelingen. Ook ons vaderland wordt bedreigd. Wij moeten gereed zijn, zegt de Eerw. spreker, als het monster den kop opsteekt om het direct te kunnen verpletteren. Daarom doe ik als Herder dezer parochie een beroep op u allen zonder uitzondering u aanstonds op te geven als lid der Burgerwacht en die daarvoor in aanmerking komen voor den vrijwilligen landstorm. Een daverend applaus bewees dat de woorden van den Eerw. spreker in vruchtbare aarde waren gevallen. Daarna kwam de Burgemeester aan ’t woord. Hij dankte in de eerste plaats den vorigen spreker voor zijn opwekkende en begeesterende woorden en gaf een verklaring van het doel van de Burgerwacht en den Vrijwilligen Landstorm en zette uiteen wat voordeel vooral aan den laatste verbonden is. Daarna gaven zich 60 personen op voor de Burgerwacht en 19 voor den vrijw. Landstorm.

http://www.shgv.nl/KrantenArtikelen/19191.htm
_________________

“Stop whining.”
– A. Schwarzenegger
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
Percy Toplis



Geregistreerd op: 9-5-2009
Berichten: 16026
Woonplaats: Suindrecht

BerichtGeplaatst: 03 Mei 2010 1:05    Onderwerp: Reageer met quote

EEN MOORDAANSLAG AAN DE BEERENSTEINLAAN TE BUSSUM

De beroving in Bussum

Op donderdagavond 23 januari 1919 arriveerde om omstreeks half zeven de trein uit Amsterdam op het Bussumse station. Uit de trein stapte de in Duitsland geboren maar in Amsterdam woonachtige 55-jarige George Gabriël Goldberg. Hij was van plan zijn broer te bezoeken welke in pension "Berensteijn" aan de Beerensteinlaan verbleef. Goldberg wist in Bussum de weg niet. In de buurt van zijn bestemming zag hij een netjes geklede jongeman met een gaspijp in de hand staan. Goldberg zag hem hierdoor voor een werkman aan en vroeg hem de weg. Hij was verrast toen hij bemerkte dat de jongeman ook een Duitser was. De jongeman zei net langs het pension gelopen te zijn en ging samen met Goldberg terug. Bij het begin van de Beerensteinlaan namen zij afscheid van elkaar. Als dank gaf Goldberg de jongeman nog een dubbeltje. Goldberg liep alleen verder. Ter hoogte van de ‘kom van Biegel’ kreeg hij opeens een verschrikkelijke slag op zijn hoofd en zakte bewusteloos ineen. De dader sleepte hem de bosjes in en beroofde hem van zijn gouden horloge en zijn portemonnee. Een portefeuille met een aanzienlijk geldbedrag zag de rover in zijn haast over het hoofd. Voorbijgangers vonden de bewusteloze Goldberg korte tijd later en brachten hem naar het Majella ziekenhuis. Daar constateerden de artsen dat Goldberg een schedelbreuk had en dat hem 3 slagen waren toegebracht. Zijn toestand was ernstig maar de artsen vonden het een wonder dat Goldberg niet meteen doodgeslagen was.

De politie stelde een onderzoek in. Vrijdagmorgen werd in een paar struiken in de buurt het slagwapen gevonden. Het was een 2 meter lange ijzeren gaspijp. Na verloop van een paar dagen ontwaakte Goldberg voldoende uit zijn bewusteloosheid om verhoord te worden. Hij verklaarde zijn belager niet gezien of gehoord te hebben. Hij vertelde de politie wel van zijn ontmoeting met de Duitse jongeman met de gaspijp. De politie ging op zoek naar de jongeman maar kon hem nergens meer ontdekken. Het onderzoek liep dood....

Nieuw spoor naar de dader

In mei 1919 werd door een militair bij een juwelier te Nijmegen een gouden horloge aangeboden. De juwelier vertrouwde het zaakje niet en waarschuwde de politie. Deze nam de aanbieder van het horloge mee naar het bureau. Daar bleek dat het horloge van Goldberg was. De militair bekende tegenover de politie een heler te zijn; hij had het horloge een maand eerder voor ƒ4,- gekocht van een Duits sprekende jongeman. De politie ging op zoek naar deze jongeman en vond hem ironisch genoeg terug in de Arnhemse gevangenis waar hij een straf van 18 maanden uitzat wegens diefstal van een paard en wegens brandstichting (schade ƒ40.000,-). Het was de 21-jarige Alwin Pörkert, een op 12 mei 1898 in Lehn geboren Duitser die in de (eerste) wereldoorlog gedeserteerd was uit het Duitse leger.

