Forum Eerste Wereldoorlog Forum Index Forum Eerste Wereldoorlog
Hét WO1-forum voor Nederland en Vlaanderen
 
 FAQFAQ   ZoekenZoeken   GebruikerslijstGebruikerslijst   WikiWiki   RegistreerRegistreer 
 ProfielProfiel   Log in om je privé berichten te bekijkenLog in om je privé berichten te bekijken   InloggenInloggen   Actieve TopicsActieve Topics 

Playreading “Van het westelijk front geen nieuws”

 
Plaats nieuw bericht   Plaats Reactie    Forum Eerste Wereldoorlog Forum Index -> Studenten en leerkrachten Actieve Topics
Vorige onderwerp :: Volgende onderwerp  
Auteur Bericht
RJ



Geregistreerd op: 13-4-2006
Berichten: 881
Woonplaats: Goes

BerichtGeplaatst: 10 Apr 2008 16:28    Onderwerp: Playreading “Van het westelijk front geen nieuws” Reageer met quote

Door:

Janneke Riksen
Onderwijscentrum VU
j.riksen@ond.vu.nl
Juli –oktober 2007

Vooraf

Van het westelijk front geen nieuws (1929)

Auteur: Erich Maria Remarque

Beschrijft de verschrikkingen, gruwelen en de zinloosheid van de stellingenoorlog 1914-1918 in Frankrijk.

De hoofdpersonen zijn afkomstig uit dezelfde eindexamenklas, zijn 19 jaar en hebben zich allen aangemeld om naar het front te vertrekken
Paul Baumer: ik-persoon
Joseph Behn: wil theologie gaan studeren
Albert Kropp: wil rechten gaan studeren
Friedrich Muller: wil van alles wat gaan doen

En hun vrienden:
Tjaden: 19 jaar, magere slotenmaker, grootste eter van het stel;
Haie Westhus: 19 jaar, turfsteker;
Detering: boer die zich zorgen maakt om zijn vrouw en zijn boerderij;
Stanislaus Katczinsky (bijnaam: Kat); 40 jaar, de leider, is slim en taai, heeft veel flair.

Het boek “Van het westelijk front geen nieuws” is meer dan 2.5 miljoen keer verkocht in vijfentwintig talen en is twee keer verfilmd, in 1930 en 1979. In 1940 werd het boek in Duitsland verboden. Remarque verloor het Duitse staatsburgerschap in 1938.

In woord vooraf in de roman staat:
“Dit boek wil noch een aanklacht noch een bekentenis zijn, het wil alleen een poging wagen, verslag uit te brengen over een generatie die door de oorlog werd vernield, ook wanneer het haar was gelukt aan de granaten te ontkomen”
[Remarque]
_________________
“Pack up your troubles in your old kit bag,
And smile, smile, smile,
While you’ve a Lucifer to light your fag,
Smile, boys, that’s the style.”
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Verstuur mail MSN Messenger
RJ



Geregistreerd op: 13-4-2006
Berichten: 881
Woonplaats: Goes

BerichtGeplaatst: 10 Apr 2008 16:29    Onderwerp: Reageer met quote

Lesopzet

Onderwerp:
Het leven in de loopgraven in de 1ste wereldoorlog en de invloed daarvan op het leven van jongeren.

Activiteit:
Leerlingen lezen uitgeschreven scènes uit de roman “Van het westelijk front geen nieuws” van Erich Maria Remarque voor. In een meer uitgebreide vorm is het mogelijk met behulp van verandering in stem, beweging en attributen de scenes meer na te spelen.

Tijdsduur:
Varieert afhankelijk van de gekozen vorm van 15 minuten tot meerdere lesuren (zie voor verdere uitleg de instructie)

Doelen:
Leerlingen: (voor doelen per scène zie volgende pagina)
- leven zich in in de situatie in de loopgraven;
- verwerven inzicht in de wijze waarop oorlog voeren het leven van jonge mensen kan beinvloeden;
- maken op een actieve manier kennis met een wereldbekende roman over bovenstaand thema;
- kunnen hun visie op oorlogvoeren, redenen en doelen om in het leger te gaan en de gevolgen van oorlog op het (dagelijks) leven van jongeren toen en nu verwoorden.

Beginsituatie:
Deze playreading is ontwikkeld bij het examenonderwerp 2008 en 2009 “Ten Oorlog”. Maar dit materiaal is ook heel goed bruikbaar in de ander leerjaren waar de behandeling van de Eerste Wereldoorlog plaatsvindt.
Het is aan te raden dat de docent voordat hij deze werkvorm gaat gebruiken de roman bij de leerlingen introduceert en de context daarvan schetst. Ook is het mogelijk om uit de speelfilm “All Quiet on the Western Front” de eerste vijf minuten te laten zien. In de openingsscène worden de hoofdrolspelers een voor een voorgesteld. Kiest u dan de verfilming uit 1979 (Delbert Mann). Het boek is in 1930 ook al verfilmd, maar in deze versie is een dergelijke voorstelronde niet opgenomen. Deze versie start met datgene wat in scène 1 wordt verwoord.

Voorbereiden:
Docent:
- stelt video/dvd apparatuur in op openingsscène;
- kopieert van de te behandelende scenes evenveel exemplaren als er rollen zijn. In elk exemplaar markeert hij met een highlighter de desbetreffende rol, zodat het voor de leerling meteen duidelijk is welke tekst hij moet voorlezen;
- zet persoonsnamen/rollen met grote letters op het bord. Leerlingen die deze persoon voorlezen/spelen gaan onder de naam bij het bord staan, zodat het voor de medeleerlingen in de klas duidelijk is wie wie is;
- zet per scène de vragen ter nabespreking (zie blad Suggesties voor nabespreking voor de docent”) op het bord of kopieert deze om uit te delen.
_________________
“Pack up your troubles in your old kit bag,
And smile, smile, smile,
While you’ve a Lucifer to light your fag,
Smile, boys, that’s the style.”
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Verstuur mail MSN Messenger
RJ



Geregistreerd op: 13-4-2006
Berichten: 881
Woonplaats: Goes

BerichtGeplaatst: 10 Apr 2008 16:30    Onderwerp: Reageer met quote

Instructie:
Wat gaan we doen?

Leerlingen lezen voor of spelen na de uitgeschreven scènes uit de roman “Van het westelijk front geen nieuws” van Erich Maria Remarque.
Vervolgens vindt er per scène a.d.h.v. vragen een nabespreking plaats rond het centrale thema uit de scène.
Ook kan er in de nabespreking ingegaan worden op twee NRC-artikelen die lijn doortrekken naar het heden.

Hoe gaan we het doen?
Er zijn verschillende mogelijkheden om deze werkvorm in te zetten. Deze zijn afhankelijk van de door u gestelde doelen, de tijdsduur die u hebt en de klas.
Grofweg is er een driedeling aan te geven>

Optie A:
Als instap:

- Bij de lessen over de Eerste Wereldoorlog kunnen steeds een of twee scenes als introductie aan het begin van de les worden voorgelezen of gespeeld.
- Welke scenes wanneer aan bod komen is afhankelijk van het thema dat in de les behandeld wordt;
- (De nummering van de scenes volgt het verloop in het boek;)
- Deze optie neemt 15 minuten in beslag

Optie B:
Als afsluiting:

De opzet van instap kan ook gekozen worden als afsluiting van het thema.

Optie C:
Als kern:

Het is ook mogelijk om aan de hand van meerdere scenes of alle acht scenes de gehele roman “Van het westelijk front geen nieuws” in de klas te behandelen. Mocht u dat overwegen dan dient u daar tenminste een blokuur (2 lessen) voor te reserveren. Bij de nabespreking moet u dan een keuze maken uit de suggesties voor nabespreking.

Overwegingen en keuzemogelijkheden bij de verschillende opties:- Bij alle opties hebt u de keuze om leerlingen dit onvoorbereid te laten doen of ze de tekst mee naar huis te geven en te vragen om het voor te breiden, door te oefenen met emotie: stem, mimiek en beweging. Dit is echter niet noodzakelijk.
- U kunt steeds dezelfde leerling dezelfde rol geven. Het voordeel daarvan is dat personages herkenbaar zijn en blijven. Of u geeft steeds andere leerlingen een rol. Daarvan is het voordeel dat meerdere leerlingen aan bod komen. En uit de praktijk blijkt dat zij het op prijs stellen actief een bijdrage te kunnen leveren.
- Sommige rollen zijn in sommige scene’s heel klein. U kunt daar bij het toebedelen van de rollen aan leerlingen rekening meehouden.
_________________
“Pack up your troubles in your old kit bag,
And smile, smile, smile,
While you’ve a Lucifer to light your fag,
Smile, boys, that’s the style.”
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Verstuur mail MSN Messenger
RJ



Geregistreerd op: 13-4-2006
Berichten: 881
Woonplaats: Goes

BerichtGeplaatst: 10 Apr 2008 16:31    Onderwerp: Reageer met quote

Waarom doen we dit?
Om leerlingen
- Actief kennis te laten maken met een wereldbekende roman over dit thema;
- Voor de klas iets voor te dragen/acteren en te luisteren naar je medeleerlingen
- in te laten leven in in de situatie in de loopgraven;
- inzicht te geven in de wijze waarop de oorlog het leven van (bijna) leeftijdgenoten heeft beinvloed
- met elkaar na te laten denken en proberen te laten verwoorden hoe zij staan tegenover oorlogvoeren in het algemeen, redenen en doelen om in het leger te gaan en te blijven, de gevolgen van oorlog op het (dagelijks) leven van jongeren toen en nu verwoorden;

Voor een antwoord op de vraag “Waarom doen we dit? Per scène dient het volgende overzicht:

Scene 1: Jullie gaan toch mee?
Leerlingen:
- zien en bespreken met elkaar de dilemma’s waarmee jongeren te maken krijgen in hun beslissing om deel te nemen aan de oorlog;
- bespreken met elkaar en begrijpen dat jongeren “onder druk” kunnen deelnemen aan de oorlog

Scene 2: Gas aan het front
Leerlingen:
- weten dat gewone soldaten zich aan een aantal stilzwijgende afspraken hielden met hun lotgenoten aan de andere kant van de linies om de situatie enigszins draagbaar te houden

Scene 3 Wat zou jij doen als het vrede werd?
Leerlingen:
- wisselen de heel uiteenlopende redenen om in het leger gaan met elkaar uit

Scene 4 De oorlog heeft ons voor alles ongeschikt gemaakt
Leerlingen:
- bespreken met elkaar hoe oorlog –toen en nu- op verschillende aspecten van het leven diep kan ingrijpen

Scene 5: Met verlof
Leerlingen:
- kunnen zich inleven in Paul Baumer en aangeven waarom deze zich bij zijn ouders in een vreemde wereld voelt;
- kunnen zich verplaatsen in de reactie van verschillende “thuisblijvers” op de oorlogvoering aan het front

Scene 6: Wie heeft er nu gelijk?
Leerlingen:
- kunnen verschillende oorzaken voor het ontstaan van oorlogen noemen

Scene 7: Geen enkele vriend meer over
Leerlingen:
- begrijpen dat vriendschappen onder deze omstandigheden in korte tijd zeer hecht kunnen zijn.

Uitvoeren
Afhankelijk van de gekozen optie:

- Stukje speelfilm vertonen;
- Een of meerdere scène’s voorlezen of naspelen
- Nabespreken een of meerdere vragen uit “Suggesties voor nabespreking voor de docent”. In de nabespreking stimuleert de docent de leerlingen zich in te leven, met elkaar in gesprek te laten gaan en hun ideeen te verwoorden en te beargumenteren rond het thema van de scene.