Een Arnhemse rechercheur verhoorde Pörkert en kreeg zonder al te veel moeite een bekentenis van hem los over de moordaanslag op Goldberg. Maar uit bepaalde opmerkingen van Pörkert kreeg hij het idee dat deze nog meer op zijn kerfstok had. Hij haalt er een paar collega’s bij en gezamenlijk namen ze hem in de tang. Pörkert begon te praten en verbijsterde zijn ondervragers.....

Pörkert bekend 2 moorden.

Pörkert vertelde in de oorlog uit het Duitse leger gedeserteerd te zijn en naar het neutrale Nederland te zijn gevlucht. Hij was geïnterneerd in Bergen maar daar ontsnapt. Om nieuwe internering te voorkomen zwierf hij door het hele land. Met diefstal en inbraak voorzag hij in zijn levensonderhoud. Dat leverde hem niet genoeg op en dus besloot hij dan maar mensen te gaan beroven.

Op 20 januari 1919 was hij in de Watergraafsmeer in de buurt van Amsterdam. Met een houten knuppel had hij een hem volkomen onbekende man neergeslagen en beroofd van een zilveren horloge en een portemonnee met ƒ15,-.

Het slachtoffer, de 34-jarige Joseph Cardinaal, had minder geluk dan Goldberg, hij was op slag dood. Hierna reisde Pörkert door naar Bussum waar hij dus op 23 januari 1919 de aanslag pleegde op Goldberg, die deze aanslag wonderwel overleefde. Na deze aanslag reisde Pörkert door naar Arnhem.

Op zaterdag 1 februari 1919 liep hij op de Velperweg in Arnhem. In een tuin zag hij een oudere man aan het werk en hij besloot dat deze zijn volgende slachtoffer ging worden. Hij sloop een schuur in en stal hieruit een bijl.

Daarna sloop hij op de nietsvermoedende man toe en sloeg hem met de bijl zonder meer de hersens in. Het slachtoffer, de gepensioneerde kolonel van Hille, was op slag dood. Ook bekende hij dat hij in 1917 onder de valse naam van 'Lemandowsky' voor de rechtbank van Zutphen tot 6 maanden voorwaardelijk was veroordeeld wegens diefstal. Als toegift bekende Pörkert aan zijn ondervragers een inbraak in een slagerswinkel in Malden en de diefstal van 3 fietsen in Velp. Zijn buit had hij in alle gevallen meteen weer doorverkocht.

Voor de rechter-commissaris legde Pörkert een volledige bekentenis af. Hij zei dat het zijn bedoeling was om zijn slachtoffers bewusteloos te slaan en daarna te beroven. Als zijn slachtoffers de aanslag niet zouden overleven zou dat jammer zijn maar niet onoverkomelijk. Pörkert verklaarde in de oorlog aan het oostfront in Rusland te hebben gevochten. De onvoorstelbare gruwelijkheden die hij hier gezien en meegemaakt had hadden hem de indruk gegeven dat een mensenleven niets waard was.

"De Bussumsche Courant" schreef: "We hebben hier te maken met één van de zwaarste misdadigers uit onze geschiedenis. Wie echter verwacht dat deze meervoudige moordenaar het gezicht heeft wat men bij een dergelijk onmensch zou verwachten komt bedrogen uit. Hij heeft een uitermaat symphatiek gezicht en is beschaafd in zijn praten en handelingen. Hoe kan een dergelijk jongmensch in Godsnaam afzakken tot zo een verschrikkelijk moordenaar?" vroeg "De Bussumsche Courant" zich af.

De processen

De justitie besloot dat Pörkert twee maal terecht moest staan. De eerste maal te Arnhem voor de moord op kolonel van Hille en voor de daar in de omtrek gepleegde misdrijven. De tweede maal zou hij in Amsterdam moeten terechtstaan voor de moord op Joseph Cardinaal en de poging tot moord op Goldberg.

In december 1919 stond Pörkert te Arnhem terecht. Hij had een psychiatrisch onderzoek ondergaan en hieruit was gebleken dat hij volledig toerekeningsvatbaar was. De officier van Justitie was desondanks opvallend mild met zijn eis: Hij eiste 10 jaar gevangenisstraf. Op 17 december 1919 deed de Arnhemse rechtbank uitspraak: De straf was aanmerkelijk hoger dan de eis: Alwin Pörkert werd veroordeeld tot 15 jaar gevangenisstraf.

Op 21 april 1921 begon voor de vierde kamer van de Amsterdamse rechtbank het proces tegen Pörkert. Aanklager was mr.van Heijningen. Verdediger was mr.Muller Massis en rechtbankpresident was mr.jhr.Quarles van Ufford. In zijn verhoor door de rechter betuigde Pörkert spijt van de moorden. Aan de aanwezige Goldberg vroeg hij vergiffenis.