Nabespreken aan het einde van de playreading
In de nabespreking kan er ingegaan worden op de volgende aspecten:

Wat hebben we geleerd?
Bij deze fase gaat het er vooral om dat de leerlingen de gestelde doelen, zoals hierboven omschreven, zelf verwoorden.

Hoe hebben we het gedaan?
In dit onderdeel kunnen leerlingen elkaar feedback geven op de manier waarop zij scenes hebben voorgelezen of voorgedragen. Ook kunnen zij de werkvorm van playreading van commentaar voorzien. Is hoeverre is deze bruikbaar om nader kennis te maken met een historische roman.

Waarom hebben we het gedaan?
In deze laatste fase komen verschillende punten uit de vorige twee fasen samen en zullen leerlingen conclusies trekken over het hoe en wat van deze les(sen). Ook kunnen zij vooruitblikken naar het examen en bespreken in hoeverre het hun helpt in de voorbereiding daartoe m.b.t. tot het onderdeel “de eerste wereldoorlog”.
_________________
“Pack up your troubles in your old kit bag,
And smile, smile, smile,
While you’ve a Lucifer to light your fag,
Smile, boys, that’s the style.”
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Verstuur mail MSN Messenger
RJ



Geregistreerd op: 13-4-2006
Berichten: 881
Woonplaats: Goes

BerichtGeplaatst: 10 Apr 2008 16:32    Onderwerp: Reageer met quote

Scène 1: Jullie gaan toch mee?*

1 Rol: Paul Baumer

Paul Baumer: “Kantorek was onze klasseleraar, en strenge, kleine man met een grijze pandjesjas en een gezicht als een spitsmuis. … Kantorek had bij de gymnastieklessen zo lang op ons ingepraat tot onze klas onder zijn aanvoering als een man naar het districtbureau marcheerde om zich vrijwillig aan te melden. Ik zie hem nog voor me, zoals hij ons met fonkelende ogen door zijn brillenglazen aankeek en met geëmotioneerde stem vroeg: “Jullie gaan toch mee, vrienden?” …
Een van ons aarzelde trouwens, hij wilde eigenlijk niet. Dat was Josef Behn, een vriendelijke jongen. Maar hij liet zich overhalen; anders zou hij zich vast onmogelijk hebben gemaakt. Misschien waren er wel meer, die er zo over dachten als hij, maar niemand kon zich met goed fatsoen afzijdig houden, want in die dagen namen zelfs onze ouders het woord “laf” snel in de mond. De mensen hadden er geen idee van wat hun te wachten stond. ...
Het was eigenaardig, dat Behn een van de eersten was, die sneuvelde. Hij kreeg bij een stormaanval een schot in zijn ogen en we lieten hem voor dood liggen. Meenemen konden we hem niet, omdat we hals over kop terug moesten. In de namiddag hoorden we hem plotseling roepen en zagen hem tussen de linies rondkruipen. Hij was alleen bewusteloos geweest. Omdat hij niets kon zien en gek was van de pijn, bekommerde hij zich niet om dekking en werd van de overkant neergeschoten, voordat iemand van ons er op af kon gaan om hem te halen.
*p.13-14

Scène 2: Gas aan het front*

4 Rollen: Alter ego Paul Baumer, Katczinsky, Muller en Paul Baumer

Alter ego Paul: Onze auto’s komen in het gebied van de artillerie. De lucht wordt dampig van geschutsrook en nevel. Je proeft de bittere kruitdamp op je tong. Telkens als er een salvo losbrandt, trilt onze auto; de echo davert er achteraan; alles schudt. Onze gezichten krijgen ongemerkt een andere uitdrukking. Wel hoeven we niet eens naar de loopgraven, alleen nog maar naar de versterkte steunpunten, maar op elk gezicht staat nu te lezen: “Hier is het front, we zijn in de gevechtszone”.
Katczinsky: Dit is een projectiel van 30,5. Dat kun je horen aan de knal van ’t schot; straks hoor je ‘m inslaan. De tommies zijn al aan het schieten.
Paul Baumer: Maar ze beginnen toch altijd pas om tien uur precies?
Muller: (verbaasd): Wat zullen we nou hebben? Hun horloge zal toch niet voorlopen?
Paul Baumer: We krijgen ‘m van katoen, ik voel het in mijn botten
Katczinsky: Het wordt menens.
Paul Baumer: Kom we gaan op weg.
Katczinsky: Voorzichtig daar komt een greppel.
Paul Baumer: Sigaretten en pijpen uit. We zijn vlak bij de loopgraven. Het is ondertussen donker geworden. We lopen om een bosje heen en hebben dan het front van onze sector voor ons. Een vage rode gloed hangt van het ene einde van de horizon tot aan de andere. Hij is voortdurend in beweging en krampachtig flikkert nu hier, dan daar, de vlam van een gelost schot erdoorheen.
Katczinsky:(rustig) Je bent mooi in elkaar gedoken. Het was maar een losse flodder. Hij is daar in de struiken gevlogen. Prachtig vuurwerk, het moest alleen niet zo gevaarlijk zijn.
Alter ego Paul: (angstig) Achter ons slaat een granaat in de grond. We kruipen weg zo goed als dat in haast gaat. Het volgende schot zit al midden tussen ons in. Een paar van de mensen schreeuwen.
Katczinsky: We krijgen de volle laag!
Alter ego Paul: Voor ons barst de grond. Het regent kluiten. Ik voel een schok. Mijn mouw is door een granaatscherf opengescheurd. Ik maak een vuist. Ik voel niets. Maar dat stelt me nog niet gerust. Als je gewond bent, komt de pijn altijd later. Ik strijk met mijn hand over mijn arm, hij is geschramd, maar heel. Dan knalt er iets tegen mijn schedel, zodat ik een ogenblik bewusteloos word. Ik heb in die ene seconde nog de tijd om te denken: niet flauwvallen! Ik zink weg in de modder, maar kom dadelijk weer overeind. Er is een granaatsplinter tegen mijn helm geslagen, maar hij kwam van zover weg, dat hij er net doorheen gegaan is. Ik wrijf de modder uit mijn ogen. Voor me is een gat geslagen, maar ik kan het duidelijk onderscheiden. In eenzelfde plek komen niet dikwijls twee granaten te land; daarom wil ik in dat gat kruipen. Met een sprong gooi ik me languit naar voren, zo plat als een schol, -dan fluiten ze alweer door de lucht. … een hand klemt zich om mijn schouder …en schudt me heen en weer, ik draai mijn hoofd om, en in het licht van een seconde zie ik het gezicht van Katczinsky; hij heeft zijn mond wijd open en brult iets, maar ik kan niet verstaan wat; hij schudt me heen en weer, komt vlak bij me; en in een ogenblik, dat er niet zoveel lawaai is, dringt zijn stem tot mij door:
Katczinsky: Gas – gas- gaaas-zeg het door-doorzeggen-!
Alter ego Paul:… Ik haal mijn gasmasker voor de dag. … mijn helm gooi ik af, het gasmasker trek ik over mijn gezicht. … Deze eerste minuten met het masker voor beslissen over dood en leven: laat het gas door? Ik ken de afschuwelijke aanblik in het hospitaal van mensen, die gas binnen hebben gekregen en die dagenlang in dodelijke benauwdheid hun verbrande longen stukje bij beetje uitbraken. Voorzichtig met mijn mond op het filter gedrukt, adem ik. De gasdamp sluipt over de grond en zakt in alle holtes. Als een week, dik, kwalachtig wezen nestelt hij zich in onze trechter.
* p.42-43, 47, 53 (47-48)


Scène 3: Wat zou jij doen als het vrede werd?*

6 Rollen: Muller, Albert, Katczinsky, Paul Baumer, Haie, Detering

Muller: Albert, wat zou jij doen, als het nu opeens vrede werd?
Albert: (kortaf) Er komt geen vrede
Muller: Nou ja, maar als het nu toch eens, wat zou je doen?
Albert: Maken dat ik weg kwam, afzwaaien.
Muller: (stellig) Dat is nogal duidelijk. En dan verder?
Albert: Me stijf zuipen
Muller: Klets nu niet, ik meen het serieus
Albert: Ik ook. Wat moet je anders doen?
Katczinsky: Ik zou gauw naar het dichtstbij gelegen station gaan- en dan naar moeder de vrouw. Kerel, denk eens even aan: vrede! Hier een foto! Daar heb je mijn vrouw. Die rotoorlog!
Paul Baumer: Jij hebt goed praten. Jij hebt je zoon en je vrouw.
Katczinsky: Dat is zo. Ik moet er voor zorgen, dat ze te eten krijgen.
Baumer: Tekort zullen ze niet komen. Kat, jij zult altijd wel wat bij elkaar weten te organiseren.
Muller: Haie, wat zou jij doen als er nu vrede was?
Haie: Als ik onderofficier was, zou ik eerst nog wat bij de Pruisen blijven en bijtekenen.
Paul Baumer: Je bent geschift.
Haie: (gemoedelijk) Heb jij wel eens turf gestoken? Je moet het eens proberen.
Paul Baumer: Erger dan hier aan het front loopgraven aanleggen, hier in de Champagne kan het niet zijn?
Haie: Maar het duurt langer.
Paul Baumer: Maar thuis is het toch altijd beter?
Haie: (piekerend) Misschien, misschien. Denk aan het zware werk op de hei, van de vroege ochtend tot de late avond; aan het karige loon, je vuile kleren en je huis van plaggen. In het leger heb je, als het vrede is, geen zorgen. Iedere dag is je potje gekookt en anders zet je een grote mond op; je hebt je bed, elke week schoon ondergoed als een fijne meneer; je doet je dienst, je hebt een mooi pak aan - en ’s avonds ben je vrij man, en ga je naar de kroeg.
En als je twaalf jaar erop zitten, krijg je je pensioenbriefje en word je veldwachter. Dan kun je de hele dag wandelen. Stel je voor wat je dan voor rondjes krijgt. Een cognacje hier, een grote pils daar. Want met de veldwachter wil iedereen goede maatjes zijn.
Katczinsky: Maar jij wordt nooit onderofficier.
Haie: (geïrriteerd) Dat stomme gevraag van jullie ook altijd.
Muller: En jij Detering?
Detering:(zorgelijk) Ik zou nog net op tijd komen om de oogst binnen te halen. Ik maak me zorgen. Mijn vrouw moet de hele boerderij alleen onderhouden. Bovendien zijn twee van mijn paarden gevorderd door de Duitsers. Iedere keer als we een krant ontvangen kijk ik of er in Oldenburg, waar ik woon, toch niet geregend heeft. Anders krijgen ze het hooi niet meer droog binnen.
*p.61 (58) (59) (61-64) (60)