Pörkert verklaarde te hopen dat hij zijn ouders en zusters die hij in geen 5 jaar gezien had nog eens terug te kunnen zien en vroeg daarom een genadige straf. De aanklager kenschetste Pörkert als een levensgevaarlijk persoon die nooit meer vrijgelaten mocht worden; hij eiste levenslange gevangenisstraf.

Op 3 mei 1921 deed de rechter een nogal opzienbarende uitspraak: krachtens artikel 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht kon iemand voor moord naast levenslang ten hoogste 18 jaar gevangenisstraf krijgen. Daar Alwin Pörkert reeds 15 jaar had gekregen werd hij dus veroordeeld tot 3 jaar gevangenisstraf.

NAWOORD: Het is mij niet bekend hoe het Pörkert verder vergaan is. De archieven van de Arnhemse strafgevangenis (waar hij vermoedelijk zijn straf uitzat) zijn in 1944 bij de slag om Arnhem verloren gegaan. Het is mij dus ook niet bekend of hij ooit nog eens in zijn geboorteplaats is teruggekeerd. Zijn geboorteplaats Lehn is vermoedelijk in de loop der tijd door een grotere gemeente opgeslokt, het is nu in ieder geval in geen enkele atlasindex terug te vinden.

Koos Ruijzendaal, http://members.chello.nl/j.ruijzendaal/roof.htm
_________________

“Stop whining.”
– A. Schwarzenegger
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
Percy Toplis



Geregistreerd op: 9-5-2009
Berichten: 16026
Woonplaats: Suindrecht

BerichtGeplaatst: 03 Mei 2010 10:59    Onderwerp: Reageer met quote

Steeles Post at Anzac 3 May 1915

Dugouts of the Australian 1st Battalion on the seaward slope of Steele's Post overlooking Monash Valley, 3 May 1915 during the Battle of Gallipoli. The opposite slope is the side of Russell's Top. Photo by C.E.W. Bean.

Vreemde foto... http://en.wikipedia.org/wiki/File:Steeles_Post_at_Anzac_3_May_1915.jpg
_________________

“Stop whining.”
– A. Schwarzenegger
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
Percy Toplis



Geregistreerd op: 9-5-2009
Berichten: 16026
Woonplaats: Suindrecht

BerichtGeplaatst: 03 Mei 2010 11:04    Onderwerp: Reageer met quote

GALLIPOLI

World War I Letters of Bert Smythe

Hospital Ship
May 3/15

Dear Mum & Dad & brothers & sisters,
I've been wounded in the right shoulder & am progressing finely. Vernie is O.K., saw him just before they took me away. Had been in the firing line 4 days before they got me. On the morning of the fifth day the Tommies releived us & they got me as we were retiring to the rear for a days rest so now I'm going to have more than a days rest. Its hard work writing & makes me tired, so will you please tell Mrs Fox & Clytie etc.

We are very comfy indeed here. Nice soft beds & attendants that spoil you.

I suppose that you'll see the casualty lists long before you get this.

I've lost every mortal thing I own except the clothes I used to stand in & my great coat. Had four different rifles during the fighting. The beggars never gave us a moments peace the whole time I was there.
Love to all from your loving son & brother,
Bert

http://www.smythe.id.au/letters/15_15.htm

THE MONTHLY DIARIES OF Lt RALPH. D. DOUGHTY. M.C.

3rd May 1915 - Heavy bombardment this morning. Had orders to get close in and get ready to disembark, when our friends lobbed several shells at us. One chap, about a 10 inch, landed square on the foremost derrick of the boat next to us. Killed and wounded 16. They had our range, and just put them in to their hearts content. Had to put out to sea once more, and remained there for the rest of the day. Just finished beano tonight when Olding came along and told us we were to reinforce the 29th Div at Cape Helles. Great excitement. All just about mad. Weighed anchor 11.25 pm.

http://www.thekivellfamily.co.nz/family_pages/ralphs_diaries/monthly/01_may_15.html

Norman Thomas Gilroy war diary

Monday 3rd May. At 8am we steamed along side a big water boat and commenced taking in water from her tanks. Between 9 and 10am several big shells dropped into the water amongst the transports; the proverbial good luck was with us however for no ship was hit; the masters of all the boats lost no time in getting their ships to safer anchorages though. At 2.30pm a Taube (German) aeroplane flew over, through a telescope four Black crosses could be seen on her wings; we heard several shots and saw shrapnel bursting in the air near the baloon ship, but could not be sure whether it was from the W.S. anti aircraft guns, or the aeroplane people throwing bombs. It was flying at a tremendous height, and it was not long before it disappeared travelling Northwards. The baloon carried by the “Manica” has been doing splendid work, and is a great source of annoyance to the enemy; while it was at Cape Hellis yesterday afternoon, a Taube flew overhead, and threw 3 bombs at it, & one very narrowly escaped hitting it. This baloon is built like a big dirigible and it tied to the “Manica” by wire ropes; it ascends a couple of hundred feet carrying two observers; it is fitted with wireless telegraphy and information is signalled to the warships direct. Photographs of the positions are also taken and by the time the baloon reaches deck the negatives are developed, and a print taken off; it does not stay in the air all day, but goes up two or three times morning and afternoon. It is understood here that the Naval authorities quite expected that 3 or 4 transports would be lost before the troops effected a landing on Gallipoli; how it is that none were lost either at Cape Hellis or Gaba Tepe, on the first morning, was quite miraculous. The “Hymettus” which was hard aground when we left Mudros, was towed off soon after we left and brought her troops on here.

http://acms.sl.nsw.gov.au/_transcript/2009/D03167/a2702.htm

Diary of Signaller Ellis Silas

3 May - Dawn. Oh God, only 250 left of our battalion – there has been a ceaseless stream of wounded, many cases have died on the way down, until in most places the narrow pass is so cumbered with dead and badly wounded waiting for the stretchers that it is becoming impassable – along the edge, bodies are hanging in all sorts of grotesque and apparently impossible attitudes. Seeing those fine stalwart men going up the gully to reinforce and shortly returning, frightfully maimed and covered in blood – I don’t think I shall ever be able to forget this; it’s horrible. One poor fellow, a New Zealander, came tearing past smothered with blood and quite delirious, kissing everyone he passed, upon whom he left splashes of blood. Some come along gasping out their lives and then remain silent for ever. I don’t think we can hold the Ridge much longer – to complicate matters, our own guns are firing into us. Will the stream of wounded never cease? It is now nearly midday and still they keep pouring down – Marines, some of them mere boys, and New Zealanders are supporting us, but keep getting frightfully cut up. I am told to go and rest, which I do upon a hill held by the Marines. I lie down in the sun for a bit, but sleep I cannot.

http://www.anzacsite.gov.au/1landing/s_diary1915may.html
_________________

“Stop whining.”
– A. Schwarzenegger


Laatst aangepast door Percy Toplis op 03 Mei 2010 11:18, in toaal 2 keer bewerkt
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
Percy Toplis



Geregistreerd op: 9-5-2009
Berichten: 16026
Woonplaats: Suindrecht

BerichtGeplaatst: 03 Mei 2010 11:07    Onderwerp: Reageer met quote

35066 Cpl James Mackenzie MM, 1st Bn Royal Scots Fusiliers.

Born 15 February 1895 at Newcastle-upon-Tyne, James emigrated to the USA in September 1910, settling in Gary, Indiana. Following the sinking of the Lusitania in May 1915, he returned to the UK and enlisted, in London, into the 10th Bn Cameronians (Scottish Rifles) with whom he arrived in France in September 1915. After seeing action at Loos, he was wounded in the Ypres Salient and, after recovery, was transferred to the 1/RSF before going into action at Arras, where he was posted missing on 3 May 1917. He is now commemorated on the Arras Memorial.

http://www.westernfrontassociation.com/great-war-people/remember-on-this-day/1255-3-may-cpl-james-mackenzie-mm.html
_________________

“Stop whining.”
– A. Schwarzenegger
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
Percy Toplis



Geregistreerd op: 9-5-2009
Berichten: 16026
Woonplaats: Suindrecht

BerichtGeplaatst: 03 Mei 2010 11:09    Onderwerp: Reageer met quote

Edith Elizabeth Appleton Diaries - Volume 1

This covers the period 5 April 1915 to 29 May 1915. Edie is at Casualty Clearing Station No. 3 near Ypres

[May] 3rd - Still no letter from you.

http://www.edithappleton.org.uk/Vol1/html/VolText.asp
_________________

“Stop whining.”
– A. Schwarzenegger
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
Percy Toplis



Geregistreerd op: 9-5-2009
Berichten: 16026
Woonplaats: Suindrecht

BerichtGeplaatst: 03 Mei 2010 11:42    Onderwerp: Reageer met quote

Dick's Diary - The 1916 war diaries of 2nd Lieut. Richard T C Willis Fleming

May 3, 1916 - We 'stood by' all last night and all today till six o'clock but have not been called out. The West Riding battery have got to 'stand by' tonight. We had a swim this morning, but had to go down in twos and cannot be away for long, so it wasn't as nice as usual. A squadron of the Bikanir camel corps were drilling close to our camp this morning, fine looking men and big strong camels with a double saddle on each. A 'pow wow' by General Parker this afternoon. He told me several details about the Katia fight on Easter Sunday - it's been a bad knock for us. He also read us some news that has been collected by our Intelligence Department, and it looks very much as if the Turks mean a serious attack on us before long.