Scène 4: De oorlog heeft ons voor alles verpest*

3 Rollen: Muller, Albert, Paul Baumer

Muller: Als je nou echt naar huis kon, Albert, wat zou je dan doen?
Albert: Met hoeveel man zaten we eigenlijk in onze klas? Van de twintig zijn er zeven dood, vier gewond en een zit er in een inrichting. Er zijn er dus nog hooguit twaalf over.
Muller: (bedrukt) Ik zou wel eens willen weten, wat er van ons terecht komt, als de oorlog voorbij is en we weer thuis zijn.
Albert: (schouderophalend) Ik weet het niet. Als we eerst maar zover zijn, dan merken we het wel.
Paul Baumer: Wat zou je dan moeten doen?
Albert: (vermoeid) Ik heb nergens zin in. Op een dag ga je toch dood en wat heb je er dan aan? Ik geloof trouwens niet, dat we ooit nog uit de oorlog komen.
Paul Baumer: Albert, als het ooit werkelijkheid werd, dan zou ik iets onvoorstelbaars willen doen, dat idee spookt maar door mijn hoofd. Iets wat het de moeite waard maakt dat we hier in de ellende hebben gezeten. Ik kan alleen niets bedenken. Alle mogelijkheden die ik zie, dat hele gedoe met een baan, en studeren en salaris en zo, daar walg ik van, want dat was vroeger ook allemaal zo en dat staat me tegen. Maar ik kan niets bedenken – helemaal niets.
Albert: Het zal voor ons allemaal heel moeilijk worden. Ik vraag me af of ze zich daar thuis geen zorgen over maken. Twee jaar schieten en met handgranaten gooien –dat kun je achteraf toch niet uittrekken als een vuile sok…- .
Paul Baumer: Zo vergaat het iedereen. Niet alleen ons hier, maar overal, iedereen die in dezelfde situatie verkeert, de een misschien wat meer, de ander wat minder. Dat is het gemeenschappelijk lot van onze generatie.
Albert: De oorlog heeft ons voor alles verpest.
Paul Baumer: Je hebt gelijk. Wij zijn niet jong meer. Wij willen de wereld niet meer stormenderhand veroveren. We zijn op de vlucht. We vluchten voor onszelf. Voor ons leven. We waren achttien en begonnen net van de wereld en het leven te houden, maar we moesten op datzelfde leven schieten. De eerste granaat die insloeg, trof ons in ons hart. We zijn afgesneden van elke creativiteit, elke aspiratie, elke vooruitgang. We geloven daar niet meer in; wij geloven alleen in oorlog.
* p.68-69 (62)(64)(65)


Scène 5: Met verlof*

5 Rollen: Paul Baumer, moeder, alter ego Paul, leraar Duits, fabrikant

Paul Baumer: Waarom neem je mijn hand?
Moeder: (ontroerd): Was het daarginds heel erg naar aan het front, Paul?
Alter ego Paul: Ach, moeder, wat moet ik daar nu op zeggen? Je zult het nooit ofte nimmer begrijpen. Je kunt het ook beter maar nooit begrijpen. U vraagt, of het erg was.
Paul Baumer: (schudt zijn hoofd) Ach, moeder, niet zo heel erg. We zijn er met een heel stel oude vrienden, dan is het niet zo erg …
Moeder: Ja, maar kort geleden was Heinrich Bredemeijer met verlof thuis, en die heeft verteld, dat het daarginds tegenwoordig verschrikkelijk is met die gasaanvallen en al die andere dingen.
Alter ego Paul: Het is mijn moeder, die dat zegt. Ze zegt: “met dat gas en al die andere dingen”. Ze weet niet waar ze het over heeft, ze maakt zich alleen zorgen om mij. Moet ik haar soms vertellen dat we op een keer drie loopgraven vol manschappen aantroffen in hun beweging verstard als door een beroerte? Op de borstweringen, in de schuilplaatsen, overal waar ze door het gas verrast waren, stonden en lagen ze met blauwe gezichten, dood.
Paul Baumer: Och, moeder, ze praten zo veel, die Bredemeijer kletst maar wat, U ziet het toch, ik ben hier gezond en wel...

Alter ego Paul: Met mijn vader is het heel anders. Hij zou willen, dat ik eens wat meer over ons leven aan het front vertelde; hij heeft verlangens, die ik ontroerend en dom vind, met hem heb ik echt geen contact meer. Het liefst zou hij de hele tijd iets willen horen. Ik snap dat hij niet weet dat je daarover niet kunt praten- ik zou hem wel graag het plezier willen doen, maar voor mij schuilt er een gevaar in die dingen onder woorden te brengen, ik ben bang dat ze dan zo reusachtig zwaar zullen wegen, dat ik ze niet meer de baas kan. Hoe zouden we verder kunnen leven, als we wezenlijk een helder inzicht hadden, in alles wat er aan het front gebeurt. Daarom beperk ik me ertoe hem een paar grappige voorvallen te vertellen. Maar hij vraagt of ik ook gevechten van man tegen man heb meegemaakt. Ik zeg nee en sta op om uit te gaan. Maar daardoor wordt het niet beter.
Nadat ik op straat een paar maal opgeschrikt ben, omdat het piepen van de elektrische tram zo lijkt op het geluid van een granaat, die komt aansuizen, klopt iemand op mijn schouder: Het is mijn leraar Duits.
Leraar Duits: En hoe staat het aan het front? Vreselijk, nietwaar, vreselijk! Ja, het is verschrikkelijk, maar we moeten nu eenmaal volhouden. En jullie hebben daar tenminste aan het front over het eten niet te klagen, heb ik gehoord. Je ziet er goed uit, Paul, je bent stevig geworden. Wij hebben het hier natuurlijk lang niet zo goed, uiteraard, dat spreekt ook vanzelf, want het beste is nog niet goed genoeg voor onze soldaten!
Alter ego Paul: Hij sleept me mee naar zijn stamtafel. Ik word grandioos ontvangen; een fabrieksdirecteur geeft me zelfs nadrukkelijk een hand.
Fabrikant:: Dus u komt direct van het front? Hoe is de stemming daar nu? Zeker fantastisch, nietwaar?
Paul Baumer: We willen allemaal wel graag naar huis.
Fabrikant: (lachend) Dat wil ik geloven! Maar eerst moeten jullie de Fransen een lesje leren! Rookt U? Hier, steek eens op. Ober, ook een biertje voor onze dappere strijder. Heel België, de kolenbekkens van Frankrijk en grote stukken van Rusland moeten we hebben. Schieten jullie nou eens op met die eeuwige loopgravenoorlog! Smijt die kerels eruit, dan komt er snel vrede.
Paul Baumer: (geïrriteerd) Een doorbraak is naar onze mening onmogelijk. De legers aan de andere kant beschikken over veel te veel reserves. Bovendien ziet zo’n oorlog er aan het front toch nog iets anders dan je thuis denkt.
Fabrikant: (superieur) Het verbaast me niet dat de afzonderlijke soldaat er zo over denkt, maar het komt nu eenmaal op het groter geheel aan. En dat grotere verband kunt u niet zo beoordelen. U ziet alleen maar uw eigen kleine stukje van het front, en hebt daarom geen overzicht. U doet natuurlijk uw plicht. U zet uw leven in en daarvoor heb ik het diepste respect; maar de hoofdzaak is en blijft, dat het vijandelijke front in Vlaanderen doorbroken moet worden en dan vanuit het noorden moet worden opgerold. Helemaal opgerold moet het worden, van boven naar beneden. En dan op naar Parijs.
Alter ego Paul: ik zou wel eens willen weten, hoe zij zich dat voorstelt, maar ik giet mijn derde glas bier naar binnen. Onmiddellijk laat hij mij een nieuw brengen.Maar ik sta op. Hij stopt nog een paar sigaretten in mijn zak en laat me dan gaan met een vriendschappelijke klap op mijn schouder.
Fabrikant: Houd je goed! Het allerbeste! En zorg maar, dat we tevreden over jullie kunnen zijn. Ik hoop dat we nu gauw iets positiefs van jullie te horen krijgen!
Alter ego Paul: Ik had me iets anders van mijn verlof voorgesteld. Verleden jaar was het ook anders. Waarschijnlijk ben ik in de tussentijd veranderd. Tussen nu en toen ligt een diepe kloof. Toen kende ik eigenlijk de oorlog nauwelijks omdat we eerst nog in tamelijk rustige gebieden gelegerd waren. Nu ontdek ik dat er ongemerkt bij mij van binnen iets stuk is gegaan. Ik voel me hier niet meer thuis, deze wereld is mij vreemd geworden.
* p.124-125 (114), 127 (117-119)