This evening we took the guns out and got them into a position for a practice shoot tomorrow. It seems rather a waste of ammunition when we shall want all we can get before long in all probability. One of our aeroplanes has been reconnoitring over El Arish today, and it seems that the Turks are making great preparations there. Another of out planes that was reconnoitring today hasn't come in yet and they are afraid it has been shot down.

http://www.willisfleming.org.uk/dicksdiary/entries/1916/05/wednesday-3-may-1916.html
_________________

“Stop whining.”
– A. Schwarzenegger
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
the beno



Geregistreerd op: 29-3-2009
Berichten: 2341
Woonplaats: Diksmuide

BerichtGeplaatst: 03 Mei 2010 13:05    Onderwerp: Reageer met quote

1915
Western Front

Second Battle of Ypres: Withdrawal to new British line completed.

Germans again driven back.

Eastern Front

Germans continue to advance towards Mitau (Baltic Provinces); 8,200 prisoners reported.

Austro-Germans make progress in Galicia and the Carpathians.

Southern Front

Dardanelles: Turks unsuccessfully attack the French lines at Gallipoli.

Naval and Overseas Operations

Submarine E14 sinks a Turkish gunboat in the Sea of Marmora.

Political, etc.

Italy denounces the Triple Alliance.

Advertisement in American papers states that ships flying the British flag are liable to destruction in the war zone.
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
the beno



Geregistreerd op: 29-3-2009
Berichten: 2341
Woonplaats: Diksmuide

BerichtGeplaatst: 03 Mei 2010 13:05    Onderwerp: Reageer met quote

1916
Western Front

Battle of Verdun: French success at Mort Homme; Germans bombard Hill 304.

Aeroplane raid on Deal, 4 injured.

L.20 sunk off Norway.

Naval and Overseas Operations

Belgians occupy Shanzugu on Lake Kivu (German East Africa).

Political, etc.

Three Irish leaders shot; Mr. Birrell resigns Irish Secretaryship.

Military Service Bill, extending compulsion to married men, introduced.
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
the beno



Geregistreerd op: 29-3-2009
Berichten: 2341
Woonplaats: Diksmuide

BerichtGeplaatst: 03 Mei 2010 15:30    Onderwerp: Reageer met quote

1917
Western Front

British attack east of Arras on 12 mile front, taking Fresnoy and break through "Hindenburg" switch at Queant: progress also at Cherisy and Fontaine Wood.

Political, etc.

Members of Imperial War Conference received by King at Windsor.

British Trade Corporation founded with capital of 10 millions.

General Alexeiev protests v. "no annexation, etc." propaganda.
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
the beno



Geregistreerd op: 29-3-2009
Berichten: 2341
Woonplaats: Diksmuide

BerichtGeplaatst: 03 Mei 2010 15:31    Onderwerp: Reageer met quote

1918
Western Front

Quiet on front, artillery active locally.

British bring down 36 enemy planes.

Eastern Front

Germans and Finns surround and defeat Red Guard forces in south-west Finland.

Asiatic and Egyptian Theatres

Attacked by superior forces, British withdraw from Es Salt and retire to west of Jordan.

Political, etc.

Mr. Lloyd George returns with cheering message from Paris.

http://www.firstworldwar.com/onthisday/may.htm
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
Percy Toplis



Geregistreerd op: 9-5-2009
Berichten: 16026
Woonplaats: Suindrecht

BerichtGeplaatst: 02 Mei 2011 19:03    Onderwerp: Reageer met quote

Marina Tsvetajeva (1892-1941)



Goed dat u niet bezeten bent van mij,
Goed dat ik ook van u niet ben bezeten,
Dat wij op aarde blijven en dat wij
Niet wegzweven naar andere planeten.
Goed dat ik gek mag doen - losbandig, vrij,
Dat ik mijn woorden niet hoef af te meten,
En dat een aanraking van uw kledij
Geen wild, benauwend vuur in mij ontketent.

Goed dat u in mijn bijzijn ook gerust
Liefkozingen van anderen kunt krijgen,
En dat u, als een ander míj eens kust,
Mij niet met hel en vagevuur zult dreigen.
Goed dat u steeds, bewust of onbewust,
Mijn lieve naam, o lieve, zult verzwijgen...
Dat nooit in 't godshuis, in gewijde rust
een halleluja voor ons op zal stijgen.

Ik dank u voor dat alles; ik ben blij
Dat u, zonder er zelf iets van te weten,
Zo van mij houdt: dank voor de zon die wij
Niet samen zien, de niet met u gesleten
Verstilde nacht; dat wij elkander bij
Zonsondergang en maneschijn vergeten,
Dat u niet - ach! - bezeten bent van mij,
En dat ik - ach! - van u niet ben bezeten.


(3 mei 1915)
(vertaling Anne Stoffel)

http://ivanjennes.blogspot.com/2010/09/marina-tsvetajeva-1892-1941.html
_________________

“Stop whining.”
– A. Schwarzenegger
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
Percy Toplis



Geregistreerd op: 9-5-2009
Berichten: 16026
Woonplaats: Suindrecht

BerichtGeplaatst: 02 Mei 2011 19:10    Onderwerp: Reageer met quote

1916: Watersnood bij de buren (Anna Paulowna polder)

Burgemeester Jacob de Moor van Zijpe kreeg op vrijdagmorgen 16 januari om 4 uur ’s morgens van een bode te horen dat de zeedijk van de Anna Paulownapolder (de Amsteldijk aan de zuidwestkant van het Amstelmeer) voor de hevige noordwester storm was bezweken. En dat het zeewater door een groot gat (150 meter) de Oosterpolder instroomde. (...)

Op 19 januari bezocht de koningin Oudesluis en de ondergelopen Anna Paulowna-polder. In Oudesluis “onderhield ze zich ongeveer 10 minuten met daklozen in de kerk. Die was goed verwarmd en de vluchtelingen waren juist aan de maaltijd”.


De koningin te paard op bezoek in de AP-polder, 3 mei 1916.

Toen op 3 mei de polder bijna was droogevallen kwam Wilhelmina opnieuw op bezoek. Daags tevoren waren paarden met begeleiders aangevoerd. De koningin kwam met een extra trein naar Oudesluis. Bij de spoorhalte kon ze “uitstappen op een perron dat speciaal voor haar op aanvaardbare hoogte en breedte was gebracht. Zij besteeg meteen haar paard en reed met haar gevolg door het dorp naar de sluis”. En vervolgens maakte ze een inspectietocht door de hele Anna Paulowna-polder.

http://www.zijpermuseum.nl/canon/1916.html
_________________

“Stop whining.”
– A. Schwarzenegger
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
Percy Toplis



Geregistreerd op: 9-5-2009
Berichten: 16026
Woonplaats: Suindrecht

BerichtGeplaatst: 02 Mei 2011 19:12    Onderwerp: Reageer met quote

Diary of EW Manifold - WWI

Edward Walford Manifold was born on 28th April 1892 and grew up in the Western District of Victoria. He travelled to England to join the Royal Field Artillery when World War I broke out.

Diary Entry - 1st to 3rd May, 1916 - On Monday, I spent an uneventful day at the guns. On Tuesday, I went to a detached section and relieved Hoyland, who went to the OP. This is a new scheme, just begun, by which an officer does guns, detached section, OP on three consecutive days. It was a nice, quiet, lazy day in the woods of Noulette but I must say I got very bored with it before night came on. On Wednesday, I had a quiet morning but in the afternoon we had a mortar strafe on the trenches from Calonne southward for about a quarter of a mile. At four forty-five, the 47th division blew up a mine to the south of us, which caused rather a disturbance for about 40 minutes. The Colonel was up at the OP all day and gave us 30 rounds to blaze away on crossroads, which we duly carried out. During the strafe, the Bosch brought down a British aeroplane, which planed down just north of the wood but, as it landed, turned over and caught fire, the two pilots escaping into the wood.

http://ewmanifold.blogspot.com/2011/05/diary-entry-1st-to-3rd-may-1916.html
_________________

“Stop whining.”
– A. Schwarzenegger
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
Percy Toplis



Geregistreerd op: 9-5-2009
Berichten: 16026
Woonplaats: Suindrecht

BerichtGeplaatst: 02 Mei 2011 19:19    Onderwerp: Reageer met quote

THE CROWNING ACHIEVEMENT (THIS LATEST SUBMARINE VICTIM MAY BE THE LAST) May 3, 1916



This cartoon ran in American newspapers in May 1916. Later that year Wilson was running for re-election with the campaign slogan "He kept us out of war." He was re-elected but by April 1917 he was asking Congress to declare war on Germany: nearly one year after this cartoon first appeared.