Scène 6: Wie heeft er nu gelijk?*

6 rollen: Albert Kropp, Paul Baumer, Tjaden, Muller, Katczinsky (Kat) en Detering

Albert Kropp: Een ding zou ik nou nog wel eens willen weten. Zouden we nu ook oorlog gehad hebben, als de keizer er zich tegen verzet had?
Paul Baumer:: Ik denk zeker van wel, ze zeggen immers, dat hij helemaal niet wou.
Albert Kropp: Nou ja, misschien had hij het alleen niet kunnen tegenhouden, maar als er nu eens twintig of dertig zulk soort mensen in de wereld er zich tegen verzet hadden”,
Paul Baumer: Dat zou misschien wel geholpen hebben, maar die dertig wilden nu juist wel.
Alber Kroppt: Het is gek als je daar eens over denkt. Wij liggen nu hier om ons vaderland te verdedigen. Maar de Fransen liggen ginder ook, om hun vaderland te verdedigen. Wie heeft er nu gelijk?
Paul Baumer: (zonder overtuiging): Misschien allebei
Albert Kropp:: Nou ja, maar onze professoren en dominees en kranten zeggen allemaal dat wij alleen gelijk hebben; hoe kun je dat met elkaar in overeenstemming brengen.
Paul Baumer: Dat weet ik niet. In elk geval is het nu oorlog en iedere maand komen er meer landen bij.
Albert Kropp: (stellig) Een oorlog ontstaat gewoonlijk doordat het ene land het andere zwaar beledigt.
Tjaden: Een land? Dat begrijp ik niet. Een berg in Duitsland kan toch een berg in Frankrijk niet beledigen.
Albert Kropp: Ben je nu zo onnozel, of houd je je maar zo? Zo bedoel ik het immers niet. Het ene volk beledigt het andere.
Muller: Ach vent, er is toch nog zo iets als de eenheid van een volk; als de hele staat…
Tjaden: (ongeduldig) De staat, de staat –veldwachters, politie, belasting, dat betekent jouw staat. Als het daarom gaat, dank je lekker.
Kat: Dat is zo, tussen staat en vaderland is waarachtig een groot verschil.
Albert Kropp: Maar ze horen toch bij elkaar, een vaderland zonder staat kan niet bestaan.
Kat: Akkoord: maar vergeet niet, dat wij bijna allemaal maar gewone mensen zijn. Waarom zou nu een Franse smid of een Franse schoenmaker ons willen aanvallen? Neen, - dat zijn alleen maar regeringen. Ik had nog nooit een Fransman gezien, voordat ik hier aan het front kwam; en met de meeste Fransen zal het wel net zo gesteld zijn geweest als met ons. Die hebben ze net zo min naar hun mening gevraagd als ons…”
Tjaden: Maar hoe komt er dan eigenlijk zo’n oorlog?
Kat: (schouderophalend): Er zijn zeker mensen, die er zij bij spinnen.
Tjaden: (grijnzend:) Nou, daar hoor ik dan niet onder.
Kat: Jij niet en niemand van ons.
Tjaden: Maar wie zouden dat dan zijn? De keizer heeft er zelf ook geen voordeel van; die had al alles wat hij maar kan begeren.
Kat: Dat moet je niet zeggen, een oorlog had hij bijvoorbeeld nog niet gehad. En iedere grote keizer heeft toch minstens een oorlog nodig; anders wordt hij niet beroemd. Kijk dat maar eens in de schoolboeken na.
Detering: Generaals worden ook beroemd door een oorlog
Kat: Nog beroemder dan keizers
Detering: Er zitten zeker andere mensen achter de schermen, die aan de oorlog willen verdienen.
Albert Kropp: Ik houd het meer voor een soort ziekte. Niemand wil eigenlijk oorlog, en opeens is hij er toch. Wij hebben geen oorlog gewild; de anderen beweren hetzelfde; -en toch is de halve wereld er nu druk mee bezig.
Paul Baumer: Aan de overkant liegen ze meer dan wij, merk ik op. Denk maar eens aan de strooibiljetten, die we bij de gevangenen hebben gevonden, waarin ze zeiden, dat wij in Belgi kinderen opaten. Die kerels, die zoiets schrijven, moesten ze ophangen: dat zijn de eigenlijke schuldigen.
Muller: In elk geval is het beter, dat de oorlog hier gevoerd wordt dan in Duitsland. Kijk nu eens naar zo’n verwoeste streek.
Tjaden: Dat zeker. Maar het zou nog beter zijn, als er helemaal geen oorlog was.
Albert Kropp: Het is beter, om helemaal niet over die rommel te praten.
Kat: Het wordt er toch geen zier beter door.
p.153-156 (142-145)


Scène 7: Geen enkele vriend meer over*

5 Rollen: Alter ego Paul, Katczinsky (Kat), Baumer, hospitaalsoldaat, verteller

Alter ego Paul: De zomer van 1918 is de bloedigste, die we nog hebben meegemaakt en hij is het zwaarste te dragen ook.
Op zo’n late zomerdag, als we eten gaan halen, valt Kat opeens omver. We zijn maar met z’n tweeën. Ik verbind zijn wond; het ziet er naar uit, of zijn scheenbeen verbrijzeld is. Het is tenminste een beenfactuur, en Kat kreunt wanhopig.
Kat: Dat me dat nu nog net in de laatste dagen moet overkomen.
Paul Baumer: (troostend) Och, man, wie weet hoelang die rommel nog duurt? Jij bent voorlopig in veiligheid.
Alter ego Paul: De wond begint hevig te bloeden. Ik kan Kat niet alleen laten, anders zou ik wel proberen om een brancard te halen; ik weet hier trouwens ook nergens in de buurt een verbandplaats. Kat is niet erg zwaar; daarom neem ik hem op mijn rug en ga met hem terug naar de verbandplaats in de voorste linie. Tweemaal houden we rust. Het vervoer doet hem erg pijn.
Paul Baumer: Zou het weer gaan, Kat?
Kat: Het zal wel moeten.
Paul Baumer: Vooruit dan maar weer.
Alter ego Paul: Onze tocht wordt moeilijker. Dikwijls komt er een granaat aanfluiten.Ik loop zo hard als ik kan, want ik zie bloed uit de wond van Kat op de grond druppelen.
Ik geef Kat wat thee uit mijn veldfles en we roken een sigaret.
Paul Baumer: (teneergeslagen) Ja, Kat, nu moeten we tenslotte toch nog uit elkaar.
Alter ego Paul: Hij kijkt me zwijgend aan.
Paul Baumer: Weet je nog, Kat, hoe je me uit de vuurlinie hebt gedragen, toen ik nog maar een jong soldaatje was en voor het eerst gewond werd? Toen heb ik nog gehuild.
Kat: Dat is nu allemaal al haast drie jaar geleden.
Alter ego Paul: De angst om alleen te blijven, stijgt plotseling in me op. Als Kat geëvacueerd wordt, heb ik hier geen enkele vriend meer over.
Paul Baumer: Kat, we moeten elkaar echt opzoeken, als het werkelijk ooit eens vrede mocht worden, voor jij genezen naar het font terugkomt.
Kat: Denk jij, dat ik met die poot van mij ooit weer voor het front wordt goedgekeurd?
Paul Baumer: Misschien kunnen we later samen iets op touw zetten?
Alter ego Paul: Ik voel me diep ongelukkig, het is toch niet mogelijk, dat Kat, -Kat mijn vriend, met zijn afgezakt schouders en zijn dunne zachte snor, Kat die ik beter ken dan iemand anders ter wereld; met wie ik al deze jaren heb gedeeld, het is toch niet mogelijk dat ik deze Kat nooit meer terug zou zien.
Paul Baumer: Geef me in ieder geval je adres thuis. Dat moet ik in elk geval weten. Hier heb je mijn adres. Ik schrijf het voor je op.
Alter ego Paul: Zal ik mezelf in de voet schieten, zodat ik bij hem kan blijven… Kat maakt plotseling een vreemd keelgeluid en wordt groen en geel.
Kat: (met moeite uitbrengend) We moeten verder.
Alter ego Paul: Ik spring direct overeind, om hem verder te helpen; ik hijs hem behoedzaam op mijn rug en zet de moeizame tocht voort. Mijn keel is droog en als ik eindelijk bij de verbandplaats gekomen ben, dansen er rode en zwarte sterren voor mijn ogen. Daar zak ik in elkaar. Maar ik glimlach, omdat Kat in veiligheid is. Na een poosje dringt er een geroezemoes van stemmen tot mijn bewustzijn door.
Hospitaalsoldaat: Je had je de moeite kunnen sparen. Die man is immers dood.
Paul Baumer: (niet begrijpend) Hij heeft een schot in zijn scheenbeen
Hospitaalsoldaat: Onder andere.
Paul Baumer: Alleen maar flauwgevallen.
Hospitaalsoldaat: (zachtjes) Dat weet ik wel beter; die man is dood; -daar wil ik alles onder verwedden.
Paul Baumer: (wanhopig) dat kan niet! Tien minuten geleden heb ik nog met hem gepraat. Hij is bewusteloos!
Alter ego Paul: Dan voel ik opeens, dat mijn vingers nat worden. Als ik ze van achter z’n hoofd vandaan haal, zitten ze vol bloed.
Hospitaalsoldaat: Zie je wel.
Paul Baumer: Hij heeft, zonder dat ik er iets van gemerkt heb, onderweg een scherf in zijn achterhoofd gekregen; het is maar een klein gaatje; het moet maar een onnozel,verdwaald stukje scherf zijn geweest.
Hospitaalsoldaat: Wil jij zijn zakboekje meenemen en wat er in zijn zakken zit?
Paul Baumer: (zachtjes) Ja.
Hospitaalsoldaat: (verbaasd) Jullie zijn toch geen familie van elkaar?
Paul Baumer: Nee, dat zijn we niet … Nee, we zijn geen familie…
*p.214-218



Herfst 1918*

1 rol: verteller

Verteller: Paul Baumer sneuvelde in oktober 1918, op een dag, dat het zo rustig en stil was aan het hele front, dat het legerbericht zich tot dat ene zinnetje beperkte: “Van het westelijk front geen nieuws.”
Hij was voorover gevallen, en lag op de grond, alsof hij sliep. Toen ze hem omdraaiden, zagen ze dat hij niet lang geleden kon hebben; zijn gezicht had zo’n vredige uitdrukking, dat het bijna leek alsof hij er tevreden mee was dat het zo was gelopen.
*p.220 (205)
_________________
“Pack up your troubles in your old kit bag,
And smile, smile, smile,
While you’ve a Lucifer to light your fag,
Smile, boys, that’s the style.”
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Verstuur mail MSN Messenger
RJ



Geregistreerd op: 13-4-2006
Berichten: 881
Woonplaats: Goes

BerichtGeplaatst: 10 Apr 2008 16:33    Onderwerp: Reageer met quote

Suggesties nabespreking (voor de docent)

-Bij enkele scènes

Scène 1: Jullie gaan toch mee?