1. What does the sinking ship represent?
2. How is the U-boat represented in this cartoon?
3. What does the a think is going to happen in the near future? Was his prediction correct?

http://rutlandhs.k12.vt.us/jpeterso/uboatcar.htm
_________________

“Stop whining.”
– A. Schwarzenegger
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
Percy Toplis



Geregistreerd op: 9-5-2009
Berichten: 16026
Woonplaats: Suindrecht

BerichtGeplaatst: 02 Mei 2011 19:22    Onderwerp: Reageer met quote

The Irish Rising: Thomas MacDonagh



When MacDonagh laid down his arms at the time of surrender, he said he "would give anything to see Muriel once more". When somebody offered to go for Muriel, he declined, not wanting his wife to see and remember what the area looked like during defeat.

He was executed at 3:30 am May 3. His wife had not been able to reach him, but his sister, a nun was able to see him shortly before his death. When his sister entered the cell and saw that was no water, she asked the guard for some water, the guard, acting under orders refused the request. His sister gave him a rosary that had belonged to their mother, she said she wished that after his death that they would return the rosary to her. As MacDonagh put the rosary around his neck he said no, "they will shoot it to bits" . Only four beads were shot away, and his sister did eventually receive the rosary.

In his final letter to his wife written a few hours before his death he said" I am ready to die, and I thank God that I am to die in so a holy a cause. My country will reward my deed richly. I counted the cost of this, and I am ready to pay it."

http://theirishrising.blogspot.com/2010/05/3-may-1916.html
_________________

“Stop whining.”
– A. Schwarzenegger
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
Percy Toplis



Geregistreerd op: 9-5-2009
Berichten: 16026
Woonplaats: Suindrecht

BerichtGeplaatst: 02 Mei 2011 19:26    Onderwerp: Reageer met quote

KETELERS CAMIEL



Geboren te Pervijze op 04/08/1893
als zoon van Frans en Claeys Nathalie
Gehuwd met Messeyne Martha
Overleden te Pervijze op 09/10/1935
Begraven te Pervijze
Inwoner van Pervijze gedurende zijn volledig leven

MILITAIRE STEEKKAART: soldaat milicien speciaal contingent 1915 - stamnummer 115/1041- 18° Linie

hij werd ingelijfd op 12 juli 1915 en naar het opleidingskamp te Fécamp gezonden waar hij zijn opleiding genoot tot 25 maart 1916. Hij kwam aan het front bij het 8° Linieregiment en kreeg meteen zijn vuurdoop in de gevaarlijke sector van Kaaskerke, de Dodengang.

Reeds op 3 mei 1916 raakte hij te Diksmuide levensgevaarlijk gewond. Hij werd door een granaatscherf aan het hoofd getroffen. Na een lange herstelperiode kwam hij terug aan het front op 25 december 1916 bij het 18° Linie.

Hij bleef voor de verdere duur van de oorlog in de loopgraven, achtereenvolgens in de sectoren van Ramskapelle, Boezinge, Merkem, Boezinge en Sint Jacobskapelle van waar het bevrijdingsoffensief werd ingezet. Vandaar trokken ze op naar Zarren en Kortemark waar zijn regiment grote verliezen zou lijden in de eerste helft van oktober 1918. Ze trokken verder naar Hansbeke, Aalter, Zwijnaarde waar ze waren bij het ingaan van de Wapenstilstand.

Op 30 september 1919 werd hij met onbepaald verlof gezonden. Wat echter niemand wist, was dat er na zijn herstelperiode in 1916 een stukje ijzer in zijn hoofd was blijven zitten achter zijn oor, een stukje van ongeveer een vierkante cm. Dit zou hem zijn verder leven stekende hoofdpijn bezorgen tot het in 1935 operatief werd verwijderd. Kort nadien zou hij overlijden.

http://www.pervijze.be/oudstrijders/KetelersC.htm
_________________

“Stop whining.”
– A. Schwarzenegger
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
Percy Toplis



Geregistreerd op: 9-5-2009
Berichten: 16026
Woonplaats: Suindrecht

BerichtGeplaatst: 02 Mei 2011 19:45    Onderwerp: Reageer met quote

The Irish Rising: The Mother -- Padraic H Pearse

Patrick Henry Pearse (ook bekend als Pádraig Pearse of in het Iers Pádraig Anraí Mac Piarais) (Dublin, 10 november 1879 – aldaar, 3 mei 1916) was leraar, dichter, schrijver en politiek activist. Hij leidde de paasopstand in Dublin in 1916. Voorafgaand aan de Paasopstand werd hij door de opstandelingen gekozen tot eerste president van de nog uit te roepen Ierse Republiek. (...)