- Wie was er verantwoordelijk voor de dood van Joseph Behn?
o zijn klasseleraar
o zijn ouders
o vrienden
o hijzelf
o de schutter
Licht je antwoord toe.

Andere bespreekpunten:
- Zou jij meegaan? Zou jij je laten overhalen of zou je je onttrekken?
- Begijp je dat Behn meegaat, ondanks de twijfel die hij heeft?
- Waarom lag het woord laf de mensen voor in de mond?
- Begrijp je dat ouders wilden dat hun zoon naar het front ging? Licht toe.

Scène 2: Gas aan het front
- Wat vind je in deze scène de meest opvallende zin?
- (voor nabespreking zie bijgevoegde bron van Geert Mak)

Scène 3: Wat zou jij doen als het vrede werd?
- Begrijp je de redenen van Haie Westhus om bij te tekenen? Licht je antwoord toe.

Scène 4: De oorlog heeft ons voor alles ongeschikt gemaakt
- Waarom heeft de oorlog deze jongens, in hun visie, ze voor alles ongeschikt gemaakt? Deel je die visie? Licht toe.

Scène 5: Met verlof
- Waarom voelt Paul Baumer zich thuis bij zijn ouders in een vreemde wereld?
- Met welke reactie heeft Paul Baumer het meest moeite? Met die van zijn moeder, vader, leraar Duits of de fabrikant? Licht je antwoord toe.

Scène 6: Wie heeft er nu gelijk?
De jongens praten met elkaar over het ontstaan van de oorlog. Zij wijzen daar verschillende oorzaken voor aan.
- Welke oorzaken noemen zij?
- Welk antwoord zou jij Tjaden geven op de vraag “Maar hoe komt er dan eigenlijk zo’n oorlog?”

Scène 7:Geen enkele vriend meer over
- Baumer kent Kat slechts drie jaar, toch zegt hij dat hij niemand anders op de wereld zo goed kent. Kun je je dat voorstellen? Hoe kan dat?
_________________
“Pack up your troubles in your old kit bag,
And smile, smile, smile,
While you’ve a Lucifer to light your fag,
Smile, boys, that’s the style.”
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Verstuur mail MSN Messenger
RJ



Geregistreerd op: 13-4-2006
Berichten: 881
Woonplaats: Goes

BerichtGeplaatst: 10 Apr 2008 16:42    Onderwerp: Reageer met quote

Vandaag deze playreading uitgevoerd.

Hier volgen wat foto's. Het was een groot succes. De leerlingen hadden het duidelijk naar hun zin. Ze hebben veel meegekregen van het boek. Een aanrader dus!!






(ja, dat is de docent Wink )






_________________
“Pack up your troubles in your old kit bag,
And smile, smile, smile,
While you’ve a Lucifer to light your fag,
Smile, boys, that’s the style.”
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Verstuur mail MSN Messenger
RJ



Geregistreerd op: 13-4-2006
Berichten: 881
Woonplaats: Goes

BerichtGeplaatst: 10 Apr 2008 16:46    Onderwerp: Reageer met quote






_________________
“Pack up your troubles in your old kit bag,
And smile, smile, smile,
While you’ve a Lucifer to light your fag,
Smile, boys, that’s the style.”
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Verstuur mail MSN Messenger
Reiné



Geregistreerd op: 4-11-2006
Berichten: 9810
Woonplaats: Zoetermeer

BerichtGeplaatst: 10 Apr 2008 17:23    Onderwerp: Reageer met quote

Heel erg uitgebreide en mooie omschrijving van het project RJ. Een aanwinst voor dit onderdeel! Cool
_________________
Did you imagine the final sound as a gun
(Porcupine Tree)
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Verstuur mail
arneken



Geregistreerd op: 28-6-2007
Berichten: 2608
Woonplaats: Brugge

BerichtGeplaatst: 10 Apr 2008 20:33    Onderwerp: Reageer met quote

inderdaad

Leuk ook dat ze in legeruitrusting konden deelnemen. Maakt het voor hen allemaal aantrekkelijker waarschijnlijk.

groet Arneken.
_________________
Greater love hath no man than this that a man lay down his life for his friends.
Epitaph Lance CPL L.A.C Webb (Lancastershire fusiliers) @kezelberg Millitary Cemetery
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht MSN Messenger
Matthijs



Geregistreerd op: 10-4-2008
Berichten: 1278
Woonplaats: Sommelsdijk

BerichtGeplaatst: 28 Apr 2008 14:47    Onderwerp: Reageer met quote

Dit lesidee ga ik heel goed bewaren, RJ!! Goed voorbeeld van 'betekenisvol' onderwijs geven...

Leuk ook, paar foto's erbij!
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht AIM Naam
Berichten van afgelopen:   
Plaats nieuw bericht   Plaats Reactie    Forum Eerste Wereldoorlog Forum Index -> Studenten en leerkrachten Tijden zijn in GMT + 1 uur
Pagina 1 van 1

 
Ga naar:  
Je mag geen nieuwe onderwerpen plaatsen
Je mag geen reacties plaatsen
Je mag je berichten niet bewerken
Je mag je berichten niet verwijderen
Ja mag niet stemmen in polls


Powered by phpBB © 2001, 2002 phpBB Group