Op Paasmaandag begon de paasopstand. Tijdens de opstand las hij voor het hoofdpostkantoor van Dublin de proclamatie voor waarbij de republiek werd uitgeroepen, hijzelf was toen de president. Zijn presidentschap duurde niet lang. Engeland stuurde 5000 soldaten naar Ierland en Pearse was gedwongen zich over te geven. Hij werd op 3 mei 1916 geëxecuteerd samen met zijn broer William en veertien andere leiders van de paasopstand, waaronder James Connolly en zijn broer William.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Patrick_Pearse



The poem was written the night before Pearse's execution by firing squad

The Mother
I do not grudge them: Lord, I do not grudge
My two strong sons that I have seen go out
To break their strength and die, they and a few,
In bloody protest for a glorious thing,
They shall be spoken of among their people,
The generations shall remember them,
And call them blessed;
But I will speak their names to my own heart
In the long nights;
The little names that were familiar once
Round my dead hearth.
Lord, thou art hard on mothers:
We suffer in their coming and their going;
And tho' I grudge them not, I weary, weary
Of the long sorrow--And yet I have my joy:
My sons were faithful, and they fought.


http://wonderingminstrels.blogspot.com/2003/03/mother-padraic-h-pearse.html

_________________

“Stop whining.”
– A. Schwarzenegger
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
Percy Toplis



Geregistreerd op: 9-5-2009
Berichten: 16026
Woonplaats: Suindrecht

BerichtGeplaatst: 02 Mei 2011 19:51    Onderwerp: Reageer met quote

Arnold Rust

Arnold Rust (Thänsdorf, (district Greifenhagen) Pommeren nu: Powiat Gryfiński, 6 februari 1867 – 1952) was een Duits componist en militaire kapelmeester.

Rust werd in 1900 lid van de militaire muziekkapel van het Infanterie-Regiment Nr. 96 in Gera, waar hij tot 1905 verbleef. Intussen had hij aan de Koninklijke Hoge School voor Muziek te Berlijn afgestudeerd als Musikmeister. Aansluitend werd hij dirigent van de militaire muziekkapel van het 6e Badische Infanterie-Regiment „Kaiser Friedrich III“ Nr. 114 te Konstanz, waar hij later "Obermusikmeister" werd.

Als componist schreef hij vooral marsen en liederen. Bekend werden zijn Givenchy-Präsentiermarsch ter hulde aan het 6e Badische Infanterie-Regiment „Kaiser Friedrich III“ Nr. 114 en herinnering aan de slacht van "La Bassée" in het Franse dorp Givenchy-lès-la-Bassée op 13 oktober 1914. Voor hetzelfde regiment schreef hij het marslied op een tekst van luitenant Leffson Das Lied von Chérisy, voor mannenkoor en harmonieorkest ter herinnering aan het gevecht bij de Franse gemeente Chérisy op 3 mei 1917.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Arnold_Rust

Cherisy, May 3rd 1917



http://rowehistory.blogspot.com/2009/08/cherisy-may-3rd-1917.html
_________________

“Stop whining.”
– A. Schwarzenegger
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
Percy Toplis



Geregistreerd op: 9-5-2009
Berichten: 16026
Woonplaats: Suindrecht

BerichtGeplaatst: 02 Mei 2011 19:56    Onderwerp: Reageer met quote

Meierijsche Courant, Donderdag 3 Mei 1917.

Valkenswaard. Bij de droevige gebeurtenissen te Zierikzee door het bommenwerpen in die plaats heeft het dochtertje van 3 jaren Van Leidekkers alhier, dat bij zijn broeder in Zierikzee inwonende was jammerlijk den dood gevonden. De tijding is hier met ontroering vernomen.

http://www.shgv.nl/KrantenArtikelen/1917.htm
_________________

“Stop whining.”
– A. Schwarzenegger
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
Percy Toplis



Geregistreerd op: 9-5-2009
Berichten: 16026
Woonplaats: Suindrecht

BerichtGeplaatst: 02 Mei 2011 20:04    Onderwerp: Reageer met quote

The Catch by Norman Rockwell - May 3, 1919 issue of The Country Gentleman



http://www.best-norman-rockwell-art.com/norman-rockwell-country-gentleman-cover-1919-05-03-the-catch.html
_________________

“Stop whining.”
– A. Schwarzenegger
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
Berichten van afgelopen:   
Plaats nieuw bericht   Plaats Reactie    Forum Eerste Wereldoorlog Forum Index -> Wat gebeurde er vandaag... Tijden zijn in GMT + 1 uur
Pagina 1 van 1

 
Ga naar:  
Je mag geen nieuwe onderwerpen plaatsen
Je mag geen reacties plaatsen
Je mag je berichten niet bewerken
Je mag je berichten niet verwijderen
Ja mag niet stemmen in polls


Powered by phpBB © 2001, 2002 phpBB Group